De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Jeugdgezondheidszorg Gezin en opvoeding: zorg bij gedrags- en opvoedingsproblemen Academiejaar 2010-2011 Karla Van Leeuwen Onderzoeksgroep Gezins- en Orthopedagogiek.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Jeugdgezondheidszorg Gezin en opvoeding: zorg bij gedrags- en opvoedingsproblemen Academiejaar 2010-2011 Karla Van Leeuwen Onderzoeksgroep Gezins- en Orthopedagogiek."— Transcript van de presentatie:

1 Jeugdgezondheidszorg Gezin en opvoeding: zorg bij gedrags- en opvoedingsproblemen Academiejaar Karla Van Leeuwen Onderzoeksgroep Gezins- en Orthopedagogiek Katholieke Universiteit Leuven

2 Inhoud Opvoedingsondersteuning en –hulp Voorbeelden van interventies  ‘Pittige jaren’ (Webster-Stratton)  ‘Triple P’ (Sanders) Enkele initiatieven binnen Kind & Gezin  CKG’s  Triple P  POS-schaal Hulpverlening bij ernstige POS: de bijzondere jeugdzorg

3 Opvoedingsondersteuning “…op intentionele wijze steun bieden aan ouders (c.q. ouderfiguren) bij hun opdracht en taak als opvoeders” (Vandemeulebroecke e.a., 2004) Doelen  opvoeding verrijken  opvoedingsproces deblokkeren  ouders weer zin in opvoeden geven  ontwikkelingskansen helpen creëren voor kind Opvoedingsondersteuning, ontwikkelingsstimulering en gezinsondersteuning

4 Werkvormen Informatie geven Waardering voor pedagogisch handelen en emotionele ondersteuning Geven van advies Trainen van pedagogische vaardigheden Helpen uitbouwen van sociale contacten Vroegtijdig helpen opsporen van gedrags- en ontwikkelingsproblemen of risicovolle opvoedingssituaties en deze deskundig verwijzen

5 Opvoedingshulp Opvoeden is écht problematisch geworden Professioneel Gespecialiseerd

6 ‘Pittige jaren’ (Webster-Stratton) Parenting Clinic (www.son.washington.edu/centers/parenting- clinic)www.son.washington.edu/centers/parenting- clinic Opvoeding van jonge kinderen met gedragsproblemen  ouders, kind, leerkracht  sterke theoretische onderbouwing (sociale leertheorie)  evidence-based

7 Uitgangspunten  openstaan voor de signalen en behoeften van het kind  de aandachtsregel  kinderen gedragen zich naar de verwachtingen van hun ouders  niet-gewelddadige aanpak  accepteer het unieke temperament van ieder kind  gebruik het ouderlijk gezag/verantwoordelijkheid  oefening baart kunst  alle kinderen hebben gedragsproblemen  alle ouders maken fouten  geniet van het ouderschap

8 De opvoedingspiramide

9 Triple P (Sanders) Positief Pedagogisch Programma Totaalpakket opvoedingsondersteuning  van algemeen tot gespecialiseerd  diverse doelgroepen Op maat van de cliënt Theoretisch sterk onderbouwd Kosteneffectief (niet meer hulp dan nodig) Evidence-based Info:

10 Doelstellingen Competenter opvoedingsgedrag bij het omgaan met gedrags- en faseproblemen Minder gebruik van dwingende en negatieve disciplinevormen Betere communicatie over opvoedingskwesties tussen ouders onderling en tussen ouder en kind Minder opvoedingsstress

11

12 Basisprincipes Kinderen veilige en stimulerende omgeving bieden Kinderen laten leren door positieve ondersteuning Een aansprekende discipline hanteren Realistische verwachtingen leren hebben Goed voor jezelf als opvoeder zorgen

13

14 Theoretische onderbouwing Volksgezondheid-benadering Sociale leertheorie (Patterson) Theorieën over gedragsverandering Startpunt is het opvoeden in de dagelijkse contacten met het kind Sociale informatietheorie Ontwikkelingspsychopathologie Ecologische model

15 Ecologisch model

16 Materialen Handleiding professionals Brochure voor ouders over Positief Opvoeden Diverse folders voor ouders Werkboeken voor ouders DVD en ander audiovisueel materiaal

