De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 5: Het huishouden

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 5: Het huishouden"— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 5: Het huishouden

2 Onroerende goederen Niet verplaatsbare goederen. Huren of kopen??? Gebouwen en grond. - Huurder betaalt alleen huur - Bij kopen moet je rekening houden met: Hypotheeklasten (rente & aflossing) Rente hypotheek is aftrekbaar voor inkomstenbelasting Onderhoudskosten Verzekeringskosten Onroerende zaak belasting  Gemeentelijke belasting voor eigenaren van onroerende goederen

3 Netto woonlasten Rente hypotheek na aftrek van het belastingvoordeel Onderhoudskosten Verzekeringskosten Belastingen wegens bezit van de woning

4 CBS Centraal Bureau voor de statistiek. Instantie die gegevens verzamelt over productie & inkomen. Budgetonderzoek Onderzoek naar het bestedingsgedrag van gezinnen.

5 Indexcijfers waarde uit de betreffende periode Indexcijfer = waarde uit het basisjaar x 100 Een indexcijfer is een verhoudingsgetal, dus géén procenten… Indexcijfer 104,5 Betekent dat iets met 4,5 % is gestegen tov het basisjaar. Indexcijfer 97,3 Betekent dat iets met 2,7% is gedaald tov het basisjaar.

6 Reëel inkomen de waarde van het inkomen in goederen & diensten uitgedrukt  Koopkracht Indexcijfer nominaal inkomen Indexcijfer koopkracht = Prijsindexcijfer x 100 Nic Ric = Pic x 100 Geldontwaarding Inflatie leidt bij een gelijkblijvend nominaal inkomen tot een daling van het reële inkomen, de koopkracht daalt.

7 Consumentenprijsindex Gewogen prijsindexcijfer, algemene prijsstijging voor een gemiddeld huishouden. Som (Prijsindexcijfer x wegingsfactoren) Som van de wegingsfactoren


Download ppt "Hoofdstuk 5: Het huishouden"

Verwante presentaties


Ads door Google