De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Waarom is het zo verslavend? Hoe slecht is het? Wat kunnen we er aan doen? Trudi Tromp-Beelen huisarts en verslavingsarts Jellinek / Arkin “Uw problemen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Waarom is het zo verslavend? Hoe slecht is het? Wat kunnen we er aan doen? Trudi Tromp-Beelen huisarts en verslavingsarts Jellinek / Arkin “Uw problemen."— Transcript van de presentatie:

1 Waarom is het zo verslavend? Hoe slecht is het? Wat kunnen we er aan doen? Trudi Tromp-Beelen huisarts en verslavingsarts Jellinek / Arkin “Uw problemen gaan in rook op “

2 Stellingen/ Toetsvragen stoppen met alcohol is moeilijker dan stoppen met roken eens/ oneens stoppen met alcohol is moeilijker dan stoppen met roken eens/ oneens door genetische verschillen is de een sneller verslaafd aan roken dan een ander eens/ oneens door genetische verschillen is de een sneller verslaafd aan roken dan een ander eens/ oneens het roken van “mild” en “light” sigaretten is beter eens/oneens het roken van “mild” en “light” sigaretten is beter eens/oneens

3 Stellingen/ Toetsvragen een roker heeft gemiddeld 4 stoppogingen nodig om te slagen eens/ oneens een roker heeft gemiddeld 4 stoppogingen nodig om te slagen eens/ oneens Het verschil in levensverwachting tussen rokers en niet-rokers is: 3 jaar / 5 jaar / 7 jaar / 10 jaar Het verschil in levensverwachting tussen rokers en niet-rokers is: 3 jaar / 5 jaar / 7 jaar / 10 jaar

4 Enkele cijfers (Erasmus Universiteit, mei 2003) : 1,2 miljoen tabaksdoden in Nederland ( : : ) : 1,2 miljoen tabaksdoden in Nederland ( : : ) : t.g.v. longcarcinoom t.g.v longkanker door roken : t.g.v. longcarcinoom t.g.v longkanker door roken verschil in levensverwachting rokers en niet- rokers: 6-7 jaar verschil in levensverwachting rokers en niet- rokers: 6-7 jaar 1/3 van de rokers haalt de 70 jaar niet t.o.v. 1/6 van de niet-rokers 1/3 van de rokers haalt de 70 jaar niet t.o.v. 1/6 van de niet-rokers In 2015 hebben de vrouwen de mannen ingehaald In 2015 hebben de vrouwen de mannen ingehaald bron: NTVG mei 2003, nr.19

5 Aan roken gerelateerde ziekten Longziekten Longziekten Hart- en vaatziekten Hart- en vaatziekten Verschillende vormen van kanker Verschillende vormen van kanker Endocriene aandoeningen Endocriene aandoeningen Gastro-intestinale aandoeningen Gastro-intestinale aandoeningen Mond- en huidziekten Mond- en huidziekten Effecten op de voortplanting en zwangerschap Effecten op de voortplanting en zwangerschap Risico’s van meeroken Risico’s van meeroken Overige ziekten Overige ziekten Psychiatrische co-morbiditeit / andere verslavingen Psychiatrische co-morbiditeit / andere verslavingen

6 Belangrijke effecten van roken op de luchtwegen: ontstekingsreactie luchtwegen met toegenomen slijmproductie maar belemmerde afvoer ontstekingsreactie luchtwegen met toegenomen slijmproductie maar belemmerde afvoer vernauwing kleinere luchtwegen vernauwing kleinere luchtwegen beschadiging luchtwegen met name longblaasjes beschadiging luchtwegen met name longblaasjes hoesten (m.n. ‘s ochtends) hoesten (m.n. ‘s ochtends) kortademigheid kortademigheid gevoeliger voor infecties gevoeliger voor infecties Waardoor toegenomen kans op: sinusitis sinusitis astma astma COPD COPD longkanker longkanker

