De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DATABANKEN Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking HET “ENHANCED ENTITY-RELATIONSHIP” MODEL Database, Document and Content Management.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DATABANKEN Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking HET “ENHANCED ENTITY-RELATIONSHIP” MODEL Database, Document and Content Management."— Transcript van de presentatie:

1 DATABANKEN Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking HET “ENHANCED ENTITY-RELATIONSHIP” MODEL Database, Document and Content Management

2 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Overzicht Het ‘enhanced entity-relationship’ model Het ontwerp van een EER-diagram

3 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Overzicht Het ‘enhanced entity-relationship’ model –subklassen, superklassen en overerving –specialisatie en generalisatie –categorieën Het ontwerp van een EER-diagram

4 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model wat is het “Enhanced Entity-Relationship” model ? – uitbreiding van het “Entity-Relationship”-model laat een verdergaande abstractie toe (a.h.v. subklassen/super- klassen, specialisatie/generalisatie en categorieën) komt tegemoet aan objectgeoriënteerde ontwikkelingen –het “Enhanced Entity-Relationship”-model is niet bedoeld om rechtstreeks geïmplementeerd te worden –het “Enhanced Entity-Relationship”-diagram kan worden “omgezet” naar een databankschema (relationeel, objectgeoriënteerd,...)

5 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model subklassen, superklassen en overerving – subklasse/superklasse van een entiteitstype binnen de entiteiten van een entiteitstype kunnen soms belangrijke subgroepen worden onderscheiden die expliciet moeten worden gerepresenteerd bv. werknemers  managers, ingenieurs, techniekers, werknemers met salaris, werknemers per uur betaald de entiteitstypes van dergelijke subgroepen worden subklassen genoemd het omvattend entiteitstype wordt superklasse genoemd subklassen en superklassen worden voorgesteld d.m.v. subklasse/superklasse relatie subklassen kunnen specifieke attributen hebben

6 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model –type-overerving een (entiteit van een) subklase “erft” alle attributen van zijn superklassen specialisatie en generalisatie – specialisatie = het definiëren van een verzameling van subtypes voor een entiteitstype – generalisatie = het definiëren van een algemeen supertype dat de gemeenschappelijke kenmerken van verschillende entiteitstypes verenigt

7 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model –meerdere specialisaties (generalisaties) kunnen gedefinieerd zijn voor hetzelfde entiteitstype –visualisatie Supertype Subtype 1Subtype 2 d Supertype Subtype of

8 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model –structurele restricties voor specialisatie en generalisatie disjuncte subklassen vs. overlappende subklassen –voorbeelden: onderdelen kunnen zelf geproduceerd, aangekocht of beide zijn (overlappend); werknemers zijn ofwel ingenieur ofwel technicus (disjunct) –visualisatie: disjunct (d), overlappend (o) Supertype Subtype 1Subtype 2 o Supertype Subtype 1Subtype 2 d versus

9 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model geconditioneerde subtypes –voorbeeld: attribuut-gedefinieerde specialisatie over “job-type”; specificerende attribuutwaarden “ingenieur”, “technicus”, … –visualisatie Werknemer IngenieurTechnieker d job-type “ingenieur”“technicus” job-type

10 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model compleetheidsrestricitie: totale vs. partiële specialisatie –voorbeelden: elk onderdeel is geproduceerd en/of aangekocht (totaal); niet elke werknemer is noodzakelijk ingenieur of technicus (partieel) –visualisatie: totaal (||), partieel (|) Supertype Subtype 1Subtype 2 d Supertype Subtype 1Subtype 2 d versus

11 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model –specialisatiehiërarchieën en -netwerken specialisatiehiërarchie: elk subtype heeft slechts één supertype (enkelvoudige overerving) specialisatienetwerk: een subtype kan meerdere supertypes hebben (meervoudige overerving) –Vb.

