De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BHV. Theoretische wetenswaardigheden Algemene hulpverleningsregels toepassen. Waarom BHV? Taken van de BHV Veiligheid voorop! Hoe moet je alarmeren? De.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BHV. Theoretische wetenswaardigheden Algemene hulpverleningsregels toepassen. Waarom BHV? Taken van de BHV Veiligheid voorop! Hoe moet je alarmeren? De."— Transcript van de presentatie:

1 BHV

2 Theoretische wetenswaardigheden Algemene hulpverleningsregels toepassen. Waarom BHV? Taken van de BHV Veiligheid voorop! Hoe moet je alarmeren? De géén lijn Hoe ga je te werk bij een circulatiestilstand? Handelswijze bij het geven van borstcompressies Hoe ontstaat brand ? Hoe blus je brand? Algemene regels bij het blussen Blus ik wel… of toch maar niet? Hoe moet je een deur controleren? Wat moet je doen om uitbreiding te voorkomen? Hoe moet je een deur controleren Hoe maak je een koude deur open? Soorten brand Soorten blustoestellen en hun werking Pictogrammen brandklassen en gevarenetiketten Taken van een BHV’er bij ontruiming

3 Praktische kant van de BHV/EH Snelle kantelmethode Stabiele zijligging Noodvervoersgreep van Rautek Heimlichmanoeuvre Plaatsen van een dekenrol Loszittend vuiltje in het oog Snelverband Wonddrukverband

4

5 Waarom BHV? BHV is in Arbo-wet geregeld. Er dient als er gewerkt wordt altijd een BHV'er aanwezig te zijn. Bedrijven dienen RI&E te hebben van zijn bedrijf (RI&E = Risico-Inventarisatie en –Evaluatie) Regels rondom BHV in de organisatie dienen schriftelijk te zijn vastgelegd Ontruimingsplan dient aanwezig te zijn. ontruimingsinstructies maken deel uit van BHV- Plan.

6 BHV maakt deel uit van het werk. BHV’ers dienen ten minste bijstand te verlenen op het gebied van: het verlenen van E.H. bij ongevallen; het beperken en bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen; het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle medewerkers en andere personen in het bedrijf of inrichting.

7

8 Algemene hulpverleningsregels: Let op gevaar. Neem eerst de veiligheidsmaatregelen voor uzelf, voor omstanders en voor slachtoffer(s)/betrokkene(n). Geef slachtoffer zonodig beschutting. Roep, als u alleen bent, om hulp zodat iemand u kan assisteren. Ga na wat er is gebeurd en maak een inschatting van de situatie: wat is er met het slachtoffer aan de hand? Wat brandt er? Zijn er eventuele slachtoffers? Waarom moet er worden ontruimd? Om welke delen van het gebouw gaat het?

9 Zorg voor deskundige hulp: alarmeer via het interne alarmnummer de benodigde dienst of direct Blijf bij voorkeur zelf op de plaats van het incident (als dat veilig is) en laat iemand anders zo snel mogelijk deskundige hulp waarschuwen. Handel naar bevind van zaken: stel slachtoffer en betrokkenen gerust, verleen E.H. op de plaats waar het slachtoffer ligt, blus de brand of start met opruimen.

10 Wettelijk takenpakket van externe hulpdiensten Ambulancedienst: op snelle en adequate wijze eerste medische hulp verlenen op de plaats van het incident en indien nodig het slachtoffer te vervoeren naar het ziekenhuis. Arriveren binnen 15 minuten bij levensbedreigende situaties. Brandweer: richt zich op het redden van mens en dier, het voorkomen van uitbreiding van brand en het bestrijden van brand. Arriveren in de regel ongeveer 6 tot 8 minuten na melding. Politie: heeft bescherming van de rechtsorde als taak. O.a. opsporing, vaststelling en vastlegging van strafbare feiten en handhaving van openbare orde en veiligheid.

