De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Zwangerschap en geboorte Paragraaf 7. Zwangerschap Een eicel wordt bevrucht en innesteling in het baarmoederslijmvlies vindt plaats. Het baarmoederslijmvlies.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Zwangerschap en geboorte Paragraaf 7. Zwangerschap Een eicel wordt bevrucht en innesteling in het baarmoederslijmvlies vindt plaats. Het baarmoederslijmvlies."— Transcript van de presentatie:

1 Zwangerschap en geboorte Paragraaf 7

2 Zwangerschap Een eicel wordt bevrucht en innesteling in het baarmoederslijmvlies vindt plaats. Het baarmoederslijmvlies wordt niet afgestoten en menstruatie vindt niet meer plaats.  De vrouw is zwanger. Een zwangerschap duurt ongeveer 38 weken (van bevruchting tot bevalling). Het kind dat zich tijdens de zwangerschap in de baarmoeder ontwikkelt noemt men een embryo.

3 Het baarmoederslijmvlies van een vrouw die zwanger wordt.

4 Van eisprong tot innesteling.

5 Een bevruchtte eicel.

6 Innesteling Wanneer een eicel in de eileider bevrucht wordt dan begint deze eicel zich te delen. Uit de bevruchtte eicel ontstaat een klompje cellen. Het klompje cellen nestelt zich in het baarmoederslijmvlies. Innesteling van het klompje cellen is 5 tot 7 dagen na de eisprong. Het klompje cellen groeit uit tot een kind.

7 De eerste celdelingen van een bevruchtte eicel.

8 Baarmoederslijmvlies Na innesteling zorgt het baarmoederslijm- vlies de eerste weken voor voeding van het embryo. Daarna ontstaat de placenta (wordt ook wel moederkoek genoemd).

9 Het embryo bevindt zich in het baarmoederslijmvlies (tijdens de eerste weken van de zwangerschap).

10 Placenta De placenta is een speciaal deel van de baarmoederwand (ontstaan op de plek waar de eicel zich ingenesteld had). Bloedvaten van de moeder lopen in de placenta vlak langs bloedvaten van het embryo. Zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen worden in de placenta tussen de bloedvaten van de zwangere vrouw en die van het embryo uitgewisseld.

11 Het embryo in de baarmoeder.

12 Navelstreng Het embryo is door de navelstreng verbonden met de placenta. Door de navelstreng lopen bloedvaten. Door de bloedvaten in de navelstreng stroomt bloed van het embryo naar de placenta en weer terug. Zuurstof en voedingsstoffen worden vervoerd naar het embryo. Afvalstoffen worden naar de placenta vervoerd.

13 Vruchtvliezen en vruchtwater Om het embryo liggen twee vruchtvliezen. Binnen deze vruchtvliezen bevindt zich een vloeistof, het vruchtwater. Het embryo drijft in het vruchtwater. Het vruchtwater beschermt het embryo tegen stoten, uitdrogen en wisselende temperatuur. Het embryo kan zich in het vruchtwater makkelijk bewegen.

14 Het embryo, de navelstreng en de placenta.

15 Groei en ontwikkeling van het embryo in de eerste twee maanden.

16 Ontwikkeling van het embryo vanaf de vierde maand. 4 de maand 5 de maand 6 de maand 7 de maand 8 ste maand 9 de maand

17 Geboorte van een kind De geboorte van een kind wordt ook wel een bevalling genoemd. De bevalling kan worden verdeeld in drie fasen: ontsluiting uitdrijving nageboorte

18

19 Weeën De eerste verschijnselen van een bevalling zijn meestal de weeën. Weeën zijn de samentrekkingen van de spieren in de baarmoederwand. Weeën vinden met tussenpozen plaats.

