De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Decreet Rechtspositie Minderjarige En de Rol van de Bijstandspersoon.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Decreet Rechtspositie Minderjarige En de Rol van de Bijstandspersoon."— Transcript van de presentatie:

1 Decreet Rechtspositie Minderjarige En de Rol van de Bijstandspersoon

2 Decreet IJH Van kracht sinds 1 juli 2006 Decreet IJH regelt duurzame intersectorale samenwerking tussen 7 sectoren ( AWW,CLB,GGZ,VAPH, K&G,CIG en BJZ) 1 ste pijler van IJH = vraaggericht werken en zorg op maat. Dit impliceert het in dialoog gaan met de MJ en deze te laten participeren in de HV. (= positie van de cliënt)

3 DRPM Juridische argumenten voor een apart decreet voor de rechtspositie van MJ IVRK vraagt een directe werking en horizontale werking > omstreden in België Integratie en toepassingsvragen oplossen Waarborgen voor duidelijker rechtstatuut en effectieve rechtsbescherming

4 Toepassingsgebied In de 7 sectoren IJH Niet: K-diensten, scholen, psychiatrische ziekenhuizen en OCMW ’s Het decreet ziet toe op de verhouding minderjarige -jeugdhulpaanbieder

5 Toepassingsgebied alle bepalingen van toepassing op jeugdhulpvoorzieningen; sommige bepalingen zijn van toepassing op opvoedingsverantwoordelijken (bijv. pleegouders) rechten zijn van toepassing vanaf het moment dat een interactie plaatsgrijpt, ongeacht wie initiatief neemt en ongeacht de verwijzer.

6 Uitgangspunten Haast geen nieuwe wetgevende elementen: Integratie van bestaande regelgeving; -IVRK -Wet Patiëntenrechten -Privacywetgeving

7 Uitgangspunten De competentiebenadering: ‘erkenning van de minderjarige als rechtsubject’ die mee kan bepalen wat in zijn belang dient te gebeuren. De participatieve benadering: aandacht voor de verschillende perspectieven en belangen vanuit een gelijkwaardige positie van mensen. Inclusieve benadering: rechten gelden voor alle MJ

8 Uitgangspunten Een nieuwe kijk op kinderen en jongeren BELANG BEKWAAMHEID

9 Bekwaamheid Basisprincipe Alle minderjarigen kunnen ‘alle rechten’ uit het decreet zelfstandig uitoefenen (= competentiemodel)

10 Bekwaamheid Uitzondering 3’ Voor drie artikels geldt een uitzondering. Artikel 8: vrije instemming met buitengerechtelijke jeugdhulp Artikel 13: niet tegen zijn wil van de ouders gescheiden worden Artikel 22: toegang tot het dossier. > Deze rechten kunnen worden uitgeoefend als de jongere ‘bekwaam’ wordt bevonden.

11 Bekwaamheid Uitzondering 12’ In voorgaande drie gevallen worden: + 12 jarigen verondersteld matuur te zijn tenzij anders beoordeeld -12-jarigen worden verondersteld niet matuur te zijn, tenzij anders beoordeeld. > In staat zijn tot een “redelijke beoordeling van zijn belangen”.

12 Bekwaamheid = geen “alles of niets”, maar afhankelijk van de situatie = individuele beoordeling door te luisteren en dialoog op gang te brengen. = leeftijd + maturiteit ->Bekwaamheid ≠ alleen kunnen handelen

13 Het belang van de MJ =belangrijkste overweging bij verlenen van hulpverlening Principe = een rechtstreekse vertaling van art 3 IVRK Vaststellen ‘in dialoog’ met MJ en ouders Wanneer 2 rechten uit het decreet conflicteren is het belang steeds doorslaggevend

14 Recht op bijstand Art. 24 DE BIJSTANDSPERSOON 3 voorwaarden voldoen - Door het beroepsgeheim gebonden zijn (art. 458 SWB) + personeelslid zijn van de instelling waar de MJ onderwijs volgt -niet rechtstreeks betrokken bij de HV, aangewezen door MJ -Op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen

15 Recht op bijstand Indien MJ niet in staat is om bijstandpersoon aan te duiden, nemen de ouders deze verantwoordelijkheid over. (Niet in geval van belangconflict, dan bepaalt jeugdhulpaanbieder) De jeugdhulpverlener heeft de taak de minderjarige te wijzen op zijn recht om een bijstandspersoon te kiezen Wanneer kan de minderjarige zich laten bijstaan? In alle contacten met jeugdhulpaanbieders (de toegansgspoort en trajectbegeleiders) In de uitoefening van zijn rechten opgesomd in het decreet

16 De verschillende rechten

17 Recht op jeugdhulp Art. 7 -> binnen het beschikbare JH aanbod heeft de MJ recht op jeugdhulp

18 Recht op instemming en vrije keuze Van de ‘buitengerechtelijke jeugdhulp’ Art. 8 tot 10 -> geïnformeerde instemming -> recht jeugdhulpaanbieders vrij te kiezen -> weigeren voor zover organisatie het toelaat en HV aan de jongeren niet in het gedrang komt.

19 Recht op informatie en duidelijke communicatie ->De minderjarige heeft recht op duidelijke en voor hem begrijpelijke informatie over de jeugdhulp en over alle zaken die daarmee verband houden ->‘In het belang van de minderjarige’ kan worden beslist om de minderjarige over bepaalde zaken niet te informeren.(=agogische exceptie)! Een dergelijke beslissing wordt gemotiveerd en in het dossier worden opgenomen.

20 Recht op informatie en duidelijke communicatie ‘Actieve informatieplicht’ > informatie op regelmatige tijdstippen: structureel inbouwen + steeds bereid tot antwoord op vragen

21 Recht op respect voor het gezinsleven Art. 13 tot 15 -MJ kan niet tegen zijn wil gescheiden worden van ouders -Recht op info over en rechtstreeks contact met (behalve niet in belang van MJ) -MJ heeft recht bezoek te ontvangen en om te gaan met personen van eigen keuze.

22 Recht op inspraak en participatie Art. 16 tot 19 Art. 16: Inspraak en participatie bij de eigen jeugdhulp Onverminderd de procedureregels voor het verlenen van gerechtelijke jeugdhulp, heeft de MJ het recht zijn mening vrij te uiten in elke aangelegenheid of procedure betreffende de jeugdhulp die hem betreft. Aan de mening van de MJ wordt een passend gevolg gegeven, in overeenstemming met de leeftijd en maturiteit van de MJ. Als er aan de mening geen passend gevolg wordt gegeven, wordt dat afdoende gemotiveerd. Op verzoek van de MJ wordt die motivering aan zijn dossier toegevoegd

23 Recht op inspraak en participatie Art 17: Recht op participatie bij de eigen evaluatie Art. 18 Recht op vergaderen Art 19 Inspraakregeling

24 Recht op dossier Art. 20 tot 23 Recht op dossier Recht op toegang tot het dossier Recht op aanvulling / afschrift

25 Recht op dossier “Recht op” dossier  Sluit ook de mogelijkheid in te vragen dat er geen dossier wordt aangelegd (vb. JAC) tenzij de toepasselijke wetgeving dat verplicht.  Zorgvuldig bijgehouden (relevantie) en veilig bewaard  De jongere informeren over het dossier (inhoud, gebruik, inzage)  DRPM bepaald niet de inhoudt van het dossier dit staat beschreven in sectorale regelgeving

26 Recht op dossier Geen regeling voor ‘persoonlijke notities’ tot bepaald niveau of ogenblik maken deze geen deel uit van het dossier –niet: enkel losse notities als geheugensteun –wel: als ze formeel in het dossier worden opgenomen (bv. in een hulpverleningsvoorstel of in een rapport) –wel: als ze zijn ‘ingebracht’ in overleg met collega’s

27 Recht op dossier Agogische exceptie: geen informatie Over bepaalde zaken: geen automatisme, specifiek, situatie per situatie  In het belang van de minderjarige: het is beter voor de minderjarige dat hij het niet weet, het zou hem schaden als hij het wel wist  Beslissing wordt concreet gemotiveerd, verantwoording in het dossier  De bijstandspersoon moet wel over die zaken geïnformeerd worden: dialoog mogelijk maken!

