De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Stoornissen in het bewustzijn In dit hoofdstuk komt aan de orde: Achtergrondinformatie Stoornissen in het bewustzijn door ziekte en letsels De vitale.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Stoornissen in het bewustzijn In dit hoofdstuk komt aan de orde: Achtergrondinformatie Stoornissen in het bewustzijn door ziekte en letsels De vitale."— Transcript van de presentatie:

1

2

3 Stoornissen in het bewustzijn In dit hoofdstuk komt aan de orde: Achtergrondinformatie Stoornissen in het bewustzijn door ziekte en letsels De vitale functies van het menselijk lichaam Buik- naar rugligging

4 Stoornissen in het bewustzijn 1.Achtergrondinformatie -bloed transporteert zuurstof -hart en longen zijn voor het zuurstoftransport van vitaal belang -hart fungeert als een pomp -bloed wordt rondgepompt door het lichaam -zuurstof wordt aangevoerd en afvalstoffen worden door het bloed afgevoerd

5 Stoornissen in het bewustzijn Het lichaam functioneert alleen als er een constante aanvoer is van zuurstof en voedingsstoffen en afvalstoffen worden afgevoerd. -lucht komt door inademing in de longen; -lucht bevat zuurstof, die in de longen wordt opgenomen in het bloed; -als een orgaan geen of te weinig zuurstof krijgt, beschadigt het of sterft het af; -de hersenen zijn het meest kwetsbaar. Na 4 tot 6 minuten zonder zuurstof is normaal functioneren niet meer mogelijk.

6 Stoornissen in het bewustzijn Eerstehulpverlening is gericht op het bewaken van de drie vitale functies van het lichaam. Het zogenoemde ABC: -Airway (luchtweg) -Breathing (ademhaling) -Circulation (bloedsomloop) Deze functies zijn van invloed op elkaar en van vitaal belang.

7 Stoornissen in het bewustzijn Het bewustzijn is het centrum van het zenuwstelsel in de hersenen. Vanuit de hersenen worden de functies in het lichaam aangestuurd. Als een slachtoffer bewusteloos is, zakt de tong in de keel. Daardoor wordt de luchtweg afgesloten.

8 Stoornissen in het bewustzijn Door de ademhaling komt lucht in de longen via de neus of mondholte. In de longen wordt zuurstof uit de lucht opgenomen in het bloed. Uitgeademde lucht bevat koolzuur.

9 Stoornissen in het bewustzijn De bloedsomloop wordt gevormd door het (pompende) hart en de bloedvaten. Bloedvaten worden onderverdeeld in slagaders, aders en haarvaten (zie verder hoofdstuk B3).

10 Stoornissen in het bewustzijn 2.Schedel- en hersenletsel Drie soorten schedelletsels: -stomp schedelhersenletsel (hersenschudding, hersenkneuzing) -scherp schedelhersenletsel (gat in het hoofd) -aangezichtsletsel (gebroken neus, kaak, jukbeen of oogkas)

11 Stoornissen in het bewustzijn 3.Beroerte Dit is een algemene benaming voor verschillende aandoeningen, waarbij sprake is van een acuut probleem in de bloedvaten van de hersenen. Doen! Zorg voor professionele hulp en bel Hoe sneller je handelt, hoe groter de kans op herstel.

12 Stoornissen in het bewustzijn Hersenbloeding -een bloedvat in de hersenen knapt -slachtoffer klaagt vaak over stevige hoofdpijn -slachtoffer voelt vaak iets knappen in zijn hoofd -slachtoffer raakt bewusteloos Gevolgen: Ernstig, zoals eenzijdige verlamming, spraakstoornissen, stoornis in geheugen, slecht zien.

13 Stoornissen in het bewustzijn Herseninfarct -blokkade (bloedpropje) van een bloedvat in de hersenen; -een deel van de hersenen raakt zonder zuurstof en sterft hierdoor af of gaat minder functioneren; -het slachtoffer blijft meestal bij kennis. Gevolgen: Eenzijdige verlamming, spraakstoornissen, verwardheid

14 Stoornissen in het bewustzijn Hoe herken je een beroerte? Doe de FAST-test: FaceVraag het slachtoffer te lachen en kijk hierbij of zijn mond scheef staat; ArmsLaat het slachtoffer zijn armen naar voren strekken en kijk of een van de armen wegzakt; SpeechVraag bekenden of het slachtoffer anders spreekt dan normaal; TimeVraag het slachtoffer of hij weet wanneer en hoe de klachten ontstaan zijn.

15 Stoornissen in het bewustzijn 4.Diabetes Mellitus (suikerziekte) - ongeneeslijke stofwisselingsziekte waarbij het lichaam onvoldoende energie uit glucose (suikers) haalt; -lichaamscellen hebben behalve zuurstof ook glucose nodig. Om cellen toegankelijk te maken voor suiker is insuline nodig; -insuline is een hormoon dat het glucosegehalte van het bloed verlaagt; -diabetespatiënten maken te weinig van dit hormoon aan, waardoor slechts een deel van de suiker uit het bloed wordt opgenomen door de cellen.

16 Stoornissen in het bewustzijn Er zijn twee soorten suikerziekte: Type IPatiënten maken geen of nauwelijks insuline aan. Type IIPatiënten maken nog wel insuline aan maar het lichaam is hiervoor minder gevoelig geworden (insuline-resistentie). De insuline bereikt de cellen minder goed. Type II komt vooral voor bij ouderen en bij mensen met overgewicht.