7 Belangrijkste effecten van roken op atherosclerose: Vaatwand o.a. Vaatwand o.a. Beschadiging, permeabiliteit , doorbloeding  endotheel Beschadiging, permeabiliteit , doorbloeding  endotheel Vasoconstrictie, vaatwandstijfheid  Vasoconstrictie, vaatwandstijfheid  Verhoogde stollingsneiging o.a. tgv Verhoogde stollingsneiging o.a. tgv Plaatjesaggregatie  Plaatjesaggregatie  Verhoogde viscositeit door toename concentratie ery’s en leuco’s, fibrinogeen  Verhoogde viscositeit door toename concentratie ery’s en leuco’s, fibrinogeen  Invloed op lipiden: v erlaging HDL-concentratie Invloed op lipiden: v erlaging HDL-concentratie → verhoogd risico op hart- en vaatziekten zoals hoge bloeddruk, hartinfarct, TIA, CVA, aneurysma aortae → verhoogd risico op hart- en vaatziekten zoals hoge bloeddruk, hartinfarct, TIA, CVA, aneurysma aortae

8 - Diverse vormen van kanker - Endocriene aandoeningen Kanker Kanker longkanker longkanker blaas- en nierkanker blaas- en nierkanker alvleesklierkanker alvleesklierkanker mond- keel- strottenhoofdkanker mond- keel- strottenhoofdkanker Endocriene aandoeningen Endocriene aandoeningen (verminderde) schildklierfunctie (verminderde) schildklierfunctie verhoogd risico diabetes type 2 + complicaties diabetes verhoogd risico diabetes type 2 + complicaties diabetes

9 - Mond- en huidziekten - Gastro-intestinale aandoeningen Mond: Mond: diverse vormen van kanker diverse vormen van kanker parodontitis parodontitis stomatitis stomatitis Huid: Huid: Veroudering huid / rimpels Veroudering huid / rimpels Gastro-intestinaal: Gastro-intestinaal: risico op maagzweer risico op maagzweer risico op ziekte van Crohn risico op ziekte van Crohn verbetering (!!!) colitis ulcerosa (door nicotine) verbetering (!!!) colitis ulcerosa (door nicotine)

10 - Voortplanting en zwangerschap - Overige aandoeningen - Risico’s meeroken Voortplanting en zwangerschap: Voortplanting en zwangerschap: verminderde vruchtbaarheid ♀ en ♂ verminderde vruchtbaarheid ♀ en ♂ perinatale sterfte, spontane abortus, placentaloslating, extra- uterine zwangerschap, verlaagd geboortegewicht perinatale sterfte, spontane abortus, placentaloslating, extra- uterine zwangerschap, verlaagd geboortegewicht Overige aandoeningen: Overige aandoeningen: oogziekten: cataract, netvliesloslating, maculadegeneratie oogziekten: cataract, netvliesloslating, maculadegeneratie osteoporose osteoporose verminderde wondgenezing verminderde wondgenezing Risico’s meeroken: Risico’s meeroken: luchtwegaandoeningen luchtwegaandoeningen hart- en vaatziekten hart- en vaatziekten

11 Afhankelijkheid van een middel definitie DSM-IV In periode van 12 maanden minimaal 3 van de volgende punten: tolerantie onthouding gebruik in grotere hoeveelheid/langere duur dan plan de wens gebruik te minderen kost steeds meer tijd (gebruik, herstel van de effecten, artsenbezoek e.d. beïnvloedt sociale/beroepsmatige/vrijetijdsbestedingen gebruik gecontinueerd ondanks druk van omgeving en de wetenschap dat het gebruik problemen oplevert

12 Nicotine Perifere effecten o.a. Stimulatie afgifte adrenaline uit de bijnier: Stimulatie afgifte adrenaline uit de bijnier: stijging bloeddruk stijging bloeddruk perifere vasoconstrictie perifere vasoconstrictie toename van de hartfrequentie toename van de hartfrequentie toename ademfrequentie toename ademfrequentie stijging glucosespiegel stijging glucosespiegel Parasympatische stimulatie: Parasympatische stimulatie: gastro-intestinale systeem → toename tonus en motiliteit gastro-intestinale systeem → toename tonus en motiliteit Passeert de placenta → ongeboren vrucht (kinderen grotere kans op astma en COPD) Passeert de placenta → ongeboren vrucht (kinderen grotere kans op astma en COPD)

13 Verslavingsrisico’s van de gebruiker sociale setting, “peer group” sociale setting, “peer group” maatschappelijk gebruik maatschappelijk gebruik werk en opleiding werk en opleiding erfelijkheid erfelijkheid andere verslavingen andere verslavingen psychiatrische stoornissen psychiatrische stoornissen

