De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hersenen en geslachtshormonen: over neurosteroïden, seksueel gedrag en de hersencyclus. Petra De Sutter Petra De Sutter UZ Gent.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hersenen en geslachtshormonen: over neurosteroïden, seksueel gedrag en de hersencyclus. Petra De Sutter Petra De Sutter UZ Gent."— Transcript van de presentatie:

1 Hersenen en geslachtshormonen: over neurosteroïden, seksueel gedrag en de hersencyclus. Petra De Sutter Petra De Sutter UZ Gent

2 Inleiding hersenen voortplantingseksualiteit

3 hersenen voortplantingseksualiteit steroïden neurosteroïden ?

4 1. Seksuele differentiatie en dimorfisme van de hersenen 2. Seksualiteit en hersenen 3. Oestrogenen, humeur en cognitie

5 Werking van steroïden Oestradiol: –Bindt op ER-α en op ER-β (verschillende weefseldistributie, ook in de hersenen) –Traag en langdurend genomisch effect Klassiek effect –Snel en kortdurend non-genomisch effect Seksuele differentiatie hersenen? Plasticiteit hersenen ? –T -> aromatase -> E2 (differentiatie in mannelijke richting ~ hogere dosis E2, o.a. de novo)

6

7 Werking van steroïden Oestradiol: –is ’ neurotroof ’: induceert synapsformatie, gaat de synapsdestructie oiv progesteron tegen remt apoptose en is anti-oxydans –Induceert progesteron receptoren (progesteron doet E2 receptoren dalen!) Progesteron –Allopregnanolon (metaboliet en neurosteroïd): bindt centraal op GABA-A receptor (centrale inhibitie -> sedatief-hypnotisch cfr barbituraten) –>< pregnenolon: GABA antagonist !

8 Prenatale steroïden en de hersenen  Steroïdreceptoren:  limbisch systeem (hypothalamus en amygdala)  Regelt « overlevings » gedrag zoals honger, dorst, agressie, reproductie  Sexueel dimorfe hersenkernen (knaagdieren) -> hypothalamus  Mannetjes: A -> E2 -> mannelijk fenotype  Geen LH surge op E2 stijging, agressief seksueel gedrag  Vrouwtjes: E2 vnl gebonden en niet voorbij bloed-hersenbarrière -> vrouwelijk fenotype  Wel LH surge op E2 stijging, receptief seksueel gedrag  Omkeerbaar door castratie (M->V) of androgeentherapie (V->M)

9

10 Seksueel dimorfisme van de hersenen  Mens: dimorfisme aangetoond, bepaalde kernen groter bij mannen dan bij vrouwen, behalve bij homoseksuelen (INAH3 – 3rd interstitial nc of the anterior hypothalamus) en transseksuelen (BSTc - bed-nucleus of the stria terminalis)  Mol Brain res (2003): differentiële genexpressie (50tal genen) in de hersenen bij muizen, vóór steroïd differentiatie !

11 GenderMannelijkVrouwelijk GedragDominant, competitiefSociaal, intuïtief agressief emotioneel InzichtRuimtelijk, abstractVerbaal, artistiek Lateralisatie+++- C. Callosummindermeer connecties INAH3grootklein Seksueel dimorfisme thv de hersenen

12 “nature” hersenen Primaire & secundaire seksuele kenmerken hormonen “nurture” - Permanente structurele invloeden - Reversibele effecten -T -E2

13

14 steroïden en seksueel gedrag Knaagdieren: –perivulatoir: seksueel receptief (lordose) –postovulatoir: vijandig tov mannetjes

15

16 Hersenen en seksualiteit bij de vrouw  Androgenen: verhogen libido, seksuele fantasieën en motivatie bij de vrouw (Money 1961)  Female Sexual Dysfunction: stoornissen van seksuele begeerte, opwinding, orgasme stoornissen en seksuele pijnsyndromen  43% van alle vrouwen  Masters/Johnson en Kaplan model = typisch mannelijk (begeerte -> opwinding -> orgasme -> resolutie) Sex drive hormonen zelfbeeld Houding tov sex partnerrelatie

17 Hersenen en seksualiteit bij de vrouw  Female Sexual Dysfunction: stoornissen van seksuele begeerte, opwinding, orgasme stoornissen en seksuele pijnsyndromen (International Consensus Classification System(1999)) I. Sexual desire disorders A. Hypoactive sexual desire disorder (33%) B. Sexual aversion disorder (phobic) II. Sexual arousal disorder (lubrication) (20%) III.Orgasmic disorder (25%) IV. Sexual pain disorder A. Dyspareunia B. Vaginismus C. Other sexual pain disorders (non-coital) (V. Sexual satisfaction disorder ? -20%)