11 3x W Als wordt gebeld, wordt direct doorgeschakeld naar de centrale die vraagt welke dienst nodig is, in welke gemeente het incident heeft plaatsgevonden en op welke locatie. Niet spoedeisende meldingen kunnen worden gemeld via Je komt dan bij een callcenter van de politie dat u vervolgens in eerste instantie doorschakelt nar de politie en de Alarmcentrale van de brandweer. Het callcenter kan eventueel ook doorschakelen naar de ambulancedienst. De centralist van de meldkamer zal een aantal vragen stellen: WIE WIE ben je? (Naam van de melder) WAAR WAAR moet de hulp naar toe komen? WAT WAT is er gebeurd en wat is er aan de hand? Meld het aantal betrokkenen/slachtoffers en wat er is gebeurd. Bijv. een slachtoffer met een circulatiestilstand, brand in de keuken of een ontruimingsalarm in de werkplaats.

12 BLIJF ALTIJD AAN DE LIJN TOTDAT CENTRALIST AANGEEFT DAT JE MAG OPGEHANGEN ! GA ALTIJD TERUG NAAR DE PLAATS VAN HET INCIDENT OF LAAT DEGENE DIE GEMELD HEEFT TERUGKOMEN OM JE TE INFORMEREN !

13 Het uitgangspunt van de E.H.-benadering is dat je zo snel mogelijk moet vaststellen of er sprake is van een circulatiestilstand. De E.H.-benadering bestaat uit een aantal stappen. In deze benadering wordt er vanuit gegaan dat een slachtoffer dat niet reageert en géén normale ademhaling heeft, een circulatiestilstand heeft; reanimeren is dan noodzakelijk. Een slachtoffer dat niet reageert, noemen we bewusteloos.

14

15 Slachtoffer altijd op de rug draaien zodat luchtweg geopend kan worden Daarna ademhaling controleren Alarmeer of laat dit doen door een omstander Start met de reanimatie. 30 borstcompressies gevolgd door 2 beademingen. Het geven van borstcompressies heeft voorrang op beademing! In de eerste paar minuten na een circulatiestilstand is het zuurstofgehalte in het bloed nog hoog.

16 Kniel naast een zijde van het slachtoffer. Plaats de hiel van de hand op het midden van de borstkas van het slachtoffer. Plaats de hiel van de andere hand op de geplaatste hand. Pak de vingers van de onderste hand en haak de vingers van beide handen in elkaar en trek ze omhoog om te voorkomen dat je druk uitoefent op de ribben van het slachtoffer. Oefen géén druk uit op de bovenkant van de buit of de onderste punt van het borstbeen!

17 De meest ideale positie is midden op de borstkas, omdat dat het meest flexibele deel van de borstkas is. Het deel boven het midden is stijver; onder het midden is het risico op afbreken van het onderste puntje van het borstbeen (het zwaardvormig aanhangsel) Breng je bovenlichaam boven het slachtoffer met je armen gestrekt, loodrecht boven het slachtoffer en druk het borstbeen 4 tot 5 cm naar beneden. Laat na elke compressie het borstbeen helemaal terugkomen zonder het contact tussen het borstbeen en je handen te verliezen. Herhaal dit in een frequentie van 100 keer per minuut. Zorg dat het indrukken en omhoog laten komen van het borstbeen evenveel tijd in beslag neemt.

18 Brand kunnen we definiëren als vuur dat: Ongewenst is; Schade of gevaar veroorzaakt; Zich ongehinderd kan uitbreiden. Hoe merk je dat er brand is? Brand kan op veel manieren worden waargenomen: Je ziet licht, vlammen en rook; Je voelt de warmte/hitte; Je hoort het knetteren van de vlammen; Je ruikt een brandlucht.

19 Voor elke brand zijn 3 zaken nodig: een brandbare stof; een bepaalde hoeveelheid zuurstof; een bepaalde ontbrandingstemperatuur. Als deze 3 factoren in de juiste hoeveelheid aanwezig zijn, ontstaat er brand. Deze 3 factoren worden meestal in een 3-hoek getekend en worden de zijden van de branddriehoek genoemd. Als de branddriehoek gesloten is, ontstaat er brand.