28 Toegang tot het dossier Regeling artikel 22 : de minderjarige heeft recht op toegang tot die gegevens die hem betreffen Afbakening van gegevens nodig: Vertrouwelijke gegevens Stukken ten behoeve van gerechtelijke overheden Niet in het belang van de MJ (agogische exceptie) Geldt enkel voor minderjarigen + bijstandspersoon niet: jeugdhulpcliënt die 18 is geworden, ouders, pleegouders, derden Geldt niet voor gegevens die de gezondheid betreffen

29 Toegang tot het dossier Onderscheiden begrippen “Toegang”= principieel recht om kennis te nemen van de inhoud van het dossier “Wijze van toegang” Inzage = fysiek inkijken of volledige afdruk Gedeeltelijke inzage Gesprek Rapportage (welke van de 4 methoden is afhankelijk van de inhoud en van de capaciteiten van de jongere)

30 Toegang tot het dossier Recht op toegang + toelichting Duiding: juiste context en interpretatie  plicht communicatie in ‘begrijpelijke taal’ (geen verkleutering, maar wel best begeleiding, geen vakjargon) Termijn van toegang & toelichting 15 dagen na ontvangst verzoek

31 Toegang tot dossier Specifieke regeling ‘‘contextuele gegevens’’ Begrip contextuele gegevens: > gegevens die tegelijk de minderjarige en één of meer andere personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, betreffen Cliëntsysteem = volgende personen: > minderjarige + ouder(s) + opvoedingsverantwoordelijke(n) > de personen die met de minderjarige samenwonen op het ogenblik van de uitoefening van het recht op toegang - dus niet op moment van ‘‘feiten’’

32 Toegang tot dossier Minderjarige die niet in staat is tot zelfstandige uitoefening van zijn recht op toegang  Uitoefening van zijn recht door ouders Ouder kan zich niet beroepen op regeling contextuele gegevens niet tot de gegevens waarvan de minderjarige zich tegen de toegang heeft verzet  Toegang mogelijk door bijstandspersoon tegenstrijdige belangen ouders-minderjarige niet-uitoefening toegangsrecht door ouders

33

34

35 Recht op aanvulling van het dossier Minderjarige mag zelf documenten toevoegen Minderjarig mag nuances aanbrengen en zijn versie geven

36 Recht op afschrift/rapport van het dossier Afschrift Van gegevens waartoe toegang via inzage Rapport Van gegevens waartoe toegang op andere wijze dan inzage Afschrift/rapport = persoonlijk & vertrouwelijk > Enkel aan te wenden voor doeleinden van jeugdhulp jeugdhulp > integrale jeugdhulp (bv. ook kinderpsychiater, OCMW’s, jeugdwerk…) > Dossierhouder wijst minderjarige op persoonlijk & vertrouwelijk karakter voegt toelichting in die zin bij afschrift/rapport

37 Recht op verzet tegen toegang van het dossier Door de MJ Uitdrukkelijk en gemotiveerd Verzet tegen toegang van iemand van het cliëntsysteem

38 Art. 25 Één van de middelen om de vertrouwelijkheid van de HV te bewaken is het beroepsgeheim Tussen de 7 sectoren is er ‘gedeeld beroepsgeheim’. Recht op privacy

39 Recht op een vrij besteedbaar bedrag Art. 26 = zakgeld

40 Recht op een menswaardige behandeling Art. 27 en 28  Concreet: opleggen pedagogische sancties en maatregelen van vrijheidsberoving  Tijdelijke afzondering en vrijetijdsberoving is enkel mogelijk -In belang van MJ: eigen fysieke integriteit in gevaar -Belang van de VZ

41 Klachtenrecht Art. 29  Over de inhoud van de jeugdhulp en de wijze waarop die wordt uitgevoerd.  Het niet naleven van de in het decreet opgesomde rechten  Klachtenprocedure moet gekend zijn bij de jongeren

42 Vragen?

43 Meer info op Voor juridische vragen kan je terecht bij onze helpdesk


Download ppt "Decreet Rechtspositie Minderjarige En de Rol van de Bijstandspersoon."

Verwante presentaties


Ads door Google