De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ACADEMISCHE VAARDIGHEDEN - C1.4 SIMONE OSKAM MSC CU C243A.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ACADEMISCHE VAARDIGHEDEN - C1.4 SIMONE OSKAM MSC CU C243A."— Transcript van de presentatie:

1 ACADEMISCHE VAARDIGHEDEN - C1.4 SIMONE OSKAM MSC CU C243A

2 Terugkoppeling inleidingen Onderzoeksvragen: concepten & definities onderzoeksvraag in een literatuurverslag onderzoeksvraag en doelstelling soorten onderzoeksvragen Zoeken naar bronnen: zoektermen formuleren ToDo AGENDA C 1.4

3 “De software die hiervoor geschreven […] deprimerend kan werken omdat het vaak te streng is. “ “Wat zijn daar nu de redenen voor?” “Een veel genoemd antwoord hierop is een gebrek aan motivatie (Groeneveld, 2005).” “Het blijkt dat meisjes die vaak tijdschriften lezen en veel televisie kijken snel ontevreden zijn met hun eigen lichaam. Dat is vaak bij meisjes in de puberteit het geval omdat hun waarneming van het eigen lichaam door massamedia beïnvloed worden.” “De vraag is echter of …” “Tegenwoordig worden er … “ ERVARINGEN MET INLEIDINGEN

4 “Wat mij dan vaak opvalt, is dat de kinderen het woord moeten voeren omdat zij het Nederlands wel onder de knie hebben, in tegenstelling tot hun ouders.” “Hoe komt het dat …” “Wat is het effect van … op het onderwijs?” “In de huidige situatie worden social media en onderwijs als twee losse onderdelen gezien die niet te combineren zijn. Dit terwijl social media niet meer weg te denken zijn in de huidige maatschappij.” “Het doel van dit onderzoek is [….] te veranderen.” ERVARINGEN MET INLEIDINGEN

5 “Met Nederlands alleen kom je namelijk niet ver in de wereld.” “bracht Commissie X advies ‘Zicht op werk, […] uit. De analyse van dit advies is dat het maatschappelijk en economisch niet acceptabel is als jongeren langdurig buiten het arbeidsproces staan. Toch is dat de dreigende realiteit.’ “In deze studie wordt bekeken of het project […] is een recent plan. Het is belangrijk om hier onderzoek naar te doen om te kijken of het werkt of dat er toch misschien andere middelen gebruikt moeten worden.” “negatieve effecten op leerprocessen te vermijden zodat leerlingen optimaal kunnen presteren. Het is belangrijk dat leerlingen met verschillende leerstijlen op een soort muziek zich allemaal goed kunnen concentreren en leren.” ERVARINGEN MET INLEIDINGEN

6 Beschrijf specifiek wie/wat je bedoelt (wat is ‘tegenwoordig’?) Vermijd vooronderstellingen/aannames/stellingen zonder onderbouwing Onderbouw je beweringen, maak ze aannemelijk Gebruik bronnen (al dan niet wetenschappelijk) voor onderbouwing Stel geen vragen (behalve onderzoeksvraag) in de inleiding maar beschrijf situatie, probleem en belang. Schrijf formeel, zakelijk en neutraal Schrijf eenduidig (beweringen, zinnen, verwijswoorden) TIPS VOOR INLEIDINGEN

7 DEFINIËREN DEFINITIE GEDEFINIEERD Een definitie is een uitspraak die de betekenis van een term omschrijft.

8 “Fiets” WOORD, BETEKENIS, REFERENT

9 DEFINIENDUM, DEFINIENS, REFERENT  Woord: definiendum (‘wat gedefinieerd moet worden’) “Fiets”  Betekenis: definiens (de uitleg; ‘wat definieert’) “Tweewielig voertuig dat wordt voortbewogen door op pedalen te trappen”  Een object in de werkelijkheid: Referent (tastbaar) waarnaar wordt verwezen met woorden, staat buiten de taal.

10 DE REIKWIJDTE VAN EEN DEFINITIE Lexicaal  De betekenis volgens “de” taalgebruiker. Descriptief en empirisch. Te vinden in een woordenboek. Stipulatief  De betekenis volgens de schrijver/spreker “in dit verband”. Prescriptief en kan ter discussie staan. Preciserend  Tussenvorm, is nauwkeuriger en ‘vernauwender’ dan een lexicale definitie.

11 VRAAG LEXICAAL, STIPULATIEF OF PRECISEREND? Fiets 1) Een tweewielig vervoermiddel waarop men, zittend op een zadel, zich door te trappen voortbeweegt, waarbij de trapbeweging via een ketting het achterste wiel laat roteren, terwijl de handen middels een stuur het voorste wiel van richting kunnen doen veranderen. 2) de; m en v -en tweewielig voertuig dat wordt voortbewogen door op pedalen te trappen. 3) Het gezondste vervoermiddel op wielen.

