De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Lesplanning Binnenkomst Intro Vragen huiswerk Uitleg docent. Let op: § 6 (= 2 lessen) Opgaven maken: Van maanden naar weken en van weken naar maanden nog.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Lesplanning Binnenkomst Intro Vragen huiswerk Uitleg docent. Let op: § 6 (= 2 lessen) Opgaven maken: Van maanden naar weken en van weken naar maanden nog."— Transcript van de presentatie:

1 Lesplanning Binnenkomst Intro Vragen huiswerk Uitleg docent. Let op: § 6 (= 2 lessen) Opgaven maken: Van maanden naar weken en van weken naar maanden nog niet maken! Afsluiting van de les. Lokaal verlaten.

2 DEEL 1 - Hoe noem je uitkomsten? - Rekenen met breuken - Decimalen - Afronden van bedragen

3 Hoe noem je uitkomsten? Optellen: 2+3= 5. De uitkomst, 5, noemen we de som. Aftrekken: 6-2= 4. De uitkomst, 4, noemen we het verschil. Vermenigvuldigen: 2*3= 6. De uitkomst, 6, noemen we het product. Delen: 8:4 = 2. De uitkomst, 2, heet het quotiënt.

4 Rekenen met breuken Wat is 1/5 deel van 100 mensen? 100 mensen : 5 = 20 mensen. Dus 1/5 deel van 100 = 20 mensen Wat is 3/5 deel van 100 mensen? 1/5 deel zijn 20 mensen Dus 3/5 deel is 1/5 * 3 = 60 mensen

5 Wat is 1/8 deel van 320 euro? 320 euro : 8 = 40 euro. Dus 1/8 deel van 320 euro = 40 euro Wat is 5/8 deel van 320 euro? 1/8 deel is 40 euro Dus 5/8 deel is 1/8 * 5 = 200 euro

6 Decimalen 1 decimaal = 1,5 dus 1 cijfer achter de komma.. 2 decimalen = 1,52 dus 2 cijfers achter de komma. 3 decimalen = 1,524 dus 3 cijfers achter de komma.

7 Afronden van bedragen De cijfers 5,6,7,8 en 9 worden naar boven afgerond De cijfers 1,2,3,4 worden naar beneden afgerond. 11,4 wordt bij afronden op heel bedrag 11 11,5 wordt bij afronden op heel bedrag 12 10,77 wordt bij afronden op één decimaal 10,8 20,348 wordt bij afronden op twee decimalen 20,35 31,3469 wordt bij afronden op drie decimalen 31,347

8 DEEL 2 - Rekenen met kwartalen, maanden, weken en dagen

9 Omrekenen doe je altijd via het jaarbedrag! Een jaar heeft: -12 maanden -4 kwartalen -52 weken -365 dagen Een maand heeft geen 4 weken!!!!

10 Wat?Hoeveel in één jaar?Hoe reken ik dan het jaarbedrag uit? Een kwartaal4 keerkwartaalbedrag x 4 Een maand12 keermaandbedrag x 12 Een week52 keerWeekbedrag x 52 Een dag365 keerDagbedrag x 365 Omrekenen van een week naar een maand of van een maand naar een week doe je altijd via het jaarbedrag! Wat?Hoeveel in één jaar?Hoe reken ik dan het jaarbedrag uit? €40 per kwartaal4 keer€40 x 4 = €160 €10 per maand12 keer€10 x 12 = €120 €2 per week52 keer€2 x 52 = €104 €0,5 per dag365 keer€0,5 x 365 = €182,5

11 Als je het jaarbedrag weet kun je het kwartaalbedrag, het maandbedrag, het weekbedrag of het dagbedrag uitrekenen. Wat?Hoeveel in één jaar?Hoe reken ik dan het jaarbedrag uit? Een kwartaal4 keerkwartaalbedrag x 4 Een maand12 keermaandbedrag x 12 Een week52 keerWeekbedrag x 52 Een dag365 keerDagbedrag x 365 jaarbedrag: 4 = kwartaalbedrag jaarbedrag: 12 = maandbedrag jaarbedrag: 52 = weekbedrag jaarbedrag: 365 = dagbedrag

12 1) Je verdient 100 euro per maand, hoeveel is dit per dag? Omrekenen doe je altijd via het jaarbedrag! Dus: 100 euro x 12 maanden = 1200 per jaar. Er zitten 365 dagen in een jaar. Dus: 1200 euro / 365 dagen = 3,30 euro 2) Je verdient 200 euro per kwartaal, hoeveel is dit per week? Een kwartaal heeft 3 maanden. Dus er zijn 4 kwartalen in het jaar! Dus: 200 euro x 4 kwartalen = 800 euro per jaar Dus: 800 euro / 52 weken = 15,40 euro


Download ppt "Lesplanning Binnenkomst Intro Vragen huiswerk Uitleg docent. Let op: § 6 (= 2 lessen) Opgaven maken: Van maanden naar weken en van weken naar maanden nog."

Verwante presentaties


Ads door Google