De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Werkervaring 2009 – Art 60 Projectformulering ESF AGENTSCHAP.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Werkervaring 2009 – Art 60 Projectformulering ESF AGENTSCHAP."— Transcript van de presentatie:

1 Werkervaring 2009 – Art 60 Projectformulering ESF AGENTSCHAP

2 Inleiding

3 Organisatievoorwaarden  Beschrijving van de context waarbinnen het project zal worden uitgevoerd. Om zo aan te duiden dat:  De werkzaamheden gebeuren in functie van de ontwikkeling van de deelnemers  Er een leerrijke taakinhoud gericht op het reguliere arbeidscircuit bestaat voor de deelnemers  Een gunstige leeromgeving voor de deelnemer is.

4 Structuur aanvragen  Ontvankelijkheid  Inhoudelijk:  Analyse:  Beleid  Belanghebbenden  Problematiek  Formulering:  Doelstellingen en risico  Werkprogramma  Maatregelen i.v.m. duurzaamheid  Management en partnerschapvoorzieningen  Financieel

5 Problematiek van de doelgroep  De problematiek van de finale doelgroep:  De finale doelgroep heeft niet de benodigde technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen v/e job  De finale doelgroep worden geconfronteerd met een tekort, hebben onaangepaste sociale vaardigheden voor het uitoefenen v/e job.  Problemen met randvoorwaarden voor het vinden van een gepaste tewerkstelling.  Huisvesting, kinderopvang… (te bepalen bij de individuele cliënt.

6 Structuur aanvragen  Ontvankelijkheid  Inhoudelijk:  Analyse:  Beleid  Belanghebbenden  Problematiek  Formulering:  Doelstellingen  Werkprogramma  Maatregelen i.v.m. duurzaamheid  Management en partnerschapvoorzieningen  Financieel

7 Projectdoelstellingen  Specifieke doelstelling: “De finale doelgroep heeft meer kansen op tewerkstelling.”  Operationele doelstellingen: De finale doelgroep heeft de technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een job. De finale doelgroep heeft de sociale vaardigheden voor het uitoefenen van een job. De randvoorwaarden die de uitoefening van een job moeten mogelijk maken zijn zo goed mogelijk vervuld.

8 Indicatoren  Specifieke doelstelling: De specifieke doelstelling zal gemeten worden aan de hand van de VDAB uitstroomcijfers uit de werkloosheid naar werk. Deze meting vindt plaats zes maanden na het beëindigen van de werkervaringsactie.  Operationele doelstellingen: De indicator voor de operationele doestellingen wordt vormgegeven door het individueel begeleidingsplan

9 Indicatoren: wat doet de promotor?  Aanpassen van de opgegeven indicatoren naar de eigen realiteit en naar het SMART principe.  Eigen realiteit: Opgeven van een streefwaarde.  SMART principe:  S: specifiek  M: meetbaar  A: aanvaardbaar  R: relevant  T: tijdig

10 Structuur aanvragen  Ontvankelijkheid  Inhoudelijk:  Analyse:  Beleid  Belanghebbenden  Problematiek  Formulering:  Doelstellingen  Werkprogramma  Maatregelen i.v.m. duurzaamheid  Management en partnerschapvoorzieningen  Financieel

11 Mijlpalen en activiteiten (1) De finale doelgroep heeft de technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een job.  Mijlpaal A: Er is een duidelijk traject naar technische kennis en vaardigheden voor de individuele deelnemer.  De opmaak van een in- en uitstroomprofiel  De opmaak van het individueel begeleidingsplan  Opvolgings- en evaluatiegesprekken  Mijlpaal B: De deelnemer heeft de technische opleidingen /begeleidingen doorlopen.  Algemene technische opleiding/begeleiding:  Maatgerichte individuele technische opleiding/begeleiding:  Sollicitatietraining  Werkplekleren

12 Mijlpalen en activiteiten (2) De finale doelgroep heeft de sociale vaardigheden voor het uitoefenen van een job.  Mijlpaal A: Er is een duidelijk traject naar sociale vaardigheden voor de individuele deelnemer.  De opmaak van het individueel begeleidingsplan  Opvolgings- en evaluatiegesprekken:  Mijlpaal B: De deelnemer heeft de opleidingen/begeleidingen in sociale vaardigheden doorlopen.  Algemene opleiding/begeleiding in sociale vaardigheden  Maatgerichte (individuele) opleiding/begeleiding in sociale vaardigheden  Werkplekleren

