De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Module ribCTH1 Construeren van een Tennishal Week 03 Studiejaar 2007 - 2008 Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek IBB.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Module ribCTH1 Construeren van een Tennishal Week 03 Studiejaar 2007 - 2008 Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek IBB."— Transcript van de presentatie:

1 1 Module ribCTH1 Construeren van een Tennishal Week 03 Studiejaar Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek IBB

2 2 Opgave#1

3 3 Uitwerking#1 - Reactiekrachten

4 4 Uitwerking#1 - Dwarskrachtenlijn

5 5 Uitwerking#1 - Momentenlijn

6 6 Gerberligger

7 7

8 8

9 Statisch bepaald? 3 oplegreacties, 3 evenwichtsvoorwaarden dus statisch bepaald Kinematisch onbepaald! 4 oplegreacties, 3 evenwichtsvoorwaarden dus statisch onbepaald 4 oplegreacties, 4 evenwichtsvoorwaarden dus statisch bepaald

10 Enkele principes: Kinematisch onbepaald: – Minder oplegreacties dan evenwichtsvoorwaarden – Niet stabiel! Statisch en kinematisch bepaald: – Evenveel evenwichtsvoorwaarden als oplegreacties Statisch onbepaald (en kinematisch bepaald): – Minder evenwichtsvoorwaarden dan oplegreacties

11 Stabiliteit scharnieren Statisch onbepaald. 7 krachten minus 3 evenwichtsvoorwaarden geeft 4 scharnieren. goed fout goed

12 12 Werkende belastingen q = 2kN/m1 A B S1S2 C S3 DE

13 13 Werkende belastingen

14 14 Bepalen krachten op gerberligger Deel S1-S2  q = 2 kN/m  Q = 2 * 5 = 10 kN  S1 = S2 = ½ qL = 5 kN Deel A-S1 = Deel S3-E  Som momenten tov A = 0  -5 * 8 – 2 * 8 * 4 + Fb * 7 = 0  Fb = 14,86 kN  Som verticale krachten is nul  ,86 – Fa = 0  Fa=6,14 kN

15 15 Bepalen krachten op gerberligger Deel S2-S3  Som van de momenten tov C = 0  5*1+2*1*1/2-12*3+6*S3=0  -30=-6S3  S3=5 kN  Som verticale krachten is nul  Fc=0  Fc=14 kN

16 16 D-lijn gerberligger Vmax = 7,86 kN

17 17 Momentenlijn gerberligger Deel A-B 6,14 kN / 2 kN/m = 3,07 m -(3,07 * 6,14) / 2 = - 9,42 kNm -6,14 * 7 – 14 * 3,5 = 6,02 kNm Deel B-C 6,02-(7 * 3,5) / 2 = - 6,23 kNm -6,23 + (7 * 3,5) / 2 = 6,02 kNm Overige delen symmetrisch.

18 18 Momentenlijn gerberligger Mmax = 9,42 kNm (veldmoment)

19 19 Schuifspanning (τ) Als een kracht F op vlak CDGF werkt, zal het bovenste blokje materiaal willen afschuifen over vlak BCDE In dit vlak ontstaat dan een gemiddelde schuifspanning.

20 20 Schuifspanning (τ) Door een schuifkracht ontstaan er schuifspanningen. De schuifspanning is gelijk aan de schuifkracht gedeeld door de afschuivende oppervlakte (= l * b) τ = F / A (kN/mm 2 ) (τ is de gemiddelde schuifspanning (tau)) De schuifspanning waarbij nog juist geen breuk optreedt noemen we de schuifsterkte τ B De schuifsterkte waarmee we de waarde van τ toetsen is fv f v = f u / γ m

21 21 Dwarskracht en schuifspanning Schuifspanningen zijn voor de meeste materialen moeilijker te verwerken dan normaalspanning. De materiaalschuifspanning (f v ) is meestal aanzienlijker lager dan de trekspanning (f t ) Schuifspanningen komen altijd in onderlinge loodrechte paren voor. Langsschuifkrachten (denk aan losse stapel planken) worden in een massieve balk tegengewerkt door de materiaalschuifspanningen.

22 22 Dwarskracht en schuifspanning Als in een vlak langsschuifspaningen werken, dan zullen in het vlak loodrecht hierop ook schuifspanningen werken. De schuifspanning (τ dwars ) in de dwarsdoorsnede (verticale vlakken) kunnen alleen optreden als er ook schuifspanningen (τ langs ) optreden in de horizontale vlakken. Op de plaats van de neutrale laag is de schuifspanning maximaal.