17 Stoornissen in het bewustzijn Hypoglykemie (hypo) -het suikergehalte is te laag -eerste hulpverleners krijgen hier nogal eens mee te maken -normaal gesproken niet ernstig - een zeer lage bloedsuikerspiegel kan leiden tot bewustzijnsverlies. Symptomen: Geeuwen, zweten, agressief gedrag vertonen, verwardheid

18 Stoornissen in het bewustzijn Doen! -geef het slachtoffer iets zoets te eten of te drinken -dreigt het slachtoffer het bewustzijn te verliezen, schakel dan professionele hulp in.

19 Stoornissen in het bewustzijn Hyperglykemie -het suikergehalte is abnormaal hoog (te veel eten, veel vochtverlies of het niet nemen van medicijnen) -slachtoffer wordt slaperig en kan in coma raken (gevaarlijke situatie) Symptomen: Droge mond, dorst, veel plassen, adem ruikt naar aceton

20 Stoornissen in het bewustzijn EHBO LEREN & DOEN Doen! -Handel zoals bij ieder bewusteloos slachtoffer: bel Blijf de ademhaling controleren. Aan de oorzaak van de bewusteloosheid valt niets te doen.

21 Stoornissen in het bewustzijn EHBO LEREN & DOEN 5.Epilepsie - verstoring van de elektrische activiteit in de hersenen (een soort "kortsluiting“); -De aanvallen kunnen klein zijn en nauwelijks opvallen; -Bij een heftige aanval valt het slachtoffer op de grond, hij verstijft en vertoont heftige schokbewegingen; -Een aanval kan het gevolg zijn van een beroerte, hersenletsel of tumor. Meestal is de oorzaak echter onbekend.

22 Stoornissen in het bewustzijn Doen! -een aanval ziet er vaak akelig uit, blijf daarom vooral kalm; -zorg ervoor dat het slachtoffer zich niet, of zo min mogelijk bezeert; -als het slachtoffer enigszins ontspannen is, leg het slachtoffer dan in stabiele zijligging; -controleer de ademhaling

23 Stoornissen in het bewustzijn 6.Koortsstuipen -plotselinge schokken en trekkingen aan armen en benen; -soms houdt het kind even op met ademen; - gaat vanzelf over binnen maximaal 15 minuten; -het kind kan daarna nog wat suf zijn. Doen! Neem bij een eerste aanval altijd contact op met de huisarts.

24 Stoornissen in het bewustzijn 7.Dreigende flauwte -tijdelijk bewustzijnsverlies (vaak minder dan een minuut) -er stroomt onvoldoende bloed naar de hersenen -kan verschillende oorzaken hebben, zoals ziekte of sterke emoties. Symptomen: misselijkheid, bleke gelaatskleur, geeuwen, koud zweet, wazig zien, bewustzijnsvermindering, bewustzijnsverlies

25 Stoornissen in het bewustzijn Doen! -probeer iemand naar de grond te begeleiden als je ziet dat hij dreigt flauw te vallen; -zorg voor frisse lucht en leg het slachtoffer plat neer; -stel het slachtoffer gerust, zodra bijkomt, -laat het slachtoffer 10 minuten blijven liggen.

26 Stoornissen in het bewustzijn 8.Bewusteloosheid In de eerstehulpverlening onderscheiden we twee niveaus van bewustzijn: -een slachtoffer is bij bewustzijn; -een slachtoffer is bewusteloos.

27 Stoornissen in het bewustzijn Slachtoffer reageert Een slachtoffer dat goed reageert op aanspreken en normale antwoorden geeft, is zich bewust van zijn omgeving en is dus bij bewustzijn. Ademhaling en bloedsomloop behoeven niet apart gecontroleerd te worden. Ga eventueel verder met het behandelen van het letsel.

28 Stoornissen in het bewustzijn Slachtoffer reageert niet -spreek het slachtoffer aan en vraag “Gaat het?” -schud het slachtoffer heel voorzichtig aan de schouders en spreek hem nogmaals aan. -reageert het slachtoffer nog steeds niet, dan is hij bewusteloos. Er is sprake van een verstoorde hersenfunctie. Deze stoornis kan een eerste hulpverlener niet opheffen. Laat zo snel mogelijk een ambulance komen.

29 Stoornissen in het bewustzijn Bewustzijnsdaling In sommige gevallen kan sprake zijn van een bewustzijnsdaling. -het slachtoffer reageert wel; -antwoorden zijn onsamenhangend; -slachtoffer is agressief of juist heel opgewekt.

30 Stoornissen in het bewustzijn Doen! -probeer in gesprek te blijven zodat hij niet het bewustzijn verliest; -zorg voor deskundige hulp.

31 Stoornissen in het bewustzijn  Demonstratie en inoefenen: Benaderen van een slachtoffer dat op zijn rug ligt

32 Stoornissen in het bewustzijn

33  Demonstratie en inoefenen: Benaderen van een slachtoffer dat op zijn buik ligt

34 Stoornissen in het bewustzijn

35  Demonstratie en inoefenen: Buik- naar rugligging

36 Stoornissen in het bewustzijn

37

38

39

40

41 Samenvatting: 1.Eerstehulpverlening is gericht op de drie vitale functies: hersenfunctie, ademhaling en bloedsomloop. 2.Letsels en ziekten kunnen leiden tot stoornissen in het bewustzijn. 3.Oorzaken van stoornissen in het bewustzijn kunnen zijn: beroerte, epilepsie, flauwte, suikerziekte en een ongeval. 4.Om een slachtoffer goed te kunnen beoordelen, moet hij op zijn rug liggen. Uitzondering zijn ongevalslachtoffers deze worden bij voorkeur niet verplaatst.

42 Stoornissen in het bewustzijn Zijn er nog vragen?


Download ppt "Stoornissen in het bewustzijn In dit hoofdstuk komt aan de orde: Achtergrondinformatie Stoornissen in het bewustzijn door ziekte en letsels De vitale."

Verwante presentaties


Ads door Google