20 Het blussen van een brand is ‘t weghalen van minstens 1 van de zijden van de branddriehoek. het weghalen van de brandstof. het weghalen van de brandstof. Dit is bij de meeste branden erg moeilijk. Alleen bij gasbranden is dat mogelijk. Daar is het de enige manier van blussen. Het weghalen van de zuurstof. Het weghalen van de zuurstof. Ook dit lijkt moeilijk omdat er altijd zuurstof aanwezig is. Het gaat wel goed door de brand te verstikken. Dan kan er geen zuurstof meer bij de brand. Bijv. het afdekken van een brandende frituurpan met een deksel, of het afdekken van ‘n brandende prullenbak met een blusdeken. Schuim en koolzuursneeuw (CO2) werken ook verstikkend. Het verlagen van de temperatuur. Het verlagen van de temperatuur. Door een blusmiddel op de brand te spuiten daalt de temperatuur en wordt deze van de branddriehoek weggehaald. Zo wordt de brand geblust.

21 Bij elke bluspoging geld: eerst kijken, dan denken en dan pas doen! Handel bij een begin van brand altijd als volgt: Benader een brand bij voorkeur met 2 BHV’ers. Neem een blusmiddel mee; bij voorkeur een brandslanghaspel. Beoordeel of er sprake is van een beginnende brand. Kijk wat er brand. Controleer of je het juiste blusmiddel hebt voor de brand die je wilt blussen. Schat in of je de brand met het aanwezige blusmiddel kunt blussen. Test het blusmiddel voor het gebruik. Als je gaat blussen, blijf dan laag.

22 De brand is zichtbaar. Er is sprake van een klein brandje, zonder uitbreiding. Dit kun je in principe wel blussen. Blijf wel controleren of de vlammen niet opnieuw oplaaien. Voer een nacontrole uit en controleer of het brandje wel echt uit is. Er is sprake van een brandje met uitbreiding. Alarmeer de brandweer, als dit nog niet is gedaan. Beoordeel of u alvast met blussen kunt beginnen (eigenlijk nooit doen!) óf dat u nergens aan moet komen en ervoor moet zorgen dat anderen in veiligheid worden gebracht. De brand is niet zichtbaar, maar bevind zich achter een gesloten deur. Als je door de deur heen kunt kijken en je ziet rook: nooit naar binnen gaan. Zie je rook: hou de deur dicht. Zie je geen rook. Wanneer je brand kunt verwachten in een ruimte achter een gesloten deur, moet je die deur niet zomaar openen. Handel volgens de procedure voor het openen van deuren.

23 Wanneer je vermoed dat er brand is achter een gesloten deur controleer je deze als volgt: Houd de rug van je hand dicht bij de deur. Houd wel enige afstand tot de deur; in verband met de warmte moet je je hand niet direct op de deur leggen. Wanneer je warmte voelt, ga er dan vanuit dat er brand is in de ruimte achter de deur. Als er brand is (de deur en/of deurklink is heet), moet u als BHV’er uitbreiding voorkomen.

24 Laat de deur dicht! Blijf zelf in veilig gebied. Waarschuw de omgeving. Stel de brandweer op de hoogte van de situatie. Houd de deur nat met en brandslanghaspel.

25 Als de deur niet warm aanvoelt, leg dan de rug van uw hand op de klink. Als de klink koud aanvoelt open de deur dan volgens de deurprocedure. Mocht er namelijk brand zijn verderop in de ruimte, dan kan er bij het openen van de deur een steekvlam bovenkant ontstaan die door de deurspleet aan de bovenkant naar buiten komt.

