De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Kpt-Cdt Marc Vande Velde, Officier Dienstchef Brandweer Sint-Niklaas HOOFDSTUK 12 GROOTSCHALIG OPTREDEN TACTIEK & BEVELVOERING Cursus onderluitenant.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Kpt-Cdt Marc Vande Velde, Officier Dienstchef Brandweer Sint-Niklaas HOOFDSTUK 12 GROOTSCHALIG OPTREDEN TACTIEK & BEVELVOERING Cursus onderluitenant."— Transcript van de presentatie:

1

2 1 Kpt-Cdt Marc Vande Velde, Officier Dienstchef Brandweer Sint-Niklaas HOOFDSTUK 12 GROOTSCHALIG OPTREDEN TACTIEK & BEVELVOERING Cursus onderluitenant 2008

3 2 INHOUDSTAFEL 1. Verloop van de brand –operationeel  preventief –vlamoverslag (flashover)  backdraft 2. Strategie bij grootschalig optreden WAT, WELKE, WIE? 3.Taktiek bij grootschalig optreden HOE? 4. Management op de interventieplaats 5. Aanvalsopties offensief  defensief 6. Standaard Operatie Procedures: SOP’ s 7. Time management 8. Functies van de bevelvoering 9. Redding

4 3 1. Verloop van de brand :

5 4 1.1 Operationele- en preventieve benadering 1. Verloop van de brand BASISKENNIS VOOR BRANDBESTRIJDING : 1. Soorten brandvoortplanting :  Convectie  Conductie  Straling  Vliegvuur 2. Omgevingsfactoren 3. Brandrisico 4. Verbrandingsproces

6 5 1. Verloop van de brand Verbrandingsproces : standaardkromme (operationeel) 1.1 Operationele- en preventieve benadering

7 6 1. Verloop van de brand Verbrandingsproces : branduitbreidingskromme (preventief) 1.1 Operationele- en preventieve benadering

8 7 1. Verloop van de brand  GROOTSCHALIGE BRANDEN  NORMALE  BEPALENDE FACTOREN : 1. Risicoanalyse 1.1 Operationele- en preventieve benadering 2. Pre-planning 3. Bezettingsgraad 4. Korps: grootte & infrastructuur 5. Weersomstandigheden 6. Brandbelasting en preventie

9 8 1. Verloop van de brand 1.2 Vlamoverslag (flashover) en backdraft O2O2 O2O2 BEGIN BRAND voldoendeonvoldoende vlamoverslagbackdraft VRIJE VERBRANDING (pré-vlamoverslag) SMEULVUUR (pré-backdraft)

10 9 1. Verloop van de brand  Extreme hoge temperaturen  Dikke, zwarte rook  “Roll-over” vlammentongen gevolg: stabiliteit in gevaar!  FLASHOVER : HERKENNING  1.2 Vlamoverslag (flashover) en backdraft

11 10 1. Verloop van de brand  Rook die puffend uit spleten komt van gesloten ramen en deuren  Zeer hete rookgassen  Gebarsten en/of zwartgeblakerde glasramen  Weinig of geen vlammen zichtbaar  Bij openen deur of breken van glas worden rookgassen mee terug binnen gezogen  BACKDRAFT : HERKENNING  1.2 Vlamoverslag (flashover) en backdraft

12 11 1. Verloop van de brand  Bij flashover is men KANSLOOS!!  Hitte-opbouw met interventiekledij NIET te ontdekken – kledij verzadigd : brandwonden  Buiten blijven  1,5 m in lokaal : overlevingskans = nul  Stootsgewijs waternevel sproeien tegen plafond stelt flashover uit  FLASHOVER : BESCHERMING  1.2 Vlamoverslag (flashover) en backdraft

13 12 1. Verloop van de brand  Ventileren in hoogste gedeelte of via ramen (vòòr het openen van deur)  Zoldering met volle straal koelen  Nooit gebouw frontaal benaderen : dan is kans op verwondingen bij backdraft is kleiner  “Ontploffing” verwondt brm. in openingen of kan instorting veroorzaken  BACKDRAFT : BESCHERMING  1.2 Vlamoverslag (flashover) en backdraft

14 13 Video-voorstelling Backdraft Flashover

15 14 Plan bepaalt: - WAT moet gedaan worden? - WELKE middelen worden ingezet? - WIE moet WAT doen? 2. Strategie bij grootschalig optreden

16 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  WAT MOET GEDAAN WORDEN ?  WELKE MIDDELEN ?  WIE DOET WAT ? Details: zie verder...

