De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wegwijs in de personeelsregelgeving CVO

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wegwijs in de personeelsregelgeving CVO"— Transcript van de presentatie:

1 Wegwijs in de personeelsregelgeving CVO
Brussel, 16/12/2011 Afdeling Volwassenenonderwijs

2 Afdeling Volwassenenonderwijs
Programma 9u – 10u45: deel 1 10u45 – 11u: pauze 11u – 12u15: deel 2 12u15 – 13u15: lunch 13u15 – 15u30: deel 3 15u30 – 16u: napraten – vragen Afdeling Volwassenenonderwijs 2

3 Afdeling Volwassenenonderwijs
Opzet vormingsessie Doel = structuur en houvast bieden Vraag en antwoord Gezien beperkte tijdsduur: afblokken van te specifieke vragen om overzicht te bewaren Geen ‘klaagbank’ Afdeling Volwassenenonderwijs 3

4 De “personeelsdriehoek”
Overheid financiering/subsidiëring salaris DRP’s (subsidiërings- voorwaarden) werkgever personeelslid IM stelt aan (aanstellingsvoorwaarden) Decreten rechtspositie Decreet rechtspositie Gemeenschapsonderwijs: Decreet rechtspositie Gesubsidieerd onderwijs: De decreten rechtspositie bevatten rechten en plichten van zowel de personeelsleden als de inrichtende machten. De decreten omvatten de ganse loopbaan: eerste aanstelling, voorrang – TADD, vaste benoeming, bevordering, functiebeschrijving en evaluatie, sanctionering en tucht, rechten bij overname door andere inrichtende macht, administratieve standen. De decreten rechtspositie krijgen verder uitvoering in verschillende Besluiten van de Vlaamse Regering. Afdeling Volwassenenonderwijs 4

5 Afdeling Volwassenenonderwijs
Ambten – betrekkingen Personeelsleden worden aangesteld in een bepaald ambt en in een bepaalde betrekking. Ambten Categorieën Soorten Betrekkingen Aanstellingen in ambten In een CVO kunnen de personeelsleden een betrekking uitoefenen in een of meer ambten. Ambten zijn ingedeeld in categorieën (bestuurs- en onderwijzend personeel of ondersteunend personeel) en soorten (wervings-, selectie- of bevorderingsambten). Dat is belangrijk voor de toepassing van de decreten rechtspositie. Het is juridisch belangrijk dat de statutaire aanstellingen, het vacant stellen en de vaste benoemingen op basis van deze indelingen gebeuren. De ambten in het volwassenenonderwijs Bestuurs- en onderwijzend personeel Wervingsambten - lector - leraar secundair volwassenenonderwijs Selectieambten - technisch adviseur - adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding - adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs - directeur Bevorderingsambten - technisch adviseur-coördinator Ondersteunend personeel Wervingsambt administratief medewerker Betrekkingen: De betrekking is de effectieve opdracht die een personeelslid uitoefent - voor een bepaald volume (opdrachtbreuk). - in een bepaald ambt; - in een bepaald CVO; Bij de opdracht van een leraar of een lector dient de betrekking nog verder gespecifieerd te worden: - een bepaalde opleiding als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de opleiding is vastgesteld Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel door: - een bepaalde module als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de module is vastgesteld. - een bepaald vak/specialiteit Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineair of voorlopig modulaire opleiding door: - in een daarbij horende onderwijsvorm en onderwijsgraad. - een bepaalde opleiding of module (structuurschema of opleidingsprofiel) Voor de lector in een modulaire opleiding door: - een bepaald vak/specialiteit. Voor de lector in een lineaire opleiding door: Wanneer het om een opdracht van een administratief medewerker gaat, dan is de vermelding van het opleidingsniveau nodig. Dit wil zeggen de puntenwaarde die met het gevraagde opleidingsniveau overeenstemt (let wel: ondanks deze extra vermelding is er slechts 1 ambt van administratief medewerker): - 120 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste master'. - 82 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste PBA'; - 63 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste HSO'; administratief medewerker 82 punten 19/32 aan CVO A. Voorbeeld van een betrekking van een administratief medewerker: Wanneer het om een opdracht van een adjunct-directeur gaat wordt er een opsplitsing gemaakt tussen ‘adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs’ en ‘adjunct directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding’. Het betreft hier twee verschillende ambten. - Bij een vereist bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 565 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 525. Bij het ambt van directeur wordt deze opsplitsing niet gemaakt (slechts 1 ambt directeur). Echter, de verloning van de directeur is afhankelijk gemaakt van het aandeel hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding in het centrum: - Bij een ander bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 511 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 509. Afdeling Volwassenenonderwijs 5

6 Afdeling Volwassenenonderwijs
Ambten – betrekkingen Soorten van ambten Wervingsambten Leraar secundair volwassenenonderwijs Lector Administratief medewerker Selectieambten Adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs Adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding Technisch adviseur Bevorderingsambten Technisch adviseur-coördinator Directeur Aanstellingen in ambten In een CVO kunnen de personeelsleden een betrekking uitoefenen in een of meer ambten. Ambten zijn ingedeeld in categorieën (bestuurs- en onderwijzend personeel of ondersteunend personeel) en soorten (wervings-, selectie- of bevorderingsambten). Dat is belangrijk voor de toepassing van de decreten rechtspositie. Het is juridisch belangrijk dat de statutaire aanstellingen, het vacant stellen en de vaste benoemingen op basis van deze indelingen gebeuren. De ambten in het volwassenenonderwijs Bestuurs- en onderwijzend personeel Wervingsambten - lector - leraar secundair volwassenenonderwijs Selectieambten - technisch adviseur - adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding - adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs - directeur Bevorderingsambten - technisch adviseur-coördinator Ondersteunend personeel Wervingsambt administratief medewerker Betrekkingen: De betrekking is de effectieve opdracht die een personeelslid uitoefent - voor een bepaald volume (opdrachtbreuk). - in een bepaald ambt; - in een bepaald CVO; Bij de opdracht van een leraar of een lector dient de betrekking nog verder gespecifieerd te worden: - een bepaalde opleiding als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de opleiding is vastgesteld Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel door: - een bepaalde module als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de module is vastgesteld. - een bepaald vak/specialiteit Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineair of voorlopig modulaire opleiding door: - in een daarbij horende onderwijsvorm en onderwijsgraad. - een bepaalde opleiding of module (structuurschema of opleidingsprofiel) Voor de lector in een modulaire opleiding door: - een bepaald vak/specialiteit. Voor de lector in een lineaire opleiding door: Wanneer het om een opdracht van een administratief medewerker gaat, dan is de vermelding van het opleidingsniveau nodig. Dit wil zeggen de puntenwaarde die met het gevraagde opleidingsniveau overeenstemt (let wel: ondanks deze extra vermelding is er slechts 1 ambt van administratief medewerker): - 120 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste master'. - 82 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste PBA'; - 63 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste HSO'; administratief medewerker 82 punten 19/32 aan CVO A. Voorbeeld van een betrekking van een administratief medewerker: Wanneer het om een opdracht van een adjunct-directeur gaat wordt er een opsplitsing gemaakt tussen ‘adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs’ en ‘adjunct directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding’. Het betreft hier twee verschillende ambten. - Bij een vereist bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 565 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 525. Bij het ambt van directeur wordt deze opsplitsing niet gemaakt (slechts 1 ambt directeur). Echter, de verloning van de directeur is afhankelijk gemaakt van het aandeel hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding in het centrum: - Bij een ander bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 511 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 509. Afdeling Volwassenenonderwijs 6

7 Afdeling Volwassenenonderwijs
Ambten – betrekkingen Categorieën van ambten Bestuurs- en onderwijzend personeel Alle ambten binnen het volwassenenonderwijs met uitzondering van het ambt van administratief medewerker Ondersteunend personeel Het ambt van administratief medewerker Aanstellingen in ambten In een CVO kunnen de personeelsleden een betrekking uitoefenen in een of meer ambten. Ambten zijn ingedeeld in categorieën (bestuurs- en onderwijzend personeel of ondersteunend personeel) en soorten (wervings-, selectie- of bevorderingsambten). Dat is belangrijk voor de toepassing van de decreten rechtspositie. Het is juridisch belangrijk dat de statutaire aanstellingen, het vacant stellen en de vaste benoemingen op basis van deze indelingen gebeuren. De ambten in het volwassenenonderwijs Bestuurs- en onderwijzend personeel Wervingsambten - lector - leraar secundair volwassenenonderwijs Selectieambten - technisch adviseur - adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding - adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs - directeur Bevorderingsambten - technisch adviseur-coördinator Ondersteunend personeel Wervingsambt administratief medewerker Betrekkingen: De betrekking is de effectieve opdracht die een personeelslid uitoefent - voor een bepaald volume (opdrachtbreuk). - in een bepaald ambt; - in een bepaald CVO; Bij de opdracht van een leraar of een lector dient de betrekking nog verder gespecifieerd te worden: - een bepaalde opleiding als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de opleiding is vastgesteld Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel door: - een bepaalde module als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de module is vastgesteld. - een bepaald vak/specialiteit Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineair of voorlopig modulaire opleiding door: - in een daarbij horende onderwijsvorm en onderwijsgraad. - een bepaalde opleiding of module (structuurschema of opleidingsprofiel) Voor de lector in een modulaire opleiding door: - een bepaald vak/specialiteit. Voor de lector in een lineaire opleiding door: Wanneer het om een opdracht van een administratief medewerker gaat, dan is de vermelding van het opleidingsniveau nodig. Dit wil zeggen de puntenwaarde die met het gevraagde opleidingsniveau overeenstemt (let wel: ondanks deze extra vermelding is er slechts 1 ambt van administratief medewerker): - 120 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste master'. - 82 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste PBA'; - 63 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste HSO'; administratief medewerker 82 punten 19/32 aan CVO A. Voorbeeld van een betrekking van een administratief medewerker: Wanneer het om een opdracht van een adjunct-directeur gaat wordt er een opsplitsing gemaakt tussen ‘adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs’ en ‘adjunct directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding’. Het betreft hier twee verschillende ambten. - Bij een vereist bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 565 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 525. Bij het ambt van directeur wordt deze opsplitsing niet gemaakt (slechts 1 ambt directeur). Echter, de verloning van de directeur is afhankelijk gemaakt van het aandeel hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding in het centrum: - Bij een ander bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 511 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 509. Afdeling Volwassenenonderwijs 7

8 Afdeling Volwassenenonderwijs
Ambten – betrekkingen Betrekkingen In een bepaald CVO In een bepaald ambt Voor een bepaald volume (opdrachtbreuk) Aanstellingen in ambten In een CVO kunnen de personeelsleden een betrekking uitoefenen in een of meer ambten. Ambten zijn ingedeeld in categorieën (bestuurs- en onderwijzend personeel of ondersteunend personeel) en soorten (wervings-, selectie- of bevorderingsambten). Dat is belangrijk voor de toepassing van de decreten rechtspositie. Het is juridisch belangrijk dat de statutaire aanstellingen, het vacant stellen en de vaste benoemingen op basis van deze indelingen gebeuren. De ambten in het volwassenenonderwijs Bestuurs- en onderwijzend personeel Wervingsambten - lector - leraar secundair volwassenenonderwijs Selectieambten - technisch adviseur - adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding - adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs - directeur Bevorderingsambten - technisch adviseur-coördinator Ondersteunend personeel Wervingsambt administratief medewerker Betrekkingen: De betrekking is de effectieve opdracht die een personeelslid uitoefent - voor een bepaald volume (opdrachtbreuk). - in een bepaald ambt; - in een bepaald CVO; Bij de opdracht van een leraar of een lector dient de betrekking nog verder gespecifieerd te worden: - een bepaalde opleiding als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de opleiding is vastgesteld Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding georganiseerd op basis van een goedgekeurd opleidingsprofiel door: - een bepaalde module als het bekwaamheidsbewijs op het niveau van de module is vastgesteld. - een bepaald vak/specialiteit Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs in een lineair of voorlopig modulaire opleiding door: - in een daarbij horende onderwijsvorm en onderwijsgraad. - een bepaalde opleiding of module (structuurschema of opleidingsprofiel) Voor de lector in een modulaire opleiding door: - een bepaald vak/specialiteit. Voor de lector in een lineaire opleiding door: Wanneer het om een opdracht van een administratief medewerker gaat, dan is de vermelding van het opleidingsniveau nodig. Dit wil zeggen de puntenwaarde die met het gevraagde opleidingsniveau overeenstemt (let wel: ondanks deze extra vermelding is er slechts 1 ambt van administratief medewerker): - 120 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste master'. - 82 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste PBA'; - 63 punten voor het opleidingsniveau 'ten minste HSO'; administratief medewerker 82 punten 19/32 aan CVO A. Voorbeeld van een betrekking van een administratief medewerker: Wanneer het om een opdracht van een adjunct-directeur gaat wordt er een opsplitsing gemaakt tussen ‘adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs’ en ‘adjunct directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding’. Het betreft hier twee verschillende ambten. - Bij een vereist bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 565 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 525. Bij het ambt van directeur wordt deze opsplitsing niet gemaakt (slechts 1 ambt directeur). Echter, de verloning van de directeur is afhankelijk gemaakt van het aandeel hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding in het centrum: - Bij een ander bekwaamheidsbewijs wordt per aantal schijven van 6000 lesurencursist in het HBO/SLO, een twintigste van de salarisschaal in salarisschaal 511 toegekend. Indien men de 20/20 niet bereikt in deze weddeschaal wordt de salarisschaal verder aangevuld met salarisschaal 509. Afdeling Volwassenenonderwijs 8

