De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen1 Initiator Zwemmen Basisvaardigheden.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen1 Initiator Zwemmen Basisvaardigheden."— Transcript van de presentatie:

1 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen1 Initiator Zwemmen Basisvaardigheden

2 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen2 Begripsbepaling Basisvaardigheden Zwemslagoverschrijdende bouwstenen Optimaliseren van de stuwing voor de mens in het water (max. stuwing, min. remming), het efficiënt ademen en bewegen in waterig milieu Zwemmen Stuwen: mogelijkheden die het menselijk lichaam in het water heeft. Gestructureerd zwemmen: stuwen in het water met opgelegde beperkingen of regels Gestructureerde zwemslagen Borstcrawl Rugcrawl Schoolslag Vlinderslag

3 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen3 Situering binnen het zwemonderwijs Fase 1: algemene watergewenning Angst voor het water overwinnen Fase 2: gevorderde watergewenning Verder wennen aan en overleven in het water waar ze niet kunnen staan Fase 3: op verschillende wijzen leren stuwen en bewegen door het water B asisvaardigheden in het water verwerven Fase 4: leren gestructureerd zwemmen Schoolslag, crawl, rugcrawl, vlinderslag leren zwemmen

4 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen4 Zwemonderricht Brede invalshoek Bewegen in het water zo ruim mogelijk behandelen. Brede basis leggen inzake basisvaardigheden (vgl. balsporten) Kind wordt ‘motorisch rijk’ Enge invalshoek Zo snel mogelijk een populaire of opgelegde zwemslag aanleren. Heel vaak dringt de omgeving (directie, oudercomité, …) deze visie op. Combinatie van beide visies is de meest ideale oplossing.

5 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen5 Basisvaardigheden Kind laten kennismaken met alle elementen waaruit het zwemmen is opgebouwd Evenwicht Stroomlijnen Stuwen met de benen Ademen Stuwen met de armen

6 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen6 Evenwicht: natuurkunde Krachten die op het lichaam inwerken in het water Zwaartekracht Opdrukkracht Drijven of zinken? Soortelijke massa voorwerp < water: drijven Soortelijke massa voorwerp > water: zinken Soortelijke massa mens < water (beter drijven bij meer vet, minder spieren of grotere longinhoud)

7 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen7 Evenwicht bij zwemmers Evenwicht als het zwaartepunt van de zwemmer en het opdrukpunt van het verplaatste water boven elkaar liggen Als zwemmer in het water terecht komt, na enkele seconden met hoofd aan wateroppervlak (passief evenwicht)

8 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen8 Actief evenwicht: er worden bewegingen gemaakt om het lichaam stabiel of onder controle te houden Liften van de kin + afwaartse beweging van de armen met de voeten aan de grond komen. Bewegingen kunnen het zwaartepunt en/of drukpunt verplaatsen rotatie rond een lichaamsas

9 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen9 Lengte-as Breedte-as Diepte-as

10 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen10 Het gebruik van materiaal verplaatst het drukpunt Plankje Vlotter Evenwicht: het gebruik van materiaal

11 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen11 Stroomlijnen: natuurkunde Bewegen door het water 800 keer meer weerstand dan bewegen door de lucht Het kost meer energie om zich in het water te verplaatsen. Zwemmer ondervindt remkracht De grote weerstand van het water kan de zwemmer gebruiken om zich tegen af te duwen (stuwmogelijkheden) Remkracht is afhankelijk van: Snelheid waarmee je voortbeweegt: hoe groter de snelheid, hoe groter de remkracht Vormconstante Grootte van het oppervlak loodrecht op de beweging: hoe groter het oppervlak, hoe meer remming

12 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen12 Stroomlijnen: beperken van remming Met minimum aan energie een maximum aan rendement behalen Leren gestroomlijnd afstoten in buik-, rug- en zijlig Goede stroomlijn: Handen op elkaar Ellebogen zo smal mogelijk De armen achter het hoofd Aanleren van correcte stroomlijn: contrastprincipe