26 Open de deur altijd voorzichtig en met het hoofd afgewend. Kijk eerst waar de scharnieren zitten. Zitten die aan jouw kant, dan draait de deur naar je toe. Kniel aan de kant van de scharnieren achter de deur. Zet één voet dwars tegen de deur, waardoor deze niet verder open kan gaan dan enkele centimeters. Wanneer de scharnieren aan de andere kant zitten, draait de deur van je af. In dat geval neem je gehurkt plaats achter de muur naast de deurklink. Open vervolgens de deur een stukje, maar houd de klink vast zodat je de deur weer snel kunt sluiten, indien nodig.

27 Branden worden ingedeeld in zogenaamde A t/m D klassen. Klasse A-branden Klasse A-branden: branden met vaste stoffen (bijv. hout, papier, textiel) Voorbeelden van vaste stoffenbranden zijn in brand staande gordijnen, computers of inventaris. Klasse B-branden Klasse B-branden: branden van vloeistoffen en bij temperatuurverhoging vloeibaar wordende stoffen (bijv. dieselolie, wasbenzine, terpentine, stookolie of aceton) Klasse C-branden Klasse C-branden: branden van gassen (bijv. aardgas, LPG of butagas) Gassen vermengen zich goed met zuurstof en geven vaak felle branden. Bij gassen is gevaar voor explosie aanwezig. Klasse D-branden Klasse D-branden: branden van metalen (bijv. aluminium, licht metalenvelgen van auto’s of natrium) Klasse F-branden Klasse F-branden: vetten en oliën

28 Poederblusser Poederblusser: geschikt voor vaste stoffen, vloeistofbranden, gasbranden en voor branden waarbij elektriciteit betrokken is. Er zijn verschillende soorten poeder: ABC-poeder, ABC-poeder, geschikt voor branden van klassen A, B en C (Vaste stoffen, vloeistoffen en gassen) BC-poeder, BC-poeder, geschikt voor klassen B en C (vloeistoffen en gassen) D-poeder, D-poeder, geschikt voor metaalbranden. Bluspoeder haalt niet één van de zijden van de Branddriehoek weg, maar beinvloedt de brand zelf. Poeder bevat stoffen die de verbinding van de brandbare stof met zuurstof vertragen.

29 CO2-blusser CO2-blusser, ook wel koolzuursneeuwblusser genoemd: wordt vooral gebruikt op plaatsen waar andere blusstoffen óf veel schade geven óf gevaar voor de gebruiker opleveren. CO2-blussers is geschikt voor B-branden en kan ook worden gebruikt voor branden waarbij elektriciteit is betrokken. Het blusprincipe van CO2 is niet de afkoeling zoals vaak wordt gedacht, maar de verdringing van zuurstof. Het CO2 verdrijft de zuurstof in de omgeving van het vuur en daardoor doven de vlammen. CO2 neemt dus de zuurstof weg uit de branddriehoek. In kleine en lage ruimten kan er gevaar optreden voor de gebruiker, omdat de hoeveelheid zuurstof te minimaal wordt vanwege verdringing door CO2. de wolk uit de blusser is zeer koud. CO2 kan bij mensen bevriezingsverschijnselen geven. De bluskoker kan ongeveer -80°C worden.

30 Sproeischuimblussers Sproeischuimblussers: zijn geschikt voor klasse A- branden en klasse B-branden. Apparaten waar spanning op staat kunnen ook worden geblust met deze blusser. De blussende werking van de sproeischuimblusser is het koelen door de nevel van schuim en water. Sproeischuimblussers nemen de temperatuur weg uit de branddriehoek.

31 Schuimblusser Schuimblusser: zijn geschikt voor branden met vaste stoffen en vloeistoffen (klasse A en B). Deze nooit gebruiken voor branden met elektriciteit! Blussende werking van schuim is het afdekken. Het schuim zorgt ervoor dat er geen zuurstof meer bij de brandstof kan komen. Het wegnemen van de zuurstofzijde van de branddriehoek doet hier de brand blussen.