14 Verslavingsrisico’s van de gebruiker (vervolg) hoe jonger men begint met roken hoe groter de kans op verslaving hoe jonger men begint met roken hoe groter de kans op verslaving in lagere sociale klassen wordt jonger begonnen met roken en op latere leeftijd gestopt in lagere sociale klassen wordt jonger begonnen met roken en op latere leeftijd gestopt vrouwen kunnen moeilijker stoppen dan mannen vrouwen kunnen moeilijker stoppen dan mannen nicotine geeft géén sociale problemen zoals geweld, criminaliteit of relatieproblemen (i.t.t. andere drugs en alcohol) nicotine geeft géén sociale problemen zoals geweld, criminaliteit of relatieproblemen (i.t.t. andere drugs en alcohol)

15 Nicotine en genetische factoren rokende ouders, broers en zussen verhogen het risico op verslaving aan roken rokende ouders, broers en zussen verhogen het risico op verslaving aan roken er zijn genetische verschillen op neuroreceptorniveau er zijn genetische verschillen op neuroreceptorniveau genetische verschillen in het metabolisme van nicotine ( CYP2A6) genetische verschillen in het metabolisme van nicotine ( CYP2A6)

16 Nicotine en andere verslavingen van de zware rokers heeft 30% een alcoholprobleem nu of in het verleden van de zware rokers heeft 30% een alcoholprobleem nu of in het verleden van de alcoholisten rookt 80% van drugsverslaafden en methadongebruikers rookt 98% van de alcoholisten rookt 80% van drugsverslaafden en methadongebruikers rookt 98% het samengaan van een alcohol- en cannabis- harddrugafhankelijkheid bemoeilijkt het stoppen met roken het samengaan van een alcohol- en cannabis- harddrugafhankelijkheid bemoeilijkt het stoppen met roken

17 Roken en psychiatrische comorbiditeit bij nicotineafhankelijkheid is de kans op psychiatrische aandoeningen verhoogd met name: bij nicotineafhankelijkheid is de kans op psychiatrische aandoeningen verhoogd met name: depressies depressies angststoornissen angststoornissen schizofrenie schizofrenie onduidelijk of dit komt door: onduidelijk of dit komt door: gemeenschappelijke aanleg gemeenschappelijke aanleg het een het ander uitlokt het een het ander uitlokt zeker is dat ze elkaar versterken en onderhouden zeker is dat ze elkaar versterken en onderhouden

18 Roken en schizofrenie: 70% - 90% van de schizofrene patiënten rookt 70% - 90% van de schizofrene patiënten rookt nicotine heeft gunstige invloed op: nicotine heeft gunstige invloed op: cognitieve defecten cognitieve defecten nicotine verhoogt afgifte van dopamine waardoor verminderde: nicotine verhoogt afgifte van dopamine waardoor verminderde: apathie apathie emotionele onverschilligheid emotionele onverschilligheid zwijgzaamheid zwijgzaamheid stereotiep denken stereotiep denken N.B. tabaksrook remt MAO-A en MAO-B hierdoor verminderde afbraak Dopamine waardoor bovengenoemde gunstige werking nicotine versterkt

19 Roken en antipsychotica vele antipsychotica, zoals haloperidol, hebben antidopaminerg effect en verhogen daarmee de tabaksconsumptie om bijwerkingen te verlichten (andere middelen zoals clozapine hebben dit effect minder) vele antipsychotica, zoals haloperidol, hebben antidopaminerg effect en verhogen daarmee de tabaksconsumptie om bijwerkingen te verlichten (andere middelen zoals clozapine hebben dit effect minder) roken versnelt de biotransformatie van antipsychotica (haldol, olanzepine en clozapine)  hogere doseringen kunnen nodig zijn roken versnelt de biotransformatie van antipsychotica (haldol, olanzepine en clozapine)  hogere doseringen kunnen nodig zijn

