De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 © InSites Consulting 2007 Spruitjes & Uitjes Kinderen en Cultuur: ‘Klutluur, wasda?’ Creatief en exploratief onderzoek naar hoe jonge kinderen cultuur.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 © InSites Consulting 2007 Spruitjes & Uitjes Kinderen en Cultuur: ‘Klutluur, wasda?’ Creatief en exploratief onderzoek naar hoe jonge kinderen cultuur."— Transcript van de presentatie:

1 1 © InSites Consulting 2007 Spruitjes & Uitjes Kinderen en Cultuur: ‘Klutluur, wasda?’ Creatief en exploratief onderzoek naar hoe jonge kinderen cultuur beleven, begrijpen en waarderen Frank Geers, Qualitative Director Sofie Bruggeman, Qualitative Consultant

2 2 © InSites Consulting 2007 Spruitjes & Uitjes “Een kunstenaar is iemand die iets maakt wat andere mensen mooi of interessant vinden en wat andere mensen zelf niet kunnen” « Cultuur is nog niet voor mij, dat is voor mijn ouders, die houden van rustige dingen »

3 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Inhoudstafel  Informatiebehoeften  Aanpak  Context  Leefwereld kinderen 9-11 jaar  After school  Ideale versus reële leefwereld  Bedenking  Cultuur: wat=dat?  Segmentatie  Positionering

4 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Informatiebehoeften  Dimensie 1 Hoe spreek je met kinderen, hoe maak je cultuur verstaanbaar  Dimensie 2 Wat zijn de kritische succesfactoren  Dimensie 3 Segmentatie & positionering

5 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Onderzoeksaanpak  Dit onderzoek richt zich op kinderen tot 12 jaar. Dit deel van de populatie is echter zo divers en intrinsiek verschillend dat er een bepaalde deling zal moeten worden doorgevoerd  Als basis onderscheiden we 4 subpopulaties die zichzelf typeren door hun relatief homogeen karakter en dus (iets) gemakkelijker en iets meer controleerbaar te bevragen en te onderzoeken zijn  Jongens: 7- 9 jaar  Jongens: jaar  Meisjes: jaar  Meisjes: jaar  Over de populaties was een spreiding in ‘cultuuraffiniteit’ voorzien

6 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Een creatieve en innovatieve aanpak  De focusgroepen met mapping technieken en collages  MOBs ofte Museumobservaties  BOBs ofte Bibliotheekobservaties  Mini-Hoetjes  The XL Culture Collage Onderzoeksaanpak

7 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Inhoudstafel  Informatiebehoeften  Aanpak  Context  Leefwereld kinderen 9-11 jaar  After school  Ideale versus reële leefwereld  Bedenking  Cultuur: wat=dat?  Segmentatie  Positionering

8 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Rond deze leeftijd staat een kind voor heel veel open: zij tonen spontaan interesses voor veel verschillende zaken  Gezonde dosis naïviteit maakt dat hun achtergrond/context hen niet beperkt in hun keuzes  Natuurlijke openheid voor wat mooi is  Ze leven in een onbevangen fantasiewereld  Nog steeds een onvoorwaardelijke loyaliteit tov wat men graag ziet (vb belang van idolen)  Maar men zal dit niet altijd willen toegeven aan hun peers uit angst om niet meer bij de groep te horen! (groepsdrukeffect) Leefwereld kinderen 9-11 jaar Context