23 23 Dwarskracht en schuifspanning Verduidelijking Dus door een dwarskracht wordt er een gemiddelde schuifspanning τ opgewekt. τ gemid = F d /A Bij en rechthoekige doorsnede is de schuifspanning niet gelijkmatig over de doorsnede verdeeld. De schuifspanning is namelijk maximaal in het neutrale vlak en nul in de bovenste en de onderste balkvezels. τ max = 1,5 * F d /b*h (in N/mm 2 ) Voor I-profielen en kokerliggers, waarvan het lijf relatief dun is t.o.v de flenzen, mag worden aangenomen dat de schuifspanning wel gelijkmatig verdeeld is over de doorsnede. Unity Check; U.C. = τ max /f v < 1 (in N/mm 2 )

24 24 Dwarskracht en schuifspanning

25 25 Schuifspanning I-profiel

26 26 Schuifspanning I-profiel

27 27 Sterke – en zwakke as Y-as = de sterke as Groot Weerstandsmoment Groot Traagheidsmoment Z-as = de zwakke as Klein Weerstandsmoment Klein Traagheidsmoment

28 28 Buiging om de zwakke as (z-as)

29 29 Buiging om de sterke as (y-as)

30 30 Traagheidsmoment

31 31 Traagheidsmoment

32 32 Traagheidsmoment

33 33 Traagheidsmoment

34 34 Weerstandsmoment De waarde I / e wordt het weerstandsmoment tegen buigen van de doorsnede genoemd. Wb = I / e (in mm3) Het weerstandsmoment tegen buigen van een doorsnede is gelijk aan het lineair traagheidsmoment van deze doorsnede, gedeeld door de uiterste vezelafstand.

35 35 Traagheidsmoment Het traagheidsmoment is de denkbeeldige weerstand van een doorsnede tegen vervorming. Hoe groter het traagheidsmoment van een doorsnede, des te groter is de weerstand van de doorsnede van de balk tegen doorbuigen. M.a.w. hoe hoger de balk is, hoe groter het traagheidsmoment wordt en hoe minder de doorbuiging. Het traagheidsmoment is dus een maat voor sterkte en stijfheid van de liggerdoorsnede. Let op: Het traagheidsmoment is niet in alle richtingen even groot. De traagheidsmomenten van de verschillende buigingsrichtingen (y – as en z-as) zijn verschillend.

36 36 Traagheids- en weerstandsmoment in een rechthoekige doorsnede Het lineaire traagheidsheidsmoment van een rechthoekige doorsnede bedraagt:  Iy = 1/12 * b * h 3 in mm 4  Iz = 1/12 * h * b 3 in mm 4 Het weerstandsmoment van een rechthoekige doorsnede bedraagt:  Wy = 1/6 * b * h 2 in mm 3  Wz = 1/6 * h * b 2 in mm 3

37 37 Bepaal afmetingen houten gerberligger Berekening op sterkte Gelamineerde ligger, neem voor de breedte 112 mm Buigspanning is 21 N/mm 2 M max = Nmm Wy = / 21 = 449 * 10 3 mm 3 Wy =1/6*b*h 2 h=sqr(( / (1/6 * 112)) = 155 mm

38 38 Schuifspanning houten ligger Controle op schuifspanning V max = 7,86 kN fv = 1.5 *(7860 / 112*150) = 0,7 N/mm 2 Schuifspanning gegeven = 2,4 N/mm 2 U.C = 0,7/2,4 ≤1 AKKOORD

39 39 Bepaal afmeting IPE-profiel Berekening op sterkte M max = 9,42 kNm Buigspanning = 235 N/mm 2 Wy = /235 = 40 * 10 3 mm 3 Uit tabel kies IPE 120 (Wy=53*10 3 mm 3 ) U.C = 40/53 ≤ 1 AKKOORD

40 40 Schuifspanning IPE-profiel IPE120 f y = 235 N/mm 2 Vmax = 7,86 kN

41 41 Schuifspanning IPE-profiel V z;u;d =0,58 * h d * t w * f y;d V z;u;d =0,58 * (114 –(2*8) * 5 * 235 V z;u;d = N = 67 kN U.C. = 7,86 / 67 ≤ 1 Sterkte op afschuiving is akkoord

42 42 Matrixframe constructie

43 43 Matrixframe profielen

44 44 Matrixframe opleggingen

45 45 Matrixframe scharnieren

46 46 Matrixframe lasten

47 47 Matrixframe berekening

48 48 Matrixframe resultaten

49 49 Matrixframe resultaten

50 50 Matrixframe resultaten

51 51 Matrixframe - rapport

52 52 Afmetingen

53 53 Schematiseren

54 54 Schematiseren

55 55 Schematiseren

56 56 Schematiseren

57 57 EINDE Docent: M.J.Roos


Download ppt "1 Module ribCTH1 Construeren van een Tennishal Week 03 Studiejaar 2007 - 2008 Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek IBB."

Verwante presentaties


Ads door Google