20 Roken en depressie en angststoornissen bestaan van depressie/angst- en paniekstoornis bij begin roken verhoogt kans op verslaving bestaan van depressie/angst- en paniekstoornis bij begin roken verhoogt kans op verslaving roken bevordert het ontstaan van depressie/angst en paniekstoornis roken bevordert het ontstaan van depressie/angst en paniekstoornis relatie wordt veroorzaakt door: relatie wordt veroorzaakt door: mogelijk gemeenschappelijke aanleg mogelijk gemeenschappelijke aanleg werking nicotine op serotoninereceptoren werking nicotine op serotoninereceptoren tabaksrook MAO-A remt en daarmee antidepressief en anxiolytisch werkt tabaksrook MAO-A remt en daarmee antidepressief en anxiolytisch werkt Cave : (tijdelijke) verergering depressieve gevoelens en angst bij stoppen met roken

21 Roken en antidepressiva roken verlaagt de plasmaspiegel van antidepressiva: roken verlaagt de plasmaspiegel van antidepressiva: tricyclische antidepressiva tricyclische antidepressiva selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) mogelijk hogere doseringen nodig mogelijk hogere doseringen nodig

22 Verslavingsrisico’s van de gebruiker (vervolg) in psychiatrische klinieken rookt min. 75% van de patiënten met name bij: depressies, angststoornissen en schizofrenie in psychiatrische klinieken rookt min. 75% van de patiënten met name bij: depressies, angststoornissen en schizofrenie van de zware rokers heeft 30% een alcoholprobleem nu of in het verleden van de zware rokers heeft 30% een alcoholprobleem nu of in het verleden van de alcoholisten rookt 80% van drugsverslaafden en methadongebruikers rookt 98% van de alcoholisten rookt 80% van drugsverslaafden en methadongebruikers rookt 98%

23 Verslavingsrisico’s met betrekking tot het middel verkrijgbaarheid verkrijgbaarheid kosten kosten werkingsmechanisme werkingsmechanisme sterk of zwak werkzaam sterk of zwak werkzaam snelheid van werking en duur van de werking snelheid van werking en duur van de werking doseringsfrequentie doseringsfrequentie wijze van gebruik (kauwen, slikken, spuiten, inhaleren) wijze van gebruik (kauwen, slikken, spuiten, inhaleren) tolerantie tolerantie

24 Farmacokinetische eigenschappen van nicotine nicotine geeft geen duidelijke intoxicatie (i.t.t. andere drugs en alcohol) nicotine geeft geen duidelijke intoxicatie (i.t.t. andere drugs en alcohol) een zeer potent verslavend middel een zeer potent verslavend middel werkt zeer snel, na opname in de longen bereikt het in 7 seconden de hersenen werkt zeer snel, na opname in de longen bereikt het in 7 seconden de hersenen werkt kort (afhankelijk van genetische factoren) werkt kort (afhankelijk van genetische factoren) resultaat: men moet vaak doseren, bij 20 sigaretten per dag en 10 inhalaties per sigaret: minimaal 200 doses per dag resultaat: men moet vaak doseren, bij 20 sigaretten per dag en 10 inhalaties per sigaret: minimaal 200 doses per dag (let op ‘light’, ‘mild’ en filtersigaretten)

25 Figuur Uit A. Goldstein Addiction. De nicotine spiegel in het bloed na het roken van één sigaret per uur. De bloedmonsters werden iedere 15 minuten genomen. (Nicotinespiegel gegeven in ng/ml bloed). (let op: genetische verschillen)

26 Farmacodynamische eigenschappen van nicotine stimulering stimulering ontspanning ontspanning verhoogde concentratie verhoogde concentratie prestatieverbetering prestatieverbetering stemming verbetering stemming verbetering vermindering angst vermindering angst vermindering eetlust vermindering eetlust

27 NICOTINE werking op het centraal zenuwstelsel NICOTINE DOPAMINE NORADRENALINE ACETYLCHOLINE VASOPRESSINE SEROTONINE BETA-ENDORPHIN Genot, Onderdrukken Eetlust Waakzaamheid, Onderdrukken Eetlust Waakzaamheid, Verbetering Leerproces Verbetering Geheugen Beïnvloeding Stemming,Onderdrukken Eetlust Vermindering van Angst en Spanning BENOWITZ

28 MIS (Minimale Interventie Strategie) * ** Rookprofiel Rookprofiel Motivatie Motivatie Barrières Barrières Stopafspraak Stopafspraak Hulpmiddelen Hulpmiddelen Nazorg Nazorg * H-MIS, L-MIS, C-MIS, V-MIS ** Nieuwe naam: STIMEDIC