9 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Context  Deze kinderen zijn enorm gebrand op het ontdekken van zaken  Vooral om bij te leren over « het nieuwe & het onbekende » en het in de grote wereld stappen  Fascinatie voor de ‘Volwassenen wereld’ (omwille van het onbekende)  « eens een dag meemaken wat werken eigenlijk is »  « Ik verkleed me graag met mama’s kleren en haar hakken »  Maar ook voor ‘Vreemde culturen’, musea,… Succes  Maar een kind wil zeker en vast nog even kind blijven  « Volwassenen willen altijd rustige, saaie dingen doen, dat vind ik niet zo tof »  Het leven van een kind wordt grotendeels door anderen gestuurd  Hun leven verloopt op een vrij gestructureerde basis  Over de structuur beslissen zij meestal niet zelf (gebeurt door de ouders)  Zij moeten / mogen zelf nog geen keuzes maken  Behalve in hun vrije tijd: dan kunnen ze hun fantasie gebruiken en dit doen ze dan ook ten volle  Als een kind een keuze moet maken, dan wordt dit ervaren als niet zo gemakkelijk »Vb. Ik wil wel knutselen over iets, maar waarover (geef me een onderwerp) Leefwereld kinderen 9-11 jaar

10 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Kinderen rond deze leeftijd zijn nog niet volledig in staat om abstract te denken  Wanneer zij in aanraking komen met dingen die ze niet of minder goed begrijpen, maken zij daar zelf een verhaal rond die de verklaring inhoudt (op basis van flarden kennis)  Hieruit blijkt opnieuw hun fantasievermogen  Als zij iets willen begrijpen, moet dit vooral tastbaar zijn Context Leefwereld kinderen 9-11 jaar

11 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Context  In vergelijking met vroeger heeft een kind een veel drukkere agenda (  ouders)  Na schooltijd doet een grote meerderheid vaak nog heel wat andere activiteiten  Muziekschool, sport, jeugdbeweging,....  stress enerzijds / drang om zich compleet te laten gaan anderzijds  Er is schooltijd en na-schooltijd  De school is een grote dirigent in hun leven: legt beslag op het grootste deel van hun dagen (dominantie)  Een neutrale bezigheid. Nog geen vragen omtrent de relevantie van deze activiteit  Binnen na-schooltijd is er vrije tijd & school after school  Vrije tijd = echt even kind zijn: spelen, actief zijn, niet stil moeten zitten, geen verplichtingen, echt doen waar je zin in hebt  Vrijheid  School after school: de vastgelegde ‘uurtjes’ waarvoor hun ‘vrije tijd’ plaats moet ruimen  Zij nemen meestal zelf het initiatief niet / het nut is niet altijd duidelijk  « Ik teken wel graag. Zou je dan graag naar de tekenles gaan? Dat weet ik niet hoor, dat moet ik eerst aan mijn ma vragen... »  Het gestructureerde deel van hun leefwereld. Zij kunnen hun fantasie niet/weinig vrijuit laten werken. Ze zijn gebonden aan uren, een plaats, regels  Daar moet cultuur zich inpassen  After School

12 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Werken aan fort op zolder Buiten spelen Computer spelletjes Racen Buiten spelen Tikkertje Context Competitie SPORT= vrije tijd & SAS CULTUUR*= vrije tijd & SAS SPEL = vrije tijd Samenspel Tekenacademie Dictie Klarinetles After School * = geen natuurlijke indeling voor cultuur, maar door ons gehanteerd. De invulling verschilt echter van kind tot kind. Het gaat hier om gestructuurde activiteiten (School after School)

13 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Context Reële leefwereld kind SCHOOL SCHOOL AFTER SCHOOL VRIJE TIJD UITSTAP Ideale leefwereld kind Ideale versus reële leefwereld

14 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes SCHOOL SCHOOL AFTER SCHOOL VRIJE TIJD Structuren Vrijheid Ideale versus reële leefwereld Vrijheid moet plaats ruimen ten voordele van gestructureerde tijdsbestedingen Cultuur participatie ? Cultuur participatie ? Cultuur participatie ?

