De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

havo B Samenvatting Hoofdstuk 2 Driehoek A B C 4 oppervlakte driehoek = zijde × hoogte : 2 of ½ × zijde × hoogte hoogte loodrecht op zijde voorbeeld.

Verwante presentaties


Presentatie over: "havo B Samenvatting Hoofdstuk 2 Driehoek A B C 4 oppervlakte driehoek = zijde × hoogte : 2 of ½ × zijde × hoogte hoogte loodrecht op zijde voorbeeld."— Transcript van de presentatie:

1

2 havo B Samenvatting Hoofdstuk 2

3 Driehoek A B C 4 oppervlakte driehoek = zijde × hoogte : 2 of ½ × zijde × hoogte hoogte loodrecht op zijde voorbeeld 1 hoogte tekenen ∟ O(∆ABC) = zijde × hoogte : 2 = 4 × 5 : 2 = 10 cm² 5 2.1

4 Cirkel 12 Waar kan de geit niet komen? In het rode gebied dus O(rechth) – O(cirkel) = O(rood) O(rechth) = 20 × 12 = 240 m² O(cirkel) = π × 4² = 50,27 m² O(rood) = 240 – 50,27 = = 189,73 m² voorbeeld 2 2.1

5 Trapezium AB CD Een trapezium is een vierhoek waarvan 2 zijden evenwijdig lopen h Van ieder trapezium kun je een parallellogram maken a b a + b b O(trapezium) = ½( a + b )h 2.1

6 Berekeningen met sinus, cosinus en tangens sin  A = overstaande rechthoekszijde : schuine zijde cos  A = aanliggende rechthoekszijde : schuine zijde tan  A = overstaande rechthoekszijde : aanliggende rechthoekszijde SOS/CAS/TOA 2.1

7 De uitslag van een lichaam is een vlak figuur die je krijgt als je het lichaam openknipt. kubus 2.2

8 Een prisma is een ruimtelijk figuur waarvan 2 vlakken evenwijdig lopen EN even groot zijn. Prisma Grondvlak kan van alles zijn. Inhoud (prisma) = G x h 2.2

9 Piramide Een piramide is een lichaam waarvan alle hoekpunten op één na in één vlak liggen, dat ene hoekpunt heet de top. De andere hoekpunten liggen in het grondvlak. Inhoud (piramide) = G x h : 3 2.2

10 Cilinder cilinder = prisma !! ook een cilinder heeft 2 vlakken die even groot en evenwijdig lopen I(cilinder) = G × h G = cirkel G = π × r² I(cilinder) = π × r² × h 2.2

11 Kegel Inhoud (piramide) = G x h : 3 = π × r² x h : 3 2.2

12 Cilinder O cilinder = O cilindermantel + 2 · O grondvlak O cilinder = 2πr · h + 2 · πr² 2.3

13 Kegel O kegel = O kegelmantel + O grondvlak O kegel = πrR + πr² 2.3

14 Bol O(bol) = 4πr² ● r 2.3

15 opgave 37 O(mantel hele cilinder) = 2π · 12 · 20 O(mantel hele cilinder) ≈ 1508 cm² O(mantel halve cilinder) = ½ · 1508 O(mantel halve cilinder) = 754 cm² O cilinder = O cilindermantel + 2 · O grondvlak O cilinder = 2πr · h + 2 · πr² we maken er eerst een hele cilinder van Bereken de oppervlakte van een afgeknotte cilinder 2.3

16 Prisma I prisma = G · h

17 Piramide I piramide = ⅓ G · h

18 Cilinder I cilinder = G · h I cilinder = πr²h

19 Kegel I kegel = ⅓ G · h I kegel = ⅓ πr²h

20 Bol I bol = 1⅓ π r³

21 opgave 49 straal cilinder = r dan is de hoogte van de cilinder en de kegel 2r I kegel = ⅓ πr²h I kegel = ⅓ πr² · 2r I kegel = ⅔ π r³ I bol = 1⅓ π r³ I cilinder = πr² · 2r I cilinder = 2 π r³ dus I kegel : I bol : I cilinder = ⅔ π r³ : 1⅓ π r³ : 2 π r³ = ⅔ : 1⅓ : 2 = 2 : 4 : 6 = 1 : 2 : 3 r 2r2r : π r³ × 3 : 2


Download ppt "havo B Samenvatting Hoofdstuk 2 Driehoek A B C 4 oppervlakte driehoek = zijde × hoogte : 2 of ½ × zijde × hoogte hoogte loodrecht op zijde voorbeeld."

Verwante presentaties


Ads door Google