17 Binnen Kind & Gezin Doelgroepen  algemene doelgroep  gezinnen in specifieke opvoedingssituaties  verhoogd risico op verstoorde opvoedingssituatie of probeemgedrag kind  gezinnen met ernstig verstoorde opvoedingssituatie Programmatische aanpak  basisfuncties  plusfuncties bv. gezinsondersteuners, inloopteams  superplusfuncties bv. CKG’s

18 BASISFUNCTIES ● Preventieve zorg ● Kinderopvang BASISFUNCTIES ● Preventieve zorg ● Kinderopvang PLUSFUNCTIESPLUSFUNCTIES SUPERPLUSFUNCTIESSUPERPLUSFUNCTIES ● Inloopteams ● Verruimd aanbod KO ● Adoptiediensten ● Inloopteams ● Verruimd aanbod KO ● Adoptiediensten Gezinnen ernstig verstoorde opvoedingssituatie Risico ernstige opvoedingssituatie Gezinnen in specifieke opvoedingssituaties Alle gezinnen Problematische opvoedingssituatie Gewone opvoedingssituatie & opvoedingsspanning Vertrouwenscentra kindermishandeling Centra kinderzorg en gezinsondersteuning Verruimd aanbod kinderopvang Inloopteams Adoptiediensten Kinderopvang Preventieve zorg Aanbod OO van Kind & Gezin

19 CKG’s Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG’s) Doelgroep  gezinnen in opvoedingscrisis  kinderen tussen 0 en 12 jaar Doelstellingen  opvoedingssituatie in kaart brengen  via gericht aanbod terug perspectief brengen Mobiele, ambulante en residentiële hulpverlening (ong kinderen) Zoeken naar eigen identiteit en plaats

20 Toepassing Triple P binnen Kind & Gezin Piloot in Antwerpen-stad Gekoppeld aan spreekuur Training opvoedingsconsulenten en RV’s Effect-onderzoek Vragen  rol artsen?  wie zal men bereiken?

21 Preventie van kindermishandeling binnen Kind & Gezin De ontwikkeling van de POS-schaal

22 Doelstellingen Een instrument (schaal) ontwikkelen dat de regioverpleegkundigen werkzaam bij Kind & Gezin helpt jonge risicogezinnen op te sporen  risicogezin = een gezin waarin bepaalde risico’s aanwezig zijn die kunnen leiden tot fysieke mishandeling en/of verwaarlozing  helpen = nieuwe kennis aanbieden; klinische ervaring aanvullen; intuïtie benoemen

23 Problemen (Vroegtijdige) screening is een hachelijke onderneming  gebrek aan kennis van etiologie  methodologische problemen  ethische problemen

24 Gebrek aan kennis van etiologie Onderzoek naar etiologie van kindermishandeling kwam vrij laat op gang Er kan niet één risicofactor of set van risicofactoren worden aangewezen  multifactoriële of ecologische modellen (bv. Belsky) Factoren zijn soms moeilijk te concretiseren in bepaalde contexten

25 Methodologische problemen Hoe nauwkeurig is een eerder zeldzaam fenomeen te voorspellen? Onderzoek naar (lange termijn) predictieve validiteit is complex

26 Ethische problemen Gevaar voor stigmatisering o.w.v. foute ‘classificatie’ Screening dient te worden gevolgd door interventie, maar welke interventies zijn werkzaam? interventies met hoge intensiteit (bv. frequente en langdurige huisbezoeken) vertrouwensrelatie opbouwen sociaal support systeem helpen uitbouwen

27 Constructie van de schaal Theoretische uitgangspunten  kindermishandeling als pedagogisch probleem  gekenmerkt door een permanent conflict van belangen  gekenmerkt door een tekort aan pedagogisch besef geforceerde verwachtingen t.a.v. bijdrage van kind aan eigen leven negatieve beleving van het kind gebrek aan sensitiviteit positieve houding t.o.v. fysieke disciplinering als gerechtvaardigd opvoedingsmiddel

28 Literatuurstudie Focusgroepen met RV’s  2 groepen van regioverpleegkundigen en één groep van ervaringsdeskundigen  aanvulling bij literatuur  klinische ervaring en kennis  intuïtie laten benoemen

29 “Wat maakt u tijdens huisbezoeken bezorgd inzake de opvoeding?” Semi-gestructureerde gesprekken (3)  waar bevestigen, concretiseren, verlevendigen ze de gestelde theoretische uitgangspunten?  waar vullen ze deze aan? welke nieuwe informatie bieden ze?