15 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Top 5 van tofste uitstappen 1. (ouders of school) 2.Op reis gaan (zomer of skivakanties) (ouders of school(ski)) 3.Musical van Peter Pan (ouders of school) 4.Bosklassen (school) 5. (school of ouders)li  Top 5 van saaiste uitstappen 1. Museum met alleen maar schilderijen (ouders of school) 2. Tentoonstellingen waar je stil moet zijn (school) 3.Museum met gids (school of ouders) 4.Stappen zonder stoppen (leeruitstappen met school) 5.Naar een communie gaan in de kerk (ouders) Context Uitstappen kunnen zowel met ouders als met school tof zijn of saai zijn... After School

16 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Context  Wat is er saai aan de saaiste uitstappen?  Ze hebben niks uitdagends  Het is gewoon maar stappen, gewoon maar kijken  Het zijn activiteiten die een concreet doel missen  Het zijn activiteiten waar ze zelf geen bijdrage kunnen leveren  Het kind kan niet actief participeren  Er is niets nieuws onder de zon  Ze zijn voornamelijk beperkend  Zwijgen, stil zitten  Ze hebben iets ouderwets schools over zich  Men houdt er niks aan over  Men kan er achteraf niets over vertellen (het blijft niet hangen)  Men doet geen extra kennis op  Men begrijpt het niet (niet toegankelijk voor kinderen)  Het mist FUN  Er ontbreekt een kader  Cf behoefte aan gepland verloop, verwachtingen, houvast voor het kind (concrete & meerdere doelen)

17 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Context  Wat is er tof aan de tofste uitstappen?  Actieve deelname  Niet teveel en niet te weinig ruimte voor keuzevrijheid  Er is een rode draad aanwezig die men kan volgen  Een kind kan er zijn fantasie in kwijt (wordt ertoe gemotiveerd)  Het heeft een duidelijk doel naar kinderen toe (toegankelijkheid & identificatie)  Er zijn geen onoverkomelijke beperkingen: kinderen kunnen zich ongebonden uiten  FUN-factor!  Het staat buiten het dagdagelijkse  Het kind waant zich even in een andere wereld  De omgeving wordt ook ervaren als tof (>< alledaagse)  Uitdaging, innovatief  Bijleren, iets krijgen, skiën, opdrachten, plannetje volgen, iets durven...

18 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Context Om te verankeren in de leefwereld van kinderen: 4 aspecten Op maat van het kind Benefit georiënteerd FUN Multi-activiteiten Humor Tempo identificatie Toegankelijk Bijleren Experimenteren interactiviteit expressie Mysterieus Gestructureerd

19 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Het gezelschap en het type activiteit zijn sterk met elkaar vervlochten  Wordt de kwaliteit van een uitstap bepaald door het gezelschap?  Vriendjes, ouders, school  Uitgangspositie 1: we gaan weg met school  waar gaan we heen?  OF door de bestemming?  Een progressieve museumrondgang, een pretpark, een concert....  Uitgangspositie 2: we gaan naar een museum  wie neem ik (het kind) mee?  Deze vraag kan bepalend zijn voor de invulling van de communicatie  Moeten we communiceren  Neem je vriendje mee en kom af!  OF ‘kom naar het museum’ tout court! Context Bedenking

20 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Inhoudstafel  Informatiebehoeften  Aanpak  Context  Leefwereld kinderen 9-11 jaar  After school  Ideale versus reële leefwereld  Bedenking  Cultuur: wat=dat?  Segmentatie  Positionering

21 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Cultuur: wat=dat?  Kinderen kennen het woord ‘cultuur’ niet goed en vinden het dan ook een moeilijk woord.  Cultuur = levenswijze  Gewoontes  Geloof  Eten  Talen  Kledij  Werkstijl  Legendes Definitie cultuur & kunst  Kunst  creativiteit  Uitvindingen  Kunstwerk/schilderij  Standbeeld  Muziek (‘Vb Koningin Elisabed Wedstrijd’)  Films  Fotografie

