De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PROBLEMEN ! bij de toediening van cytostatica

Verwante presentaties


Presentatie over: "PROBLEMEN ! bij de toediening van cytostatica"— Transcript van de presentatie:

1 PROBLEMEN ! bij de toediening van cytostatica
Anneke Westermann AMC NVMO

2 Hoofdprobleem van cytostatica
* gemiddeld matige responskans * weinig kankerpatiënten genezen door cytostatica NVMO

3 Overige problemen tijdens toediening bijwerkingen patiënt-gebonden
extravasatie allergie/overgevoeligheid bijwerkingen acuut vs. laat patiënt-gebonden graviditeit, nierinsufficiëntie, verhoogd bilirubine, hepatitis B, HIV et cetera NVMO

4 Overzicht: capita selecta
extravasatie overgevoeligheid chemoprotectie enkele bijzondere bijwerkingen NIET: standaard supportive care traditionele bijwerkingen NVMO

5 Extravasatie ~ de boosdoeners
anthracyclinen vinca-alkaloiden taxanen cisplatin NVMO

6 1 week NVMO

7 3 weken NVMO

8 3 maanden NVMO

9 Extravasatie ~ algemene maatregelen
infuus stop opzuigen zoveel mogelijk extravasaat spoelen met fysiologisch zout koelen meeste gevallen (warm bij vinca/taxol) arm hoogleggen ter preventie oedeem NVMO

10 Extravasatie vinca alkaloiden (epipodophyllotoxins, paclitaxel?)
warme compressen 24 h antidotum: hyaluronidase injectie 1 ml hyaluronidase 150 E/ml met 1 ml hydrocortison 50 mg/ml s.c. in extravasatiegebied (met nieuwe dunne naald). indien grote hoeveelheden zijn geëxtravaseerd  meerdere injecties (steeds nieuwe naald gebruiken) NVMO

11 Extravasatie mechloorethamine (en cisplatin?)
koude compressen sodium thiosulfaat infiltratie met isotoon Na2S2O3 (0.167 M) binnen 2 h NVMO

12 99% dimethylsulfoxide (DMSO) lokaal 3 dd eerste 24 h - wk
Vooral antyhracyclinen, ook MMC, cisplatin e.a. Olver IN et al. A prospective study of topical dimethyl sulfoxide for treating anthracycline extravasation J Clin Oncol 1988;6: n=20 Bertelli G et al. Topical dimethylsulfoxide for the prevention of soft tissue injury after extravasation of vesicant cytotoxic drugs: a prospective clinical study J Clin Oncol 1995;13: n=144 Dierexperimentele data: oplossen dox in DMSO? NVMO

13 Dexrazoxane bij anthracycline extravasatie
1000 mg/m2 i.v. tot 6 h en 24 h na extravasatie 500 mg/m2 i.v h na extravasatie SE: transaminitis, leukopenie, geur Langer SW et al. Dexrazoxane is a potent and specific inhibitor of anthracycline induced subcutaneous lesions in mice Ann Oncol 2001;12: Langer SW et al. Dexrazoxane in anthracycline extravasation J Clin Oncol 2000;18:3064. Bos AM et al. A new conservative approach to extravasation of anthracyclines with dimethylsulfoxide and dexrazoxane Acta Oncol 2001;40:541-2 NVMO

14 Antidotum ~ heparine? Alleen dieronderzoek: systemisch heparine gedurende enkele dagen Askar I et al. Effects of heparin fractions on the prevention of skin necrosis resulting from adriamycin extravasation: an experimental study. Ann Plast Surg 2002;49: NVMO

15 5 minuten na injectie NVMO

16 Net anders adriamycine flare
flebitis zonder extravasaat: alle cytostatica oxaliplatin als in contact met NaCl 0.9% geeft zeer hardnekkige flebitiden grotendeels te voorkomen door voor/na te spoelen met glucose 5%, en evt. leukovorin (dat i.h.a. er direct na gegeven wordt) op te lossen in glucose 5% NVMO

17 Overgevoeligheid ~ het probleem
Meestal acute overgevoeligheidsreactie type I Kenmerken: pruritus, flushing, uitslag, dyspnoe, bronchospasme, hypotensie Binnen 5-10 minuten na start (1e) infusie Vooral bij taxanen (25% zonder premedicatie!), doch ook bij etoposide en platinazouten NVMO

18 Overgevoeligheid ~ behandeling
Preventie: alleen bij taxanen dexamethason 20 - clemastine 2 - ranitidine 50 mg Na optreden stop infuus, vullen, clemastine, zelden adrenaline rechallenge binnen 1 uur meestal mogelijk Voor volgende infusie: preventie verlagen inloopsnelheid vooral 1e 30 min dexamethason 20 mg, clemastine 2 mg NVMO

19 Overgevoeligheid ~ behandeling bij opnieuw reactie
Rechallenge opnieuw mogelijk binnen 1 uur Overweeg staken behandeling Overweeg mestcel stabilisatie met cromoglicaat 4 dd 400 mg p.o. continu Westermann AM et al. Successful docetaxel rechallenge with cromoglycate after major sensitivity reactions. Ann Oncol 1996;7:104. NVMO

20 Carboplatin overgevoeligheid: gerelateerd aan aantal kuren
Incidentie na > 7 kuren 25-30% (6 kuren 1%) Preventie: huidtest vanaf 8e kuur Voor elke kuur huidtest 30 min voor infuus: 0.02 ml intradermaal carboplatin van eigen kuur n=47, 13 pos. test 34 neg. test  2 HSR bij infusie K. M. Zanotti et al. Carboplatin skin testing: A skin-testing protocol for predicting hypersensitivity to carboplatin chemotherapy. J Clin Oncol 2001;19: NVMO