32 Vetblussers Vetblussers: deze blussers bevatten speciale blusstof die is ontwikkeld om een brandende frituurbak mee af te dekken en te blussen. Ze kunnen ook gebruikt worden voor klasse A-branden. De blusstof zorgt voor een gasdichte laag die de vlammen dooft en herontsteking onmogelijk maakt. De vetblusser neemt de zuurstof weg uit de branddriehoek.

33 Klasse A: Vaste stoffen Klasse B: Vloeibare stoffen Klasse C: Gassen Klasse D: Metalen Klasse F: Vetten en Oliën Bijtende stoffen Explosieve stoffen Giftige stoffen Schadelijke stoffen Milieugevaarlijke stoffen Brandbare stoffen

34 Dit kan per bedrijf verschillen. De algemene procedure is als volgt: De BHV’er stelt eerst zijn eigen werkplek veilig. Vervolgens maakt hij/zij zich herkenbaar als BHV’er bijv. door het dragen van zijn BHV-hesje of –band. Hij/zij handelt volgens de bedrijfsspecifieke procedure en krijgt instructies over het deel van het gebouw dat hij/zij met ontruimen. In dat deel van het gebouw voert hij/zij de volgende controles uit: Hebben de collega’s zich volgens de interne instructies gedragen? Hebben de collega’s de werkplek zo veilig mogelijk achtergelaten? Zijn ramen en deuren gesloten? Zijn er geen mensen achtergebleven in toiletten, werkruimten, kasten en technische ruimten? Na de controle meld hij/zij zich bij de leider van de ontruiming op de verzamelplaats voor de BHV en wacht hij op nadere instructies. De BHV’er kan een rol hebben in het begeleiden van bezoekers bij een ontruiming.

35

36 Als je te snel of te krachtig lucht inblaast, kan er lucht in de maag van ‘t slachtoffer terecht komen. Daardoor kan de inhoud van de maag naar de mond stromen. Toepassing van de snelle kantelmethode kan voorkomen dat ‘t braaksel in de luchtwegen komt. Draai het slachtoffer onmiddellijk bij heup en schouder naar u toe op zijn zij. Het slachtoffer komt daardoor tegen uw dijen te liggen. Breng zijn hoofd iets achterover en maak de mondholte leeg. Draai daarna het slachtoffer weer op de rug en ga verder met de compressies en beademing.

37 Als je zeker weet dat ‘t slachtoffer normaal ademt, moet je ervoor zorgen dat de luchtweg vrij blijft. Dit doe je door ‘t slachtoffer van de rug naar de stabiele zijligging te leggen. Bij ‘n slachtoffer dat niet reageert, maar wel normaal ademt, kan het plaatsen in de stabiele zijligging levensreddend zijn. Zo voorkom je namelijk dat de tong Achter in de keel zakt en de luchtweg afsluit.

38 Verwijder een eventuele bril van het slachtoffer. Kniel naast het slachtoffer en zorg ervoor dat zijn benen gestrekt zijn. Leg de dichtstbijzijnde arm van het slachtoffer in rechte hoek met het lichaam; de elleboog gebogen en de handpalm omhoog. Buig de andere arm over de borst en leg deze met de handrug naar de gang op de schouder aan jouw zijde. Houd deze hand vast. Je hebt je andere hand vrij om de knie van het verst liggende been te buigen, terwijl de voet plat op de grond blijft.

39 Trek dit gebogen been naar je toe, terwijl je de hand van het slachtoffer tegen de wang houdt. De heup en de knie van het bovenste been moeten in een rechte hoek liggen. Kantel het hoofd wat naar achteren om er zeker van te zijn dat de luchtweg vrij is. Zonodig kan de hand onder de wang van het slachtoffer helpen het hoofd achterover te houden. Controleer elke minuut de ademhaling Blijf aan de kant van het gezicht van het slachtoffer zitten. Controleer de ademhaling door te kijken, te luisteren en te voelen: plaats één hand op de borst-buikovergang van de borstkas. Leg de andere hand op dezelfde hoogte in de zij. Voel en kijk of de borstkas op en neer beweegt zoals bij een normale ademhaling Houdt uw oor boven de mond van het slachtoffer en voel of er een luchtstroom is.