22 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Cultuur: wat=dat?  Kunst vormt een onderdeel van cultuur  Kunst is voor kinderen een eenvoudiger begrip dan cultuur.  Kunst is voor hen veel tastbaarder.  Belangrijke kenmerken  Creativiteit van één iemand  “Een kunstenaar is iemand die iets maakt wat andere mensen mooi of interessant vinden en wat andere mensen zelf niet kunnen”  “Iemand die iets met zijn lichaam kan maken of heel creatief is”  Het is heel moeilijk  Kunst is immers iets moeilijks, iets wat ze zelf niet echt kunnen  “Een kunstenaar is iemand die iets speciaal maakt, iets uniek,iets dat je maar eenmaal vindt”  “Een kunstenaar is eigenlijk een beetje een tovenaar…”  Persoonsgebonden  ‘Mijn broer vindt moderne kunst mooier’  Een gevoel dat wordt uitgedrukt  Kunst is dus iets heel emotioneels Definitie kunst

23 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Cultuur is een aparte categorie voor de kinderen  Hiermee bedoelen we: kinderen plaatsen het niet onder de noemer vrije tijd of uitstap of school after school  Dit is vooral het gevolg van het feit dat cultuur nog niet echt plaatsje heeft veroverd binnen hun ‘vrijheid’  Dit ‘nestelen’ zal zich niet op een eenvoudige manier voltrekken  « Cultuur is nog niet voor mij, dat is voor mijn ouders, die houden van rustige dingen »  Het actief beoefenen van cultuur (zelf muziek spelen, leren, tekenen, schilderen) associëren kinderen niet spontaan met (hun definitie van) ‘cultuur’  Cultuur is voor hen eerder iets abstract, iets wat buiten hen & hun leefwereld staat  Het actief beoefenen van ‘cultuur’, is concreet & tastbaar voor hen, daarom associëren ze het niet met cultuur  Het eerder ondergaan van cultuur of kunst (bezoeken van musea, naar concert gaan,...) zien ze echter wèl als cultuur (eerder kunst)  Net het passieve van deze aanpak maakt dat ze vinden dat dit niet binnen hun leefwereld past  De kunst zal zijn om het passieve van deze cultuurbeleving om te zetten in een actieve perceptie om zo participatie te motiveren Cultuur: wat=dat? Definitie cultuur

24 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Wanneer kinderen spreken over een culturele activiteit, hebben ze het vaak over de experience en minder over het inhoudelijke aspect:  ‘ We moesten klimmen en er waren bordjes waarop telkens uitleg stond’  ‘Er waren acteurs die door het publiek liepen’  ‘Er was een zoektocht waarbij we kamers moesten zoeken op een plan en in die kamer dan een opdracht mochten uitvoeren’  ‘We mochten op knopjes duwen en dan bewoog er iets’  ‘In die musical was er een koets die wiebelde’  …  De randfactoren kunnen zeker helpen om de kinderen te ‘triggeren’ voor een culturele activiteit >> Om kinderen te stimuleren om te participeren dient men op de eerste plaats dus te focussen op de experience indien de inhoud niet aansluit bij hun leefwereld Cultuur: wat=dat? Definitie cultuur

25 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Een gevoel dat wordt uitgedrukt (in een schilderij, een beeld, gezang/opera, een tekening)  Kunst is dus iets heel emotioneels  Het cognitieve schuilt voor hen eerder in de moeilijkheidsgraad (ik zou het ook graag kunnen, maar dat is wel niet gemakkelijk om het te leren)  Voorbeelden van kunstenaars (vooral gekend door de participanten) :  James Ensor  Pablo Picasso  Vincent Van Gogh  Rubens  Kadinsky  Michelangelo  Panamarenko  Mozart  Jacob Jordaens  Dali  Henri Toulouse Lautrec  Deze 9- tot 11- jarigen kinderen geven aan hun kennis over kunst vergaard te hebben op school tijdens WO/Wero lessen  Die verhaallijnen die bij kunst worden gegeven (vb het leven van Van Gogh) bieden een kader voor kinderen, wat de kunst op zich tastbaar maakt. Cultuur: wat=dat? Definitie kunst