9 Aanstellingen in ambten – betrekkingen: prestatieregeling
Leraar SVWO Prestatienoemer is vastgelegd per studiegebied (20sten, 21sten, 22sten, 23sten, 24sten en 25sten) Lector HBO/SLO Prestatienoemer = 20sten Adjunct-directeur, technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator Prestatienoemer = 36sten Prestatieregeling Omzendbrief m.b.t de prestatieregeling: Afdeling Volwassenenonderwijs

10 Aanstellingen in ambten – betrekkingen: prestatieregeling
Administratief medewerker Prestatienoemer = 32sten Directeur Geen prestatienoemer vastgelegd Verschillende noemers? Gebruik van ponderatietabel Afdeling Volwassenenonderwijs

11 Aanstellingen in ambten - betrekkingen
Per centrum Pakket leraarsuren  leraar SVWO / lector Puntenenveloppe  Bestuurs- en ondersteunend personeel Eén voltijds ambt van directeur Opmerking pakket leraarsuren Het centrumbestuur is vrij de leraarsuren over de opleidingen heen aan te wenden. Een CVO is niet verplicht om de toegekende leraarsuren enkel aan te wenden voor het aanstellen van leraars met een lesopdracht. Het kan de leraarsuren in beperkte mate ook gebruiken voor het organiseren van een coördinatieopdracht (CU). Deze opdracht wordt dan gelijkgesteld met een betrekking in een ambt van leraar SVWO of lector. Het CVO kan ook in beperkte mate leraarsuren omzetten naar middelen voor de aanwerving van voordrachtgevers of overdragen naar een ander CVO of naar een volgend schooljaar. (zie verder) Meer daarover leest u in de omzendbrief over de organisatie van het onderwijs CVO van 5 juli 2007. Leraarsuren kunnen ook overgedragen worden naar een ander CVO of naar een volgend schooljaar. (zie verder) Het pakket leraarsuren wordt eveneens aangewend voor het aanstellen van personeelsleden in een LIO-baan (leraar-in-opleiding). Zie hierover de specifieke omzendbrief. Opmerking puntenenveloppe De aanwending van de puntenenveloppe voor het bestuurs- en ondersteunend personeel wordt verder behandeld in slide … Ambt van directeur Elk centrum heeft sowieso recht op 1 voltijds directeur. Dit ambt valt buiten de puntenenveloppe. De betrekking van directeur kan ook opgesplitst worden in twee opdrachten van 50%. Het ambt van directeur kan enkel in hoofdambt worden uitgeoefend (uitzondering: directeurs benoemd in bijbetrekking op 31 augustus 1999). In afwijking op de regel dat elk centrum recht heeft op 1 voltijds directeur geldt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de rand- en taalgrensgemeenten die geen lesurencursist behalen, recht hebben op een tiende voltijdse betrekking in het ambt van directeur per behaalde volle schijf van lesurencursist, met maximaal één voltijdse betrekking in het ambt van directeur. Afdeling Volwassenenonderwijs

12 Aanstellingsvoorwaarden
Burgerlijke en politieke rechten genieten Van onberispelijk gedrag zijn Onderdaan zijn van de EU of EVA (of afwijking genieten) Geschikt bekwaamheidsbewijs Voldoen aan vereisten inzake de onderwijstaal Medisch geschikt zijn Voldoen aan dienstplichtwetten TBSOB-regelgeving naleven (!) Elk personeelslid dat door een CVO wordt aangesteld, dient aan een aantal specifieke aanstellingsvoorwaarden te voldoen. Deze voorwaarden dienen door het centrum gecontroleerd te worden. Burgerlijke en politieke rechten genieten Een personeelslid moet al de burgerlijke en politieke rechten genieten om in aanmerking te komen voor een tijdelijke aanstelling . De controle van deze voorwaarde gebeurt aan de hand van een uittreksel uit het strafregister. Voor een aanstelling in het volwassenenonderwijs, en bij uitbreiding in heel het onderwijs, is het model 2 nodig. Het uittreksel uit het strafregister wordt voor alle personeelsleden die in België wonen afgeleverd door de gemeente waar de aanvrager in het bevolkingsregister is ingeschreven. Het heeft betrekking op de periode waarin de aanvrager op het Belgisch grondgebied verblijft of verbleef. Voor de personeelsleden die niet in België wonen, moet een gelijkwaardig document worden voorgelegd. Welk type van document en door welke overheid dit dient afgeleverd te worden, verschilt van land tot land (meer info hier). Van onberispelijk gedrag zijn Net zoals de voorwaarde dat het personeelslid geniet van zijn burgerlijke en politieke rechten, dient voor het bewijs van onberispelijk gedrag het uittreksel uit het strafregister model 2 te worden gecontroleerd. Onderdaan zijn van de EU of EVA Deze voorwaarde houdt in dat het personeelslid onderdaan moet zijn van een lidstaat van de Europese Unie (EU) of de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) . De EVA-lidstaten zijn: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. De EU‐lidstaten zijn: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot‐Brittannië, Hongarije, Letland, Litouwen, Luxemburg, Ierland, Italië, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië en Zweden. Personeelsleden die een andere nationaliteit hebben, moeten in het bezit zijn van een geldige arbeidskaart. Bovendien kunnen deze personeelsleden slechts aangesteld worden mits een vrijstelling van de nationaliteitsvereiste. Deze wordt verleend door het Ministerie van Onderwijs en vorming en kan aangevraagd worden via een standaardformulier. Een nationaliteitsafwijking is persoonsgebonden en hoeft niet elk schooljaar opnieuw aangevraagd te worden. Wel wil het werkstation op de hoogte gebracht worden indien betrokkene zijn nationaliteit heeft veranderd. Geschikt bekwaamheidsbewijs De Vlaamse regering legt per onderwijsniveau bekwaamheidsbewijzen vast. Deze bekwaamheidsbewijzen zijn ingedeeld in vereiste (VE), voldoend geachte (VO) en ‘andere’ (AND) bekwaamheidsbewijzen. Voor een tijdelijke aanstelling moet een personeelslid beschikken over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs . Bij gebrek aan kandidaten met een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, kan een centrum een kandidaat aanstellen met een ‘ander’ bekwaamheidsbewijs. De aanstelling wordt in dit geval beperkt tot het lopende schooljaar, maar kan jaarlijks verlengd worden indien het tekort voortduurt (zie verder). Belangrijk voor het volwassenenonderwijs: Bij het ambt van lector is er enkel een algemeen diplomaniveau vastgelegd op basis van ‘Voldoend geacht bekwaamheidsbewijs’ Bij het ambt van leraar SVWO zijn de bekwaamheidsbewijzen ofwel op opleidingsniveau ofwel op moduleniveau vastgelegd (belangrijk voor opbouw van rechten) Indien het personeelslid wordt aangesteld op basis van een buitenlands diploma dan dient er een procedure opgestart te worden bij NARIC Vlaanderen (http://www.ond.vlaanderen.be/naric) Mogelijkheden (zie website voor verdere info) Professionele erkenning (resultaat = conformiteitsattest : in het land waar diploma werd behaald mocht persoon X vakken Y en Z geven, deze vakken mag betrokkene ook in Vlaanderen geven) (Academische) gelijkwaardigheid (resultaat = gelijkwaardigheidsbesluit : buitenlands diploma X = Vlaams diploma Y) Belangrijke uitzondering voor taalvakken: aanstelling op basis van enkel een niveaubepaling is mogelijk (opgelet: verdwijnt vanaf 01/09/2012 !) Nederlandse diploma’s: met het BVR van 17/09/2010  Nederlandse hoger onderwijsdiploma’s zijn sowieso automatisch niveaugelijkwaardig met respectievelijk het niveau ‘Bachelor’, ‘master’ of ‘doctor’. Hiervoor is geen aanvraag meer nodig. Indien men een specifieke gelijkwaardigheid wenst is er wel nog een aanvraag nodig. Diploma’s Franse en Duitstalige Gemeenschap van België: zijn sowieso evenwaardig aan diploma’s uit de Vlaamse Gemeenschap. Voldoen aan de vereisten inzake onderwijstaal Om een betrekking in het volwassenenonderwijs te kunnen uitoefenen dient een personeelslid te voldoen aan de taalvereisten, i.e. zijn vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal aan te tonen . De vereiste kennis van het Nederlands is niet voor elk personeelslid dezelfde, maar is afhankelijk van het ambt waarin het personeelslid wordt aangesteld. Het te behalen niveau van kennis verwijst naar het Europees Referentiekader voor de Talen (ERKT). Overzicht: Ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs Ambt van lector Ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs Ambt van adjunct-directeur HBO/SLO Ambt van directeur Ambt van technisch adviseur Ambt van technisch adviseur-coördinator  Niveau C1 Ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs (als leraar in een levende vreemde taal)  Niveau B2 Ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs (als leraar in een van de volgende talen: Arabisch richtgraad 1 en 2, Bulgaars richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Fins richtgraad 1 en 2, Grieks richtgraad 1 en 2, Hongaars richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 en 2, Tsjechisch richtgraad 1 en 2, Turks richtgraad 1 en 2)  Niveau B1 Ambt van administratief medewerker Niveau B2 Indien de aanstelling van een personeelslid niet gebeurt op basis van een Nederlandstalig diploma kan het personeelslid op volgende manieren zijn kennis van het Nederlands aantonen. a) Als een personeelslid in een ambt wordt aangesteld op basis van een anderstalig studiebewijs en hij/zij is daarnaast in het bezit van een Nederlandstalig studiebewijs dat voor dat ambt bij de vereiste, voldoend geachte of ‘andere’ bekwaamheidsbewijzen is opgenomen, dan kan dat studiebewijs gebruikt worden om de vereiste kennis van het Nederlands te bewijzen. Voorbeeld: Een personeelslid wordt aangesteld in de module ‘Besturingssystemen 1’ op basis van een Duits diploma van ‘Bachelor in de toegepaste informatica’ + een Duits bewijs van pedagogische bekwaamheid. Daarnaast heeft dit personeelslid echter ook een diploma van ‘Bachelor in de bedrijfskunde’ behaald aan een Vlaamse hogeschool. Voor de module ‘Besturingssystemen 1’ valt dit diploma in de categorie ‘andere’ bekwaamheidsbewijzen. Hiermee bewijst het personeelslid zijn vereiste kennis van de onderwijstaal. Een leraar is in het secundair onderwijs belast met het algemeen vak Wiskunde. Hij heeft een Engelse Master of Mathematics en een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Deze studiebewijzen zijn gelijkwaardig verklaard met Master in de wiskunde en een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Hij is tevens in het bezit van een Nederlandstalig studiebewijs van bachelor (PBA). Deze leraar voldoet aan de taalvereisten vermits het Nederlandstalig studiebewijs van bachelor (PBA) een 'ander' bekwaamheidsbewijs is voor het vak AV Wiskunde. Ook het behalen van een bewijs van pedagogische bekwaamheid aan een Vlaamse onderwijsinstelling (SLO, universitaire lerarenopleiding, …) levert het bewijs dat het personeelslid voldoet aan de taalvereisten. b) Indien het personeelslid is aangesteld op basis van een anderstalig studiebewijs en hij/zij is niet in het bezit van een Nederlandstalig studiebewijs, dan kan het personeelslid zijn vereiste kennis aantonen via: b.1. Een Nederlandstalig studiebewijs dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont (een opleiding NT2 in een cvo, een universitaire talenopleiding, …) b.2. Een tweede mogelijkheid voor het aantonen van de vereiste kennis van de onderwijstaal is het behalen van een ‘Certificaat Nederlands als Vreemde Taal’ (CNaVT) . Dit certificaat is een project van de Nederlandse Taalunie. Enkel de examinerende instellingen, die jaarlijks een examen organiseren in mei, kunnen dit certificaat uitreiken. b.3. Via een getuigschrift van een examencommissie . Voor de periode van het schooljaar tot werd aan volgende Centra voor Volwassenenonderwijs de bevoegdheid verleend de taalexamencommissie te organiseren: i. Provincie Antwerpen: Centrum voor Volwassenenonderwijs Koninklijk Atheneum 1, Turnhout. ii. Provincie Oost-Vlaanderen: Provinciaal Centrum voor Volwassenenonderwijs Het Perspectief, Gent. v. Provincie Limburg: Centrum voor Volwassenenonderwijs LBC Beringen (met ingang van het schooljaar ) iv. Provincie West-Vlaanderen: Centrum voor Volwassenenonderwijs Kortrijk-Menen-Tielt. iii. Provincie Vlaams-Brabant en Brussel-Hoofdstad: Centrum voor Volwassenenonderwijs Kamer voor Handel en Nijverheid, Brussel. Medisch geschikt zijn Om in het volwassenenonderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de cursisten . De medische geschiktheid wordt aangetoond via een attest, afgeleverd door de huisarts. Voldoen aan de dienstplichtwetten In 1994 werd de dienstplicht in België opgeschort. Deze aanstellingsvoorwaarde geldt dan ook enkel voor personeelsleden die afgestudeerd zijn vóór de opschorting van de dienstplicht . Aanstelling met inachtneming van regelgeving TBSOB Een tijdelijk personeelslid kan pas aangesteld worden indien de bepalingen inzake de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB), reaffectatie en wedertewerkstelling zijn nageleefd (zie verder). Afdeling Volwassenenonderwijs 12