12 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model categorieën – categorie = gemeenschappelijk subtype van verschillende supertypes – een entiteit van het subtype moet entiteit zijn van slechts één van de supertypes, waarvan het alle attributen erft – visualisatie Supertype 1Supertype 2 Subtype U

13 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model –voorbeeld –structurele restricties voor categorieën supertypes kunnen geconditioneerd zijn een categorie kan totaal of partieel zijn PersoonBedrijf Eigenaar U Museum

14 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Overzicht Het ‘Enhanced Entity-Relationship’ model Het ontwerp van een EER-diagram –case studie –oefeningen

15 Een softwarefirma wenst een database op te zetten als hulp bij het controleren en corrigeren van fouten die ontdekt worden in haar softwareproducten. Aan elk softwareproduct wordt een uniek productnummer toegekend en een beschrijving toegevoegd. Van een product worden verschillende versies uitgebracht, die per product een versienummer krijgen. Daarnaast wordt ook de datum waarop de versie werd uitgebracht bewaard. Een versie van een product kan zowel door externe als door interne gebruikers (bijvoorbeeld programmeurs en systeemtesters) worden gebruikt. Interne gebruikers mogen alle versies van alle producten gebruiken zonder voorafgaande aanvraag. Externen dienen de versie van het product eerst aan te kopen. Bij de verkoop wordt voor elk verkocht exemplaar een uniek registratienummer –dat geldt voor één of meerdere externe gebruikers– en de registratiedatum vastgelegd. Wanneer een gebruiker een probleem vaststelt, zal hij hierover een probleemrapport opstellen (en overmaken aan de ‘maintenance’-afdeling). Een dergelijk rapport kan zowel door een interne als door een externe gebruiker worden opgemaakt en vermeldt naast een verwijzing naar het product en de versie, ook de datum en een omschrijving van het probleem. Aan elk rapport wordt verder een uniek rapportnummer, een prioriteit en een status (aan te passen door de maintenance-afdeling) toegekend. Aangezien externe gebruikers enkel een rapport mogen sturen in verband met de versies waarvoor zij geregistreerd zijn, dienen zij steeds hun registratienummer te vermelden. Interne gebruikers dienen enkel hun werknemernummer op te geven, terwijl externen geïdentificeerd worden via de combinatie van hun naam en de naam van hun bedrijf. Van alle gebruikers wordt tenslotte ook nog het telefoonnummer, adres en adres bijgehouden (indien gekend). Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram case studie: databank voor softwarefirma

16 Een softwarefirma wenst een database op te zetten als hulp bij het controleren en corrigeren van fouten die ontdekt worden in haar softwareproducten. Aan elk softwareproduct wordt een uniek productnummer toegekend en een beschrijving toegevoegd. Van een product worden verschillende versies uitgebracht, die per product een versienummer krijgen. Daarnaast wordt ook de datum waarop de versie werd uitgebracht bewaard. Een versie van een product kan zowel door externe als door interne gebruikers (bijvoorbeeld programmeurs en systeemtesters) worden gebruikt. Interne gebruikers mogen alle versies van alle producten gebruiken zonder voorafgaande aanvraag. Externen dienen de versie van het product eerst aan te kopen. Bij de verkoop wordt voor elk verkocht exemplaar een uniek registratienummer –dat geldt voor één of meerdere externe gebruikers– en de registratiedatum vastgelegd. Wanneer een gebruiker een probleem vaststelt, zal hij hierover een probleemrapport opstellen (en overmaken aan de ‘maintenance’-afdeling). Een dergelijk rapport kan zowel door een interne als door een externe gebruiker worden opgemaakt en vermeldt naast een verwijzing naar het product en de versie, ook de datum en een omschrijving van het probleem. Aan elk rapport wordt verder een uniek rapportnummer, een prioriteit en een status (aan te passen door de maintenance-afdeling) toegekend. Aangezien externe gebruikers enkel een rapport mogen sturen in verband met de versies waarvoor zij geregistreerd zijn, dienen zij steeds hun registratienummer te vermelden. Interne gebruikers dienen enkel hun werknemernummer op te geven, terwijl externen geïdentificeerd worden via de combinatie van hun naam en de naam van hun bedrijf. Van alle gebruikers wordt tenslotte ook nog het telefoonnummer, adres en adres bijgehouden (indien gekend). Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram case studie: databank voor softwarefirma extractie reguliere entiteiten

17 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een ER-diagram oplossing ProductExt_Gebr.Int_Gebr.RapportRegistratie creatie reguliere entiteitstypes