17 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  Verloop van de tussenkomst :  WAT?  (1)  melding / de oproep / registreren vd melding  het alarmeren van het BW-personeel: SAH  de uitruk met begeleiding  de verkenning (& de redding) Redding = 1ste prioriteit

18 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  WAT ?  (2) - vervolg  verkenning van de brandsituatie  de lokalisatie van de brand  de keuze van de aanvalsstrategie offensief >< defensief  instellen bevelstructuur  het omschrijven van de brand  de blussing en de ventilatie  de nablussing

19 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  Het Besluitvormingsproces (herhaling)  Informatie verzamelen & inventariseren  Informatie selecteren & beoordelen “Beeldvorming”  Besluitvorming keuze van de strategie offensief >< defensief  Bevelen - Opdrachten  Uitvoering omschrijven van de brand, blussing en ventilatie, nablussing  Evaluatie - bijsturing

20 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  De Bevelvoeringsprocedure (herhaling)  Overweeg de opdracht  Overweeg de omstandigheden, toestand & wijze van optreden  Formuleer een voorlopig plan: wie - wat - waar- wanneer - hoe?  Maak een verkenningsplan - doe de verkenning  Beoordeel - besluit - beslis: wat moet/kan gebeuren?  Geef bevel(-en) - opdracht(-en)  Geef leiding & controleer...

21 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  WAT?  (3) - vervolg  brandwacht  inruk (vrijgeven van brandplaats)  terug klaar maken materieel (“preparatie”)  debriefing (leerproces)  rapportering  Tijdens gehele verloop : Evolutief karakter vereist SNELHEID !!!  controle op de uitvoering  toezicht op de arbeidsveiligheid  neveneffecten (bv. waterschade–salvage)

22 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  WELKE MIDDELEN ?   BEPALEN “CRITICAL FLOW” :  Amerikaanse blusproeven  Specifieke risico’s  Standaarduitruk “SAH”  Watermanagement

23 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  WELKE MIDDELEN ?   Optimale blusdebiet: (LxBxH):2 = L/m³/min Aantal manschappen: Optim. Blusdebiet/ 200 Aantal Autopompen: Optimale Blusdebiet/2000

24 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  WIE ?   BASISUITRUK bij BRAND :  Basisaflegsysteem ( HZ AP) - 6 man  Autoladder  Tankwagen  (Ziekenwagen)

25 Algemeen strategisch plan : 2. Strategie bij grootschalig optreden  Algemeen strategisch plan  STRATEGIE   Uitruktijd  Communicatie  Coördinatie hiërarchie, delegatie, controle ICS - Incident Commando Systeem

26 25 1.Wat is een Bleve ? ‘BLEVE’ is de afkorting van de Amerikaanse omschrijving ‘Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion’, vrij vertaald in het Nederlands: “de ontploffing van een enorm uitzettende kokende vloeistof”.

27 26 Damp-fase Vloeistof-fase Fase:1

28 27 Vloeistof in tank gaat koken Fase:2

29 28 Drukverhoging in tank Afblaasventiel gaat open Fase:3

30 29 Tankwandverzwakking Fase:4

31 30 Fase:5

32 31 Strategisch plan:  WAT, WELKE, WIE ? Tactisch plan:  HOE ? 3. Tactiek bij grootschalig optreden

33 32 3. Tactiek bij grootschalig optreden  Tactiek wordt bepaald door :  reddingen noodzakelijk?  localisatie brandhaard  uitbreidingsmogelijkheden  type brand  mogelijke consequenties 3.1. Tactische overwegingen :  “ANTICIPEREN” - evolutie verloop inschatten

34 33 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.2. Kerntaak officier :  WIE & WAT inzetten met WELKE middelen & volgens welke procedures (HOE) met als doel :  schade minimaliseren (menselijk&stoffelijk)  brand omschrijven en blussen, rekening houdende met max. arbeidsveiligheid  BASISVAARDIGHEDEN = vereiste KENNIS  verloop v/e brand: preventief & operationeel  strategie & tactiek v/d brandbestrijding  interactie tussen tactiek en brandverloop  Analyse van de brandsituatie

35 34 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.2. Kerntaak officier :  Analyse van de brandsituatie  Beslissingsname:  ruime middelen & weinig risico: “offensief”  te weinig middelen & groot risico: “defensief”

36 35 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.3. Analyse van de brandsituatie : (0)  Analyse van 15 punten :  Localisatie van de brand  Branduitbreidingskansen & -mogelijkheden  Bedreiging -risico voor mensenlevens  Tijdstip van de brand  Meteorologische situatie  Constructiewijze van het gebouw  Hoogte & oppervlakte van het gebouw  Bezettingsgraad & gebruik van het gebouw  Toegankelijkheid van het gebouw voor BW  Bluswatervoorziening en interne blusmiddelen  Middelen van de Brandweer: pers. & mat.  De terreinomstandigheden...

