De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

α1 contracts M3 M3 contracts β relaxes Cholinerge receptoren agonist antagonist para (NE)muscarine* atropine ganglianicotine(*) ggl.blockers NMJnicotine*

Verwante presentaties


Presentatie over: "α1 contracts M3 M3 contracts β relaxes Cholinerge receptoren agonist antagonist para (NE)muscarine* atropine ganglianicotine(*) ggl.blockers NMJnicotine*"— Transcript van de presentatie:

1

2 α1 contracts M3 M3 contracts β relaxes

3 Cholinerge receptoren agonist antagonist para (NE)muscarine* atropine ganglianicotine(*) ggl.blockers NMJnicotine* curare Cholinesteraseremmer (en ook evt CZS)

4 nicotine

5 Risk of AMI associated with numbers smoked, by age group p for interaction < 0·0001. Nev=never smokers. Form=former smokers. 1–19=currently smoking 1–19 cigarettes per day. ≥20=currently smoking 20 or more cigarettes per day. Lancet

6 Risk of AMI with increasing numbers of cigarettes smoked, compared with never smokers, Lancet

7 Prevalence of smoking by region and sex F=female. M=male. N Am=North America. W Eur=western Europe. Aus/NZ=Australia and New Zealand. E/C Eur=eastern and central Europe. M East=Middle East. Afr=Africa. S Asia=South Asia. Ch/HK=China and Hong Kong. Jap/SEA=Japan and southeast Asia. Latin Am=Latin America.

8 second hand tobacco smoke (SHS)

9 Risk of AMI associated with extent of exposure to SHS, adjusted for smoking status in all individuals and in never smokers Graded increase in risk occurs with increasing exposure. In never smokers, the decreasing number of individuals who were exposed to higher levels of SHS resulted in loss of robustness of the data at the highest level of exposure.

10 Inhibitie van cholinerge neurotransmissie agonist antagonist para (NE)muscarine atropine ea ganglianicotine ggl.blockers NMJnicotine curare

11 muscarinereceptorblokkers atropine= hyoscyamine scopolamine= hyoscine M3 specifiek: thiotropium (COPD)

12 Anticholinerge effecten TCA fenothiazines, thioxantenen carbamazepine H1-blokkers Cyproheptadine Disopyramide ……

13 catecholaminen = di-hydroxy-fenylethylaminen fenylethylamine NH- β-  - adrenaline3OH, 4OH-methylβ OH NA 3OH, 4OH -Hβ OH dopamine 3OH, 4OH -H amfetamine-H -CH3 is geen catecholamine

14 Adrenerge neurotransmissie  -methyltyrosine -  in lever phenylalanine

15 ← phenylalanine - high affinity catecholamine carrier in wand vesikels: inhibitie door reserpine - presynaptische cholinerge receptoren  TCA, cocaine in lever 60% 40%

16 Neuronale opname en heropname Uptake 1:NA > A > isopropyl-NA opname presynaptisch, in sympatische zenuwuiteinden belangrijkste methode van beëindigen werking NA geremd door cocaïne, amfetamine, efedrine, tricyclische antidepressiva Uptake II: niet zo stereoselectief, minder vlug verzadigd opname postsynaptisch en in andere weefsels; daarna snelle biotransformatie = niet-neuronale opname van NA

17 metabolisme catecholaminen in urine ~ catecholamine turnover

18 receptor  1  2β1β2 noradrenaline adrenaline isopropylNA clonidine-+++--

19

20

21

22 Indirecte sympatomimetica 1. Opname via uptake 1  verdrijft NA uit granulen  NA vrijgezet  NA-effect op α- en  -receptoren 2. Inhibitie van uptake 1 TCA, cocaïne 3. Inhibitie van MAO IMAO’s 4. Beperkte intrinsieke activiteit op α- en  - receptoren  ander profiel dan NA α α  1 ++  2 +

23 Indirecte sympatomimetica Fenomeen van tachyfylaxis

24 Obesitas en farmacotherapie augustus 2007 minne casteels body-mass index (BMI) is the weight in kilograms divided by the square of the height in meters Centrale stimulantia

25 Amfetamines -doping -addictie -anorexigeen -ADHD -narcolepsie augustus 2007 minne casteels Centrale stimulantia

26 -ADHD (vragen over long term cv-effecten?) -narcolepsie methylfenidaat (narcolepsie en ADHD) atomoxetine (enkel ADHD, NA reuptake inhibitor) modafinil (enkel narcolepsie) augustus 2007 minne casteels Centrale stimulantia

27 amfetamines en afgeleiden addictiepotentieel cardiovasculaire risico’s geen evidentie voor blijvend effect af te raden als eetlustremmers o.w.v.

