De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Voorbereiding post 1 ‘n Oogje op kleuren Groep 4-5.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Voorbereiding post 1 ‘n Oogje op kleuren Groep 4-5."— Transcript van de presentatie:

1 Voorbereiding post 1 ‘n Oogje op kleuren Groep 4-5

2 Welkom bij IVN Valkenswaard Dit is de Powerpointserie als voorbereiding op post 1: ‘n Oogje op kleuren, voor groep 4 en 5. Inhoud: Algemeen Verhaal over de infoborden en proefjes Spel Werkvel Opruimen

3 Algemeen Post 1 heeft een hoek nodig die af en toe verduisterd kan worden. Inrichting van de post: tafeltje dichtbij het linkerbord (met de deurtjes), voor de proef met het prisma. Tafel met genoeg stoelen voor de kinderen en de begeleider. Stopcontact in de buurt om de zaklamp te kunnen opladen die bij de proefjes gebruikt wordt. Tussendoor zal af en toe de verlichting aan en uit moeten worden gedaan, zorg dat de lichtschakelaar voor de begeleider makkelijk bereikbaar is en dat de begeleider weet waar de scha- kelaar zit. Worden er op de post werkvellen gebruikt, zorg dan voor (kleur) potloden.

4 In het werkboek dat op de post ligt vindt u achter het tabblad ‘Groep 4-5’ op papier alle informatie over deze post. Neem voor verhaal en proefjes niet meer dan 10 minuten en de rest van de tijd voor het spel. Het werkblad kan op school worden gemaakt, dit hoeft niet op de post.

5 Verhaal en proefjes Op de post willen we de kinderen de volgende dingen duidelijk maken: Wit licht, zoals het licht van de zon, is geen licht van één enkele kleur, maar het is een mengsel van verschillende kleuren licht (het kleurenspectrum). Voorwerpen zijn gekleurd omdat ze uit het kleurenspectrum sommige kleuren opnemen en andere kleuren terugkaatsen. De kleur die wordt teruggekaatst is de kleur die wij zien. Zo is gras groen omdat het alle kleuren van de regenboog opneemt behalve groen. Groen wordt teruggekaatst en daarom heeft gras een groene kleur. De kleuren om ons heen kunnen we zien met onze ogen. Maar niet ieder dier ziet hetzelfde. Sommige dieren zien geen, of minder kleuren dan wij. Andere dieren kunnen kleuren zien die mensen niet kunnen zien.

6 Linkerbord Licht van de zon of van een lamp noemen we wit. Is ‘wit’ een kleur? Daarvoor doen we een proefje. Het kleurenspectrum Achter de luiken van het linkerbord is een wit vlak om op te kunnen projecteren. Maak eerst de schuifjes boven en onder los; open dan de luiken. schuifjes

7 Proef ‘Regenboog’ Materiaal voor deze proef: Opstelling met prisma (in de krat met materialen, gemerkt met ‘Proef Regenboog’) Oplaadbare zaklamp (in stekkerdoos bij de post) dicht klappen behuizing prisma

8 Werkwijze: Schuif het venster met ‘wit licht’ tussen de haakjes. Zet de zaklamp zoals aangegeven in de opstelling. steek de haakjes door de gaatjes in het opzetstuk op de lamp laat de lamp rustig naar beneden kantelen – onderop zorgt een schroefje voor de juiste positie ‘wit licht’

9 Zet het geheel op tafel en laat de witte pijl naar het witte vlak op het linkerbord wijzen. Zet de zaklamp aan en doe de verlichting uit. Op het bord is nu een stukje regenboog te zien. Draai de opstelling eventueel iets bij zodat de kleuren mooi in het midden van het witte vlak vallen. UIT AAN

10 Kijk met de kinderen naar deze ‘regenboog’. Het witte licht uit de zaklamp is niet echt wit maar het is een mengsel van kleuren! In wit licht zitten rood – oranje – geel – groen – blauw – indigo (= donkerblauw) – violet (= paars): het kleurenspectrum. Doe de verlichting weer aan en zet de zaklamp uit. Doe de luiken van het bord dicht en kijk nog eens naar de regenboog die bovenaan het rechterluik staat. Weten de kinderen de kleuren nog? (De termen ‘infrarood’ en ‘ultraviolet’ worden bij groep 4-5 niet uitgelegd.) Steek na de laatste groep de zaklamp weer in de stekkerdoos om op te laden!

11 Kleuren zien Alles om ons heen heeft kleur. Wat gebeurt er als we iets gekleurd zien? We zien het licht dat door het voorwerp teruggekaatst wordt. Als alle kleuren licht teruggekaatst worden zien we een wit voorwerp. Maar bijvoorbeeld gras is groen. Dat komt doordat gras alle kleuren licht opneemt behalve groen. Alleen groen wordt dus teruggekaatst, en wij zien groen gras. Anders wordt het wanneer je naar iets kijkt in gekleurd licht. We doen weer een proefje.