26 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Cultuur: wat=dat? Kunst volgens de collage van kinderen Kunst is wat ik zelf niet kan Het is iets uniek van 1 persoon Het is iets voor in musea

27 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Cultuur: wat=dat? GEEN kunst volgens de collage van kinderen Kunst is wat ik zelf niet kan Het is iets uniek van 1 persoon Het is iets voor in musea

28 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Bij kinderen is er wel een natuurlijke openheid, een fascinatie voor kunst (het gaat om hun definitie!)  Kunst sluit immers volledig aan bij hun leefwereld  Het is mysterieus, niet-alledaags  Het laat toe volop de fantasie te gebruiken  Vrijheid (geen structuur)!  Het zit als het ware in het DNA van het kind  Je wordt geboren met een affiniteit voor kunst  Deze affiniteit kan jammer genoeg verloren gaan na verloop van tijd  Of na negatieve ervaringen Cultuurparticipatie Kunst DNA

29 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Aandachtspunt  De niet-participanten bevinden zich op de grens van de kinderlijke fantasiewereld en de zeer down-to-earth puber/volwassenenwereld (zeer kritisch zijn)  Aangezien zij nu nog net open staan voor nieuwe dingen, is het mogelijk om cultuur binnen hun leefwereld nog aantrekkelijk & toegankelijk te maken  Zij hebben nog geen strikte categorisering van wat ‘goed / voor mij’ is & wat ‘slecht / niet voor mij’ is. De categorisering is zich langzaamaan wel aan het vormen  Men mag de intrede in de wereld van cultuur niet langer uitstellen  Doet men dit niet, dan zullen ze de deur naar cultuur niet zelf meer willen openen (nu staat de deur nog op een kier)  HOE?  De brug maken tussen cultuur/kunst & hun leefwereld & zo de fascinatie levendig houden Cultuurparticipatie Kunst DNA

30 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Continuïteit: een verhaallijn maakt alles veel toegankelijker (gemakkelijker voor de kinderen om zich in te leven)  Brengt structuur in de vrijheid  Details:  Speciale effecten (vb 3dimensionale tekeningen), leuke decors en kostuums  Variatie:  Variatie in emotie: humor, spanning (‘Eng is tof’)  Variatie in uitvoering: multidimensionele aanpak (vb afwisseling van muziek, dans, acteurs die rondlopen tussen het publiek)  Participatie & interactie:  Doen / zelf ontdekken en niet enkel kijken (niet: nergens mogen aankomen)  Uitbundigheid:  Zich kunnen uitleven / emoties kunnen tonen i.p.v. stil te moeten zijn  Eigen mening kunnen uiten aan peers  Extrinsieke of intrinsieke benefit  Bijleren  Tastbare herinnering  Persoonlijke benadering: uitleg op maat  Vrijheid:  Zelf kunnen kiezen wat te bekijken i.p.v. verplicht een bepaalde route te moeten volgen met een gids  De culturele activiteit mag niet als een verplichting overkomen (aversie tegen verplichtingen, vb zaken opgelegd door de school)  Geen toetsen of examens achteraf om na te gaan wat is bijgebleven (wekken angst op waardoor de culturele activiteit een negatieve connotatie krijgt)  Fun: leuke opdrachten/spelletjes (vb een zoektocht)  Identificatie & toegankelijkheid (vb geen moeilijke woorden)  Duurtijd/tempo  Geen te lang durende activiteit, geen te korte pauzes Cultuurparticipatie Succesfactoren

31 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Continuïteit / Rode draad Details Variatie Participatie & interactie Uitbundigheid Persoonlijke benadering Vrijheid Fun Identificatie & toegankelijkheid Duurtijd/Tempo Bibliotheek Concert/muziek Toneel/theater Musical Museum  X X X  X   X X   X X   X X X      X   X X X X X X X X X     X Realiteit Cultuurparticipatie XX X X XX X XX

