De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Elasticiteiten Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Elasticiteiten Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit."— Transcript van de presentatie:

1 Elasticiteiten Klik om verder te gaan

2 Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit ga je met de pijltjestoets  (of  ). Werk alle sheets rustig door. Als je iets niet meteen snapt kun je terug gaan naar een vorige uitleg met de pijltjestoets  (of  ). Klik om verder te gaan.

3 Elasticiteiten Voor een producent is het heel belangrijk dat hij informatie heeft over het gedrag van zijn concurrenten en zijn klanten. Hij wil o.a. weten hoe de vraag naar zijn product verandert onder invloed van: -een prijsverandering van zijn product. -een prijsverandering van andere goederen. Het berekenen van zgn. elasticiteiten (of: elasticiteitscoëfficiënten) helpt hem bij het beantwoorden van deze vragen.

4 Elasticiteiten Elasticiteit = % ∆ Prijs % ∆ Hoeveelheid Teken:Minteken:Geeft aan dat er een negatief verband is tussen oorzaak en gevolg: oorzaak   gevolg  oorzaak   gevolg  (= tegengestelde reactie) Plusteken:Geeft aan dat er een positief verband is tussen oorzaak en gevolg: oorzaak   gevolg  oorzaak   gevolg  (= gelijkgerichte reactie) Waarde:Geeft aan met hoeveel % het gevolg verandert als de oorzaak met 1% verandert. Betekenis van de uitkomst: (geldt voor alle elasticiteiten)

5 Elasticiteiten Soorten elasticiteiten: 1) Prijselasticiteit (van de vraag) 2) Kruiselingse elasticiteit 3) Inkomenselasticiteit

6 Prijselasticiteit van de vraag Geeft aan welke invloed een (%) prijsverandering heeft op de gevraagde hoeveelheid. qv1 = de oude gevraagde hoeveelheid, qv2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid, p1 = de oude prijs, p2 = de nieuwe prijs

7 Prijselasticiteit van de vraag Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen Bij p1 = 2,50 is qv1 = 3.000, bij p2 = 1,50 is qv2 = qv1 = de oude gevraagde hoeveelheid, qv2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid, p1 = de oude prijs, p2 = de nieuwe prijs Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

8 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv1 = qv2 = p1 = 2,50 p2 = 1,50

9 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen Stap 2: bereken 2 keer de procentuele verandering; de procentuele verandering van de hoeveelheid en die van de prijs qv1 = qv2 = p1 = 2,50 p2 = 1,50 %∆qv = n – o / o x 100% %∆p = n – o / o x 100%

10 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qv / %∆p qv1 = qv2 = p1 = 2,50 p2 = 1,50 %∆qv = ((6.000 – 3.000) / 3.000) x 100% =+100% %∆p = ((1,50 – 2,50) / 2,50) x 100% = -40%

11 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen De uitkomst van de elasticiteit met de methode !!! qv1 = qv2 = p1 = 2,50 p2 = 1,50 %∆qv = ((6.000 – 3.000) / 3.000) x 100% =+100% %∆p = ((1,50 – 2,50) / 2,50) x 100% = -40% = - 2,5 421

12 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen De conclusie: het min teken geeft aan dat er een negatief verband is tussen de p en de qv. Het getal geeft de mate van verandering. qv1 = qv2 = p1 = 2,50 p2 = 1,50 %∆qv = ((6.000 – 3.000) / 3.000) x 100% =+100% %∆p = ((1,50 – 2,50) / 2,50) x 100% = -40% = - 2,5

13 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1a (Normale goederen) pennen De conclusie: het min teken geeft aan dat er een negatief verband is tussen de p en de qv. Het getal geeft de mate van verandering. qv1 = qv2 = p1 = 2,50 p2 = 1,50 %∆qv = ((6.000 – 3.000) / 3.000) x 100% =+100% %∆p = ((1,50 – 2,50) / 2,50) x 100% = -40% = - 2,5 Conclusie: Als p↑↓ met 1%  qv↓↑ met 2,5%

14 Prijselasticiteit van de vraag Voorbeeld 1b (Status artikelen) Ferrari’s Bij p1 = is qv1 = 20, bij p2 = is qv2 = 21 qv1 = de oude gevraagde hoeveelheid, qv2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid, p1 = de oude prijs, p2 = de nieuwe prijs Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

15 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1b (Status artikelen) Ferrari’s Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv1 = 20 qv2 = 21 p1 = p2 =

16 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1b (Status artikelen) Ferrari’s Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qv / %∆p %∆qv = ((21 – 20) / 20) x 100% = +5% %∆p = (( – ) / ) x 100% = +5% qv1 = 20 qv2 = 21 p1 = p2 =