40 Voer nooit een stabiele zijligging uit wanneer het slachtoffer… Ernstig letsel heeft aan de borstkas; Letsel aan de wervelkolom heeft; Verschillende breuken heeft aan bekken en ledematen. Zorg er wel voor dat de luchtweg vrij blijft door het toepassen van de kinlift. Lukt dit niet, dan alsnog in de stabiele zijligging leggen.

41 Spreek het slachtoffer vanaf een veilige plaats aan en laat weten dat je het slachtoffer naar een veilige plek gaat brengen. Kniel aan de linkerzijde van het slachtoffer, ter hoogte van zijn/haar hoofd. Plaats je rechtervoet achter het hoofd van het slachtoffer. Ga met je rechterhand onder de nek door en breng je vingers in de rechteroksel van het slachtoffer. Leg je linkerhand vanaf de rugzijde in de linkeroksel van het slachtoffer. Breng het slachtoffer in een vloeiende beweging in zittende houding en uw lichaam achter hem/haar. Schuif je armen onder de oksels van het slachtoffer door.

42 Breng één onderarm van het slachtoffer horizontaal voor de borst. Leg je handen met aaneengesloten vingers en duimen over de ze onderarm van het slachtoffer. Ga in hurkhouding, met je voeten aan weerszijden van het slachtoffer, zo dicht mogelijk tegen hem/haar aan zitten. Til hem/haar op door je benen te strekken. Versleem hem/haar uit de gevarenzone. Leg het slachtoffer weer voorzichtig neer en verleen de noodzakelijke eerste hulp.

43 Vraag het slachtoffer of hij/zij zich heeft verslikt. Als het slachtoffer ademt, moedig hem/haar dan aan te blijven hoesten, maar wacht verder af. Als het slachtoffer tekenen vertoont van verminderde of afwezige ademhaling of niet hoest, handel dan als volgt: Ga aan de zijkant iets achter het slachtoffer staan. Steun met één hand de borst en buig het slachtoffer naar voren om te zorgen dat het vreemde voorwerp, als het losschiet, naar buiten komt en niet dieper en niet dieper in de luchtweg terecht komt. Geef maximaal 5 stevige slagen tussen de schouderbladen met de hiel van uw andere hand. Controleer na elke slag of de luchtwegblokkade is opgeheven. Na enkele slagen kan de afsluiting al zijn opgeheven. U hoeft niet perse 5 slagen te geven. Als de verstikking is opgeheven stopt u met slaan. Lukt dit niet…

44 Voer dan de heimlichmanoeuvre (= borstcompressie) als volgt uit: Ga achter het slachtoffer staan en sla beide armen om het bovenste gedeelte van de buik. Zorg dat het slachtoffer zich goed naar voren buigt zodat het voorwerp bij het losschieten uit de mond komt, in plaats van dieper de luchtweg in te zakken. Maak een vuist en plaats die tussen navel en de onderste punt van het borstbeen in. Pak met de andere hand uw vuist vast.

45 Trek krachtig naar u toe en omhoog zodat het vreemde voorwerp losschiet. Doe dit maximaal 5 x. als de Heimlichmanoeuvre effect heeft en de luchtweg vrijkomt, controleert u de ademhaling. Als het vreemde voorwerp nog steeds niet losschiet, geef dan afwisselend 5 klappen op de rug en 5 Heimlichmanoeuvres. Als deze methode géén effect heeft en het slachtoffer op een gegeven moment niet meer reageert, handel dan als volgt: Leg het slachtoffer neer als dat nog niet het geval is. Alarmeer Kantel het hoofd voorzichtig achterover en open de luchtweg door de kinlift uit te voeren. Start de reanimatie. Na het toepassen van de Heimlichmanoeuvre moet het slachtoffer door een arts worden onderzocht op inwendig letsel.