13 Bezoldigingsvoorwaarden
Onderdaan EU – EVA (of afwijking) Burgerlijke en politieke rechten In een gezondheidstoestand verkeren die gezondheid van cursisten niet in gevaar brengt Taalvereisten zoals bepaald in DRP In het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering bepaald bekwaamheidsbewijs voor het ambt waarin aangesteld Bezoldigingsvoorwaarden Alvorens voor bezoldiging in aanmerking te komen zal het werkstation controleren of het betrokken personeelslid aan de bezoldigingsvoorwaarden voldoet. De bezoldigingsvoorwaarden lopen parallel met de aanstellingsvoorwaarden. De vijf voorwaarden die door het werkstation gecontroleerd worden zijn: • Onderdaan zijn van de EU of EVA • Burgerlijke en politieke rechten genieten • Geschikt bekwaamheidsbewijs • Voldoen aan de vereisten inzake onderwijstaal • Medisch geschikt zijn Verder controleert het werkstation ten aanzien van de betrekking of: • De TBSOB-regelgeving is gerespecteerd • De cumulatieregeling is gerespecteerd (een betrekking in het onderwijs is maximum toegestaan tot 140% van een full time betrekking. Het betreft opdrachten die vallen onder de Decreten Rechtspositie van 27 maart 1991) • De regeling i.v.m. vervangingsopdrachten is gerespecteerd (vervanging van een personeelslid is pas mogelijk vanaf 10 dagen afwezigheid. Vervangingen in de maand juni zijn niet mogelijk) FAQ: Wij hebben een personeelslid dat voor 100% is tewerkgesteld in ons CVO en nog een opdracht uitoefent van 50% aan een hogeschool. Voldoet hij aan de cumulatieregeling? Dit personeelslid voldoet aan de cumulatieregeling. De 140%-grens speelt immers enkel binnen de Decreten Rechtspositie van 27 maart Aangezien de hogescholen een eigen rechtspostieregeling kennen vallen zij buiten deze bepalingen en kan een personeelslid dan ook meer dan 140% presteren in beide onderwijsniveaus. Afdeling Volwassenenonderwijs 13

14 Bezoldigingsvoorwaarden
Verder wordt ten aanzien van de betrekking gecontroleerd of: De TBSOB-regelgeving is gerespecteerd De cumulatieregeling is gerespecteerd De regelingen i.v.m. vervangingsopdrachten is gerespecteerd Bezoldigingsvoorwaarden Alvorens voor bezoldiging in aanmerking te komen zal het werkstation controleren of het betrokken personeelslid aan de bezoldigingsvoorwaarden voldoet. De bezoldigingsvoorwaarden lopen parallel met de aanstellingsvoorwaarden. De vijf voorwaarden die door het werkstation gecontroleerd worden zijn: • Onderdaan zijn van de EU of EVA • Burgerlijke en politieke rechten genieten • Geschikt bekwaamheidsbewijs • Voldoen aan de vereisten inzake onderwijstaal • Medisch geschikt zijn Verder controleert het werkstation ten aanzien van de betrekking of: • De TBSOB-regelgeving is gerespecteerd • De cumulatieregeling is gerespecteerd (een betrekking in het onderwijs is maximum toegestaan tot 140% van een full time betrekking. Het betreft opdrachten die vallen onder de Decreten Rechtspositie van 27 maart 1991) • De regeling i.v.m. vervangingsopdrachten is gerespecteerd (vervanging van een personeelslid is pas mogelijk vanaf 10 dagen afwezigheid. Vervangingen in de maand juni zijn niet mogelijk) FAQ: Wij hebben een personeelslid dat voor 100% is tewerkgesteld in ons CVO en nog een opdracht uitoefent van 50% aan een hogeschool. Voldoet hij aan de cumulatieregeling? Dit personeelslid voldoet aan de cumulatieregeling. De 140%-grens speelt immers enkel binnen de Decreten Rechtspositie van 27 maart Aangezien de hogescholen een eigen rechtspostieregeling kennen vallen zij buiten deze bepalingen en kan een personeelslid dan ook meer dan 140% presteren in beide onderwijsniveaus. Afdeling Volwassenenonderwijs 14

15 Aanwerving en aanstelling tijdelijk personeelslid
Op basis van aanstellingsvoorwaarden Belangrijk bij eerste indiensttreding: Zo snel mogelijk alle benodigde documenten opsturen Aanvragen ‘Nuttige ervaring’ Als bekwaamheidsbewijs Voor de geldelijke anciënniteit Aanvragen ‘Valorisatie voorgaande diensten’ Nuttige ervaring Sinds start van schooljaar is er een nieuwe werkwijze voor de aanvragen: Indien de bekwaamheidsbewijzen op opleidingsniveau liggen: NE aanvragen voor de opleiding Indien de bekwaamheidsbewijzen op moduleniveau liggen: NE aanvragen per module NE is enkel mogelijk voor de opleidingen die opgenomen zijn in de bijlage 5 van omzendbrief Nuttige ervaring is op twee vlakken van belang: Als bekwaamheidsbewijs: aantal jaren NE nodig om aangesteld te kunnen worden in een opleiding/module. NE is uitsluitend mogelijk voor personeelsleden die geen studiebewijs van niveau ‘ten minste PBA’ hebben en voor opleidingen/modules waar NE mogelijk is (vroegere PV- en TV-vakken; niet voor de Algemene vakken). Voor de geldelijke anciënniteit: NE kan tot maximaal 10 jaar opgenomen worden in de geldelijke anciënniteit Voorgaande diensten Voorwaarde waaraan diensten moeten voldoen: moet een dienst zijn die is opgericht door de Staat of waarin de Staat een overwegend belang heeft (minstens 50% subsidiëring/financiering) Interessante richtinggevende lijst op website Bestuurszaken Vlaanderen (http://www2.vlaanderen.be/personeel/statuten/valorisatie_voorgaande_diensten/valorisatie_GA_JA.htm) In tegenstelling tot de Nuttige ervaring kunnen ‘voorgaande diensten’ onbeperkt opgenomen worden in de geldelijke anciënniteit. Afdeling Volwassenenonderwijs 15

16 Aanwerving en aanstelling tijdelijk personeelslid
Einde van de opdracht Van rechtswege Via ontslag Via evaluatie Einde van de opdracht Aan de opdracht van een personeelslid kan om drie redenen een einde komen. Einde opdracht van rechtswege (art. 21 DRP gesubsidieerd – art. 23 DRP gemeenschaps) o Terugkeer van de titularis o De betrekking wordt toegewezen aan een ander personeelslid door toepassing regelgeving TBSOB, REA of WTW, door mutatie of affectatie, door vaste benoeming o Het personeelslid wordt vast benoemd o De betrekking wordt niet meer gefinancierd/gesubsidieerd o Bij het bereiken van de pensioenleeftijd o Als het personeelslid niet langer voldoet aan de aanwervingsvoorwaarden o Op het einde van een schooljaar of het einde van de aanstellingsperiode (een tijdelijke aanstelling voor bepaalde duur kan maximum lopen van 1 september tot 30 juni) Einde opdracht via ontslag (art. 24 t/m 29 DRP gesubsidieerd – art. 23 t/m 27 DRP gemeenschaps) o Ontslag door inrichtende macht o Vrijwillig ontslag door personeelslid (opzeg van 7 kalenderdagen) Einde opdracht via evaluatie (art. 47 quaterdecies DRP gesubsidieerd – art. 73quaterdecies DRP gemeenschaps) Afdeling Volwassenenonderwijs 16

17 Afdeling Volwassenenonderwijs
Salarissen Om salaris te kennen Controleer welke salarisschaal gekoppeld is aan betrekking/diploma: website bekwaamheidsbewijzen Website weddeschalen onderwijspersoneel Een simulatie kan steeds aangevraagd worden bij de dossierbehandelaar van het werkstation (brutobedragen) Omrekening bruto – netto: voorbeeld omrekenmodule ACV Salarissen Info over salarisberekeningen Afdeling Volwassenenonderwijs 17

18 Afdeling Volwassenenonderwijs
Salarissen Ambt van leraar SVWO / lector – aangesteld voor volledig schooljaar Aanstelling waarvoor salaris T = aantal lestijden van de module / 40 N = prestatienoemer volgens studiegebied Salaris = T / N Afdeling Volwassenenonderwijs 18

19 Afdeling Volwassenenonderwijs
Salarissen Ambt van leraar SVWO / lector – aangesteld voor een deel van het schooljaar Aanstelling waarvoor salaris X = aantal lestijden van de module volgens opleidingsprofiel Y = aantal dagen van aanstelling van het personeelslid U = aantal geplande lestijden van de module V = aantal effectief gerealiseerde lestijden van de module Salaris = T / N waarbij T = (X/40) * (300/Y) * (U/V) Afdeling Volwassenenonderwijs 19

20 Geldelijke anciënniteit /vs/ dienstanciënniteit
Verschil tussen geldelijke anciënniteit en dienstanciënniteit Geldelijke anciënniteit Dienstanciënniteit Andere terminologie Pensioenanciënniteit Sociale anciënniteit Geldelijke anciënniteit In het onderwijs wordt het salaris vastgesteld overeenkomstig een salarisschaal en jaarlijkse/tweejaarlijkse verhogingen. Bij de berekening van de salarisanciënniteit van het personeelslid wordt rekening gehouden met de minimumleeftijd en, eventueel, nuttige ervaring en voorgaande diensten (zie hoger) Dienstanciënniteit Betreft de effectief gepresteerde diensten. Voor details berekening: zie art. 4 DRP Gemeenschapsonderwijs en art. 6 DRP Gesubsidieerd onderwijs Onder de effectief gepresteerde dagen worden begrepen: weekends, vakanties en verlofdagen voor zover binnen aanstelling Zwangerschapsverlof en moederschapsbescherming voor maximum 210 dagen (en voor zover binnen de aanstelling) Andere verloven (o.m. ziekte) en afwezigheden zijn geen effectieve prestaties De berekening van de dienstanciënniteit gebeurt per 30/06 (een TADD gaat in op 01/09 van het volgende schooljaar). De dagen worden niet vermenigvuldigd met factor 1,2 (zoals gebeurt voor de geldelijke anciënniteit van tijdelijke personeelsleden) Indien het personeelslid prestaties levert die groter zijn dan een halftijdse opdracht dan tellen alle gepresteerde dagen. Indien het personeelslid prestaties levert die kleiner zijn dan een halftijdse opdracht worden de gepresteerde dagen gedeeld door 2. Pensioenanciënniteit De meest diensten in de openbare sector die recht geven op salarisverhogingen, zonder rekening te houden met de minimumleeftijd verbonden aan de salarisschaal, komen in aanmerking voor de vaststelling en de berekening van het pensioen ten laste van de Staat. Sociale anciënniteit Voor de hele duur van zijn loopbaan heeft een vast benoemd personeelslid recht op 30 dagen ziekteverlof met vol salaris per 12 maanden sociale anciënniteit. Voor de berekenwijze van de sociale anciënniteit: zie Omzendbrief PERS/2007/07 m.b.t. het ziekteverlof. Bij het nemen van ziekteverlof worden de reeds genoten ziektedagen afgetrokken van het aantal dagen recht op bezoldigd ziekteverlof. Indien een personeelslid zijn aantal dagen ziekteverlof volledig uitput komt het in de administratieve stand ‘Terbeschikkingstelling wegens ziekte’. Tijdelijke personeelsleden krijgen 1 dag recht op ziekteverlof per 10 dagen waarvoor een salaris is betaald door het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Een personeelslid dat wordt aangesteld voor de volledige duur van een schooljaar kan nochtans de 30 dagen ziekteverlof (waarop hij normaal pas aan het einde van het eerste schooljaar beroep kan doen) ook reeds gebruiken in de loop van dit schooljaar. Na de afloop van de door de Vlaamse Gemeenschap betaalde ziekteperiode valt betrokkene terug op een uitkering door het ziekenfonds. Alle details over de ziekteverlofregeling is terug te vinden in Omzendbrief PERS/2007/07 m.b.t. het ziekteverlof. Afdeling Volwassenenonderwijs 20