18 Een softwarefirma wenst een database op te zetten als hulp bij het controleren en corrigeren van fouten die ontdekt worden in haar softwareproducten. Aan elk softwareproduct wordt een uniek productnummer toegekend en een beschrijving toegevoegd. Van een product worden verschillende versies uitgebracht, die per product een versienummer krijgen. Daarnaast wordt ook de datum waarop de versie werd uitgebracht bewaard. Een versie van een product kan zowel door externe als door interne gebruikers (bijvoorbeeld programmeurs en systeemtesters) worden gebruikt. Interne gebruikers mogen alle versies van alle producten gebruiken zonder voorafgaande aanvraag. Externen dienen de versie van het product eerst aan te kopen. Bij de verkoop wordt voor elk verkocht exemplaar een uniek registratienummer –dat geldt voor één of meerdere externe gebruikers– en de registratiedatum vastgelegd. Wanneer een gebruiker een probleem vaststelt, zal hij hierover een probleemrapport opstellen (en overmaken aan de ‘maintenance’-afdeling). Een dergelijk rapport kan zowel door een interne als door een externe gebruiker worden opgemaakt en vermeldt naast een verwijzing naar het product en de versie, ook de datum en een omschrijving van het probleem. Aan elk rapport wordt verder een uniek rapportnummer, een prioriteit en een status (aan te passen door de maintenance-afdeling) toegekend. Aangezien externe gebruikers enkel een rapport mogen sturen in verband met de versies waarvoor zij geregistreerd zijn, dienen zij steeds hun registratienummer te vermelden. Interne gebruikers dienen enkel hun werknemernummer op te geven, terwijl externen geïdentificeerd worden via de combinatie van hun naam en de naam van hun bedrijf. Van alle gebruikers wordt tenslotte ook nog het telefoonnummer, adres en adres bijgehouden (indien gekend). Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram case studie: databank voor softwarefirma extractie subtypes/categorieën

19 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een ER-diagram oplossing ProductExt_Gebr.Int_Gebr.RapportRegistratie creatie subtypes/categorieën  U   d GebruikerInt_RapportExt_Rapport

20 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram case studie: databank voor softwarefirma extractie zwakke entiteiten Een softwarefirma wenst een database op te zetten als hulp bij het controleren en corrigeren van fouten die ontdekt worden in haar softwareproducten. Aan elk softwareproduct wordt een uniek productnummer toegekend en een beschrijving toegevoegd. Van een product worden verschillende versies uitgebracht, die per product een versienummer krijgen. Daarnaast wordt ook de datum waarop de versie werd uitgebracht bewaard. Een versie van een product kan zowel door externe als door interne gebruikers (bijvoorbeeld programmeurs en systeemtesters) worden gebruikt. Interne gebruikers mogen alle versies van alle producten gebruiken zonder voorafgaande aanvraag. Externen dienen de versie van het product eerst aan te kopen. Bij de verkoop wordt voor elk verkocht exemplaar een uniek registratienummer –dat geldt voor één of meerdere externe gebruikers– en de registratiedatum vastgelegd. Wanneer een gebruiker een probleem vaststelt, zal hij hierover een probleemrapport opstellen (en overmaken aan de ‘maintenance’-afdeling). Een dergelijk rapport kan zowel door een interne als door een externe gebruiker worden opgemaakt en vermeldt naast een verwijzing naar het product en de versie, ook de datum en een omschrijving van het probleem. Aan elk rapport wordt verder een uniek rapportnummer, een prioriteit en een status (aan te passen door de maintenance-afdeling) toegekend. Aangezien externe gebruikers enkel een rapport mogen sturen in verband met de versies waarvoor zij geregistreerd zijn, dienen zij steeds hun registratienummer te vermelden. Interne gebruikers dienen enkel hun werknemernummer op te geven, terwijl externen geïdentificeerd worden via de combinatie van hun naam en de naam van hun bedrijf. Van alle gebruikers wordt tenslotte ook nog het telefoonnummer, adres en adres bijgehouden (indien gekend).