29 Anamnese (NHG-Standaard Stoppen met roken juni 2007) Rookstatus bij hulpzoekers en bij patiënten waarbij stoppen met roken belangrijk is: Rookstatus bij hulpzoekers en bij patiënten waarbij stoppen met roken belangrijk is: pat. met aan roken gerelateerde aandoeningen pat. met aan roken gerelateerde aandoeningen ouders met kinderen met astma / recidiv. luchtwegaandoeningen ouders met kinderen met astma / recidiv. luchtwegaandoeningen vrouwen die hormonale anticonceptie (gaan) gebruiken vrouwen die hormonale anticonceptie (gaan) gebruiken zwangeren en hun partners zwangeren en hun partners Pakjaren: Pakjaren: aantal jaren aantal jaren gemiddelde aantal sigaretten p.d. gemiddelde aantal sigaretten p.d. Motivatie: Motivatie: gemotiveerd gemotiveerd overweger overweger ongemotiveerd ongemotiveerd

30 Niet medicamenteus beleid 1 e contact (NHG-Standaard Stoppen met roken juni 2007) Op de persoon afgestemd stopadvies Op de persoon afgestemd stopadvies Bespreek mogelijke praktijkondersteuning en zo nodig vervolgcontact Bespreek mogelijke praktijkondersteuning en zo nodig vervolgcontact gemotiveerd → intensieve ondersteuning gemotiveerd → intensieve ondersteuning overweger → bied motivatieverhogende interventie aan overweger → bied motivatieverhogende interventie aan ongemotiveerd → vraag toestemming er een volgende keer op terug te komen ongemotiveerd → vraag toestemming er een volgende keer op terug te komen Bied voorlichtingsmateriaal aan: Bied voorlichtingsmateriaal aan: of of

31 Motivatie zo nodig verhogen: (NHG-Standaard Stoppen met roken juni 2007) Vraag naar voordelen van het roken Vraag naar voordelen van het roken Voordelen en relevantie stoppen met roken Voordelen en relevantie stoppen met roken toegespitst op de persoon toegespitst op de persoon Risico’s doorroken: Risico’s doorroken: impotentie, schade bij zwangerschap; impotentie, schade bij zwangerschap; op lange termijn: kanker/ astma/ COPD/ HVZ/ CVA op lange termijn: kanker/ astma/ COPD/ HVZ/ CVA Informeer naar barrières Informeer naar barrières

32 Motiveren. Hoe doe je dat? ongevraagd stopadvies geven! ongevraagd stopadvies geven! verband leggen tussen klachten en roken op een niet-confronterende, niet-moralistische manier verband leggen tussen klachten en roken op een niet-confronterende, niet-moralistische manier veel begrip tonen en uitleggen veel begrip tonen en uitleggen barrières bespreken barrières bespreken hulpmiddelen bespreken, inclusief medicamenteuze mogelijkheden hulpmiddelen bespreken, inclusief medicamenteuze mogelijkheden

33

34 Stadia van gedragsverandering en hulpverleningstaken Stadium cliënt Taak van de hulpverlener Voorstadium Informatie geven, relatie leggen klachten - gebruik, bezorgdheid vergroten Overwegen Afwegen van de voor- en nadelen, persoonlijke effectiviteit versterken Beslissen Hulp bij het nemen van een weloverwogen besluit Uitvoeren Hulp bij uitvoeren van de verandering, zelfcontroletechnieken Volhouden Terugvalpreventie: herkennen van risicosituaties, vaardigheidstraining Terugvallen Hulp bij het overwegen om opnieuw het proces te doorlopen

35 Barrières inventariseren en bespreken: Mislukken eerdere stoppogingen. Mislukken eerdere stoppogingen. Gewichtstoename door stoppen. Gewichtstoename door stoppen. Dagelijkse stress neemt toe door stoppen. Dagelijkse stress neemt toe door stoppen. Nu niet het goede moment. Nu niet het goede moment. Huisgenoten blijven roken. Huisgenoten blijven roken. Chagrijnig worden bij stoppen. Chagrijnig worden bij stoppen. Prestatie/ concentratie vermindert bij stoppen. Prestatie/ concentratie vermindert bij stoppen. Angst dat de behoeft aan een sigaret levenslang blijft. Angst dat de behoeft aan een sigaret levenslang blijft.