21 Afdeling Volwassenenonderwijs
Cumulatie Maximum aantal prestaties binnen onderwijs = 140% Vallen hier niet onder: prestaties aan universiteiten, hogescholen en centra voor basiseducatie Prestaties als zelfstandige of loontrekkende hebben geen invloed op de regelgeving m.b.t. cumulatie Cumulatie Welke zijn de cumulatieregels? Vanaf 1 september 2009 is er enkel sprake van cumulatie binnen onderwijs. Prestaties in een universitaire instelling, hogeschool of in een centrum voor basiseducatie tellen voor de toepassing van deze regelgeving niet mee. Men spreekt evenmin van cumulatie als een personeelslid naast zijn onderwijsopdracht nog een hoofdberoep als zelfstandige of loontrekkende uitoefent. Binnen het onderwijs kan een personeelslid prestaties uitoefenen tot 140%. Zo kan een personeelslid dat al een ambt met volledige prestaties uitoefent, normaal slechts bijkomende onderwijsopdrachten tot 40% van een voltijds ambt opnemen. De bezoldiging van prestaties in hoofdambt en bijbetrekking De vaststelling van de prestaties als hoofdambt of als bijbetrekking is van belang voor de rechtspositie en de bezoldiging van de personeelsleden. Vaststelling van de onderwijsprestaties als hoofdambt/bijbetrekking Artikel 2 van het koninklijk besluit nummer 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs met beperkt leerplan, bepaalt specifiek voor het personeel van de centra voor volwassenenonderwijs welke onderwijsprestaties als bijbetrekking en welke onderwijsprestaties als hoofdambt moeten beschouwd worden. Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd, wijzigt vanaf 1 september 2009 vermeld artikel 2. Het hoofdambt en de bijbetrekking wordt voor alle ambten en personeelscategorieën op dezelfde manier vastgesteld. Er is geen onderscheid tussen de selectie- en bevorderingsambten enerzijds en de wervingsambten anderzijds. 2. Gecombineerde opdrachten met andere onderwijsinstellingen Personeelsleden die een gecombineerde opdracht uitoefenen, met name één of meer hoofdambten in het volledig leerplan of deeltijds kunstonderwijs en tevens in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de prestaties in geen van de onderwijsvormen afzonderlijk de norm bereiken voor een ambt met volledige prestaties, worden in hoofdambt bezoldigd tot de gepondereerde eenheid. De onderwijsprestaties in andere onderwijsvormen dan volwassenenonderwijs krijgen voorrang bij de uitbetaling. De resturen in het volwassenenonderwijs worden als bijbetrekking bezoldigd tot maximum 40% van een voltijds ambt. Opgelet: Wanneer een personeelslid ook prestaties heeft in andere onderwijsinstellingen dan CVO, dan tellen voor de toepassing van deze regelgeving prestaties in een hogeschool, een centrum voor basiseducatie of in een ambt van het administratief personeel (bezoldigd overeenkomstig KB 1/12/1970) niet mee om het hoofdambt of de bijbetrekking te bepalen. Voorbeeld 1: CVO: leraar SVWO 10/ /25 - hoofdambt: voltijdse prestaties in CVO (10/20+13/25) - bijbetrekking: 2/25 in hetzelfde CVO. Voorbeeld 2: CVO 1: adjunct-directeur SVWO 27/36 CVO 2: leraar SVWO 7/20 - hoofdambt: voltijdse prestaties in CVO 2 (7/20) en CVO 1 (24/36) samen - bijbetrekking:3/36 in CVO Voorbeeld 3: School gewoon secundair onderwijs: leraar 12/20 CVO: lector 13/20 - hoofdambt: voltijdse prestaties in gewoon secundair onderwijs (12/20) en CVO (8/20) samen - bijbetrekking: 5/20 in CVO Voorbeeld 4: Hogeschool: docent 70% CVO 1: lector 8/20 CVO 2: leraar SVWO 5/20 - hoofdambt: 8/20 in CVO 1 en 5/20 in CVO 2, want vanaf 1/9/2009 wordt geen rekening meer gehouden met prestaties in hogeschool (70%) Voorbeeld 5: School deeltijds kunstonderwijs: leraar 15/22 CVO: administratief medewerker: 17/32 - hoofdambt: voltijdse prestaties in deeltijds kunstonderwijs (15/22) en CVO (11/32) - bijbetrekking: 6/32 in CVO Voorbeeld 6: Zelfstandige CVO: 9/20 - hoofdambt: 9/20 in CVO, want vanaf 1/9/2009 wordt geen rekening meer gehouden met netto belastbare inkomsten buiten onderwijs. Dus ook niet meer uit zelfstandig beroep. Voorbeeld 7: Bediende in een privéonderneming CVO 1: lector 4/20 CVO 2: leraar SVWO 6/20 - hoofdambt: 4/20 in CVO 1 en 6/20 in CVO 2, want vanaf 1 september 2009 wordt geen rekening meer gehouden met volume noch met netto belastbare inkomsten buiten onderwijs. Dus ook niet meer met deze als werknemer buiten onderwijs. Voorbeeld 8: School deeltijds kunstonderwijs(DKO): opsteller 19/38 CVO : administratief medewerker 28/32 - hoofdambt: 28/32 in CVO (en in feite ook 19/38 in DKO). Voor de personeelscategorie administratief personeel waartoe het ambt van opsteller behoort, is geen hoofdambt of bijbetrekking vastgelegd. De totale bezoldiging wordt evenwel tot 140% beperkt. De beperking van de bezoldiging gebeurt in het minst bezoldigde ambt. Voorbeeld 9: Centrum voor basiseducatie (CBE): leraar 12/36 CVO : leraar SVWO 18/23 - hoofdambt: 18/23 in CVO (en in feite ook 12/36 in CBE). Voor de personeelsleden van de CBE is er geen hoofdambt of bijbetrekking vastgelegd. 3. Bezoldigingswijze bijbetrekkingen Vanaf 1 september 2009 is de bezoldiging van de bijbetrekking geregeld bij artikel 7 van het nieuwe besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2010 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd. Vanaf 1 september 2009 ontvangen alle personeelsleden, ongeacht of ze in de bijbetrekking vast benoemd of tijdelijk aangesteld zijn, een loon aan de geldelijke anciënniteit en de opdrachtbreuk alsof ze de prestaties in hoofdambt zouden uitoefenen. Een personeelslid oefent sedert 1 september 1976 prestaties uit in het gewoon secundair onderwijs. Vanaf 1 september 1978 oefent hij 7/20 adjunct-directeur uit in een CVO. Hij werd daarvoor vast benoemd in bijbetrekking op 1 juni Op 1 september 2010 oefent hij nog steeds een voltijds ambt in het gewoon secundair onderwijs en een bijbetrekking van 13/36 (= gepondereerde 7/20) adjunct-directeur in een CVO uit. Hij ontvangt voor september 2010 voor zijn bijbetrekking als adjunct-directeur een salaris van 13/36 met 34 jaar geldelijke anciënniteit. Een personeelslid is van 1 januari 1998 tot en met 31 augustus 2006 ambtenaar bij het Ministerie van Financiën en vanaf 1 september 2006 voltijds adjunct-directeur in het gewoon secundair onderwijs. Sedert 1 september 2009 oefent hij een opdracht van 5/20 in het ambt van leraar in een CVO uit als bijbetrekking. Voor september 2010 ontvangt hij voor zijn bijbetrekking een salaris van 5/20 met een geldelijke anciënniteit van 12 j 8 m of 8 j 8 m als ambtenaar vermeerderd met 3 j als personeelslid in het gewoon secundair onderwijs en 1 jaar in het CVO. 4. Maximaal bezoldiging in hoofdambt/bijbetrekking Max bezoldiging in hoofdambt (= noemer opdrachtbreuk) Max bezoldiging in bijbetrekking Directeur 20/20 Organiek geen bijbetrekking mogelijk Adjunct-directeur SVWO 36/36 15/36 in bijbetrekking Adjunct-directeur HBO/SLO Technisch adviseur-coördinator Technisch adviseur Administratief medewerker 32/32 13/32 in bijbetrekking Leraar SVWO Studiegebied N=20 8/20 in bijbetrekking Studiegebied N=21 21/21 9/21 in bijbetrekking Studiegebied N=22 22/22 9/22 in bijbetrekking Studiegebied N=23 23/23 10/23 in bijbetrekking Studiegebied N=24 24/24 10/24 in bijbetrekking Studiegebied N=25 25/25 10/25 in bijbetrekking Lector 20 Belangrijke opmerking: Vanaf 1 september 2009 is er geen afwijking meer mogelijk voor onderwijsprestaties die de 140% overschrijden of voor een bijbetrekking die (de gepondereerde) 40% overschrijdt van een voltijds ambt. Afdeling Volwassenenonderwijs 21

22 Afdeling Volwassenenonderwijs
Cumulatie Regels vaststellen hoofdambt – bijambt Binnen CVO Gecombineerde opdrachten met andere onderwijsinstellingen Bezoldigingswijze Maximale bezoldiging Bij het ambt van directeur is er organiek geen bijbetrekking mogelijk Welke zijn de cumulatieregels? Vanaf 1 september 2009 is er enkel sprake van cumulatie binnen onderwijs. Prestaties in een universitaire instelling, hogeschool of in een centrum voor basiseducatie tellen voor de toepassing van deze regelgeving niet mee. Men spreekt evenmin van cumulatie als een personeelslid naast zijn onderwijsopdracht nog een hoofdberoep als zelfstandige of loontrekkende uitoefent. Binnen het onderwijs kan een personeelslid prestaties uitoefenen tot 140%. Zo kan een personeelslid dat al een ambt met volledige prestaties uitoefent, normaal slechts bijkomende onderwijsopdrachten tot 40% van een voltijds ambt opnemen. De bezoldiging van prestaties in hoofdambt en bijbetrekking De vaststelling van de prestaties als hoofdambt of als bijbetrekking is van belang voor de rechtspositie en de bezoldiging van de personeelsleden. Vaststelling van de onderwijsprestaties als hoofdambt/bijbetrekking Artikel 2 van het koninklijk besluit nummer 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs met beperkt leerplan, bepaalt specifiek voor het personeel van de centra voor volwassenenonderwijs welke onderwijsprestaties als bijbetrekking en welke onderwijsprestaties als hoofdambt moeten beschouwd worden. Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd, wijzigt vanaf 1 september 2009 vermeld artikel 2. Het hoofdambt en de bijbetrekking wordt voor alle ambten en personeelscategorieën op dezelfde manier vastgesteld. Er is geen onderscheid tussen de selectie- en bevorderingsambten enerzijds en de wervingsambten anderzijds. 2. Gecombineerde opdrachten met andere onderwijsinstellingen Personeelsleden die een gecombineerde opdracht uitoefenen, met name één of meer hoofdambten in het volledig leerplan of deeltijds kunstonderwijs en tevens in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de prestaties in geen van de onderwijsvormen afzonderlijk de norm bereiken voor een ambt met volledige prestaties, worden in hoofdambt bezoldigd tot de gepondereerde eenheid. De onderwijsprestaties in andere onderwijsvormen dan volwassenenonderwijs krijgen voorrang bij de uitbetaling. De resturen in het volwassenenonderwijs worden als bijbetrekking bezoldigd tot maximum 40% van een voltijds ambt. Opgelet: Wanneer een personeelslid ook prestaties heeft in andere onderwijsinstellingen dan CVO, dan tellen voor de toepassing van deze regelgeving prestaties in een hogeschool, een centrum voor basiseducatie of in een ambt van het administratief personeel (bezoldigd overeenkomstig KB 1/12/1970) niet mee om het hoofdambt of de bijbetrekking te bepalen. Voorbeeld 1: CVO: leraar SVWO 10/ /25 - hoofdambt: voltijdse prestaties in CVO (10/20+13/25) - bijbetrekking: 2/25 in hetzelfde CVO. Voorbeeld 2: CVO 1: adjunct-directeur SVWO 27/36 CVO 2: leraar SVWO 7/20 - hoofdambt: voltijdse prestaties in CVO 2 (7/20) en CVO 1 (24/36) samen - bijbetrekking:3/36 in CVO Voorbeeld 3: School gewoon secundair onderwijs: leraar 12/20 CVO: lector 13/20 - hoofdambt: voltijdse prestaties in gewoon secundair onderwijs (12/20) en CVO (8/20) samen - bijbetrekking: 5/20 in CVO Voorbeeld 4: Hogeschool: docent 70% CVO 1: lector 8/20 CVO 2: leraar SVWO 5/20 - hoofdambt: 8/20 in CVO 1 en 5/20 in CVO 2, want vanaf 1/9/2009 wordt geen rekening meer gehouden met prestaties in hogeschool (70%) Voorbeeld 5: School deeltijds kunstonderwijs: leraar 15/22 CVO: administratief medewerker: 17/32 - hoofdambt: voltijdse prestaties in deeltijds kunstonderwijs (15/22) en CVO (11/32) - bijbetrekking: 6/32 in CVO Voorbeeld 6: Zelfstandige CVO: 9/20 - hoofdambt: 9/20 in CVO, want vanaf 1/9/2009 wordt geen rekening meer gehouden met netto belastbare inkomsten buiten onderwijs. Dus ook niet meer uit zelfstandig beroep. Voorbeeld 7: Bediende in een privéonderneming CVO 1: lector 4/20 CVO 2: leraar SVWO 6/20 - hoofdambt: 4/20 in CVO 1 en 6/20 in CVO 2, want vanaf 1 september 2009 wordt geen rekening meer gehouden met volume noch met netto belastbare inkomsten buiten onderwijs. Dus ook niet meer met deze als werknemer buiten onderwijs. Voorbeeld 8: School deeltijds kunstonderwijs(DKO): opsteller 19/38 CVO : administratief medewerker 28/32 - hoofdambt: 28/32 in CVO (en in feite ook 19/38 in DKO). Voor de personeelscategorie administratief personeel waartoe het ambt van opsteller behoort, is geen hoofdambt of bijbetrekking vastgelegd. De totale bezoldiging wordt evenwel tot 140% beperkt. De beperking van de bezoldiging gebeurt in het minst bezoldigde ambt. Voorbeeld 9: Centrum voor basiseducatie (CBE): leraar 12/36 CVO : leraar SVWO 18/23 - hoofdambt: 18/23 in CVO (en in feite ook 12/36 in CBE). Voor de personeelsleden van de CBE is er geen hoofdambt of bijbetrekking vastgelegd. 3. Bezoldigingswijze bijbetrekkingen Vanaf 1 september 2009 is de bezoldiging van de bijbetrekking geregeld bij artikel 7 van het nieuwe besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2010 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd. Vanaf 1 september 2009 ontvangen alle personeelsleden, ongeacht of ze in de bijbetrekking vast benoemd of tijdelijk aangesteld zijn, een loon aan de geldelijke anciënniteit en de opdrachtbreuk alsof ze de prestaties in hoofdambt zouden uitoefenen. Een personeelslid oefent sedert 1 september 1976 prestaties uit in het gewoon secundair onderwijs. Vanaf 1 september 1978 oefent hij 7/20 adjunct-directeur uit in een CVO. Hij werd daarvoor vast benoemd in bijbetrekking op 1 juni Op 1 september 2010 oefent hij nog steeds een voltijds ambt in het gewoon secundair onderwijs en een bijbetrekking van 13/36 (= gepondereerde 7/20) adjunct-directeur in een CVO uit. Hij ontvangt voor september 2010 voor zijn bijbetrekking als adjunct-directeur een salaris van 13/36 met 34 jaar geldelijke anciënniteit. Een personeelslid is van 1 januari 1998 tot en met 31 augustus 2006 ambtenaar bij het Ministerie van Financiën en vanaf 1 september 2006 voltijds adjunct-directeur in het gewoon secundair onderwijs. Sedert 1 september 2009 oefent hij een opdracht van 5/20 in het ambt van leraar in een CVO uit als bijbetrekking. Voor september 2010 ontvangt hij voor zijn bijbetrekking een salaris van 5/20 met een geldelijke anciënniteit van 12 j 8 m of 8 j 8 m als ambtenaar vermeerderd met 3 j als personeelslid in het gewoon secundair onderwijs en 1 jaar in het CVO. 4. Maximaal bezoldiging in hoofdambt/bijbetrekking Max bezoldiging in hoofdambt (= noemer opdrachtbreuk) Max bezoldiging in bijbetrekking Directeur 20/20 Organiek geen bijbetrekking mogelijk Adjunct-directeur SVWO 36/36 15/36 in bijbetrekking Adjunct-directeur HBO/SLO Technisch adviseur-coördinator Technisch adviseur Administratief medewerker 32/32 13/32 in bijbetrekking Leraar SVWO Studiegebied N=20 8/20 in bijbetrekking Studiegebied N=21 21/21 9/21 in bijbetrekking Studiegebied N=22 22/22 9/22 in bijbetrekking Studiegebied N=23 23/23 10/23 in bijbetrekking Studiegebied N=24 24/24 10/24 in bijbetrekking Studiegebied N=25 25/25 10/25 in bijbetrekking Lector 20 Belangrijke opmerking: Vanaf 1 september 2009 is er geen afwijking meer mogelijk voor onderwijsprestaties die de 140% overschrijden of voor een bijbetrekking die (de gepondereerde) 40% overschrijdt van een voltijds ambt. Afdeling Volwassenenonderwijs 22