18 Hypothese - Invloed van testosteron op libido 1. Directe invloed op libido zelf (AR receptoren in limbisch systeem) 2. Via een centraal effect op stemming, ‘energie’, assertiviteit, ‘well-being’ en motivatie 3. Als precursor van E2 in hypothalamus belangrijk voor vrouwelijke seksuele functie en zelfbeeld 4. Direct vasomotorisch effect op vaginale doorbloeding en lubrificatie

19 Fysiologie van androgenen bij de vrouw Testosteron 17  -Oestradiol HERSENEN bot, vetweefsel, huid, vasculaire endothel en glade spier, ovarium, placenta Aromatase 5  -DHT 5  reductase types 1 & 2 in androgeen responsieve weefsels

20 Androgene productie bij de premenopauzale vrouw Bijnier Testosteron 40-50%Androstenedion40-50% 10-20%DHEA50-60% 0%DHEAS90% 25%-35% Perifere conversie 50% 25%

21 Androgene productie bij de postmenopauzale vrouw Bijnier Testosteron  20%Androstendion  70% 10-20% DHEA  50-60% 0%DHEAS90% 40-50% Perifere conversie 40% 10%

22 Androgene productie bij de vrouw na OE Bijnier Testosteron  20%Androstendion  70% 10-20% DHEA  50-60% 0%DHEAS90% 40-50% Perifere conversie 40% 10%

23 Het CZS en coïtus Perifeervisuele, tactiele, auditieve of reukprikkels Lokaal aanraking/stimulatie genitalia sensoriële banen sacrale spinale tractus autonome reflexen (secretie, spiercontracties) Centraalsensoriële cortex: bewuste perceptie limbisch systeem: plezier hypothalamus stimulatie hypofyse: FSH, LH en oxytocine

24 Oxytocine, het « love hormone » Oxytocine: - gesecreteerd door hypothalamus -> hypofyse onder invloed van diverse prikkels (cervicovaginaal, tepels) - piekt tijdens masturbatie/coïtus met orgasme - doet uterus samentrekken (semen transport) - belang tijdens de arbeid, piekt onmiddellijk postpartum (inductie van materneel gedrag) - stijgt bij prikkels vanwege de baby (geluid, zicht, gedachten) -> piekt tijdens het zuigen - parallel met oxytocine pieken ook de endorfines (pijn en plezier, bonding) - wordt uitgelokt door aanraking, knuffelen, intimiteit, bonding (ook gestimuleerd door E2: belang voor de vrouw groter dan de man?)

25 Lust Attraction Attachment Oestrogenen Androgenen Dopamine Noradrenaline Serotonine  Oxytocine Vasopressine 3 emotie-motivatie systemen die instaan voor het paren, reproductie en ouderschap

26 Het hypo-oestrogeen continuum van de vrouwelijke hersenen  PMS/PMDD, postnatale depressie en perimenopause:  Depressie, slaapstoornissen, irritabiliteit, angst en paniekaanvallen, geheugen- en cognitieve dysfunctie, gedaald ‘well-being’ gevoel  Gemeenschappelijk: oestrogeen deprivatie !  E2: veroorzaakt stijging van dopamine, norepinefrine, serotonine en beta-endorfines, vermindert MAO activiteit  E2 stimuleert het NN-methyl-D-aspartaat (NMDA) netwerk: excitatie (>< GABAa balanceert het NMDA netwerk): bvb meer epilepsie preovulatoir, ‘restless legs’ syndroom  Progesteron: veroorzaakt daling van amines, stijging van MAO activiteit ‘mood changes’  Neurosteroïden: de novo gesynthetiseerd uit cholesterol in de hersenen ~ geen verband met serumspiegels

27 E2 P ovulatie serotonine PMS/PMDD

28 Geheugen, cognitie en oestrogenen  Hippocampus: centrum van korte termijn geheugen en cognitie < wordt door E2 gemodelleerd  E2 doet acetylcholine en lokale doorbloeding stijgen waardoor imprinting van nieuwe gegevens beter gebeurt  E2 substitutie verbetert korte termijn geheugen en cognitie, beschermt tegen Alzheimer (primaire, zeker geen secundaire preventie) ???  WHI-Memory Study (JAMA mei 2003):  Cognitieve functie slechter bij 6.7% E+P behandelde vrouwen  Vs 4.8% placebo  -> in vitro is progesteron neuroprotectief (potentialiseert E2), doch MPA NIET (eerder antagonist)!  Belang van SERMs?

29 Dank U voor Uw aandacht !


Download ppt "Hersenen en geslachtshormonen: over neurosteroïden, seksueel gedrag en de hersencyclus. Petra De Sutter Petra De Sutter UZ Gent."

Verwante presentaties


Ads door Google