13 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen13 Stuwen met de benen: natuurkunde Handen en voeten vormen stuwvlakken waarmee we water achterwaarts kunnen verplaatsen (actie-reactie) Belangrijkste natuurkundige stuwingsprincipes Roeispaan- en schoepenradprincipe Schroef- en draagvleugelprincipe Paling- en dolfijnprincipe

14 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen14 Stuwen met de benen: mogelijke beenstuwers Afwisselende bewegingen met 2 gestrekte voeten, op- een neergaand: crawl en rugcrawl Gelijktijdige bewegingen met 2 gestrekte voeten, op- en neergaand: vlinderslag Gelijktijdige cirkelvormige bewegingen met 2 opgetrokken voeten: schoolslag Afwisselende bewegingen met 2 opgetrokken voeten: pedalo beweging of eggbeater Gelijktijdige cirkelvormige bewegingen met 2 opgetrokken voetenin verticale positie en zonder pauze na het sluiten: watertrappen Combinatie van stuwfamilies: oude zeemansslag ‘sidestroke’

15 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen15 Stuwen met een gestrekte voet Het stuwvlak (voetrug, voetzool) wordt gepositioneerd om het water achterwaarts te verplaatsen. Stuwing met de wreef van de voet Voeten zo ver mogelijk strekken + supinatie Niet vanuit de knieën trappelen (fietsen in het water) Benen niet te diep in het water, voetzolen blijven aan het wateroppervlak

16 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen16 Stuwen met een opgetrokken voet Zwemslagen met een opgetrokken voet hebben een stuwend en een remmend deel In watergewenning: vooral verschil laten voelen tussen gestrekte en opgetrokken voeten (lichaamsbesef)

17 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen17 Stuwen met de armen: natuurkunde Gebruik van hand- of armbewegingen om te stuwen Water wordt achterwaarts verplaatst en zorgt voor een voorwaartse stuwing Hand kan in verschillende richtingen verplaatst worden: Achterwaarts (horizontaal) crawl/vlinderslag Zijwaarts (horizontaal): wrikken Op- of afwaarts naar oppervlak of bodem: crawl Diagonaal achterwaarts: vlinderslag (handen samenbrengen)

18 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen18 Stuwen met de armen: efficiënte armbewegingen Optimale stuwing wordt bepaald door het ritme en oriëntatie van stuwvlakken = watergevoel = ideale combinatie, snelheid van de ledematen en opgeleverde stuwkracht Versnelling - Ritme Te traag of zonder versnelling (of te snel) = Gebrek aan watergevoel Lage beginsnelheid, progressief versnellen van de stuwvlakken Stuwen op een gestroomlijnd lichaam

19 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen19 Stuwen met de armen: nadelige armbewegingen Armbewegingen kunnen de stroomlijn, het lichaamsevenwicht en/of de gunstige rotaties negatief beïnvloeden Voorbeelden: Afwaartse beweging (eerste gevarenzone) Opwaartse beweging (tweede gevarenzone) Zijwaarts gerichte armbewegingen Nadelige armbewegingen compenseren

20 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen20 Ademen: natuurkunde Hydrostatische druk Lucht: druk = 1 atmosfeer Onder water: druk neemt toe. Per 10m verhoogt de druk met 1 bar Dus op 10m diepte: 1bar (lucht) + 1 bar = 2 bar Door grotere dichtheid van water: Inademen wordt bemoeilijkt Uitademen wordt makkelijker

21 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen21 Ademen: efficiënt in-en uitademen Ademhaling bestaat uit 2 delen: Inademen nadelig voor stroomlijning van lichaam Uitademen 2 manieren om te ademen: Hoofd in nek brengen Hoofd zijwaarts draaien

22 Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen22 Ademen: efficiënt in- en uitademen Inademen Nadelig voor stroomlijning Korte tijd > snel Einde van stuwing Einde van armactie Uitademen Door neus en mond Kan in gestroomlijnde positie Duur langer dan inademen Hoofd in verlengde van lichaam Tijdens de stuwfase


Download ppt "Voorjaar 2010 Initiator Zwemmen1 Initiator Zwemmen Basisvaardigheden."

Verwante presentaties


Ads door Google