23 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
Begrip Voorrangsregeling onder tijdelijke personeelsleden Voorwaarde voor vaste benoeming Is een recht, met een aantal beperkingen Afdeling Volwassenenonderwijs 23

24 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
Voorwaarden Tenminste drie schooljaren presteren bij zelfde inrichtende macht 720 dagen dienstanciënniteit waarvan 600 dagen effectief gepresteerd Steeds per ambt (!) Bij leraar SVWO (VE en VO / opleiding en module) Bij lectoren Berekening dienstanciënniteit - algemeen Onder de effectief gepresteerde dagen worden begrepen: weekends, vakanties en verlofdagen voor zover binnen aanstelling Zwangerschapsverlof en moederschapsbescherming voor maximum 210 dagen (en voor zover binnen de aanstelling) Andere verloven (o.m. ziekte) en afwezigheden zijn geen effectieve prestaties De berekening van de dienstanciënniteit gebeurt per 30/06 (een TADD gaat in op 01/09 van het volgende schooljaar). Opgelet: voor de bereking van de dienstanciënniteit voor het bekomen van een recht op TADD wordt GEEN gebruik gemaakt van de vermenigvuldigingsfactor 1,2! Indien het personeelslid prestaties levert die groter zijn dan een halftijdse opdracht dan tellen alle gepresteerde dagen. Indien het personeelslid prestaties levert die kleiner zijn dan een halftijdse opdracht worden de gepresteerde dagen gedeeld door 2. Dienstanciënniteit leraar SVWO De leraar secundair volwassenenonderwijs is aangesteld in een opleiding die definitief modulair wordt georganiseerd: Aanstelling op basis van een vereist bekwaamheidsbewijs. Voor de berekening van de dienstanciënniteit voor een aanstelling in een opleiding of een module op basis van een vereist bekwaamheidsbewijs komen volgende diensten in aanmerking: - alle diensten gepresteerd in de opleidingen en modules waarvoor het personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs (VE of OM/VE) heeft; - alle diensten gepresteerd in een opleiding of een module waarvoor hij een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs (VO of OM/VO) heeft; - daarnaast ook alle diensten gepresteerd in een vak of een specialiteit in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding waarvoor hij het vereiste bekwaamheidsbewijs (VE of OM/VE) heeft; - daarnaast ook alle diensten gepresteerd in een vak of specialiteit in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs (VO of OM/VO) heeft. Aanstelling op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs. Voor de berekening van de dienstanciënniteit voor een aanstelling in een opleiding of een module op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs (VO of OM/VO) komen alleen de diensten in aanmerking die gepresteerd zijn in die specifieke opleiding of module. Opleiding of module? Wanneer de bekwaamheidsbewijzen op opleidingsniveau liggen: rechten worden opgebouwd voor hele opleiding. Liggen de bekwaamheidsbewijzen op moduleniveau dan worden de rechten specifiek opgebouwd in die module. Dienstanciënniteit lector Aangezien voor lector enkel wordt gewerkt met een VO bekwaamheidsbewijs, dient de werkwijze toegepast te worden van het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs in het secundair volwassenenonderwijs (zie hoger). Afhankelijk van op welk niveau de inrichtende macht de aanstelling uitspreekt (opleiding of module) worden de rechten opgebouwd voor die specifieke opleiding of die specifieke module. FAQ: In het secundair onderwijs tellen enkel de prestaties geleverd in hoofdambt voor de berekening van het recht op TADD. Is dit ook zo in het volwassenenonderwijs? In het volwassenenonderwijs geldt de belangrijke uitzondering dat voor het verwerven van het recht op een TADD de prestaties voor de berekening van het recht hierop niet noodzakelijk in hoofdambt dienen uitgeoefend te worden. Ook prestaties geleverd in bijambt komen dus in aanmerking. Afdeling Volwassenenonderwijs 24

25 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
Waar geldt het recht? Bij alle instellingen van de inrichtende macht Wanneer geldt het recht? Kandidatuur indienen vóór 15 juni bij inrichtende macht Ingang TADD op 1 september of op ogenblik dat vacature ontstaat Wanneer geldt het recht? Eens een personeelslid een aanvraag heeft ingediend voor een TADD-statuut wordt deze aanvraag beschouwd als een doorlopende kandidatuur bij de inrichtende macht. Een personeelslid moet met andere woorden niet jaarlijks opnieuw zijn TADD-statuut aanvragen. Afdeling Volwassenenonderwijs 25

26 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
Is TADD een recht? Ja, indien er een vacature beschikbaar is Bij voorrang aanstelling in een vacante betrekking Personeelslid moet opdracht aanvaarden Recht op TADD Bij voorrang dient een TADD-personeelslid te worden aangesteld in vacante uren, dan in niet-vacante uren. Het TADD-personeelslid moet in principe de aangeboden betrekking aanvaarden, tenzij al andere opdrachten elders. FAQ: is ons CVO verplicht om een personeelslid dat TADD is aan te stellen op 1 september of kunnen wij er voor opteren ook nog uren toe te kennen aan een tijdelijk personeelslid van bepaalde duur? Op het ogenblik dat een personeelslid voldoende dagen dienstanciënniteit heeft opgebouwd en het zijn recht op correcte wijze heeft ingeroepen, kan het met ingang van 1 september van het daaropvolgende schooljaar zijn voorrangsrecht inroepen ten aanzien van alle tijdelijken van bepaalde duur. Is het centrumbestuur verplicht om een persoon die per 1 september TADD wordt, bij de start van het nieuwe schooljaar opnieuw in dienst te nemen? Het antwoord is ja, als er een vacature voorhanden is waar anders een "gewone tijdelijke" zou in aangesteld worden. Betrokkene kan vanaf dan immers zijn voorrangsrecht inroepen. Afdeling Volwassenenonderwijs 26

27 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
Waarvoor geldt het recht? Voor het ambt waarvoor dienstanciënniteit is bereikt Bij leraar SVWO met VE: voor alle opleidingen/modules waarvoor VE Bij leraar SVWO met VO / lector: voor de opleiding/module waarvoor dienstanciënniteit is bereikt op 30/06 én voor opleidingen/modules waarvoor VE (niet van toepassing bij lector) Overgangsmaatregelen 01/09/2010 (!) Waarvoor geldt het recht FAQ: kan een personeelslid voor elke vacature zijn recht op TADD inroepen? Een personeelslid kan zijn recht op TADD op elke vacature laten gelden, behalve als hij reeds voltijds als titularis is aangesteld in het ambt waarvoor hij TADD is. Overgangsmaatregelen 01/09/2010 FAQ: heeft een individuele concordantie dezelfde uitwerking als een ambtshalve concordantie? een individuele concordantie heeft dezelfde rechtsgevolgen als een ambtshalve concordantie. In concreto betekent dit dat alle rechten die vasthangen aan/verworven waren in het vroegere vak ook gelden voor de module/opleiding waarnaar dit vak werd geconcordeerd. U kan het overzicht hiervan vinden onder punt 4 van de omzendbrief hierover (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=14192). Verder: wanneer een CVO beslist om aan een bepaald personeelslid een individuele concordantie toe te kennen dan heeft deze beslissing ook uitwerking ten overstaan van alle andere CVO's/onderwijsinstellingen. Afdeling Volwassenenonderwijs 27

28 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
TADD en één definitieve evaluatie ‘onvoldoende’ Deze evaluatie remt de TADD af De TADD kan niet uitbreiden in de instelling en in het ambt waarvoor onvoldoende tot het personeelslid een nieuwe evaluatie heeft gekregen Functiebeschrijving en evaluatie: Zie omzendbrief 1. Algemeen De centra voor volwassenenonderwijs werken sinds 1 september 2004 met functiebeschrijvingen. Elk personeelslid dat minstens 104 dagen aangesteld wordt, moet een geïndividualiseerde functiebeschrijving krijgen. Personeelsleden die voor een kortere periode aangesteld worden, kunnen een functiebeschrijving krijgen. 2. Inhoud van de functiebeschrijving De geïndividualiseerde functiebeschrijving omvat in eerste instantie de taken en de instellingsgebonden opdrachten van het personeelslid. Ook wordt opgenomen hoe een personeelslid deze taken en opdrachten dient uit te oefenen. Verder kunnen ook instellingsspecifieke doelstellingen en de rechten en plichten inzake nascholing opgenomen worden. Een functiebeschrijving wordt steeds opgesteld per instelling waar het personeelslid fungeert en per ambt dat het in die instelling uitoefent. Voorbeeld: een personeelslid is aangesteld voor 18/36 als adjunct-directeur en voor 10/20 als leraar in de opleiding Frans richtgraad 1. Voor dit personeelslid zal een eerste functiebeschrijving dienen opgesteld te worden voor het ambt van adjunct-directeur en een tweede voor het ambt van leraar. 3. Eigenlijke evaluatie Vooraleer het evaluatieproces kan aangevat worden, moet eerst een functiebeschrijving opgemaakt worden. Evaluatie is vooral een proces van begeleiden en coachen, wat inhoudt dat er geregeld momenten moeten worden ingebouwd waarop evaluator en personeelslid aandacht besteden aan het functioneren van het personeelslid. Het evaluatieproces kan maximum vier schooljaren omvatten, m.a.w. het schooljaar van de evaluatie en de drie daaraan voorafgaande schooljaren. Eens in de vier schooljaren moet er dus een evaluatie plaatsvinden, maar als om uitzonderlijke redenen de evaluatie toch niet plaatsvindt binnen deze periode, kan de evaluatie nadien nooit verder reiken dan een maximale periode van vier schooljaren (het lopende schooljaar inbegrepen). Tijdens het functioneringsgesprek staan het betrokken personeelslid en de eerste evaluator op gelijke voet. Functioneringsgesprekken worden best op 'geregelde tijdstippen' gehouden. De kwantiteit van de functioneringsgesprekken hangt af van het functioneren van de personeelsleden en kan bijgevolg sterk variëren van personeelslid tot personeelslid. Ook wanneer een personeelslid zelf vragen heeft over zijn functioneren, kan hij bij zijn evaluator aandringen op een functioneringsgesprek. Tijdens het evaluatiegesprek - dat steeds een evaluatieperiode afsluit - wordt het functioneren van het personeelslid besproken op basis van de overeengekomen functiebeschrijving. Toch is het evaluatiegesprek niet louter op het verleden gericht. De eerste doelstelling van een evaluatiegesprek is immers het functioneren van het personeelslid te verbeteren waar nodig en het personeelslid te ondersteunen. Na het gesprek moeten dus niet enkel de goede en sterke punten, maar ook de eventueel te verbeteren punten van het personeelslid duidelijk zijn. Het evaluatiegesprek kan bijgevolg aanleiding geven tot het bijsturen naar de toekomst toe en het kan leiden tot nieuwe, duidelijke afspraken. Evaluatie kan in uitzonderlijke gevallen leiden tot een evaluatie met eindconclusie “onvoldoende”. Voor zover de evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” niet leidt tot het ontslag, moet een personeelslid na een termijn van minstens twaalf maanden effectieve prestaties volgend op de evaluatie met eindconclusie “onvoldoende”, een nieuwe evaluatie krijgen. Deze termijn van twaalf maanden vangt aan vanaf het ogenblik dat het personeelslid het evaluatieverslag met de eindconclusie “onvoldoende” voor kennisneming heeft ondertekend. Het personeelslid kan steeds beroep aantekenen bij het college van beroep tegen de evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” en heeft daarvoor twintig kalenderdagen de tijd volgend op de overhandiging van de kopie van zijn evaluatieverslag. De evaluatie is pas definitief als de beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. Alleen aan een definitieve evaluatie zijn bepaalde gevolgen verbonden. Afdeling Volwassenenonderwijs 28

