De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, 2000-20081 Piramidebaan Psychomotorische banen kruisen in de medulla oblongata (verlengde merg) dus.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, 2000-20081 Piramidebaan Psychomotorische banen kruisen in de medulla oblongata (verlengde merg) dus."— Transcript van de presentatie:

1 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Piramidebaan Psychomotorische banen kruisen in de medulla oblongata (verlengde merg) dus van R-hersenhelft naar L-lichaamhelft Motorische banen en centra tezamen noemen we piramidale systeem, t.b.v. de willekeurige bewegingen basale kernen vormen ook motorisch centrum alleen t.b.v. reflexen en onwillekeurige bewegingen => extrapiramidale systeem

2 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Piramidaal versus extrapiramidaal Piramidaal zijn afdalende vezels meeste kruisen in hersenstam (piramidekruising) verder in ruggenmergsegment homolaterale door naar motoneuron, fijne motoriek extrapiramidaal ook afdalend, meeste kruisen pas in het betreffende ruggenmergsegment, dus heterolateraal naar motoneuron, grove motoriek, speelt rol bij automatismen en reflexen

3 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, De 2 efferente hoofdrouten 1 = hersenschors 2 = heterolateraal afdalend extrapiramidale baan 3 = homolateraal afdalend piramide baan 4 = motoneuron LG, fig , blz. 283

4 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, ï LG, fig , blz. 315

5 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, liquorcirculatie van de hersenen De nummers tussen haakjes verwijzen naar de nummers in figuur hiervoor. Zijventrikels (2) en plexus choroideus (7)  3e ventrikel (4)  aquaduct cerebri = kanaal van Sylvius (5)  4e ventrikel (6)  arachnoïdale ruimte (1)  veneuze sinussen  vena jugularis interna

6 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, LG, fig , blz. 316

7 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Reflexen Ruggenmerg is laagste niveau van CZS Ruggenmerg is de verbinding tussen perifere afferente (sensorische) en efferente (motorische) zenuwen. Reflex is een automatische activiteit (motorisch) van een orgaan op een sensorische prikkel. –Punaise voet => terugtrekken voet –ruiken eten => water in de mond

8 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Reflexschakeling Reflex moet van afferent (sensorisch) direct naar efferent (motorisch). Indeling reflexcentra: –spinale reflexen (via ruggenmerg) –hersenstamreflexen (via hersenstam) –corticale reflexen (via grote hersenen) Bewustwording treedt pas op na REACTIE

9 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Huidreflex 1 ruggenmerg 2 voorwortel 3 achterwortel 4 spinaal ganglion (ruggenmerg zenuwknoop) 5 motorische zenuw naar spier 6 spier 7 huid 8 sensibele zenuw van de huid

10 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Voorbeelden reflexen (onbewust) Speekselreflex (bij ruiken van eten of eten) ademreflex (ademhaling prikkel) accommodatiereflex (aanpassen pupil) lidslagreflex (ooglid) kniepeesreflex (onder knieschijf, been omhoog) braakreflex kokhalsreflex hoestreflex

11 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Onderdelen reflexboog Reflexboog is weg van impuls van de sensor tot effector –sensor of zintuig –afferente zenuw (sensorisch neuron) –reflexcentrum (schakelneuron, een of meer) in ruggenmerg, hersenstam of hersenen –efferente zenuw (motorisch neuron) –effector (spiervezel of klierweefsel)

12 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Voorwaardelijke onvoorwaardelijke reflexen Pasgeborene heeft zuigreflex, grijpreflex, terugtrekreflex, hoestreflex –Dat zijn onvoorwaardelijke reflexen Andere zijn voorwaardelijke reflexen of geconditioneerde reflexen –individu bepaald –ene mens loopt langs McDonalds en loopt daarbij het water in de mond, de ander walgt –Hond van Pavlow, bel horen dan speeksel

13 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Monosynaptische reflexen monosynaptische reflexen geen schakelneuron (kniepeesreflex) –afferente zenuw schakelt direct naar efferente zenuw –ook wel enkelvoudige reflex genoemd –snelle reactietijd

14 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, achterhoorn 2 voorhoorn 3 bovenbeenspier 4 motorisch eindplaatje 5 dijbeen 6 sensibel neuron 7 spinaal ganglion 8 motoneuron 9 efferente vezel motoneuron 10 afferente vezel sensibel neuron 11 rekkinggevoelige strekspier 12 knieschijf 13 rekkinggevoelige strekspier 14 kniepees LG, fig a, blz. 288 Kniepeesreflex LG, fig a, blz. 288 Ter voorkoming van gewrichtsschade

15 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Multisynaptische reflex multisynaptische reflex hebben een of meer schakelneuronen (terugtrekreflex) –tussen afferent en efferent een schakelneuron –ook wel samengestelde reflexen genoemd –zowel gekruist als ongekruist –gekruist wil zeggen kruist de mediaan, gaat dus van ene lichaamshelft naar de andere oftewel van de ene laterale zijde naar de andere

16 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, achterhoorn 2 schakelneuron 3 voorhoorn 4 motorische voorhoorn 5 voorwortel 6 motorische zenuw 7 spier 8 motorisch eindplaatje 9 achterwortel 10 spinaal ganglion 11 spierspoel 12 gemengde zenuw 13 huid LG, fig b, blz. 288 Terugtrekreflex

17 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, Reciproke remming Als een spier samentrekking dan wordt automatische de antagonistische spier gestrekt oftewel als de buiger buigt dan strekt de strekspier door een reflectoire reactie anders gezegd, door het buigen wordt het spierspoeltje in de strekker geprikkeld en geeft een reactie zodat strekking plaatsvindt

18 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, sensibel neuron uit de spier 2 motorisch neuron naar dezelfde spier 3 strekspier been 4 zijtak van het sensibel neuron 5 motorisch neuron naar buigspier been 6 buigspier van het been Kromme pijlen exciteren Rechte pijlen remmingproces LG, fig , blz. 287 Reciproke remming

19 ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, homolateraal opstijgend 2 homolateraal horizontaal 3 heterolateraal opstijgend 4 heterolateraal horizontaal homolateraal = blijft aan dezelfde zijde (links of rechts) heterolateraal = kruist naar de overliggende lichaamshelft LG, fig , blz. 283 Afferente reflexroutes sensibele neuronen zijn afferent en heterolateraal motorische neuronen zijn efferent en homolateraal


Download ppt "ANZN 1e leerjaar - Les 20 - © Matthieu Berenbroek, 2000-20081 Piramidebaan Psychomotorische banen kruisen in de medulla oblongata (verlengde merg) dus."

Verwante presentaties


Ads door Google