17 = + 1 De methode © D’Elfant Voorbeeld 1b (Status artikelen) Ferrari’s Stap 4: reken de elasticiteit uit met: %∆qv / %∆p %∆qv = ((21 – 20) / 20) x 100% = +5% %∆p = (( – ) / ) x 100% = +5% qv1 = 20 qv2 = 21 p1 = p2 = Conclusie: Als p↑↓ met 1%  qv↑↓ met 1%

18 Elastisch of inelastisch De vraag kan verschillend reageren op een prijsverandering:

19 Volkomen elastisch of inelastisch

20 Elasticiteiten De betekenis van de elasticiteiten is voor een ondernemer van enorm belang !!!!!!!! Als een ondernemer de elasticiteit kent van zijn product(en) kan hij zijn prijsbeleid daarop aanpassen !!! In bovenstaande schema is duidelijk te zien voor de ondernemer welk prijsbeleid hij moet voeren.

21 Kruiselingse elasticiteit Geeft aan welke invloed een (%) prijsverandering van goed ‘y’ heeft op de gevraagde hoeveelheid van goed ‘x’. qvx1 = oude gevraagde hoeveelheid naar x, qvx2 = nieuwe gevraagde hoeveelheid naar x, py1 = oude prijs van goed y, py2 = nieuwe prijs van goed y

22 Kruiselingse elasticiteit Voorbeeld 2a (Substitutiegoederen) Boter en margarine Bij p boter 1 = 2 is qv margarine 1 = 10, bij p boter 2 = 3 is qv margarine 2 = 18 qv margarine 1 = de oude gevraagde hoeveelheid margarine, qv margarine 2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid margarine, p boter 1 = de oude boterprijs, p boter 2 = de nieuwe boterprijs Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

23 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2a (Substitutiegoederen) Boter en margarine Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv marg. 1 = 10 qv marg. 2 = 18 p boter 1 = 2 p boter 2 = 3

24 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2a (Substitutiegoederen) Boter en margarine Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qvy / %∆px qv marg. 1 = 10 qv marg. 2 = 18 p boter 1 = 2 p boter 2 = 3 %∆qv marg. = ((18 – 10) / 10) x 100% = +80% %∆p boter = ((3 – 2) / 2) x 100% =+50%

25 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2a (Substitutiegoederen) Boter en margarine Stap 4: trek de conclusie Conclusie: Als p boter ↑↓ met 1%  qv margarine ↑↓ met 1,6% = + 1,6 qv marg. 1 = 10 qv marg. 2 = 18 p boter 1 = 2 p boter 2 = 3 %∆qv marg. = ((18 – 10) / 10) x 100% = +80% %∆p boter = ((3 – 2) / 2) x 100% =+50%

26 Kruiselingse elasticiteit Voorbeeld 2b (Complementaire goederen) Shag en vloeitjes Bij p shag 1 = 4 is qv vloei 1 = 40, bij p shag 2 = 5 is qv vloei 2 = 20 qv vloei 1 = de oude gevraagde hoeveelheid vloeitjes, qv vloei 2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid vloeitjes, p shag 1 = de oude shagprijs, p shag 2 = de nieuwe shagprijs Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

27 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2b (Complementaire goederen) Shag en vloeitjes Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv vloei 1 = 40 qv vloei 2 = 20 p shag 1 = 4 p shag 2 = 5

28 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2b (Complementaire goederen) Shag en vloeitjes Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qvy / %∆px %∆qv (vloei) = ((20 – 40) / 40) x 100% = -50% %∆p (shag) = ((5 – 4) / 4) x 100% =+25% qv vloei 1 = 40 qv vloei 2 = 20 p shag 1 = 4 p shag 2 = 5

29 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2b (Complementaire goederen) Shag en vloeitjes Stap 4: trek de conclusie Conclusie: Als p shag ↑↓ met 1%  qv vloeitjes ↓↑ met 2% = - 2 %∆qv (vloei) = ((20 – 40) / 40) x 100% = -50% %∆p (shag) = ((5 – 4) / 4) x 100% =+25% qv vloei 1 = 40 qv vloei 2 = 20 p shag 1 = 4 p shag 2 = 5

30 Kruiselingse elasticiteit Voorbeeld 2c (Overige, zonder relatie) Vis en fietsen Bij p vis 1 = 10 is qv fietsen 1 = 100, bij p vis 2 = 12 is qv fietsen 2 = 100 qv fietsen 1 = de oude gevraagde hoeveelheid fietsen, qv fietsen 2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid fietsen, p vis 1 = de oude visprijs, p vis 2 = de nieuwe visprijs Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

31 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2c (Overige, zonder relatie) Vis en fietsen Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv fietsen 1 = 100 qv fietsen 2 = 100 p vis 1 = 10 p vis 2 = 12

32 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2c (Overige, zonder relatie) Vis en fietsen Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qvy / %∆px %∆qv (fietsen) = ((100 – 100) / 100) x 100% = 0% %∆p (vis) = ((12 – 10) / 10) x 100% = +20% qv fietsen 1 = 100 qv fietsen 2 = 100 p vis 1 = 10 p vis 2 = 12