29 Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)
Einde van de TADD Van rechtswege Ontslag of afzetting via tuchtmaatregel Ontslag via evaluatie Vrijwillig ontslag van personeelslid Einde van de TADD: Van rechtswege Indien het personeelslid 5 opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in instellingen van eenzelfde inrichtende macht. 2. Tuchtmaatregel – evaluatie Ontslag/afzetting via tuchtmaatregel  verlies van alle diensten gepresteerd in ambt vóór ontslag of afzetting in alle instellingen van de inrichtende macht Na twee opeenvolgende definitieve evaluaties ‘onvoldoende’ of drie ‘onvoldoendes’ in de loopbaan  verlies van alle diensten gepresteerd in ambt vóór ontslag in de instelling 3. Vrijwillig ontslag Opzeggingstermijn van 15 dagen te respecteren. Afdeling Volwassenenonderwijs 29

30 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Vacantverklaring Voor wervingsambten Per inrichtende macht Op basis van toestand op 15 september Bekendmaking van vacante betrekkingen voor 15 oktober  Ingangsdatum vaste benoeming is steeds 1 januari. Vacantverklaring: De vacantverklaring is noodzakelijk met het oog op een vaste benoeming en moet openbaar gemaakt worden, zodat alle personeelsleden van het centrum ervan op de hoogte zijn, ook in het gesubsidieerd onderwijs. In het gemeenschapsonderwijs: voor de betrekkingen in een wervingsambt van administratief medewerker, leraar secundair volwassenenonderwijs of lector en voor de toelating tot de proeftijd voor betrekkingen in selectie- en bevorderingsambten. In het gesubsidieerd onderwijs: enkel voor de betrekkingen in een wervingsambt van administratief medewerker, leraar secundair volwassenenonderwijs of lector. FAQ: ik dacht dat de betrekkingen steeds op basis van de toestand van 15 april dienden vacant verklaard te worden? Dit was vroeger inderdaad het geval. Met de invoering van de nieuwe personeelsregelgeving werd echter beslist om voor de benoemingen die ingingen op 1 januari 2011 de vacantverklaring op te schuiven naar 15 september. Ook voor de schooljaren en is 15 september vastgelegd als datum. FAQ: is ons CVO verplicht om in alle vacante betrekkingen te benoemen? In het volwassenenonderwijs is het niet verplicht om alle openstaande betrekkingen vacant te verklaren. Het centrumbestuur bepaalt voor haar centra jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegd Lokaal OnderhandelingsComité (LOC) welke openstaande betrekkingen het vacant verklaart of meedeelt. Afdeling Volwassenenonderwijs 30

31 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Voorwaarden voor vaste benoeming Voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen Afdeling Volwassenenonderwijs 31

32 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Voorwaarden voor vaste benoeming Voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen Ingericht in uren waarin kan benoemd worden Verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling moeten nageleefd zijn Betrekking mag niet ingenomen zijn door mutatie of affectatie Betrekking moet ‘stabiel’ zijn Op 1 januari moet betrekking nog vacant zijn Affectatie Gemeenschapsonderwijs Bij de vaste benoeming van een personeelslid wijst de Raad van Bestuur aan het personeelslid een instelling toe waar hij zijn betrekking opneemt. De affectatie vermeldt de omvang van de opdracht. Het instellingshoofd wordt vooraf geraadpleegd. Een ‘nieuwe affectatie’ is de toewijzing van een personeelslid aan een andere instelling binnen dezelfde scholengroep. Het gaat daarbij om een betrekking van het ambt waarin het personeelslid vast benoemd is. Op zijn verzoek kan het personeelslid een nieuwe affectatie krijgen, op voorwaarde dat de vacante betrekking niet moet worden toegewezen door reaffectatie of wedertewerkstelling. Gesubsidieerd onderwijs De inrichtende macht affecteer bij de vaste benoeming het personeelslid aan één (of meer) van haar instellingen in een betrekking van het ambt waarin de vaste benoeming is gebeurd. Een nieuwe affectatie is de toewijzing aan een andere instelling van dezelfde inrichtende macht. Het gaat daarbij om een betrekking van het ambt waarin het personeelslid vast benoemd is. In het gesubsidieerd vrij onderwijs is een nieuwe affectatie slechts mogelijk met het akkoord van het personeelslid. In gesubsidieerd officieel onderwijs is er geen akkoord van het personeelslid vereist. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het toekennen van een nieuwe affectatie. Mutatie Gemeenschapsonderwijs: Mutatie is de benoeming en affectatie aan een andere scholengroep of een instelling van een andere scholengroep in een betrekking van het ambt waarin het personeelslid vast benoemd is. Op zijn verzoek kan het personeelslid gemuteerd worden, op voorwaarde dat de vacante betrekking niet moet worden toegewezen door reaffectatie of wedertewerkstelling. De mutatie wordt toegekend door de Raad van Bestuur, nadat het instellingshoofd is geraadpleegd. Vast benoemde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs kunnen muteren naar het gemeenschapsonderwijs, met behoud van hun anciënniteit. Mutatie is het toewijzen bij een andere inrichtende macht van een andere betrekking van het ambt waarin het personeelslid vast benoemd is in een andere instelling of een ander centrum. Mutatie gebeurt alleen op verzoek van het personeelslid en is geen recht. De inrichtende macht is verplicht om op het ogenblik van de mutatie het personeelslid te benoemen en te affecteren. De overgang van de ene naar de andere inrichtende macht moet zonder onderbreking gebeuren. Het personeelslid moet ontslag nemen voor de opdracht waarvoor hij muteert. Mutatie is mogelijk voor personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs naar instellingen van het gesubsidieerd onderwijs met behoud van anciënniteit. Afdeling Volwassenenonderwijs 32

33 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Voorwaarden voor vaste benoeming Voorwaarden waaraan personeelslid moet voldoen Onderdaan EU of EVA (of vrijstelling) Burgerlijke en politieke rechten genieten Van onberispelijk gedrag zijn Lichamelijk geschikt zijn Voldoen aan de taalvereisten Vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs Afdeling Volwassenenonderwijs 33

34 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Voorwaarden voor vaste benoeming Voorwaarden waaraan personeelslid moet voldoen Op 30 juni 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming Op 31 december TADD zijn Laatste evaluatie was geen ‘onvoldoende’ Betrekking moet in hoofdambt worden uitgeoefend Een kandidaatstelling is vereist TADD zijn: Twee belangrijke uitzonderingen hierop: Dit principe geldt niet bij Reaffectatie – wedertewerkstelling Dit principe geldt niet voor TAO: voor het ambt van leraar zijn hier 360 dagen dienstanciënniteit vereist in opleiding of module van de vacant verklaarde betrekking. Benoeming is hier beperkt tot het volume van het verlof TAO. Een voltijds vastbenoemde onderwijzeres neemt in het schooljaar een verlof tijdelijk andere opdracht voor 12/24 om binnen haar eigen school een opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer ATO 2 uit te oefenen. In april 2010 verklaart het schoolbestuur in totaal 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvoor voormeld personeelslid kandideert. Op 30 juni 2010 heeft het personeelslid binnen haar schoolbestuur ruim 720 dagen dienstanciënniteit verworven en inmiddels ook 360 dagen opgebouwd in het ambt van kleuteronderwijzer. Tijdens het schooljaar zijn er nog steeds 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvan het personeelslid er nog altijd 12/24 presteert via een verlof tijdelijk andere opdracht. Omdat ze aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet kan ze op vast benoemd worden als kleuteronderwijzer. De benoeming is wel beperkt tot 12/24 (niet 20/24). FAQ: Een personeelslid dat een loopbaanonderbreking heeft opgenomen kandideert voor een benoeming. Kan zij benoemd worden? Om vast benoemd te worden op 1 januari van een schooljaar dient het personeelslid niet effectief in dienst te zijn op 31 december. Wanneer het personeelslid een verlofstelsel opneemt dat is gelijkgesteld met dienstactiviteit (afwezig wegens ziekte, arbeidsongeval, bevallingsverlof, loopbaanonderbreking,…) en aan de overige voorwaarden voldoet, kan er een benoeming gebeuren. Opgelet: er moet wel effectief een betrekking toegewezen zijn aan het personeelslid voor het aantal uren van benoeming! Afdeling Volwassenenonderwijs 34

35 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Voorrangsregeling vaste benoeming Onder de personeelsleden die aan de voorwaarden voldoen beslist de inrichtende macht vrij wie ze benoemd Uitzonderingen (voorrangsregels): 55 jaar en aangesteld in instelling vacature Deeltijds benoemde personeelsleden 960 dagen dienstanciënniteit bij inrichtende macht Vaste benoeming 55+ Vanaf de leeftijd van 55 jaar kan een personeelslid een vaste benoeming bekomen in een wervingsambt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1) Het moet gaan om een vacante betrekking, maar ze moet niet vacant verklaard worden 2) Het personeelslid moet tijdelijk zijn of vast benoemd voor een onvolledige betrekking en aan alle voorwaarden voor een vaste benoeming voldoen 3) Het personeelslid moet vanaf 01/02 voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is. 4) Het personeelslid moet een verzoek indienen tot vaste benoeming bij de raad van bestuur. Afdeling Volwassenenonderwijs 35

36 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Draagwijdte van de vaste benoeming Een personeelslid is vast benoemd voor een bepaald volume van opdracht in een bepaald ambt De benoeming is beperkt tot: De personeelscategorie, het soort ambt en het ambt Het volume van de betrekking Ambt van leraar SVWO: Met VE: alle opleidingen/modules waarvoor VE Met VO: opleiding/module waarvoor benoemd met VO + alle opleidingen/modules met VE Ambt van lector: opleiding/module waarvoor benoemd met VO Draagwijdte vaste benoeming: Uit deze draagwijdte vaste benoeming volgt dus dat: Een nieuwe benoeming nodig is bij overgang naar een andere personeelscategorie Voorbeeld: van administratief medewerker (ondersteunend personeel) naar leraar SVWO (onderwijzend personeel) Een nieuwe benoeming nodig is bij overgang naar een ander soort ambt Voorbeeld: van leraar SVWO (wervingsambt) naar directeur (bevorderingsambt) - Verschuiving tussen ambten is niet zomaar mogelijk Afdeling Volwassenenonderwijs 36

37 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Meedelen van de vaste benoeming Uiterlijk 3 maanden na benoeming (31 maart) Indien te laat: gedoogperiode van 45 dagen vanaf 1 april  benoeming gaat dan in op 1 juni Meedelen van vaste benoeming De mededeling van een vaste benoeming is belangrijk voor de erkenning ervan ten overstaan van de overheid. Zonder mededeling van de vaste benoeming heeft deze geen uitwerking ten aanzien van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. De afdeling Volwassenenonderwijs van AHOVOS controleert voorwaarden alvorens benoeming goed te keuren (TADD melding op 31 december, betrekking in hoofdambt uitoefenen, … ) Afdeling Volwassenenonderwijs 37

38 Afdeling Volwassenenonderwijs
Vaste benoeming Einde van de vaste benoeming Van rechtswege Via ontslag/afzetting ingevolgde tuchtmaatregel Via evaluatie Via vrijwillig ontslag Einde van de vaste benoeming Van rechtswege Niet meer voldoen aan de voorwaarden tot aanstelling Bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd 10 dagen onwettig afwezig zijn Strafrechtelijke veroordeling met ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten Bij een andere inrichtende macht (voltijds) benoemd worden Via ontslag/afzetting ingevolge tuchtmaatregel Via evaluatie 2 opeenvolgende evaluaties ‘onvoldoende’ of drie in de loopbaan in hetzelfde ambt in dezelfde instelling Via vrijwillig ontslag Opzeggingstermijn van 15 dagen te respecteren Afdeling Volwassenenonderwijs 38

39 Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB)
Vast benoemde personeelsleden die (een deel van) hun opdracht verliezen, worden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB) Voorafgaandelijke maatregelen om TBSOB te voorkomen Stappenplan ‘reaffectaties’ en ‘wedertewerkstellingen’ Voorafgaandelijke maatregelen Bij tekort aan uren in volgorde: - In “hetzelfde ambt”: vermindering tot enkel voltijdse betrekkingen of geen tijdelijke bijbetrekkingen in “hetzelfde ambt” - Geen tijdelijke aanstellingen in “hetzelfde ambt” - Geen aanstelling van vastbenoemde bijbetrekking (OM) met “hetzelfde ambt” - Einde R/WTW (over schooljaren heen) in “hetzelfde ambt Stappenplan reaffectaties en wedertewerkstellingen GEMEENSCHAPSONDERWIJS : 1. Een centrum is verplicht om de TBSOB-personeelsleden aan te stellen in hetzelfde ambt in een centrum voor volwassenenonderwijs van dezelfde inrichtende macht bij wijze van reaffectatie. Deze verplichting geldt ten aanzien van elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht. 2. Verplicht om de TBSOB-personeelsleden in hetzelfde ambt in een van haar centra voor volwassenenonderwijs aan te stellen. Deze verplichting geldt ten aanzien van elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar ontstaat. 3. De inrichtende macht is vrij om een van de TBSOB-personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling. Een wedertewerkstelling kan enkel gebeuren mits instemming van het betrokken personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen dor een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur. 4. Het centrum is verplicht om TBSOB-personeelsleden die worden toegewezen door de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen. 5. Het centrum is verplicht om TBSOB-personeelsleden die door de Vlaamse Reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen. GESUBSIDIEERD ONDERWIJS : 1. Een centrum is verplicht om de TBSOB-personeelsleden aan te stellen in hetzelfde ambt in dit centrum voor volwassenenonderwijs van dezelfde inrichtende macht bij wijze van reaffectatie. Deze verplichting geldt ten aanzien van elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht. 4. Het centrum is verplicht om TBSOB-personeelsleden die door de Vlaamse Reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen. Afdeling Volwassenenonderwijs 39