21 Carboplatin overgevoeligheid: wat te doen
Bij pos. huidtest of HSR - desensibiliseren: na 4 d. dexamethason zeer trage infusie carboplatin: 0,1% in 30 min, 1% in 15 min, 10% in 15 min, rest (~90%) in 30 min J Clin Oncol 2001;19: - ander middel, bv. oxaliplatin Gutierrez M et al. Replacement of carboplatin by oxaliplatin may be one solution for patients treated for ovarian carcinoma who are hypersensitive to carboplatin. J Clin Oncol 2002;20:353 - cromoglicaat 4 dd 400 mg p.o. continu NVMO

22 Chemoprotectie ~ het principe
bekende, bij bepaalde dosis van bepaald middel te verwachten bijwerkingen voorkomen vooral gebruikt voor specifieke agens-gerelateerde toxiciteit in engere zin dus niet: anti-emetica of groeifactoren Bv. 2-mercaptoethaansulfaat-natrium bij oxazaphosphorinen NVMO

23 Chemoprotectie ~ het principe
bekende, bij bepaalde dosis van bepaald middel te verwachten bijwerkingen voorkomen vooral gebruikt voor specifieke agens-gerelateerde toxiciteit in engere zin dus niet: anti-emetica of groeifactoren Bv. 2-MercaptoEthaanSulfaat-NAtrium bij ifosfamide en hoge dosis cyclofosfamide NVMO

24 Anthracycline-geïnduceerde cardiotoxiciteit
vanaf doxorubicine 450 mg/m2 ~ 6 kuren single agent ~ 8 kuren AC of CAF NVMO

25 Anthracycline-geïndiceerde cardiotoxiciteit: strategieën
monitoring middels ejectiefractie - geen aanwijzingen voor vroegdiagnostiek/beperking morbiditeit liposomale anthracyclines - geen belangrijke voordelen anthracycline analogen - geen voordelen cardioprotectie  dexrazoxane NVMO

26 Dexrazoxane bij anthracyclines
> 2000 patiënten behandeld in studies, vooral mammaca cardioprotectie: verhoging dosis/verlaging cardiotoxiciteit geen afname responskans chemotherapie meer neutropenie in een studie overlevingsvoordeel NVMO

27 Dexrazoxane bij cardiotoxiciteit anthracyclines: ASCO guidelines
NOT routinely recommended for patients with metastatic breast cancer who receive initial doxorubicin-based chemotherapy MAY be considered for patients with MBC who have received a cumulative dosage of 300 mg/m2 or more and who may benefit from continued doxorubicin-containing therapy NOT recommended in the adjuvant setting/for heart patients Schuchter LM et al Update of recommendations for the use of chemotherapy and radiotherapy protectants: ASCO clinical practice guidelines. J Clin Oncol 2002;20: NVMO

28 Dexrazoxane: waarom gebruiken we het niet?
even effectief indien pas vanaf 300 mg/m2 gebruikt relatief weinig patiënten zeer langdurig gevoelig voor anthracyclines alternatieven voor anthracyclines laatste jaren in mammaca patiënten (taxanen, vinorelbine, capecitabine) kosten NVMO

29 Amifostine ~ sinds jaren 70 bekend (WR-2721)
prodrug door alk. P’ase omgezet in actieve stof scavenger, DNA-reparator... cytoprotectieve effect dat niet in tumor optreedt slecht begrepen vele (gerandomiseerde) studies vooral met cisplatin, taxanen en radiotherapie NVMO

30 Amifostine beperkt nefrotoxiciteit cisplatin
beperkt neutropenie bij alkyleerders beperkt xerostomie bij RT beperkt mogelijk oto-/neurotoxiciteit cisplatin beperkt mogelijk neurotoxiciteit paclitaxel wordt nauwelijks gebruikt in Nederland Semin Oncol 2002;29(6 Suppl 19) NVMO

31 Ifosfamide encefalopathie
10-15% van kuren (t.g.v. IFO-metabolieten) self-limiting, doch met R/ sneller herstel bij ernstige symptomen: methyleenblauw 6 dd 50 mg i.v. tot herstel bij volgende kuur: 4 dd 50 mg i.v. profylaxe Pelgrims J et al. Methylene blue in the treatment and prevention of ifosfamide-induced encephalopathy: report of 12 cases and a review of the literature. Br J Cancer 2000;82:291-4 NVMO

32 Irinotecan diarree oorzaak: darmflora produceert ß-glucuronidasen  SN-38G wordt in darmwand in SN-38 omgezet  darmwandschade, diarree theoretische remedie: oraal slecht-resorbeerbaar antibioticum Kehrer DF et al. Modulation of irinotecan-induced diarrhea by cotreatment with neomycin in cancer patients. Clin Cancer Res 2001;7: NVMO

33 Irinotecan diarree Clin Cancer Res 2001;7:1136-41
n=7 met graad 2+ diarree na CPT mg/m2  neomycine 1000 mg 3 dd d. -2 tot +5 geen effect op CPT-11 metabolisme fecale ß-glucuronidase-activiteit ondetecteerbaar fecale SN-38 uitscheiding verlaagd diarree gr. 2+ in 1/7 patiënten geen effect op hematologische toxiciteit NVMO

34 Conclusies het blijft opletten geblazen met chemotherapie
zolang we nix beters hebben zullen we het moeten blijven gebruiken therapeutisch nihilisme bij het bestrijden van de ongewenste effecten van chemotherapie is niet altijd gerechtvaardigd NVMO


Download ppt "PROBLEMEN ! bij de toediening van cytostatica"

Verwante presentaties


Ads door Google