De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Jorinde zong :. Wanneer iemand binnen honderd meter van het kasteel kwam, moest hij stilstaan en kon zich niet meer verroeren.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Jorinde zong :. Wanneer iemand binnen honderd meter van het kasteel kwam, moest hij stilstaan en kon zich niet meer verroeren."— Transcript van de presentatie:

1 Jorinde zong :

2 Wanneer iemand binnen honderd meter van het kasteel kwam, moest hij stilstaan en kon zich niet meer verroeren.

3 Hij viel voor de oude vrouw op de knieën en smeekte haar om hem Jorinde terug te geven.

4 Hij streepte dak weg

5 Hij plukte de bloem en ging ermee naar het kasteel.

6 Hij zocht tot aan de negende dag.

7 Joringel keek door de struiken en zag vlakbij de oude muur van het kasteel.

8 Vaak liep hij rond het kasteel, maar hij kwam nooit te dichtbij.

9 Joringel ging weg en kwam uiteindelijk in een vreemd dorp.

10 En ze leefden nog lang en gelukkig met elkaar.

11 Jorinde was in een nachtegaal veranderd die tuwiet, tuwiet zong.

12 Ze ging in de zon zitten en klaagde.

13 Toen hij dichtbij het kasteel gekomen was, verstijfde hij niet, maar hij liep door tot aan de deur.

14 Zij gumde tak uit

15 Toen hoorde hij ze fluiten.

16 Eindelijk kwam de oude vrouw terug en zei met een doffe stem :

17 Wanneer het maantje in het kooitje schijnt, maak los Zachiël, op het juiste moment ".

18 De uil vloog in een struik en direct kwam er een kromme, oude vrouw uit tevoorschijn.

19 Alles wat hij met de bloem aanraakte werd van de betovering bevrijd.

20 Joringel keek naar Jorinde.

21 De zon stond nog maar half boven de berg en voor de helft was ze al onder.

22 en ten lange leste gaf de noordenwind het op.

23 Juist op dat moment kwam er een reiziger aan, die gehuld was in een warme mantel.

24 Joringel kon niets zeggen, niet van z'n plaats komen.

25 Joringel liep dag en nacht en droeg de bloem naar het kasteel.

26 De noordenwind en de zon.

27 Ze vloog hem om de hals en was zo mooi als vroeger.

28 Joringel kon zich niet meer bewegen.

29 Ze was geel en mager.

30 Jorinde huilde een beetje.

31 Een uil met gloeiende ogen vloog drie keer om hen heen en schreeuwde drie keer oehoe, oehoe, oehoe.

32 Joringel lette niet op haar en bekeek de kooien met de vogels.

33 Ze kwamen overeen dat degene die het eerst erin zou slagen de reiziger zijn mantel te doen uittrekken de sterkste zou worden geacht.

34 De noordenwind en de zon waren erover aan het redetwisten wie de sterkste was van hun beiden.

35 Hij stond erbij als van steen, kon niet huilen, niet praten, geen hand of voet bewegen.

36 Joringel ging naar binnen, liep over de binnenplaats en luisterde goed of hij de vele vogels kon horen.

37 Ze kon dieren en vogels naar zich toe lokken.

38 Ze waren verdrietig, alsof ze moesten sterven.

39 Ze was mooier dan alle andere meisjes en was verloofd met de knappe Joringel.

40 Hij schrok en werd doodsbang.

41 Het was een mooie avond.

42 Hij liep in de richting van het gefluit en vond de zaal.

43 Nu kon de heks niet meer toveren, en Jorinde stond weer voor hem.

44 Toen hij zo rondkeek, merkte hij, dat de oude vrouw stiekem een vogelkooitje wegpakte en daarmee naar de deur liep.

45 's Morgens, nadat hij wakker werd, begon hij door berg en dal naar zo'n bloem te zoeken.