40 Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB)
Onderscheid reaffectatie – wedertewerkstelling Reaffectatie= ‘binnen hetzelfde ambt’ Wedertewerkstelling= ‘in een andere ambt’ Belangrijk: definitie ‘hetzelfde ambt’ binnen TBSOB-regelgeving Definitie van ‘hetzelfde ambt’ in TBSOB-regelgeving Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs die een opdracht heeft in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd: 1° een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorafgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of bij overgangsmaatregel in het bezit is van een vereist (OM/VE) of van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO) voor dit vak of deze specialiteit; 2° een opdracht in een vak of specialiteit, andere dan bedoeld in 1°: - waarvoor het personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs of het vereist bekwaamheidsbewijs bij overgangsmaatregel (OM/VE) bezit; - waarvoor het personeelslid het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs of het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs bij overgangsmaatregel (OM/VO) bezit, waarvoor het personeelslid is vast benoemd en dat het personeelslid in de loop van de laatste vijf jaar gedurende een ononderbroken periode van zes maanden heeft onderwezen. Deze bepaling geldt enkel voor de centra van eenzelfde centrumbestuur; 3° een opdracht die ten minste een gelijke salarisschaal en een voor die salarisschaal gelijke geldelijke anciënniteit oplevert. Deze bepaling is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur. Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs die een opdracht heeft in een definitief modulaire opleiding wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd: 1° een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorafgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of bij overgangsmaatregel in het bezit is van een vereist (OM/VE) of van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO) voor deze opleiding of deze module; 2° een opdracht in een opleiding of module, andere dan bedoeld in 1°: Voor de lector die een opdracht heeft in een lineaire opleiding wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd: 1° een opdracht in hetzelfde vak waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorafgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld; 2° een opdracht in een vak, andere dan bedoeld in 1°, waarvoor het personeelslid vast benoemd is en dat het personeelslid in de loop van de laatste vijf jaar gedurende een ononderbroken periode van zes maanden heeft onderwezen. Deze bepaling geldt enkel voor de centra van eenzelfde centrumbestuur; Voor de lector die een opdracht heeft in een voorlopig of definitief modulaire opleiding wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd: 1° een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorafgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld; 2° een opdracht in een opleiding of een module, andere dan bedoeld in 1°, waarvoor het personeelslid vast benoemd is en die het personeelslid in de loop van de laatste vijf jaar gedurende een ononderbroken periode van zes maanden heeft onderwezen. Deze bepaling geldt enkel voor de centra van eenzelfde centrumbestuur; Afdeling Volwassenenonderwijs 40

41 ‘Rangorde’ aanstellingen
Vast benoemde personeelsleden TBSOB eigen CVO/inrichtende macht bij wijze van reaffectatie TBSOB eigen CVO/inrichtende macht bij wijze van wedertewerkstelling Tijdelijke personeelsleden aangesteld voor doorlopende duur (TADD) Tijdelijke personeelsleden aangesteld voor bepaalde duur Afdeling Volwassenenonderwijs 41

42 Vervanging van afwezige personeelsleden
Een personeelslid kan pas vervangen worden indien het 10 opeenvolgende dagen afwezig is Uitzonderingen: Bij afwezigheid korter dan 10 dagen voor vervanging personeelslid dat afwezig is wegens omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner Bij vervanging personeelslid afwezig wegens verlofweken postnatale rust Afwezige personeelsleden in een bevorderingsambt Een CVO kan een personeelslid dat tien opeenvolgende werkdagen of meer ononderbroken afwezig is vervangen. Indien de afwezigheid minder dan 10 opeenvolgende werkdagen bedraagt, is vervanging o.a. mogelijk: voor het bevorderingsambt van directeur; voor een personeelslid met omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner. Aandachtspunten Vervangingen worden niet bezoldigd indien de afwezigheid van het te vervangen personeelslid aanvangt na 31 mei. Het ministerie van Onderwijs en Vorming bezoldigt geen vervangers van personeelsleden die afwezig zijn om nascholing te volgen. Bezoldiging van de vervanger De vervanger wordt als tijdelijk personeelslid betaald conform - artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 63 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. Lees hierover meer in de omzendbrief PERS/2004/07 - Sommige aspecten van de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden van het onderwijs. - In uitzonderlijke gevallen (ter vervanging afwezigheid kleiner dan 10 dagen): artikel 9 van het BVR van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd. Afdeling Volwassenenonderwijs 42

43 Disputen over aanstellingen
Waar kan een personeelslid terecht indien er een dispuut ontstaat over zijn/haar aanstelling? In de eerste plaats: bij de werkgever (= de inrichtende macht / centrumbestuur) Verder ook bij: De onderwijskoepel van het centrum De vakbond (indien aangesloten) Inrichtende machten De inrichtende machten in het onderwijs zijn: De scholengroep (Gemeenschapsonderwijs) Het gemeentebestuur (Officieel gesubsidieerd onderwijs) Het provinciebestuur (Officieel gesubsidieerd onderwijs) Een VZW (Vrij gesubsidieerd onderwijs) Onderwijskoepels Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO) Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV) Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO): hierin ontmoeten vier kleinere organisaties van het vrij gesubsidieerd onderwijs zich met het oog op een gezamenlijke vertegenwoordiging in diverse beleidsorganen van de Vlaamse Overheid. De vier volgende organisaties van het vrij gesubsidieerd onderwijs ontmoeten elkaar in het overlegplatform Vakbonden Christelijke Onderwijscentrale (COC) Christelijk Onderwijzersverbond (COV) Algemene Centrale der Openbare Diensten – sector Onderwijs (ACOD Onderwijs) Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt – sector Onderwijs (VSOA Onderwijs) Afdeling Volwassenenonderwijs 43

44 Disputen over aanstellingen
Juridische kanalen College van Beroep Bevoegdheid: beroep tegen evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ Kamer van Beroep Bevoegdheid: - Beroep tegen een ontslag om dringende redenen - Beroep tegen een preventieve schorsing - Beroep tegen een tuchtstraf Hoger beroep bij Raad van State (GO en Gesubs. Off. Onderwijs) of Burgerlijke rechtbanken (Gesubs. Vrij onderwijs) College van Beroep Het College van Beroep bestaat uit drie kamers (één voor het GO, één voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en één voor het gesubsidieerd vrij onderwijs) en heeft als bevoegdheid zich uit te spreken over beroepen die worden ingesteld tegen evaluaties met als eindconclusie ‘onvoldoende’. Het personeelslid dat deze beslissing wil aanvechten moet dit doen binnen een termijn van 20 kalenderdagen nadat aan hem de kopie van het evaluatieverslag is overhandigd. De termijn van 20 dagen wordt opgeschort tijdens een vakantieperiode. Het instellen van een beroep heeft tot gevolgd dat de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ wordt opgeschort. Het College van Beroep heeft volgende bevoegdheden: - nagaan of de procedureregels op het niveau van de instelling of het centrum zijn nageleefd; - nagaan of de evaluatie is gebeurd volgens de regels en in de geest van de functiebeschrijvingen en evaluatie; - oordelen of de beslissing betreffende een evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” steunt op motieven die de toekenning van een evaluatie met eindconclusie “onvoldoende” in rechte en in feite aanvaardbaar maken; - oordelen of er een redelijke verhouding bestaat tussen de feiten en de uiteindelijke beslissing tot het geven van een evaluatie met eindconclusie “onvoldoende”. Hoger beroep tegen de beslissingen van het College van Beroep zijn mogelijk: Met een schorsings en/of annulatieberoep bij de Raad van State (voor het GO en het gesubsidieerd officieel onderwijs) Met een vordering bij de Arbeidsrechtbanken (voor het gesubsidieerd vrij onderwijs) Kamer van Beroep Net zoals het College van Beroep zijn er drie kamers voorzien (GO, Gesubsidieerd officieel onderwijs, Gesubsidieerd vrij onderwijs) Bij de Kamer van Beroep kan een beroep ingesteld worden tegen: Beroep tegen een ontslag om dringende redenen Beroep moet ingediend worden binnen een termijn van vijf kalenderdagen na ontvangst van het ontslag. Het beroep schorst het ontslag op. Beroep tegen een preventieve schorsing Beroep moet ingediend worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen na de kennisgeving van de preventieve schorsing. Het beroep schorst de preventieve schorsing niet op. Opgelet: deze beroepsmogelijkheid bestaat niet voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat in het kader van een ontslag om dringende redenen preventief geschorst werd. Beroep tegen een tuchstraf Beroep moet ingediend worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen na de kennisgeving van de tuchtstraf door de inrichtende macht. Het beroep tegen een tuchtstraf schorst de uitwerking van de tuchtstraf op. De Kamer van Beroep kan de tuchtstraf bevestigen, vernietigen of hervormen zonder evenwel de sanctie te verzwaren. Hoger beroep tegen de beslissingen van de Kamer van Beroep zijn mogelijk: Met een vordering bij de burgerlijke rechtbanken (voor het gesubsidieerd vrij onderwijs) Afdeling Volwassenenonderwijs 44

45 Selectie- en bevorderingsambten
Gemeenschapsonderwijs /vs/ gesubsidieerd onderwijs Geen vaste ingangsdatum voor benoemingen (>< wervingsambten) Vacant laten worden van een betrekking van een vast benoemde directeur die langdurig afwezig is Selectie- en bevorderingsambten Gemeenschapsonderwijs Verloop van aanstelling in het Gemeenschapsonderwijs (met uitzondering van het ambt van directeur) is opgenomen in art. 41bis – art. 55 DRP Gemeenschapsonderwijs Vacantverklaring: de Raad van Bestuur verklaart de betrekking vacant die in aanmerking komt voor toelating tot proeftijd en voor vaste benoeming. Toelating tot de proeftijd: de proeftijd omvat 12 maanden. Tijdens deze periode moet het personeelslid effectief presteren in het ambt waarin het tot de proeftijd is toegelaten. De proeftijd kan eenmaal met 12 maanden worden verlengd. Tijdens de proeftijd wordt de vorige betrekking van betrokkene niet vacant verklaard. Er bestaat geen vaste ingangsdatum voor de start van de proeftijd. Het personeelslid moet voldoen aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de proeftijd. Vaste benoeming: na het beëindigen van de proeftijd wordt het personeelslid door de Raad van Bestuur in vast verband benoemd, tenzij bij een ongunstig advies van het instellingshoofd of wanneer de betrekking niet meer kan worden ingericht. Het vast benoemde personeelslid wordt door de Raad van Bestuur dan geaffecteerd in de vacante betrekking waarin de proeftijd is volbracht. Alleen in hoofdambt is een benoeming mogelijk. Een betrekking in een selectieambt kan aan één of meer personeelsleden worden toegekend. Een betrekking in een bevorderingsambt kan aan één of twee personeelsleden (beiden 50%) worden toegekend. Tijdelijke aanstelling: de Raad van Bestuur kan op voordracht van het college van directeurs, een personeelslid aanwijzen voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt. Selectie- en bevorderingsambten Gesubsidieerd onderwijs Verloop van aanstelling in het Gesubsidieerd onderwijs (met uitzondering van het ambt van directeur) is opgenomen in art. 36decies – art. 44 DRP Gesubsidieerd In tegenstelling tot het Gemeenschapsonderwijs bestaat er geen ‘proeftijd’ in het Gesubsidieerd onderwijs. Voor het overige zijn de bepalingen m.b.t. selectie- en bevorderingsambten grotendeels dezelfde als die in het gemeenschapsonderwijs. Het ambt van directeur Zowel in het Gemeenschaps- als in het Gesubsidieerd onderwijs wordt een nieuwe aanstelling in het bevorderingsambt van directeur bij mandaat toegewezen. Om in een mandaat van directeur aangesteld te kunnen worden moet het personeelslid voldoen aan volgende voorwaarden: Houder zijn van het vereist of voldoend geachte bekwaamheidsbewijs De betrekking uitoefenen in hoofdambt Voldoen aan de algemene werveringsvoorwaarden Als laatste evaluatie geen eindconclusie ‘onvoldoende’ hebben verkregen Voor het Gemeenschapsonderwijs gelden verder ook nog volgende voorwaarden: 6. Beschikken over de bekwaamheden vereist voor het ambt. Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd worden door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs vastgelegd. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. 5. Zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn die de Raad van Bestuur bepaalt Alle verdere bepalingen met betrekking tot het ambt van directeur zijn terug te vinden in : Art. 44quater tot 44duodecies DRP gesubsidieerd onderwijs Art. 55 quater tot 55quaterdecies DRP Gemeenschapsonderwijs Vacant laten worden van een betrekking van een vast benoemd directeur die langdurig afwezig is M.i.v. 1 september 2009 kan een raad van bestuur in het gemeenschapsonderwijs de volledige betrekking van een directeur in aanmerking nemen voor vacantverklaring en kan een inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs de volledige betrekking van een directeur als een vacante betrekking beschouwen als de titularis van deze betrekking minstens drie opeenvolgende volledige schooljaren afwezig is omwille van een of meerdere specifieke verlofstelsels. Hierdoor wordt de mogelijkheid gecreëerd om deze betrekking in aanmerking te nemen voor vaste benoeming en wat het gemeenschapsonderwijs betreft voor toelating tot de proeftijd. Alle details hierover zijn terug te vinden in de omzendbrief Opgelet: de mogelijkheid tot vacantverklaring geldt niet voor directeurs die vastbenoemd titularis zijn van een deeltijdse betrekking, noch voor directeurs met een volledige betrekking en die slechts deeltijds afwezig zijn. Afdeling Volwassenenonderwijs 45