32 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Inhoudstafel  Informatiebehoeften  Aanpak  Context  Leefwereld kinderen 9-11 jaar  After school  Ideale versus reële leefwereld  Bedenking  Cultuur: wat=dat?  Segmentatie  Positionering

33 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Saai Toegankelijk Segmentatie: perceptie van cultuur Niet toegankelijk Spannend Actieve cultuurlover Cultuur = participeren Speelvogel Cultuur = negeren Potentiële cultuurlover Cultuur = aftasten Cultuur-nihilist Cultuur = ondergaan

34 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Actieve cultuurloverSpeelvogelPotentiële Cultuurlover Cultuur nihilist Naschoolse participatie (stimulans) Beleving InteresseZichtbaar aanwezigZichtbaar afwezigLatent aanwezigZichtbaar afwezig AanrakingOuders + school School Houvast nodig Segmentatie: perceptie van cultuur

35 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Spontane openheid voor cultuur die door niets wordt gelimiteerd  Zeer bewuste beleving van cultuur  Ongeremde identificatie met & participatie bij cultuur  Speelvogel gaat zich sneller vervelen, gaat cultuur als saai ervaren  Snelheid is bij elke activiteit van belang, enorme nood aan variatie (beleving van activiteiten als een stormram)  Heeft bij cultuur houvast nodig: begeleiding om het participatiegehalte te verhogen  De nihilist ondergaat een culturele activiteit:  Er is een fundamenteel gebrek aan identificatie, wat ook gevolgen heeft voor de mate van participatie aan een activiteit  Een culturele activiteit wordt dus ook hier als saai ervaren  Er is een openheid voor cultuur, maar er is een belangrijke drempel die de openheid afremt  Gebrek aan confrontatie met cultuur (ouders)  Ten gevolge van een gebrek aan ervaring, heeft dit kind houvast nodig om het participeren te faciliteren.  Er is zeker een identificatiebasis aanwezig, er is immers een enorme wil om cultuur te gaan exploreren Actieve cultuurlover Cultuur = participeren Speelvogel Cultuur = negeren Potentiële cultuurlover Cultuur = aftasten Cultuur-nihilist Cultuur = ondergaan Ouders = stimuli Ouders = geen stimuli Segmentatie: perceptie van cultuur

36 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Inhoudstafel  Informatiebehoeften  Aanpak  Context  Leefwereld kinderen 9-11 jaar  After school  Ideale versus reële leefwereld  Bedenking  Cultuur: wat=dat?  Segmentatie  Positionering

37 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Positionering  Deze segmentatie wijst uit dat er een specifieke aanpak nodig is per segment  Het gaat niet altijd om het leuker maken van cultuur, het kan soms gewoon de toegankelijkheid betreffen of een combinatie van beiden. De vraag blijft dan: hoe kan je cultuur aantrekkelijker maken voor kinderen?  Wat we ons in deze context moeten afvragen is waarom K3 & Walibi veel ‘wijzer’ zijn in de ogen van kinderen dan een museum bezoeken of naar een toneel gaan?  Anderzijds mag het niet de bedoeling zijn om een culturele activiteit te laten concurreren met activiteiten zoals een K3-optreden of een pretparkbezoek  De grootste cultuurlover onder kinderen zal hoogstwaarschijnlijk opteren voor het pretpark wanneer hem de keuze wordt voorgelegd tussen een pretpark of een museumbezoek  Het moet de bedoeling zijn om culturele activiteiten voor kinderen op een unieke manier te promoten zodanig dat deze zo weinig mogelijk hinder ondervinden van de ‘monopoliepositie’ van dergelijke events Cultuur versus ‘commerce’

38 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes Populair Edutainment Cultuur versus ‘commerce’ Entertainment Mysterieus Concentratie van favoriete kids activiteiten Cultuur moet zich hier strategisch positioneren Fun in edutainment Actuele positie cultuur Grijs = universum van kids Positionering