13 Mijlpalen en activiteiten (3) De randvoorwaarden die de uitoefening van een job moeten mogelijk maken zijn zo goed mogelijk vervuld.  Mijlpaal A: Er is een duidelijk traject naar het vervullen van de randvoorwaarden voor de individuele deelnemer.  De opmaak van het individuele begeleidingsplan  Opvolgings- en evaluatiegesprekken  Mijlpaal B: Er zijn acties ondernomen voor het vervullen van de randvoorwaarden  Maatgeriche (individuele) begeleiding  Voortdurende ondersteuning, onder andere doorverwijzing

14 M&A: Wat doet de promotor?  Aanvullen en aanpassen van de opgegeven mijlpalen  mijlpaal: iets tastbaars dat opgeleverd wordt en volledig binnen de controle van het projectmanagement valt  Definitieve mijlpaal: leidt, in combinatie met andere definitieve mijlpalen, direct tot het bereiken van een operationeel doel  De activiteiten (inc. middelen) in een tijdspad plaatsen.  Disseminatie, evaluatie opnemen in het projectvoorstel.

15 Disseminatie en evaluatie  Disseminatie  Bepaal voor elke belanghebbende, afhankelijk van de fase waarin het project zich zal bevinden:  Principes: regelmaat, direct/indirect, van alles aan iedereen?  Het doel van de communicatie  Kernboodschap: waarop wordt de aandacht gericht?  De stijl van de communicatie (bv. formeel of informeel)  De gebruikte communicatiemiddelen.  Evaluatie  Wat: Efficiëntie; effectiviteit; relevantie, duurzaamheid  Hoe: keuze aan promotor.

16 Planning van een project: tijdspad

17 Planning van een project: middelen

18 Structuur aanvragen  Ontvankelijkheid  Inhoudelijk:  Analyse:  Beleid  Belanghebbenden  Problematiek  Formulering:  Doelstellingen  Werkprogramma  Maatregelen i.v.m. duurzaamheid  Management en partnerschapvoorzieningen  Financieel

19 Maatregelen i.v.m. duurzaamheid  Zie handleiding voor checklists betreffende:  Niet-discriminatie: is het voor iedereen evenveel mogelijk om te participeren (bvb. kunnen kansarmen wel geld uitgeven om naar een training te komen?)  Gender: man/vrouw relaties (bvb. geen projectvergaderingen ‘s avonds want conflict met zorgtaken)  “Operationele” duurzaamheid:  Duurzaamheid van effecten indien activiteiten stopgezet worden? (vb. hoe lang zal kennis up to date blijven na training)  Alternatieve financiering indien activiteiten moeten blijven lopen? (als kennis heel snel veroudert dan is continue bijscholing nodig: wie gaat dat betalen?)

20 Structuur aanvragen  Ontvankelijkheid  Inhoudelijk:  Analyse:  Beleid  Belanghebbenden  Problematiek  Formulering:  Doelstellingen  Werkprogramma  Maatregelen i.v.m. duurzaamheid  Management en partnerschapvoorzieningen  Financieel

21 Management en partnerschap  Verankering project in moederorganisatie(s)  Coordinatie:  Responsible: doet het werk;  Accountable: keurt goed en is er eindverantwoordelijk voor;  Supportive: helpt de “R”;  Consulted: tweerichtings-communicatie nodig tussen R en C om werk te kunnen voleindigen;  Informed: moet op hoogte gehouden worden (éénrichtingscommunicatie bvb. van R naar A);  Verifies: kijkt of werk voldoet aan criteria en standaarden;  Signs: Beslist of project echt voleindigd is. Activiteit/ Persoon Persoon 1 Persoon 2 … Activiteit 1RA Activiteit 2IA … RACI/VS

22 Zijn er nog vragen?


Download ppt "Werkervaring 2009 – Art 60 Projectformulering ESF AGENTSCHAP."

Verwante presentaties


Ads door Google