20 Ontsluiting Tijdens de weeën wordt de onderkant van de baarmoeder steeds wijder. Dit noemt men de ontsluiting. Bij de ontsluiting breken de vruchtvliezen meestal. Hierdoor vloeit het vruchtwater via de vagina weg uit het lichaam. De ontsluiting moet voldoende zijn om het hoofdje van het kind door te laten. Deze fase van de bevalling kan tot wel 20 uur duren.

21 De eerste weeën komen. De bevalling begint. De onderkant van de baarmoeder wordt steeds wijder. De ontsluiting wordt steeds groter. De vruchtvliezen breken en het vruchtwater verlaat het lichaam.

22 Uitdrijving De weeën worden steeds krachtiger. Tijdens de weeën trekken nu ook de spieren in de buikwand zich samen. Deze weeën noemt men persweeën. Door de persweeën wordt het kind naar buiten geperst. Uitdrijving duurt van enkele seconden tot wel twee uur.

23 De ontsluiting moet voldoende zijn om het hoofdje van het kind te laten passeren. De weeën worden steeds krachtiger en de spieren in de buikwand trekken zich samen. De uitdrijving kan enkele seconden tot wel twee uur duren. Als het hoofdje van de baby eenmaal door het geboortekanaal is, volgt de rest van het lichaam meestal snel. Door persweeën wordt de baby uit het lichaam van de vrouw geperst.

24 Direct na de uitdrijving Slijmresten worden verwijderd uit de mond en luchtwegen van de pasgeboren baby. De navelstreng wordt afgeklemd en doorgeknipt. Bij de baby ontstaat een soort litteken op de buik, de navel. Pasgeboren baby’s beginnen meestal direct te huilen. De ademhaling is op gang gekomen.

25 Nageboorte Ongeveer 15 minuten na de geboorte van de baby worden de placenta, de resten van de navelstreng en de vruchtvliezen uitgedreven. We noemen dit de nageboorte. Een verloskundige of arts controleert of de nageboorte compleet is (er mogen geen resten in de baarmoeder achterblijven).

26 Door spieren in de baarmoederwand worden de placenta, Navelstreng en resten van de vruchtvliezen losgewoeld. De nageboorte wordt ongeveer 15 minuten na de baby uitgedreven.

27 Na de geboorte worden slijmresten uit de mond en neus van de baby gehaald. Meestal begint een pasgeboren baby direct te huilen. Ademhaling is op gang gekomen. Ongeveer 15 minuten na uitdrijving van de baby worden de placenta en de resten van vruchtvliezen en de navelstreng uitgedreven. We noemen dit de nageboorte. De navelstreng wordt afgeklemd en doorgeknipt. Bij het kind ontstaat een soort litteken op de buik, de navel.

28 Stuitligging Meestal ligt een baby aan het eind van de zwangerschap omgekeerd (hoofd naar beneden) in de baarmoeder. Wanneer een baby rechtop in de baarmoeder ligt, dan noemen we dit een stuitligging. Bij een normale bevalling komt eerst het hoofdje naar buiten. Wanneer sprake is van een stuitligging, dan komt bij de bevalling eerst het kontje of een voetje naar buiten.

29 normale liggingstuitligging

30 Voeding na bevalling (zogen) Tijdens de zwangerschap ontwikkelen de melkklieren in de borsten zich. De borsten worden hierdoor groter. Melkklieren produceren moedermelk, voeding voor pasgeboren baby’s. Wanneer het kind geboren wordt, dan is het lichaam van de moeder klaar om het kind te voeden. Het geven van borstvoeding wordt ook zogen genoemd.

31 Een moeder geeft borstvoeding aan haar kind.

32 De melkklieren ontwikkelen zich tijdens de zwangerschap. De borsten worden hierdoor groter.


Download ppt "Zwangerschap en geboorte Paragraaf 7. Zwangerschap Een eicel wordt bevrucht en innesteling in het baarmoederslijmvlies vindt plaats. Het baarmoederslijmvlies."

Verwante presentaties


Ads door Google