21 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een ER-diagram oplossing ProductExt_Gebr.Int_Gebr.RapportRegistratie creatie zwakke entiteiten  U   d GebruikerInt_RapportExt_Rapport van Versie 1 N

22 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram case studie: databank voor softwarefirma extractie attributen Een softwarefirma wenst een database op te zetten als hulp bij het controleren en corrigeren van fouten die ontdekt worden in haar softwareproducten. Aan elk softwareproduct wordt een uniek productnummer toegekend en een beschrijving toegevoegd. Van een product worden verschillende versies uitgebracht, die per product een versienummer krijgen. Daarnaast wordt ook de datum waarop de versie werd uitgebracht bewaard. Een versie van een product kan zowel door externe als door interne gebruikers (bijvoorbeeld programmeurs en systeemtesters) worden gebruikt. Interne gebruikers mogen alle versies van alle producten gebruiken zonder voorafgaande aanvraag. Externen dienen de versie van het product eerst aan te kopen. Bij de verkoop wordt voor elk verkocht exemplaar een uniek registratienummer –dat geldt voor één of meerdere externe gebruikers– en de registratiedatum vastgelegd. Wanneer een gebruiker een probleem vaststelt, zal hij hierover een probleemrapport opstellen (en overmaken aan de ‘maintenance’-afdeling). Een dergelijk rapport kan zowel door een interne als door een externe gebruiker worden opgemaakt en vermeldt naast een verwijzing naar het product en de versie, ook de datum en een omschrijving van het probleem. Aan elk rapport wordt verder een uniek rapportnummer, een prioriteit en een status (aan te passen door de maintenance-afdeling) toegekend. Aangezien externe gebruikers enkel een rapport mogen sturen in verband met de versies waarvoor zij geregistreerd zijn, dienen zij steeds hun registratienummer te vermelden. Interne gebruikers dienen enkel hun werknemernummer op te geven, terwijl externen geïdentificeerd worden via de combinatie van hun naam en de naam van hun bedrijf. Van alle gebruikers wordt tenslotte ook nog het telefoonnummer, adres en adres bijgehouden (indien gekend).

23 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een ER-diagram oplossing ProductExt_Gebr.Int_Gebr.RapportRegistratie creatie attributen  U   d GebruikerInt_RapportExt_Rapport van Versie 1 N werknemernr datumtelefoonadres rapportnromschr.statusprioriteit gebruikerID naambedrijfproductnrbeschr.versienrdatumregistratienrdatum

24 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram case studie: databank voor softwarefirma extractie relaties Een softwarefirma wenst een database op te zetten als hulp bij het controleren en corrigeren van fouten die ontdekt worden in haar softwareproducten. Aan elk softwareproduct wordt een uniek productnummer toegekend en een beschrijving toegevoegd. Van een product worden verschillende versies uitgebracht, die per product een versienummer krijgen. Daarnaast wordt ook de datum waarop de versie werd uitgebracht bewaard. Een versie van een product kan zowel door externe als door interne gebruikers (bijvoorbeeld programmeurs en systeemtesters) worden gebruikt. Interne gebruikers mogen alle versies van alle producten gebruiken zonder voorafgaande aanvraag. Externen dienen de versie van het product eerst aan te kopen. Bij de verkoop wordt voor elk verkocht exemplaar een uniek registratienummer –dat geldt voor één of meerdere externe gebruikers– en de registratiedatum vastgelegd. Wanneer een gebruiker een probleem vaststelt, zal hij hierover een probleemrapport opstellen (en overmaken aan de ‘maintenance’-afdeling). Een dergelijk rapport kan zowel door een interne als door een externe gebruiker worden opgemaakt en vermeldt naast een verwijzing naar het product en de versie, ook de datum en een omschrijving van het probleem. Aan elk rapport wordt verder een uniek rapportnummer, een prioriteit en een status (aan te passen door de maintenance-afdeling) toegekend. Aangezien externe gebruikers enkel een rapport mogen sturen in verband met de versies waarvoor zij geregistreerd zijn, dienen zij steeds hun registratienummer te vermelden. Interne gebruikers dienen enkel hun werknemernummer op te geven, terwijl externen geïdentificeerd worden via de combinatie van hun naam en de naam van hun bedrijf. Van alle gebruikers wordt tenslotte ook nog het telefoonnummer, adres en adres bijgehouden (indien gekend).