30 Resultaat Eerste versie van instrument  92 items  4-puntenschaal (0 = helemaal niet het geval, 1 = soms of een beetje het geval, 2 = vaak of duidelijk het geval, 3 = extreem veel of zeer duidelijk het geval)  in te vullen na 3 à 4 huisbezoeken/consultaties (hypothesetoetsend werken!)

31 Naar een definitieve versie Empirische studie  40 regioverpleegkundigen worden getraind  nemen gedurende 3 maanden de schaal in hun praktijk af  informatie van 391 moeders (bij 18 onder hen zijn feiten van mishandeling gekend)

32 Reductie van het aantal items  alleen items met prevalentie >5%  alleen items die significant discrimineren tussen mishandelende en niet-mishandelende moeders Er blijft een schaal bestaande uit 31 items over  verstoorde ouder-kindrelatie  communicatieproblemen  psychologische problemen

33 Verstoorde ouder-kindrelatie “De ouder reageert erg wisselend op het gedrag van de baby” “Zorgen voor de baby wordt als een last ervaren”

34 Communicatieproblemen “In dit gezin heerst een sfeer van geheimzinnigheid” “De ouder volgt de gegeven adviezen over de zorg voor de baby niet of onvoldoende op”

35 Psychologische problemen “De ouder geeft aan zich niet goed in haar/zijn vel te voelen” “De ouder heeft sombere toekomstverwachtingen”

36 Scoring en interpretatie Na het reguliere basisaanbod Met behulp van een computerprogramma Iedere 1-, 2-, 3-score is te interpreteren als een risico, signaal (vraag) en nood van de ouder(s) Kritische score: totaalscore  8

37 Psychometrische kenmerken van de POS-schaal Betrouwbaarheid  gedetailleerde handleiding  computerprogramma ter scoring  interne consistentie van de subschalen en totaalschaal  interbeoordelaarbetrouwbaarheid

38 Validiteit  theoretische uitgangspunten en verzameling van items (inhoudsvaliditeit)  selectie van items (discriminatiewaarde)  samenhang met indexen van socio-economische status en kansarmoede (concurrente validiteit)  predictieve validiteit?

39 Gebruik van de schaal binnen Kind & Gezin Alle regioverpleegkundigen van Kind & Gezin (600) hebben vormingspakket gevolgd Schaal werd geïmplementeerd in de teams Schaal werd geïntegreerd in stappenplan kindermishandeling

40 Hulpverlening bij ernstige POS: de bijzondere jeugdzorg

41 Inhoud Doelgroepen van de bijzondere jeugdbijstand Uitgangspunten van de bijzondere jeugdbijstand Toegang tot de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand Welke voorzieningen zijn er binnen de bijzondere jeugdbijstand? Hoe ziet de hulpverlening eruit binnen de bijzondere jeugdbijstand? Actuele problemen in de bijzondere jeugdbijstand

42 Wat is de bijzondere jeugdzorg? Een sector uit de jeugdhulpverlening, naast  Kind & Gezin (0-3 jarigen)  Onderwijs (Centra voor Leerlingenbegeleiding)  Zorg voor personen met een handicap  Geestelijke gezondheidszorg  Algemeen Welzijnswerk Ongeveer 1 à 2% krijgt met BJB te maken  meer oudere kinderen: >70%

43 Doelgroepen van de bijzondere jeugdzorg POS  “Een toestand waarin de fysieke integriteit, de affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen van minderjarigen in het gedrang komen, door bijzondere gebeurtenissen, relationele conflicten of door de omstandigheden waarin ze leven” MOF  delicten, criminele feiten

44 Enkele uitgangspunten van de bijzondere jeugdzorg Scheiding vrijwillige versus gedwongen hulpverlening Subsidiariteitsbeginsel  vrijwillige boven gedwongen hulpverlening  principe van de minst ingrijpende maatregel Verscheidenheid aan hulpverleningsaanbod Gezins- en contextgericht werken Bewaking rechtspositie van de minderjarige

45 Hoe kan men in voorzieningen van de BJB terechtkomen? Toegang niet rechtstreeks: via verwijzing Verwijzende instanties  comité voor bijzondere jeugdzorg  vrijwillige hulpverlening  bemiddelingscommissie  vrijwillige hulpverlening  jeugdrechtbank  gedwongen hulpverlening