33 De methode © D’Elfant Voorbeeld 2c (Overige, zonder relatie) Vis en fietsen Stap 4: trek de conclusie Conclusie: Als p vis↑↓ met 1%  qv fietsen blijft onveranderd = 0 %∆qv (fietsen) = ((100 – 100) / 100) x 100% = 0% %∆p (vis) = ((12 – 10) / 10) x 100% = +20% qv fietsen 1 = 100 qv fietsen 2 = 100 p vis 1 = 10 p vis 2 = 12

34 Inkomenselasticiteit Geeft aan welke invloed een (%) inkomensverandering heeft op de gevraagde hoeveelheid. qv1 = oude gevraagde hoeveelheid, qv2 = nieuwe gevraagde hoeveelheid, i1 = oude inkomen, i2 = nieuwe inkomen

35 Inkomenselasticiteit Voorbeeld 3a (Noodzakelijke goederen) Brood Bij i1 = is qv 1 = 50, bij 12 = is qv = 55 qv 1 = de oude gevraagde hoeveelheid brood, qv 2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid, i1 = het oude inkomen, i2 = het nieuwe inkomen Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

36 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3a (Noodzakelijke goederen) Brood Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv 1 = 50 qv 2 = 55 i1 = i2 = 2.500

37 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3a (Noodzakelijke goederen) Brood Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qv / %∆i qv 1 = 50 qv 2 = 55 i1 = i2 = %∆qv = ((55 – 50) / 50) x 100% = +10% %∆i = ((2.500 – 2.000) / 2.000) x 100% =+25%

38 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3a (Noodzakelijke goederen) Brood Stap 4: trek de conclusie Conclusie: Als i ↑↓ met 1%  qv brood ↑↓ met 0,4% (inelastisch) = + 0,4 qv 1 = 50 qv 2 = 55 i1 = i2 = %∆qv = ((55 – 50) / 50) x 100% = +10% %∆i = ((2.500 – 2.000) / 2.000) x 100% =+25%

39 Inkomenselasticiteit Voorbeeld 3b (Luxe goederen) Blu Ray DVD Bij i1 = is qv 1 = 5, bij 12 = is qv = 7,5 qv 1 = de oude gevraagde hoeveelheid, qv 2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid, i1 = het oude inkomen, i2 = het nieuwe inkomen Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

40 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3b (Luxe goederen) Blu Ray DVD Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv 1 = 5 qv 2 = 7,5 i1 = i2 = 2.500

41 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3b (Luxe goederen) Blu Ray DVD Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qv / %∆i %∆qv = ((7,5 – 5) / 5) x 100% = +50% %∆i = ((2.500 – 2.000) / 2.000) x 100% =+25% qv 1 = 5 qv 2 = 7,5 i1 = i2 = 2.500

42 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3b (Luxe goederen) Blu Ray DVD Stap 4: trek de conclusie Conclusie: Als i ↑↓ met 1%  qv blu ray ↑↓ met 2% (elastisch) = + 2 qv 1 = 5 qv 2 = 7,5 i1 = i2 = %∆qv = ((7,5 – 5) / 5) x 100% = +50% %∆i = ((2.500 – 2.000) / 2.000) x 100% =+25%

43 Inkomenselasticiteit Voorbeeld 3c (inferieure goederen) Spek, gehakt Bij i1 = is qv 1 = 40, bij 12 = is qv = 38 qv 1 = de oude gevraagde hoeveelheid, qv 2 = de nieuwe gevraagde hoeveelheid, i1 = het oude inkomen, i2 = het nieuwe inkomen Hoe reken je de elasticiteit uit en wat is de betekenis ? Met de methode !!!!!

44 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3c (inferieure goederen) Spek, gehakt Stap 1: noteer de 4 gegevens telkens in onderstaande volgorde qv 1 = 40 qv 2 = 38 i1 = i2 = 2.500

45 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3c (inferieure goederen) Spek, gehakt Stap 3: reken de elasticiteit uit met: %∆qv / %∆i %∆qv = ((38 – 40) / 40) x 100% = -5% %∆i = ((2.500 – 2.000) / 2.000) x 100% =+25% qv 1 = 40 qv 2 = 38 i1 = i2 = 2.500

46 De methode © D’Elfant Voorbeeld 3c (inferieure goederen) Spek, gehakt Stap 4: trek de conclusie Conclusie: Als i ↑↓ met 1%  qv spek, gehakt ↓↑ met 0,2% = - 0,2 qv 1 = 40 qv 2 = 38 i1 = i2 = %∆qv = ((38 – 40) / 40) x 100% = -5% %∆i = ((2.500 – 2.000) / 2.000) x 100% =+25%

47 Elasticiteiten EINDE


Download ppt "Elasticiteiten Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit."

Verwante presentaties


Ads door Google