37 36 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.3. Analyse van de brandsituatie : (1)  Levensbedreiging : 1ste aandachtspunt  slachtoffers (wie? waar?)  brandweerpersoneel  toeschouwers  zonering interventie  Localisatie van de brand:  gevaar voor personen? ASAP reddingen  uitbreiding : waarschijnlijkheid - mogelijkheid nut: inzet thermische camera

38 37 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.3. Analyse van de brandsituatie : (2)  Brand uitbreiding : 5 mogelijkheden  conventie  straling (radiatie)  geleiding (conductie)  vlamcontact  vliegvuur

39 38 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.3. Analyse van de brandsituatie : (3)  Tijdstip dag >< droogte

40 39 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.3. Analyse van de brandsituatie : ( 4)  Constructie compartimentering  Hoogte reddingstechnieken  Oppervlakte lengte- diepte  Gebruik werkprocessen - opslag  Toegankelijkheid hulpdiensten nut voorafgaandelijk interventieplan

41 40 3. Tactiek bij grootschalig optreden 3.3. Analyse van de brandsituatie : (5)  Interne blusmiddelen  Bluswatertoevoer & -capaciteit  Materieel  Personeel  Terrein nut voorafgaandelijk interventieplan

42 41 4. Management op de interventieplaats

43 42 4. Management op de interventieplaats 4. Management op de interventieplaats :  LEIDING VAN DE OPERATIES ICS: Incident Commando Systeem zie KB Noodplanning ( ) & NPU-1 ( )  OPSCHALINGSPRINCIPE de hiërarchische lijn inzake Commando  ACTIES inzake leidinggeven  RESERVE

44 43 4. Management op de interventieplaats 4. Management op de interventieplaats :  HIËRARCHIE in de BEVELVOERING - vestigen van het commando LvO - overdragen van het commando Dir-BW - Dir-CP-Ops - adviseur... - mogelijke commando-opties sectoren - de commandostructuur organogram

45 44 4. Management op de interventieplaats 4. Management op de interventieplaats :  Werkblad “LEIDING” zie actiekaart discipline 1

46 ALGEMEEN STRUCTUUR monodisciplinair plan discipline 1 − aard incident − aanvraag tussenkomst bepaling ernstgraad organisatie rampterrein noodzakelijke acties terugkoppelen aan tussenkomende dienst en HC100 aantal slachtoffers impact naar omgeving gevaarlijke stoffen tijdstip tijdsduur bevestiging : − locatie − aard interventie evolutief karakter ? aantal locaties CP-OPS redding en evacuatie zonering VMP aan- & afvoer- wegen & RV-punt incident- bestrijding coördinatie- comité (G-CC/P-CC) multi- disciplinaire benadering opschaling beschikbare middelen versterking

47 46 4. Management op de interventieplaats 4. Management op de interventieplaats : Dir-CP-Ops (Naam) Leider van de operaties (Naam) Dir-BW (Naam) Vertegenwoordiger D1 in het coördinatiecomité (Naam) Adjunct Dir-BW (Naam) Administratief medewerker in het coördinatiecomité (Naam)

48 47 4. Management op de interventieplaats 4. Management op de interventieplaats : Basisdoelstellingen ICS: ANALYSE  Tactisch PLAN - KEUZE AANVAL : Def / Off  ACTIE  EVALUATIE & bijsturing

49 48 5. Aanvalsopties

50 49 5. Aanvalsopties 5. Aanvalsopties :  OFFENSIEVE AANPAK  DEFENSIEVE AANPAK  ALLE MOGELIJKE COMBINATIES :  offensief/defensief  defensief/offensief  indirect  AANVALSREGELS

51 50 5. Aanvalsopties 5. Aanvalsopties :