12 Proef lichtkleuren Materiaal voor deze proef: Kijkdoos (in de krat met materialen, gemerkt met ‘Proef Lichtkleuren’) Blauw doosje met 9 antwoordkaarten (in de krat met materialen, gemerkt met ‘Proef lichtkleuren, antwoordkaarten) Oplaadbare zaklamp (uit de opstelling met het prisma halen)

13 Werkwijze: Schuif het venster met ‘groen licht’ tussen de haakjes. Zet de zaklamp zoals aangegeven in de opstelling. steek de haakjes door de gaatjes in het opzetstuk op de lamp laat de lamp rustig naar beneden kantelen – onderop zorgt een schroefje voor de juiste positie ‘groen licht’

14 Verdeel de groep kinderen in 3 kleine groepjes. Ga met de opstelling aan een tafel verderop zitten. Doe de verlichting uit en zet de zaklamp aan. Leg de antwoordkaartjes met de gekleurde achterkant naar boven op tafel. Het eerste groepje kinderen mag komen kijken. Zorg dat de kinderen hun oog dicht bij het kijkgat houden, anders valt er wit licht door het kijkgat en is het effect weg! UIT AAN kijkgat kleur achterkant = kleur licht

15 per kleur licht 3 keuzes Laat de kinderen uit de afbeeldingen op de 3 kaartjes met ‘groen licht’ kiezen wat ze zien en houd deze kaart apart. groen rood wit oplossing voor groen licht

16 Schuif het rode venstertje voor de zaklamp (de zaklamp kan gewoon blijven hangen). Het tweede groepje kinderen mag komen kijken. Ook nu oog dicht bij het kijkgat houden! Laat de kinderen uit de afbeeldingen op de 3 kaartjes met ‘rood licht’ kiezen wat ze zien en houd deze kaart apart. oplossing voor rood licht schuiven ‘rood licht’

17 Schuif het witte venstertje voor de zaklamp (de zaklamp kan gewoon blijven hangen). Het derde groepje kinderen mag komen kijken. Laat de kinderen uit de afbeeldingen op de 3 kaartjes met ‘wit licht’ kiezen wat ze zien en houd deze kaart apart. oplossing voor wit licht schuiven ‘wit licht’

18 Zet de zaklamp uit en doe de verlichting aan. Ga met de drie uitgekozen kaartjes en het proefje terug naar de totale groep. De kaartjes worden open op tafel gelegd. Waarschijnlijk is er niet op alle kaartjes hetzelfde te zien terwijl alle groepjes wel dezelfde afbeelding bekeken hebben! Doe de schuif open om iedereen te laten zien wat de afbeelding was.

19 Je ziet dus niet in iedere kleur licht hetzelfde! Wat gebeurt er wanneer je een gekleurd voorwerp in wit licht (= licht met daarin alle kleuren van de regenboog) bekijkt? Het voorwerp neemt alle kleuren licht op behalve de kleur die het heeft. Dus gras neemt rood, oranje, geel, blauw, indigo en violet op en kaatst groen terug. Daarom zien wij gras groen. Bekijken we gras in gekleurd licht dan kan het er heel anders uitzien. In groen licht blijft het groen, want ook dan kan het gewoon groen licht terugkaatsen. Maar in rood licht wordt rood opgenomen waarna er niets overblijft om terug te kaatsen. Dan ziet gras er ineens... zwart uit!

20 Rechterbord Wat zien mensen en dieren, wat zijn de verschillen? Op ieder bordje staat de foto van een dier, met daarbij een foto van wat het dier ziet. U kunt bij ieder dier de tekst voor- lezen die op het bord staat, of de tekst gebruiken die in het werkboek staat, of natuurlijk uw eigen woorden gebruiken. In deze Powerpoint-serie staan de bordteksten. In rood vindt u extra uitleg over hetgeen er op de foto’s te zien is.

21 Regenworm Een regenworm heeft geen echte ogen maar lichtgevoelige plekken op zijn lijf. Zo merkt hij of hij naar het licht of naar het donker toe gaat. Dit ‘ziet’ de regenworm

22 Das Een das slaapt overdag en wordt pas actief wanneer het schemerig wordt. Bij weinig licht zijn kleuren slecht te zien. De ogen van een das zien vooral grijstinten. Ook overdag. Dit ziet de das overdag

23 Adder Een adder kan kleuren zien die mensen niet zien, namelijk infrarood. Eigenlijk kan een adder warmte zien. Hij jaagt op kleine zoogdieren zoals muizen. Doordat een muis warmer is dan de omgeving kan de adder hem goed opsporen. Infraroodbeeld van konijn Infraroodbeeld van slang en muis

24 Koolmees Een koolmees is veel feller gekleurd dan wij denken. Hij heeft namelijk ook ultraviolette kleuren. Koolmezen kunnen deze kleuren goed bij elkaar zien en herkennen elkaar daaraan. Poezen (en mensen) zien de ultraviolette kleuren niet, zo blijft de koolmees lekker onopvallend. Zo ziet een mens een koolmees Zo zien koolmezen elkaar (vooral de kop heeft ultraviolette kleuren)

25 Torenvalk Een torenvalk kan ultraviolet zien en gebruikt dat bij het jagen op muizen. De muizen zelf hebben geen ultraviolette kleur maar hun loopsporen wel. Dat komt doordat een muis over zijn eigen achterpoten plast. De toren- valk kan zien waar regelmatig muizen lopen, en houdt zulke plekken goed in de gaten – vaak met succes. Muizenspoor in ultraviolet licht

26 Goudvis Een goudvis is kampioen kleuren zien. Hij ziet namelijk de kleuren die mensen kunnen zien, èn infrarood, èn ultraviolet. In troebel water, waarin het bijna altijd schemerig is, is het handig om zoveel mogelijk tinten te kunnen zien. Alle beetjes helpen.