28 Historisch: eetlustremmers fenfluramine –dexfenfluramine (stimuleert vrijzetting van serotonine en inhibeert zijn reuptake) cardiovasculaire toxiciteit: pulmonale hypertensie klepdefecten

29 Orlistat Xenical ® inhibitor van maag- en pancreaslipase vermindert absorptie van vet uit dieet AE: steatorrhee (daarom vetinname beperken), verlies vetoplosbare vitamines samen met dieetmaatregelen –bij BMI ≥ 30 kg/m 2 –bij BMI ≥ 28 kg/m 2 i.a.v. andere risicofactoren

30 Sibutramine Reductil ® bloeddruk en F 5HT en NA (en dopamine) reuptake blokker max 1 jaar

31 Rimonabant Acomplia ® cannabinoid receptor antagonist (CB1) bij BMI ≥ 30 kg/m 2 bij BMI ≥ 27 kg/m 2 i.a.v. andere risicofactoren (diabetes type 2, hyperlipidemie) safety concerns: psychiatric (verdubbelen van aantal depressies) CI: depressie of combinatie met antidepressiva

32 Bariatrische heelkunde bewezen effect op mortaliteit, daling diabetes type 2, cf.NEJM

33 Bray G. N Engl J Med 2007;357: Comparison of Data from Two Studies on Mortality Associated with Bariatric Surgery

34 Sjostrom L et al. N Engl J Med 2007;357: Cause of Death

35 Sjostrom L et al. N Engl J Med 2007;357: Mean Percent Weight Change during a 15-Year Period in the Control Group and the Surgery Group, According to the Method of Bariatric Surgery

36 Sjostrom L et al. N Engl J Med 2007;357: Unadjusted Cumulative Mortality

37 Adams T et al. N Engl J Med 2007;357: Survival According to BMI in the Surgery Group and the Control Group Vb BMI m en 134 kg

38  -Blokkers niet-selectieve  (  1 en  2)receptorantagonisten, zonder intrinsieke sympatomimetische activiteit (ISA): –propranolol –timolol –sotalol niet-selectieve  (  1 en  2)receptorantagonisten, met intrinsieke sympatomimetische activiteit: –pindolol  1-selectieve receptorantagonisten, zonder intrinsieke sympatomimetische activiteit: –atenolol –metoprolol  1-selectieve receptorantagonisten, met intrinsieke sympatomimetische activiteit: –acebutolol  - en  -blokkerende activiteit: –labetolol (  1-blokkerend) –carvedilol –buccindolol

39 Dopaminerge NT vnl. NT in CZS beperkte distributie in ortosympatisch ZS hypofyse: dopaminerge neuronen vanuit hypothalamus naar hypofyse (inhibitie prolactine, stimulatie GH release) Synthese cf. A en NA Afbraak MAO en COMT Dopamine inactief per os Dopamine gaat niet door BBB

40 Adrenerge neurotransmissie  -methyltyrosine -  in lever phenylalanine  granulen

41 Dopaminerge NT D1D2 BV (nier en mesent.) dilatatie maag ↓maaglediging CRZ (medulla oblongata)braken Hypofysevoorkwab↓ prolactinesecr.

42 Dopaminerge NT Klinisch gebruik dopamine-agonisten Dopamine: cardiogene shock Prolactinoom: bromocriptine, cabergoline.. Stoppen melksecretie: cabergoline (Dostinex) M Parkinson

43 Dopaminerge NT Klinisch gebruik dopamine-antagonisten buiten CZS D 2 -antagonisten: metoclopramide, domperidone Cave EPS (dystonie)

44 Serotoninerge Transmissiesystemen serotonine (5 ‑ HT) komt voor in hersenen (oa hypofyse als precursor van melatonin) enterochromaffiene cellen in GI (90% bij de mens); zenuwcellen myenterische plexus orthosympathische zenuwuiteinden nociceptieve zenuwuiteinden thrombocyten (active carrier mechanism)

45 serotonine, 5-HT maat voor serotonine-afbraak bij normaal dieet Snelheidsbeperkende stap  ringmethylatie tot 5-methoxytryptamine (NT in CZS) opname in bloedplaatjes

46 Serotoninerge synaps

47 Effecten van 5-HT erg variabel in functie van species en fysiologische toestand, wat veralgemeningen bemoeilijkt enorm aantal receptoren, waarvan voor een aantal zelfs de fysiologische functie ongekend is

48 Effecten van 5-HT ZS CZS Perifeer: –GI en braakcentrum –nociceptieve zenuwuiteinden (pijn) long: fysiologisch niet veel effect bij mens CV: contractie via (vnl.) 5-HT2 dilatatie skeletspier en hart (endotheel nodig) venoconstrictie bloedplaatjesaggregatie (5-HT2) GI : tonus en peristalsis ↑ (5HT2 op gladde spierreceptoren en stimulatie op enterische neuronen) Skeletspier: 5HT2 receptoren, rol?