36 Nicotine-onthouding volgens de DSM-IV: Opmerking: kan minstens 3 weken duren! (Veel langer dan bij andere drugs en alcohol) dysfore of depressieve stemming dysfore of depressieve stemming slapeloosheid slapeloosheid prikkelbaarheid, frustratie of woede prikkelbaarheid, frustratie of woede angst angst concentratieproblemen concentratieproblemen rusteloosheid rusteloosheid vertraagde hartfrequentie vertraagde hartfrequentie toegenomen eetlust of gewichtstoename toegenomen eetlust of gewichtstoename

37 Daarnaast kans op: tijdelijke hyperreactiviteit van de longen tijdelijke hyperreactiviteit van de longen obstipatie obstipatie verergering van psychiatrische co-morbiditeit verergering van psychiatrische co-morbiditeit CRAVING de craving na stoppen met roken kan maanden tot jaren duren ! (veel langer dan bij alcohol of drugs) CRAVING de craving na stoppen met roken kan maanden tot jaren duren ! (veel langer dan bij alcohol of drugs)

38 0 - 2 dagen dagen 3 dagen – 2 weken 3 dagen – 2 weken 2 – 4 weken 2 – 4 weken 1 – 3 maanden 1 – 3 maanden 3 maanden – 1 jaar 3 maanden – 1 jaar Bloeddruk normaliseert Temp. handen en voeten stijgt Nicotine en alle bijproducten uit lichaam Makkelijker ademhalen Longcapaciteit neemt toe Makkelijker sporten Meer energie Longfunctie verbetert met % Longweefsel begint zich te herstellen Minder last van luchtweginfecties Risico op longziektes en longkanker vermindert sterk Risico op hart- en vaatziekten vermindert met 50% Lichamelijk en geestelijk welbevinden sterk verbeterd Wat gebeurt er als men stopt met roken?

39 Niet medicamenteus vervolgbeleid (NHG-Standaard Stoppen met roken juni 2007) Bespreek eerdere stoppogingen Bespreek eerdere stoppogingen moeilijke momenten moeilijke momenten ontwenningsverschijnselen ontwenningsverschijnselen angst te falen, gedaalde motivatie angst te falen, gedaalde motivatie Stopplan Stopplan stopdatum stopdatum Wie kan helpen? Vrienden? Partner? Wie kan helpen? Vrienden? Partner? Vervolgconsulten Vervolgconsulten per week/maand/half jaar per week/maand/half jaar op spreekuur of telefonisch bij h.a. of POH of assistente op spreekuur of telefonisch bij h.a. of POH of assistente Bespreek terugval Bespreek terugval Bespreek mogelijkheden van medicamenteuze hulpmiddelen Bespreek mogelijkheden van medicamenteuze hulpmiddelen

40 Medicamenteuze behandeling Nicotinesubstitutie: pleisters (kunnen gecombineerd worden met een van de andere toedieningsvormen) pleisters (kunnen gecombineerd worden met een van de andere toedieningsvormen) kauwgom kauwgom sublinguale tablet sublinguale tablet zuigtablet zuigtablet Andere medicatie: Bupropion * Nortriptyline * Varenicline * Kunnen gecombineerd worden met nicotinevervangende middelen

41 Nicotinesubstitutie: pleisters 7, 14, 21 mg / 24 uur (kunnen gecombineerd worden met een van de andere toedieningsvormen) pleisters 7, 14, 21 mg / 24 uur (kunnen gecombineerd worden met een van de andere toedieningsvormen) kauwgom 2mg en 4mg kauwgom 2mg en 4mg sublinguale tablet 2mg sublinguale tablet 2mg zuigtablet 1mg, 1,5mg, 2mg, 4mg zuigtablet 1mg, 1,5mg, 2mg, 4mg

42

43 (opmerking: evt. afbouw mogelijk) Nicotinesubstitutie: (opmerking: evt. afbouw mogelijk) dosering afhankelijk van het aantal gerookte sigaretten pleisters kunnen gecombineerd worden met andere toedieningsvormen duur van de behandeling  6 weken tot  6 maanden bijwerkingen: -lokaal: irritatie van huid, mond en keel -verder: hik en maagklachten contra-indicaties*: instabiele angina pectoris, ernstige aritmieën, recent CVA *Opmerking: - minder cardiaal risico dan doorroken - geeft geen toename stollingneiging - geen exposure aan koolmonoxide