46 Snel sprong hij erheen en raakte het kooitje en de oude vrouw aan met de bloem.

47 Ze keken om zich heen en waren verdwaald.

48 Ze mompelde wat, ving de nachtegaal en droeg die in haar hand weg.

49 Daarin woonde een oude heks helemaal alleen.

50 In het midden lag een grote dauwdruppel, zo groot als de mooiste parel.

51 Toen vond hij de bloem in de vroege ochtend.

52 Overdag veranderde ze zich in een kat of een uil, maar 's avonds werd ze weer een mens.

53 Het heldere zonlicht scheen tussen de boomstammen door in het donkere groen van het bos.

54 Maar ze kon niet bij hem in de buurt komen.

55 Hij hoorde wak zeggen

56 Joringel werd heel blij, raakte de deur aan met de bloem en de deur sprong open.

57 Dit duurde totdat de heks hem met een spreuk verloste.

58 Zij gumde pak uit

59 " Gegroet Zachiël.

60 Hij streepte bak weg

61 Hij riep, hij huilde, hij jammerde, maar het was allemaal voor niets.

62 Om eens rustig samen te kunnen praten, gingen ze in het bos wandelen.

63 Daar hoedde hij lange tijd de schapen.

64 Daarna begon de zon krachtig te stralen, en hierop trok de reiziger onmiddellijk zijn mantel uit.

65 " Oh, wat moet er van mij worden? "

66 Er waren vele honderden nachtegalen, hoe moest hij nou Jorinde terugvinden?

67 Wanneer er echter een onschuldig meisje te dicht bij haar kasteel kwam, veranderde de heks haar in een vogel en sloot haar op in een kooitje.

68 Die dieren slachtte, kookte en braadde ze dan.

69 De tortelduif zong klagelijk in de oude beuk.

70 Hij hoorde vak zeggen

71 Op een keer droomde hij 's nachts dat hij een bloedrode bloem vond met in het midden een prachtige grote parel.

72 Daarna veranderde hij ook alle andere vogels weer in meisjes en ging met zijn Jorinde naar huis.

73 De noordenwind moest dus wel bekennen dat de zon van hun beiden de sterkste was.

74 Maar ze zei dat hij Jorinde nooit meer terug zou krijgen en ging weg.

75 De noordenwind begon toen uit alle macht te blazen, maar hoe harder ie blies, deste dichter trok de reiziger zijn mantel om zich heen;

76 Ze schold, tierde en spuwde gif en gal naar hem.

77 Ook droomde hij dat hij daardoor zijn Jorinde teruggekregen had.

78 Ze wisten niet meer hoe ze thuis moesten komen.

79 " Pas op ", zei Joringel, " dat je niet te dicht bij het kasteel komt ".

80 Nu was er eens een meisje dat Jorinde heette.

81 De nachtegaal was weg.

82 Ze had grote rode ogen en een kromme neus die met de punt tot aan haar kin kwam.

83 Daar was de heks bezig de vogels in hun zevenduizend kooien te voeren.

84 Mijn vogeltje met het rode ringetje Zingt lijden, lijden, lijden :

85 Nu was de zon ondergegaan.

86 Ze zouden over een paar dagen gaan trouwen en ze hadden veel plezier met elkaar.

87 Het zingt voor het duifje, zingt voor zijn dood, Zingt lijden, lij, tuwiet, tuwiet, tuwiet.

88 Joringel klaagde ook.

89 Dat kooitje bracht ze dan naar een zaal van haar kasteel.

90 Er was eens een oud kasteel midden in een diep en donker bos.

91 Ze had wel zevenduizend kooien met zulke bijzondere vogels in haar kasteel.

92 Toen was Joringel verlost.

93 Toen ze Joringel zag werd ze kwaad, heel erg kwaad.


Download ppt "Jorinde zong :. Wanneer iemand binnen honderd meter van het kasteel kwam, moest hij stilstaan en kon zich niet meer verroeren."

Verwante presentaties


Ads door Google