27 Mens Een mens is een echt dagdier want mensen kunnen behoorlijk veel kleuren zien. Alle kleuren van de regenboog, dus rood – oranje – geel – groen – blauw – indigo – violet worden waargenomen. Voor ultra- violette en infrarode tinten hebben mensen niet de goede ogen.

28 Spel Voor de groepen 4 en 5 wordt het spel ‘Wat is het?’ gebruikt. Materiaal: 2 spelborden, stapel- doos met 3 compartimenten: één met witte stenen en kaart- houder, één met zwarte stenen en kaarthouder, één met kaartjes waarop voorwerpen zijn afgebeeld. Doel: door gericht vragen te stellen moeten kinderen erachter komen welk voorwerp op het kaartje van de tegenpartij staat. Omdat niet naar kleuren mag worden gevraagd merken de kinderen dat mensen bij het zien vaak vooral op kleuren letten.

29 Begin De groep wordt in twee teams opgedeeld. Ieder team krijgt een eigen spelbord en een doosje met stenen. Zorg dat alle voorwerpkaartjes met de achterkant naar boven in de doos liggen. Op het spelbord staan allerlei voorwerpen afgebeeld. Op de losse kaartjes staan al die voorwerpen apart. groen voorwerp, overige vormen

30 Spelverloop Laat ieder team één kaart trekken en in hun houder zetten. Dit is het voorwerp dat het andere team moet raden, ze mogen de kaart dus niet laten zien! Om de beurt mogen de teams één vraag stellen. De vraag moet met ‘Ja’ of ‘Nee’ kunnen worden beantwoord. Dus een vraag als ‘Waar kun je het kopen?’ mag niet, een vraag als ‘Kun je het eten?’ mag wel. Na het antwoord worden de voorwerpen die niet goed kunnen zijn afgedekt. Voorbeeld: als het antwoord op de vraag ‘Kun je het eten?’ ‘Nee’ is, dan worden de bovenste twee rijen op het eigen spelbord afgedekt.

31 .Er is een SPECIALE REGEL bij het vragen stellen: er mag niet naar kleuren worden gevraagd! Doet een team dit per ongeluk toch, dan mag de vraag niet beantwoord worden en gaat de beurt meteen over naar het andere team. Voorbeelden van vragen: Kun je het eten, Kun je ermee spelen, Is het rond (vierkant, langwerpig), Maakt het geluid, Is het zacht (hard) enz. Om discussies te voorkomen, is bij elk voorwerp op het spelbord een icoontje gezet. Dit geeft aan welke kleur het voorwerp heeft maar ook de vorm: rond, vierkant, langwerpig, of een andere vorm (aangegeven met een sterretje). Vooral bij jongere kinderen is het goed om dit even uit te leggen voordat het spel begint.

32 Eind Het team dat als eerste (dus na het stellen van de minste vragen) weet wat het voorwerp is dat geraden moest worden, wint de ronde en krijgt het kaartje met het geraden voorwerp. Is er daarna tijd over dan kan het spel opnieuw worden gespeeld. Het team dat de laatste ronde heeft verloren mag dan beginnen. Aan het einde van de speltijd wint het team dat de meeste kaartjes heeft verzameld.

33 Werkvel Op het werkvel staat een boekenlegger in 3 onder- delen. De regenbogen die op het werkvel staan moeten natuurlijk goed worden ingekleurd! Dit kan op school gebeuren. Wilt u het werkvel bij het IVN maken, dan zijn er kleurpotloden op de post. Het knip- en plakwerk moet wachten tot school. Laat de kinderen even de boekenlegger zien die in het werkboek zit, dan weten zij wat het resultaat moet zijn.

34 Opruimen Na de laatste groep spel opruimen en tafel/stoelen rechtzetten. De materialen gaan door veel handen. We nemen aan dat iedereen hiermee voorzichtig is, maar toch kan er iets kapot gaan of kwijt raken. Meld dit s.v.p. meteen bij degene die vanuit het IVN de ochtend/middag begeleidt, of bij de leerkracht. Vergeet niet de zaklamp in de stekkerdoos te zetten om op te laden! Bedankt voor uw medewerking en veel succes en plezier met het bezoek aan Kleur om te overleven.


Download ppt "Voorbereiding post 1 ‘n Oogje op kleuren Groep 4-5."

Verwante presentaties


Ads door Google