44 Bupropion (kan gecombineerd met NVM) werking: dopaminerg, noradrenerg (serotonerg) dosering: eerste 6 dagen: 1 x dd 150 mg. dosering: eerste 6 dagen: 1 x dd 150 mg. daarna 2 x dd 150 mg. gedurende 7 tot 9 weken gedurende 7 tot 9 weken rookstopdatum: ± 10 dagen na start medicatie rookstopdatum: ± 10 dagen na start medicatie bijwerkingen: bijwerkingen: o.a. overgevoeligheidsreacties, droge mond, hoofdpijn, slapeloosheid (niet na 18.00h innemen), obstipatie, depressie, angst, concentratiestoornissen o.a. overgevoeligheidsreacties, droge mond, hoofdpijn, slapeloosheid (niet na 18.00h innemen), obstipatie, depressie, angst, concentratiestoornissen Let op: contra-indicaties (epilepsie,leverfunctiestoornis en interacties!!

45 Nortriptyline* (*niet geregistreerd voor stoppen met roken) (kan gecombineerd met NVM) werking: serotonerg, noradrenerg, anticholinerg dosering: dag 1-3: 1xdd 25mg, dag 4-6: 1xdd 50mg, daarna evt. 1xdd 75mg (ouderen/adolescenten resp. 1xdd 10 mg, 20mg, 30-40mg) dosering: dag 1-3: 1xdd 25mg, dag 4-6: 1xdd 50mg, daarna evt. 1xdd 75mg (ouderen/adolescenten resp. 1xdd 10 mg, 20mg, 30-40mg) gedurende 7-12 weken gedurende 7-12 weken rookstopdatum: 7-8 dagen na start medicatie rookstopdatum: 7-8 dagen na start medicatie bijwerkingen: o.a. droge mond, hoofdpijn, maag-darmstoornissen, slapeloosheid, slaperigheid, accomodatiestoornissen. Let op contra-indicaties o.a. recent myocardinfarct. bijwerkingen: o.a. droge mond, hoofdpijn, maag-darmstoornissen, slapeloosheid, slaperigheid, accomodatiestoornissen. Let op contra-indicaties o.a. recent myocardinfarct.

46 Varenicline (eventueel combineren met NVM) partiële agonist, partiële antagonist van nicotine dosering: dag 1-3: 1xdd 0,5mg, dag 4-7: 2xdd 0,5mg, vanaf dag 8: 2xdd 1,0mg dosering: dag 1-3: 1xdd 0,5mg, dag 4-7: 2xdd 0,5mg, vanaf dag 8: 2xdd 1,0mg gedurende: 12 weken (of langer) gedurende: 12 weken (of langer) rookstopdatum: tussen dag 8 en 14 rookstopdatum: tussen dag 8 en 14 bijwerkingen: misselijkheid, hoofdpijn, slapeloosheid, vreemde dromen bijwerkingen: misselijkheid, hoofdpijn, slapeloosheid, vreemde dromen enige contra-indicatie ernstige nierfunctiestoornis enige contra-indicatie ernstige nierfunctiestoornis geen interacties geen interacties

47 Alertheid! bij stoppen met roken bij mensen met: Diabetes Diabetes Andere verslavingen o.a.: Andere verslavingen o.a.: alcohol alcohol cannabis cannabis Psychiatrische aandoeningen: Psychiatrische aandoeningen: schizofrenie schizofrenie bipolaire stoornis bipolaire stoornis depressie depressie angststoornis angststoornis

48 Gen-specifieke behandeling: NICOTEST Wie? Wie? Welke medicatie? Welke medicatie? Welke dosering? Welke dosering? Nabije toekomst:

49 Wat vergroot de kans op terugval? Psychosociale factoren Psychosociale factoren houding t.o.v. roken houding t.o.v. roken weinig zelfvertrouwen weinig zelfvertrouwen rokers in de omgeving rokers in de omgeving Motivatie: Motivatie: om te stoppen om te stoppen om vol te houden om vol te houden Fysieke afhankelijkheid Fysieke afhankelijkheid Smokkelen (‘eentje’) Smokkelen (‘eentje’) Gebrek aan vaardigheden Gebrek aan vaardigheden