46 De BHV’er kan alleen hulp verlenen bij botbreuken en ontwrichtingen aan armen of benen. Handel bij een gesloten breuk of ontwrichting als volgt: Beoordeel of het nodig is te (laten) alarmeren. Zorg dat het getroffen lichaamsdeel NIET KAN BEWEGEN. Maak een dekenrol bij een breuk aan de benen. Neem de maat voor de lengte van de deken aan de niet geblesseerde kant van het lichaam. Plaats de dekenrol naast het gebroken lichaamsdeel. Bij een gebroken arm kan het slachtoffer de gebroken arm met zijn andere arm of hand ondersteunen. Wacht op de ambulance of ga met het slachtoffer naar de SEH-afdeling (SpoedEisendeHulp)

47 De BHV’er kan proberen het loszittend vuiltje/voorwerp uit het oog te halen. mogelijkheid 1: Je ziet het vuiltje zitten. Haal het er dan met de punt van een schoon gaasje of schone zakdoek uit of veeg het naar de dichtstbijzijnde ooghoek. LET OP: LET OP: Gebruik nooit een vloeitje om het eruit te halen! Deze zijn vlijmscherp en beschadigen je ogen! Mogelijkheid 2: je ziet het vuiltje niet zitten. Laat het slachtoffer dan eerst naar boven kijken en trek het onderste ooglid naar beneden. Laat het slachtoffer daarna naar beneden kijken en trek het bovenste ooglid omhoog. Verwijder het vuiltje zodra je het ziet: op het oogwit of in de ooglidplooi. Ga met het slachtoffer naar een (oog)arts als het vuiltje op ‘t hoornvlies zit of als het niet lukt het te verwijderen.

48 Bekijk hoe groot de wond is en kies een passend snelverband. Zorg dat het snelverband de wond ruim bedekt. Maak de verpakking open en laat het verband opgevouwen. Pak het snelverband met beide handen bij de zwachtels vast. Breng het op ongeveer 30 cm boven de wond. Maak het snelverband open door de handen uit elkaar te trekken. Zorg dat het verband meteen op de goede plaats ligt. Verschuif het niet. Mocht dit niet lukken, begin dan opnieuw met een nieuw verband. Leg de tweede zwachtel op dezelfde manier aan. Zwachtel vervolgens met beide zwachtels dakpansgewijs naar het midden. Laat elke slag de vorige overlappen. Doe eerst het ene dan het andere zwachtel. Zorg ervoor dat de randen van het snelverband helemaal zijn bedekt door de zwachtels. Leg een knoop in de uiteinden van de zwachtels op voldoende afstand van de wond. Je kunt de uiteinden ook met een pleister vastzetten.

49 Een wonddrukverband wordt aangelegd om een bloeding blijvend te stelpen wanneer de bloeding blijft ondanks de druk en het (wond)snelverband. Leg een open snelverband op de wond en laat het slachtoffer bij voorkeur zelf druk op de wond uitoefenen. Oefen anders zelf met uw hand druk uit op de wond. Doe dit ongeveer 10 minuten. Leg een snelverband aan op de wond. Leg enkele lagen synthetische watten ruim over het snelverband. Draai een zwachtel één slag om het gewonde lichaamsdeel heen. Zorg dat de watten blijven uitsteken. Zorg dat elke slag de vorige voor ongeveer tweederde overlapt (dakpansgewijs zwachtelen). Trek de zwachtels licht aan. Zorg dat de watten aan beide zijden uitsteken. Zet de zwachtel vast. Let op Let op: zorg ervoor dat de vingers van het slachtoffer niet blauw of gevoelloos worden. Dan zit het verband te strak.


Download ppt "BHV. Theoretische wetenswaardigheden Algemene hulpverleningsregels toepassen. Waarom BHV? Taken van de BHV Veiligheid voorop! Hoe moet je alarmeren? De."

Verwante presentaties


Ads door Google