46 Comité voor bijzondere jeugdzorg  Één per bestuurlijk arrondissement  Bestaat uit Bureau en Preventiecel  Bureau neemt beslissingen ivm hulpverlening aan minderjarige en gezin  Consulenten (sociale dienst bijzondere jeugdzorg) voeren beslissingen zelfstandig uit  Sfeer van vrijwilligheid (toestemming)

47 Bemiddelingscommissie  één per gerechtelijk arrondissement  als vrijwillige hulpverlening dreigt te mislukken Jeugdrechtbank  maatregelen t.a.v. ouders ter bescherming van minderjarige in geval van POS als vrijwillige hulp niet lukt t.a.v. minderjarige die als misdaad omschreven feiten heeft gepleegd  sociale dienst jeugdrechtbank hulpverlening aan gezin bewaken van de genomen maatregelen

48 Welke voorzieningen zijn er binnen de BJB? Private aanbod Openbare aanbod Projecten (Preventieve sociale acties)

49 Private aanbod  Begeleidingstehuizen  Gezinstehuizen  Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra  Dagcentra  Thuisbegeleidingsdiensten  Centra voor Begeleid Zelfstandig Wonen  Diensten voor pleegzorg Residentieel

50 Openbare aanbod  Gemeenschapsinstellingen voor jeugdige delinquenten (“jongeren die een als misdaad omschreven feit hebben gepleegd”) jongeren worden hierheen door jeugdrechter geplaatst (pedagogische maatregel) vier instellingen  voor jongens: Mol (2) en Ruiselede  voor meisjes: Beernem  open en half-open vs. gesloten instellingen  korte opnames met het oog op een snelle reïntegratie in de maatschappij

51  Federale centrum De Grubbe (Everberg) enkel voor jongens, onder zeer strikte en cumulatieve voorwaarden ze moeten ouder zijn dan 14 jaar, er moeten duidelijke aanwijzingen van schuld zijn, het als misdaad omschreven feit moet volgens het Strafwetboek straf tot gevolg hebben, er moeten indicaties zijn van dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die bescherming van de openbare veiligheid vereisen, in de Gemeenschapsinstellingen mag op het moment dat de feiten voorkomen geen plaats vrij zijn zeer kort verblijf (max. 2 maanden)

52 Projecten  Afzonderlijke financiering door Fonds Bijzondere Jeugdbijstand  Tijdelijke initiatieven  Vaak nieuwe werkvormen of interventies om uithuisplaatsing te voorkomen, bv. Crisishulp aan Huis om de moeilijkste groepen op te vangen, zoals delinquente of gedragsgestoorde jongeren, bv. Gestructureerde Intensieve Trajectbegeleiding

53 Enkele evoluties in de bijzondere jeugdzorg Van groot- naar kleinschalig

54 Van kinderen bewaren naar begeleiden  voorbeeld: begeleiding in de leefgroep ritme structuur regels veiligheid klimaat groepsaanbod

55 Van uithuisplaatsing naar begeleiding aan huis  een kind groeit best op in zijn thuismilieu  pleegzorg primeert op residentiële zorg  residentiële plaatsing is de laatste keuze

56 Concreet verloopt de begeleiding via het handelingsplan  doelstellingen  interventies  evaluatie  timing  geschreven overeenkomst

57 Actuele problemen in de bijzondere jeugdbijstand Te weinig plaatsen  in het private en het openbare aanbod  een gebrek aan (geschikte) pleegouders Verergering van de problematieken  gedragsstoornissen, i.h.b. agressie >40% jongens en >30% meisjes heeft gedragsstoornis volgens DSM-IV gevolgen voor hulpverleners en voorzieningen  vele getraumatiseerde en hechtingsgestoorde kinderen en jongeren Wat met ‘moeilijke’ doelgroepen?  drugverslaafde jongeren  alleenstaande minderjarige vluchtelingen  ernstig agressieve jongeren


Download ppt "Jeugdgezondheidszorg Gezin en opvoeding: zorg bij gedrags- en opvoedingsproblemen Academiejaar 2010-2011 Karla Van Leeuwen Onderzoeksgroep Gezins- en Orthopedagogiek."

Verwante presentaties


Ads door Google