50 Terugval Top 5 Negatieve onverwachte emoties Negatieve onverwachte emoties Interpersoonlijke conflicten Interpersoonlijke conflicten Sociale druk: andere rokers Sociale druk: andere rokers Alcohol Alcohol Testen eigen controle Testen eigen controle

51 Terugval interventies: anticiperen op terugval anticiperen op terugval herkennen hoog risico situaties (gedragsregistratie, herkennen waarschuwingssignalen) herkennen hoog risico situaties (gedragsregistratie, herkennen waarschuwingssignalen) leren omgaan met hoog risico situaties (herkennen, vermijden, vaardigheden aanleren) leren omgaan met hoog risico situaties (herkennen, vermijden, vaardigheden aanleren)

52 Nazorg: Vervolgconsulten Vervolgconsulten bij huisarts, POH of assistente bij huisarts, POH of assistente per week/maand/half jaar per week/maand/half jaar Terugval bespreken!!! Terugval bespreken!!! Bespreek een mogelijke verwijzing naar STIVORO, GGD of rookstoppoli. Bespreek een mogelijke verwijzing naar STIVORO, GGD of rookstoppoli. Follow-up van (nog) niet stoppers. Follow-up van (nog) niet stoppers.

53 Effectiviteit van stoppen-met-rokenmethoden in Nederland ( op basis van Cochrane-gegevens ) advies op maat: 7% advies op maat: 7% telefonische counseling: 7,5% telefonische counseling: 7,5% individuele counseling: 16% individuele counseling: 16% acupunctuur: niet beter dan placebo acupunctuur: niet beter dan placebo hypnotherapie: geen eenduidige uitspraak hypnotherapie: geen eenduidige uitspraak Allen Carr: geen gerandomiseerd onderzoek Allen Carr: geen gerandomiseerd onderzoek Opm: betreft 12 mnd continue abstinentie. bron: NTVG mei 2003, nr.19

54 Effectiviteit van stoppen-met-rokenmethoden in Nederland vervolg ( op basis van Cochrane-gegevens ) nicotinekauwgom: 17% nicotinekauwgom: 17% nicotinepleisters: 13% nicotinepleisters: 13% nicotine-inhaler: 17% nicotine-inhaler: 17% nicotinetabletten: 20% (2 studies) nicotinetabletten: 20% (2 studies) buproprion: 17% buproprion: 17% nortriptyline: 24% (1 studie) nortriptyline: 24% (1 studie) varenicline: 23% (5 studies)* varenicline: 23% (5 studies)* Opm: betreft 12 mnd continue abstinentie. Langetermijnsuccespercentages varieerden van 7-24% bron: NTVG mei 2003, nr.19 *Cochrane, Cahill 2008

55 Huidige kennis van verslaving i.h.a. en van tabaksverslaving in het bijzonder roken is een verslaving roken is een verslaving de ziektelast is enorm de ziektelast is enorm stoppen is altijd zinvol stoppen is altijd zinvol er is grote kans op terugval er is grote kans op terugval terugval wordt veroorzaakt door craving terugval wordt veroorzaakt door craving terugval hoeft geen mislukking te zijn maar kan een leerzame ervaring zijn terugval hoeft geen mislukking te zijn maar kan een leerzame ervaring zijn steeds meer medicatie beschikbaar als onderdeel van de behandeling naast gedragstherapie!! steeds meer medicatie beschikbaar als onderdeel van de behandeling naast gedragstherapie!! medicamenteuze ondersteuning kan de slagingskans verhogen medicamenteuze ondersteuning kan de slagingskans verhogen

56 “Uw problemen gaan in rook op” Trudi Tromp-Beelen

57 TREFWOORDEN: roken verslaving nicotine MIS motiveren medicatie PP rookverslaving


Download ppt "Waarom is het zo verslavend? Hoe slecht is het? Wat kunnen we er aan doen? Trudi Tromp-Beelen huisarts en verslavingsarts Jellinek / Arkin “Uw problemen."

Verwante presentaties


Ads door Google