49 5 ‑ HT agonisten 5 ‑ HT1 xx agonisten Buspirone selectief anxiolyticum Sumatriptan (en andere triptanen) behandeling van zware migraine-aanval (cave coronaire spasme, CI!) Ergotamine is een partiële agonist van α ‑ receptoren en een partiële agonist van 5 ‑ HT1- receptoren LSD: op dopaminereceptor én op 5HT-receptor in CZS

50 5HT-receptorantagonisten Blokkers van 5 ‑ HT2 ‑ receptoren: niet selectief Methysergide is tevens een partiële agonist op 5 ‑ HT1 ‑ receptoren. Cyproheptadine is ook een H1 ‑ blokker (en anticholinerge effecten) Methysergide en cyproheptadine blokkeren de symptomen van het carcinoïd syndroom Methysergide wordt gebruikt in de preventieve behandeling van migraine Selectieve blokker van 5 ‑ HT3 ‑ receptoren –ondansetron sterk anti-emetisch

51 Purinerge neurotransmissie P1 en P2-Receptoren P1-receptoren: G-proteïne-gekoppelde receptoren: effect op adenylaatcyclase P1 omvat A1 A2 en A3 receptoren Transductie: A1: c ‑ AMP A2: c ‑ AMP

52 Astma-COPD Genetische factoren Milieufactoren: in een economisch sterkere en hoger opgeleide maatschappij: welke factoren zijn verantwoordelijk voor toename van astma en allergie????????????

53 Asthma pathogenesis The pathology of asthma is characterised by various changes in the airways including mucus plugging, shedding of epithelial cells, thickening of the basement membrane, engorgement of the vessels, and angiogenesis, inflammatory cell infiltration, and smooth muscle hypertrophy and hyperplasia. The pathogenesis of asthma can be broadly subdivided into inflammatory and remodelling components.

54 At-risk signs in a patient with asthma On routine review Previous visit to intensive-care unit or cardiorespiratory arrest from asthma Frequent admissions or visits to an accident and emergency department Excessive use of β agonists by nebuliser or inhaler Failure to take inhaled corticosteroids despite symptoms or exacerbations Large fluctuations in peak-flow rate During an exacerbation A quiet chest, distress, and difficulty in speaking Tachycardia and an unrecordable peak-flow rate High arterial carbon dioxide tension and low arterial oxygen tension or oxygen saturation measurement when breathing air

55 Aims of management To enable a patient with asthma to: Achieve as normal a lifestyle as possible, including a normal exercise tolerance Avoid night-time wakenings due to asthma Avoid exacerbations Avoid important adverse effects from treatment—now and in the future

56 Failure of treatment Poor compliance with treatment, especially inhaled corticosteroids, continues to be an important cause of poor asthma control and much effort is needed to ensure that patients understand why prophylactic treatment needs to be taken regularly and the dangers of poor compliance. Particular care is needed for patients who are more likely to be non-compliant such as adolescents, the poor and socially deprived, and patients with psychosocial problems.

57 pharmacotherapy Drugs should be given by inhalation when possible so that the same beneficial effect can be achieved with a much smaller dose, thus causing lower systemic drug concentrations and fewer systemic adverse effects. The large number of inhalation devices available causes confusion and asthma nurses can often help patients to find an inhaler that they can use effectively.

58 β2-agonisten Glucocorticoïden Anticholinergica Methylxanthines: theofyllines Leukotrieenantagonisten: zafirlukast, montelukast Natriumchromoglycaat (ketotifen: evidentie????) Cyclosporin, MTX, omalizumab …..

59 Omalizumab, Xolair® gehumaniseerd monoclonaal antilichaam voor ernstig persistent allergisch astma met positieve huidtest tegen allergeen enkel bij overtuigend IgE-gemedieerd astma

60 Guidelines (en regelmatige updates) Global initiative for astma the global strategy for diagnosis, management and prevention of COPD


Download ppt "α1 contracts M3 M3 contracts β relaxes Cholinerge receptoren agonist antagonist para (NE)muscarine* atropine ganglianicotine(*) ggl.blockers NMJnicotine*"

Verwante presentaties


Ads door Google