12 SOORTEN DEFINITIES SoortPrincipeVoorbeeld Intensioneel“Wat het is” Een provincie is een deelgebied van een land met een eigen regionaal bestuur. Extensioneel“Wat ertoe behoort” De provincies van Nederland zijn Groningen, Friesland, Drenthe (etc). Operationeel “Hoe het is te herkennen” Een clown heeft meestal een wit geschilderd gezicht, een rode neus en een raar hoedje op. Synoniem “Waar het een ander woord voor is” Een rijwiel is een fiets.

13  Circulair; het definiendum komt geheel of gedeeltelijk terug in het definiens. Een fiets is een vervoermiddel om op te fietsen.  Obscuur; het definiens bevat woorden of termen die vaag, dubbelzinnig of slecht gedefinieerd zijn. Een fiets is een doe-het-zelf- vervoermiddel.  Te wijd; het definiens omvat meer referenten dan er onder het definiendum vallen. Een fiets is een vervoermiddel met wielen.  Te nauw; het definiens omvat minder referenten dan er onder het definiendum vallen. Een fiets is een vervoermiddel met twee wielen en meerdere versnellingen.  Geladen; het definiens impliceert ten onrechte een oordeel over het definiendum: Een fiets is een populair vervoermiddel bij arme mensen. DEFINITIEFOUTEN WAT EEN DEFINITIE NIET MAG ZIJN:

14 FUNCTIE VAN DEFINITIES  Begripsproblemen oplossen of voorkomen (‘Hebben we het over hetzelfde?’)  Structureren van een betoog (‘Waar ga ik het precies over hebben?’)  Argumenteren (‘Waar héb je het over?’)

15 Retorische vormen communiceren een advertentieboodschap op een kunstzinnig afwijkende manier. Retorische vormen worden vaak opgedeeld in schema’s en tropen.(…) Schema’s zijn oppervlakkige tekstuele afwijkingen die expliciet zijn en voor iedereen waarneembaar. Denk bij schema’s aan rijm, alliteratie, enzovoorts. Tropen zijn betekenisarme versieringen, die onze aandacht trekken maar weinig bijdragen aan de identificatie met de advertentie- boodschap. Voorbeelden: ‘Heerlijk Helder Heineken’, ‘Giroblauw past bij jou’. Gebaseerd op: Enschot, R. e.a. (2006). Retoriek in reclame. Waardering voor verbo-pictorale retorische vormen. In: ‘Tijdschrift voor Taalbeheersing’, jrg. 28, 2, p VRAGEN WAT IS HET DEFINIENDUM EN WAT HET DEFINIENS? WAT VOOR SOORT DEFINITIES WORDEN GEGEVEN?

16 Wat is waaraan/aan wie onderzocht? DE ONDERZOEKSVRAAG

17 - Is het startpunt van je onderzoek - Is het focuspunt tijdens je onderzoek - Is het houvast voor je lezer DE ONDERZOEKSVRAAG…

18 SOORTEN ONDERZOEKSVRAGEN BeschrijvendWelke, hoe, hoeveel? Verklarend Waardoor? In hoeverre wordt …. beïnvloed door …? Voorspellend Wat zal er gebeuren als…? Vergelijkend Is … meer, beter, groter dan ….? BeoordelendHoe goed is ….? AdviserendWat te doen inzake ….?

19 OPERATIONALISEREN Maak duidelijk WAT precies je gaat onderzoeken  definieer je begrippen (zie hand-out) Maak duidelijk HOE je gaat onderzoeken  methode van onderzoek Maak duidelijk WAARAAN/AAN WIE je gaat onderzoeken  selectie van te onderzoeken materiaal/personen

20 EISEN AAN EEN ONDERZOEKSVRAAG Praktische eisen –niet te ruim geformuleerd –duidelijk –geen onbewezen vooronderstellingen –geen ja/nee-vraag Wetenschappelijke eisen –de vraag moet nog niet beantwoord zijn –het antwoord moet van belang zijn –de vraag moet te operationaliseren zijn –de vraag moet het onderzoeken waard zijn.

21 VRAGEN Ulrich Beck ( 2000) vestigt de aandacht op verschillende veranderingen die onze maatschappij ondergaat. In dit paper focussen we op veranderingen op de arbeidsmarkt. Uit het onderzoek van Diane Perrons ( 2000) zien we dat de door Beck voorspelde veranderingen zich in het Verenigd Koninkrijk aan het realiseren zijn. In dit paper wordt nagegaan of deze veranderingen ook in België van toepassing zijn. Daarvoor zal eerst een theoretisch kader worden geschetst op basis van bestaande literatuur. Meer bepaald kijken we hoe volgens Beck de eerste moderniteit geleidelijk aan evolueert tot een tweede moderniteit, ook wel reflexieve moderniteit genoemd. Vervolgens bespreken we wat die reflexieve moderniteit eigenlijk inhoudt. WAT IS DE ONDERZOEKSVRAAG? WELK TYPE VRAAG?

22 TODO Formuleer een onderzoeksvraag die aansluit bij de zojuist geschreven probleemsignalering. Benoem de kernwoorden in je onderzoeksvraag, waarop je in de databases literatuur gaat zoeken. *zie activiteitenoverzicht


Download ppt "ACADEMISCHE VAARDIGHEDEN - C1.4 SIMONE OSKAM MSC CU C243A."

Verwante presentaties


Ads door Google