25 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een ER-diagram oplossing ProductExt_Gebr.Int_Gebr.RapportRegistratie creatie relaties  U   d GebruikerInt_RapportExt_Rapport van Versie 1 N werknemernr datumtelefoonadres rapportnromschr.statusprioriteit gebruikerID naambedrijfproductnrbeschr.versienrdatumregistratienrdatum 1 N voor M door 1 N bezit over 1 N 1 N N

26 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een ER-diagram Eindoplossing ProductExt_Gebr.Int_Gebr.RapportRegistratie  U   d GebruikerInt_RapportExt_Rapport van Versie 1 N werknemernr datumtelefoonadres rapportnromschr.statusprioriteit gebruikerID naambedrijfproductnrbeschr.versienrdatumregistratienrdatum 1 N voor M door 1 N bezit over 1 N 1 N N

27 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram opgave: databank voor koor en orkest Voor alle leden wordt naam, voornaam, geslacht, adres en telefoonnummer bijgehouden. Voor koorleden wordt bijgehouden welke stemmen (bas, alt, tenor, …) hij/zij kan zingen. Voor orkestleden worden de bespeelde instrumenten bijgehouden. Deze instrumenten worden onderverdeeld in 3 categorieën: strijkers, slagwerk en blazers. Een lid kan zowel koor- als orkestlid zijn. Voor de bestuursleden wordt de bestuursfunctie bijgehouden. Er dient tevens informatie over het repertoire te worden bijgehouden. Van elke partituur, in het bezit van de vereniging, houdt men de titel en componist bij, alsmede of het partitituur geschreven is voor koor, orkest of beide. Voor orkestwerken dient te worden aangegeven welke instrumenten nodig zijn om het werk uit te voeren.

28 Lid Partituur Instrument OrkestlidKoorlidBestuurslid OrkestpartituurKoorpartituur o o NaamVoornaamAdres TelefoonnummerGeslacht Stem Functie Titel Componist N speelt M N voor M BlaasStrijkSlag d Soort “blaas” “strijk” “ slag” Naam

29 Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking Ontwerp van een EER-diagram opgave: databank voor televiesiemaatschappij Een televisiemaatschappij wenst een databank op te stellen voor het bijhouden van de programmatie. De maatschappij beheert verschillende zenders. Elke zender heeft een code, een naam (voluit) en een afkorting. Om te vermijden dat gegevens veelvuldig moeten worden ingevoerd, wordt een onderscheid gemaakt tussen een programma en een uitzending. Gegevens over een programma worden slechts één keer ingevoerd, ook als het meerdere keren wordt uitgezonden. Een programma is een werk dat integraal (reclame-onderbrekingen daargelaten) wordt uitgezonden. Een programma wordt geïdentificeerd door een ISAN (International Standard Audiovisual Number). Dit nummer bestaat uit 16 hexadecimale cijfers waarvan de eerste 12 het basisgetal uitmaken en de laatste 4 worden gebruikt voor het aanduiden van episodes of delen (indien van toepassing). Sommige programma's staan op zichzelf (vb. films of eenmalige shows), maar de meeste programma's maken deel uit van een serie of reeks (vb. soap, quiz programma). In dat laatste worden de gegevens van een reeks eenmalig ingevoerd en worden de afleveringen genummerd. Voor het opstellen van de programma-informatie die wordt gepubliceerd is volgende informatie vereist: titel, korte beschrijving, soort programma (film, quiz, serie, etc...) en indien van toepassing een genre. Bij series kunnen de afzonderlijke afleveringen een subtitel krijgen. Verder wordt ook een lijst van interessante medewerkers toegevoegd samen met de rol die ze spelen in het programma (zoals acteur, regisseur, presentator, gast,...). Tenslotte wordt ook de duur (in minuten) van een programma bewaard. Van een geplande uitzending wordt uiteraard de datum en het uur bijgehouden. Men kan ook een commentaar toevoegen om de uitzending te duiden (vb. herhaling, premiere,...)

30 Zender naam afkorting ZendEenheid Uitzending Aflevering Serie titel duur genre id ISAN ISANbasis tijdstip ISANvolgnr 1N M 1 N N subtitel genre code Programma titel ID Zelfst. Programma U d commentaar omschrijving ISAN Medewerker naamid M N rol id


Download ppt "DATABANKEN Vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking HET “ENHANCED ENTITY-RELATIONSHIP” MODEL Database, Document and Content Management."

Verwante presentaties


Ads door Google