46 Aanwending van de puntenenveloppe
Basisprincipe: vrije aanwending in overleg met LOC Uitzondering: 55% van de basisenveloppe : ondersteunend personeel met 82 of 63 punten Vastbenoemde betrekkingen in stand houden Aanstellingen Elke ingerichte betrekking heeft een puntenwaarde In volledige uren Op jaarbasis Vervangingen Aanstellingen puntenenveloppe Voor puntenwaarde aanstellingen: zie omzendbrief De enveloppe die een verdeling tot op het uur beoogt, kan enkel gebruikt worden voor betrekkingen in een aantal VOLLEDIGE uren – dus niet in halve uren. De aanwending van de puntenenveloppe gebeurt in tegenstelling tot het pakket leraarsuren in betrekkingen zowel voor ondersteunend als bestuurspersoneel op JAARBASIS. Bijgevolg is een gecomprimeerde aanwending uitgesloten. De verdeling in betrekkingen bestuurspersoneel en ondersteunend personeel moet voor de aanwending van de puntenenveloppe dus in wezen al vaststaan op 1 september en kan in principe daarna niet meer wijzigen. Vervangingen: Een centrum kan eventueel punten van een benoemd personeelslid dat een verlofstelsel neemt voor een VOLLEDIG schooljaar aanwenden voor een ander ambt (gevolg van de vrije aanwending). Dat (vervangend) personeelslid kan uiteraard niet worden benoemd. Voor het tellen van het aantal aangewende punten wordt dan de vervangende betrekking in een ander ambt met bijhorende puntenwaarde in aanmerking genomen. Een centrum dat te weinig punten heeft om al zijn vast benoemden aan te stellen, moet TBSOB stellen volgens de principes van het BVR 29/04/1992 De aanstelling in een ander ambt zal in wezen enkel gebeuren bij het bestuurspersoneel (betrekkingen in het ambt van administratief medewerker 63, 82 of 120 punten behoren alle tot hetzelfde ambt van administratief medewerker). In geval van ziekteverlof is een vervanging in een ander ambt onmogelijk omdat het niet voor 100% vaststaat dat het voor een volledig schooljaar is (mogelijkheid tot terugkeer na controle). Uiteraard kan iemand in de loop van het schooljaar een dienstonderbreking nemen of ontslag of pensioen. Gezien de gecomprimeerde aanwending onmogelijk is, kunnen de vrijgekomen punten niet aangewend worden om een betrekking in een ander ambt dan datgene dat wegvalt, in te richten. Afdeling Volwassenenonderwijs 46

47 Enkele “bijzondere uren”
Aanvullende financiering gecombineerd onderwijs ICT-coördinatie Inrichten taalexamencommissie Overgedragen leraarsuren aan een ander CVO Overgedragen leraarsuren naar een volgend schooljaar NT2 – juli en augustus Coördinatie-uren Bijzondere uren waarin geen benoeming mogelijk is • Uren gecombineerd onderwijs Rechtsgrond: art. 72bis tot 72septies van het Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs Opmerkingen: het betreft hier de uren aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs en dus niet de uren die worden gegenereerd naar aanleiding van de 120% financiering van het gecombineerd onderwijs. Aanstellingen in deze uren zijn steeds als louter ‘tijdelijke’. Indien u een vast benoemd personeelslid wenst aan te stellen dient dit te gebeuren via een ‘tijdelijk andere opdracht’ (TAO) Zendingen luik personeel: code 972 Zendingen luik aanbod en organisatie: • Uren ICT-coördinatie Rechtsgrond: art. 5 van het BVR van van 5 december 2003 betreffende ICT-coördinatie in het onderwijs en art. X.55 van het Decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV. Opmerkingen: uren ICT-coördinatie vallen buiten de puntenenveloppe van het bestuurs- en adminstratief personeel, maar zitten vervat in de ‘puntenenveloppe ICT – coördinatie’. Aanstellingen in deze uren zijn steeds als louter ‘tijdelijke’. Indien u een vast benoemd personeelslid wenst aan te stellen dient dit te gebeuren via een ‘tijdelijk andere opdracht’ (TAO) Zendingen luik personeel: code 785 • Uren voor de inrichting van examencommissies Rechtsgrond: art. 98, §6 van het Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs Opmerkingen: examencommissies kunnen enkel ingericht worden door de centra voor volwassenenonderwijs die hiervoor de bevoegdheid hebben verkregen. Aanstellingen in deze uren zijn steeds als louter ‘tijdelijke’. Indien u een vast benoemd personeelslid wenst aan te stellen dient dit te gebeuren via een ‘tijdelijk andere opdracht’ (TAO) Zendingen luik personeel: ? • Overgedragen leraarsuren aan een ander centrum voor volwassenenonderwijs Rechtsgrond: art. 103 van het Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs Opmerking: overdrachten van leraarsuren mogen niet tot gevolg hebben dat er bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking gecreëerd worden. • Overgedragen leraarsuren naar het volgend schooljaar Rechtsgrond: art. 104 van het Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs • Coördinatie-uren Coördinatie-uren gelijkgesteld met onderwijsopdrachten: Heeft het personeelslid in kwestie een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat vak, die opleiding of die module, dan bouwt hij zijn dienstanciënniteit dus op voor die gelijkstelling en dus ook het recht op TADD voor vak, opleiding of module die voor de gelijkstelling zijn gebruikt. Coördinatie-uren moeten altijd gelijkgesteld worden met een opleiding of module of een vak. De opbouw van de dienstanciënniteit gebeurt dan via het gelijkgestelde vak, opleiding, module. Een personeelslid kan geen rechtstreekse rechten opbouwen in coördinatie-uren omdat dat geen vak, opleiding of module is en het decreet rechtspositie stelt duidelijk dat de opbouw voor TADD via ambt en vak, opleiding, module gebeurt. "Art. 6.Voor de personeelsleden die belast zijn met uren die geen lesuren zijn, moeten die uren gelijkgesteld worden met een opleiding of module die in het secundair volwassenenonderwijs onderwezen kan worden. Die gelijkstelling wordt bepaald op basis van de bekwaamheidsbewijzen van het personeelslid dat belast is met uren die geen lesuren zijn. De gelijkstelling gebeurt in eerste instantie in een opleiding of module waarvoor het centrum voor volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid heeft. De verplichte gelijkstelling staat in het besluit van betreffende de bekwaamheidsbewijzen, meer bepaald in artikel 6 De personeelsleden die belast zijn met uren die geen lesuren zijn, worden bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor de opleiding of module waarmee die uren worden gelijkgesteld." Coördinatie-uren andere opdrachten: Met de uren die geen lesuren zijn, worden de coördinatie-uren bedoeld zoals vermeld in artikel 102 van het decreet volwassenenonderwijs van Het centrumbestuur kan maximum 3 percent van zijn leraarsuren aanwenden voor andere opdrachten dan de onderwijsopdrachten, tenzij er een afwijking wordt toegestaan in het LOC. Afdeling Volwassenenonderwijs 47

48 Afdeling Volwassenenonderwijs
Verlofstelsels Vakantie-, verlof- en afwezigheidsregeling geldig voor alle personeelsleden Algemene vakantie- en verlofregeling en jaarlijkse vakantie Omstandigheidsverlof Afwezigheden voor het vervullen van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten Uitzonderlijk verlof wegens overmacht Verlof voor de opvang van kinderen met het oog op adoptie of pleegvoogdij Staking Politiek verlof Verlof wegens (bijzondere) opdracht Afdeling Volwassenenonderwijs 48

49 Afdeling Volwassenenonderwijs
Verlofstelsels Verlofstelsels die enkel gelden voor vast benoemde personeelsleden VVP gewettigd door sociale of familiale redenen Afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid Verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet Verlof om van het kabinet van de Koning deel uit te maken (GO) Verlof voor vakbondsopdrachten (GO) of syndicaal verlof (GsO) Verlof om cursussen bij te wonen, om zich voor te bereiden op het afleggen van examens en om examens af te leggen Afdeling Volwassenenonderwijs 49

50 Afdeling Volwassenenonderwijs
Verlofstelsels Verlofstelsels die enkel gelden voor vast benoemde personeelsleden Verlof voor sociale promotie (GO) Verlof ten behoeve van burgerlijke bescherming of voor het verrichten van (militaire) prestaties in vredestijd Verlof uit hoofde van dwingende redenen van familiaal belang (GO) Verlof om een stage in een andere betrekking van de Staat, Gemenschap, Gewest, provincie, gemeente, een daarmee gelijkgestelde openbare instelling, een officiële of een gesubsidieerde vrije school te vervullen (GO) Verlof om zijn kandidatuur voor wetgevende of provinciale verkiezingen voor te dragen (GO) Afdeling Volwassenenonderwijs 50

51 Afdeling Volwassenenonderwijs
Verlofstelsels Verlofstelsels die enkel gelden voor vast benoemde personeelsleden Afwezigheid van lange duur gewettigd door familiale redenen Verlof om prestaties te verrichten voor de ‘erkende politieke groepen’ Verlof tijdelijk andere opdracht Afdeling Volwassenenonderwijs 51

52 Verlof tijdelijke andere opdracht (TAO)
Enkel voor vast benoemde personeelsleden Op initiatief van het personeelslid Op initiatief van het bestuur Binnen draagwijdte van de vaste benoeming = niet mogelijk! Verlof tijdelijke andere opdracht (TAO) Alle bepalingen met betrekking tot dit verlofstelsel staan opgenomen in de omzendbrief Afdeling Volwassenenonderwijs 52

53 Verlof tijdelijke andere opdracht (TAO)
Volume TAO Minstens even groot als volume van het verlof TAO Duur Aanvraag hoogstens voor de duur van een schooljaar Voor leraar, lector en administratief medewerker: tot 30/06 Andere ambten : maximum tot 31/08 Niet gebonden aan precieze begin- en einddatum Afdeling Volwassenenonderwijs 53

54 Verlof tijdelijke andere opdracht (TAO)
Salaris Indien salaris TAO > salaris vast benoemde: weddesupplement Indien salaris TAO < salaris vast benoemde: werkelijk salaris TAO wordt uitbetaald als vast benoemde Indien nog extra tijdelijke opdracht boven het volume van verlof TAO: betaald als zuiver tijdelijke opdracht. Afdeling Volwassenenonderwijs 54

55 Terbeschikkingstellingen
Terbeschikkingstellingen die gelden voor alle personeelsleden Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) Terbeschikkingstellingen die enkel gelden voor vast benoemde personeelsleden Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen Terbeschikkingstelling ten behoeve van jeugdorganisaties Afdeling Volwassenenonderwijs 55

56 Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA)
Algemeen Voor een volledige of onvolledige opdracht Geen vaste begin- en einddatum Indien van 01/09 tot 30/06: ambtshalve verlengd tot 31/08 Maximum 60 maanden gedurende de loopbaan. Na 60 maanden: ambtshalve ontslagnemend Enkel bij akkoord tussen personeelslid en IM Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA) Alle informatie met betrekking tot TBSPA staat opgenomen in de omzendbrief Afdeling Volwassenenonderwijs 56

57 Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA)
Voorwaarden Zowel voor vast benoemden als voor tijdelijken Zowel voor opdrachten in hoofdambt als in bijbetrekking Financiële implicaties Onbezoldigd Niet gelijkgesteld met dienstactiviteit Vervangende winstgevende bedrijvigheid is mogelijk Afdeling Volwassenenonderwijs 57

58 Afdeling Volwassenenonderwijs
Ziekte Vast benoemde personeelsleden Verlof wegens ziekte of gebrekkigheid Verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte Terbeschikkingstelling wegens ziekte Tijdelijke personeelsleden Ziekteverlof ten laste van de Vlaamse Gemeenschap Uitkeringen ten laste van het ziekenfonds Afdeling Volwassenenonderwijs 58

59 Afdeling Volwassenenonderwijs
Zwangerschap Vast benoemde en tijdelijke personeelsleden Bevallingsverlof Ouderschapsverlof Omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner Afdeling Volwassenenonderwijs 59

60 Afdeling Volwassenenonderwijs
Informatiekanalen Edulex Wetwijs Startpagina volwassenenonderwijs Website Cursus schoolsecretariaten Agodi Onderwijszakboekje Schooldirect Infolijn Vlaanderen Afdeling Volwassenenonderwijs 60

61 Contact met de afdeling volwassenenonderwijs
Contacteer steeds in eerste instantie uw dossierbehandelaar Formuleer uw vragen zo duidelijk mogelijk (zeker bij complexe vragen liefst ook schriftelijk) Geef aan hoe dringend de vraag is (niet alles is dringend!) Wat aanstellingen betreft: geen uitspraken over de eigenlijke aanstelling, wel over de toepassing van de regelgeving Afdeling Volwassenenonderwijs 61

62 Contact met de afdeling volwassenenonderwijs
Dossierbehandelaar per centrum (zie lijst op website) Groepchefs Werkstation 44: Sonja Van den Houte Werkstation 45: Katleen De Clercq Werkstation 46: Tanja Van Herck Coördinator werkstations Daphné Es Beleidsthemabeheerder personeelsregelgeving Dave Bonte Afdeling Volwassenenonderwijs 62


Download ppt "Wegwijs in de personeelsregelgeving CVO"

Verwante presentaties


Ads door Google