39 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Differentiërende kenmerken van de « favoriete kidsactiviteiten » ruimte (waarop vandaag de klemtoon ligt)  Het entertainment-gehalte  Men gaat ernaartoe omdat men dat tof vindt. Men verwacht hier niets meer van.  Bekendheid / populariteit  Cf merchandising, marketing  Wat we reeds aanhaalden bij de bespreking van hun leefwereld, wordt hier bevestigd: kinderen vinden het enerzijds noodzakelijk om tot een groep te behoren, om aanvaard te worden door een groep (‘belonging’)  Het is ‘not done’ om van iets niet te houden dat ‘in’ is fun in edutainment  Cultuur moet fun in edutainment worden, want situeert zich nu op een vrij onzichtbare plaats & wordt dus onnodig buiten de spontane belevingswereld van edutainment & entertainment gerekend  Het edutainment-gehalte  Dit betreft een mix tussen entertainment (tof!) & de concrete benefit (intellectuele challenge) die men hieruit kan halen (bijleren, de uitdaging om iets nieuws te ontdekken)  Mysterie-gehalte  Niet alledaagse. K3 & Walibi is door iedereen geliefd en je komt er heel vaak ongevraagd mee in aanraking. Als kind wil je enerzijds wel deelnemen aan het proces van ‘belonging’, maar anderzijds mag het niet te gewoon worden Cultuur moet gepositioneerd worden binnen het universum van de kinderen tussen de dimensies  Entertainment versus edutainment  Mysterieus versus populair Positionering Cultuur versus ‘commerce’

40 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Begeleidende factoren bij het positioneringsproces  Ouders & school zijn conditio sine qua non wat het doorgeven of aanbrengen van liefde voor cultuur betreft opm. Er is wel een aangeboren openheid van kinderen ten aanzien van cultuur, maar daarom wordt het nog niet noodzakelijk als toegankelijk ervaren!  De ouders hebben een zeer belangrijke push-invloed. Zij zijn veruit de enige die in de actuele situatie het kind ertoe kunnen bewegen om effectief te participeren  De school kan een invloed uitoefenen, maar doet het op dit moment vaak op een verkeerde manier  Voor dit positioneringsproces zijn de kritische succesfactoren* ‘participatie’ & ‘identificatie’ het meest van doorslaggevend belang  Participatie: het kind moet zich kunnen uitleven bij een activiteit, anderzijds is er wel een ‘structuur in hun vrijheid’ nodig (rode draad)  Participatie moet er uiteindelijk toe leiden dat cultuur een meer edutainment-gehalte krijgt.  Identificatie: een culturele activiteit moet toelaten dat een kind zijn fantasie kan benutten en dat de intellectuele challenge (concrete benefit) tastbaar is voor het kind  Identificatie moet uiteindelijk leiden tot een meer uitgesproken mystiek karakter van cultuur Positionering Cultuur versus ‘commerce’

41 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes  Attention: een belangrijk gevaar schuilt in de neiging om cultuur als populair te willen positioneren. Dit kan zeker niet in het kader van het voorgaande  Een Unique Selling Proposition van cultuur moet ten allen tijde « het mystieke, het aspirationele » blijven  Dit moet steeds in schril contrast staan met het populaire  De gap tussen populair & mystiek kan dit contrast in de verf zetten via een proces van identificatie  vb. Iets van zichzelf in de cultuuractiviteit leggen, zelf een pensoorlijke benefit koppelen aan een cultuur activiteit... Positionering Cultuur versus ‘commerce’

42 © InSites Consulting Spruitjes & Uitjes About InSites Consulting: Contact details Frank Geers Senior consultant Tel Mobile InSites Consulting Coupure Links 59 B-Ghent Belgium Tel Fax


Download ppt "1 © InSites Consulting 2007 Spruitjes & Uitjes Kinderen en Cultuur: ‘Klutluur, wasda?’ Creatief en exploratief onderzoek naar hoe jonge kinderen cultuur."

Verwante presentaties


Ads door Google