52 51 6. Standaard Operatie Procedures SOP’s

53 52 6. Standaard Operatie Procedures (SOP) 6.1. Gestandaardiseerde manier van optreden:  WAT ? Ruggegraad vd organisatie  NOODZAAK “teamwork”  MODEL ? Ontbreekt…  KENMERKEN :  geschreven - vastgelegd  officieel  algemeen toegepast via training  verplicht  flexibel (evalueren & actualiseren)

54 53 6. Standaard Operatie Procedures (SOP)  WELKE ? 6.1. Gestandaardiseerde manier van optreden:  Basisbevelvoering  wijze van delegatie van (deel-)taken  communicatie / dispatching  arbeidsveiligheid  aflegsysteem  taakverdeling voertuigen  uitrukprocedures  …

55 54 6. Standaard Operatie Procedures (SOP)  Ontwikkelingsproces SOP’s : 6.1. Systematiek van de SOP’s:  Systeemontwikkeling SOP’s ontleding hulpoperaties  Opleiding & training SOP’s  Toetsing in de praktijk: interventies  Evaluatie & bijsturing  …

56 55 7. Timemanagement

57 56 7. Timemanagement 7.1. Tijdslijn van een brand :

58 57 7. Timemanagement 7. Tijdslijn van een brand : 1. Ontstekingspunt I vrije verbrandingstijd 2. Herkenningspunt II vrije verbrandingstijd 3. Detectiepunt III transmissietijd 4. Notificatiepunt: “melding” IV uitvoeringstijd alarm 5. Alarmering personeel V opkomsttijd 6. Vertrekpunt “uitruk” VI verplaatsingstijd 7. Aankomst ter plaatse VII opstellingstijd 8. Aanvalspunt VIII controletijd 9. Bluspunt IX nablustijd 10. Doving REFLEXTIJD GEVECHTS- DUUR UITRUKTIJD (6 - 8 min)

59 58 7. Timemanagement 7.1. Tijdslijn van een brand :  TIJDSWINST & SCHADE-REDUCTIE

60 59 7. Timemanagement 7.1. Tijdslijn van een brand :  TIJDSWINST & SCHADE - REDUCTIE  niveau inzake leidinggeven verhogen  arbeidsveiligheid bevorderen  strenge aanwervings- & bevorderprocedures  opvoeren scholings- & trainingsgraad  duidelijke doelstellingen voor operationelen  aandacht voor technologische ontwikkelingen  innovatie & nieuwe technieken  sensibilisering van de burger inzake veiligheid  modern beleid, betrokkenheid, engagement

61 60 8. Functies van bevelvoering

62 61 8. Functies van bevelvoering 8.0. Commando : – OVERNAME & INSTALLATIE & van het COMMANDO – EVALUATIE van de (BRAND-) SITUATIE – COMMUNICATIE – ONTWIKKELING van het AANVALSPLAN – ORGANISATIE op de BRANDPLAATS – EVALUATIE, BIJSTURING van het AANVALSPLAN – DOORGEVEN, BEËINDIGEN van het COMMANDO

63 62 8. Functies van bevelvoering 8.1. Commando : – INSTALLATIE & OVERNAME VAN COMMANDO Kenmerken operationele hulpverlening – Strategisch plan (WAT,WELKE,WIE) – SOP’s – Continu management “Motorkapoverleg”: 1ste afstemming CP-Ops : LvO  Dir BW  Dir-CP-Ops

64 63 8. Functies van bevelvoering 8.2. Permanente evaluatie & bijsturing: – EVALUATIE VAN DE BRANDSITUATIE – info verzamelen – ter plaatse : – reddingen – versterking evalueren – verkenning (+ stabiliteit nagaan) – keuze aanval + bevel – omgeving – opvolging arbeidsveiligheid

65 64 8. Functies van bevelvoering 8.3. Ontwikkeling van het aanvalsplan :

66 65 8. Functies van bevelvoering 8.4. Organisatie op de interventieplaats: – Grootschalige interventie  LvO beperkte tijd – Delegeren = noodzakelijk –Opsplitsing in sectoren :  voordelen  nadelen –Mogelijkheden :  verticaal commando  horizontaal commando

67 66 8. Functies van bevelvoering 8.5. Communicatie algemeen: – Is fundamenteel - essentieel – moet kort zijn – moet taakgericht zijn – volgens SOP’s – accurate info – belang initieel rapport SitRep’s

68 67 8. Functies van bevelvoering 8.6. Communicatie op de interventieplaats : – COMMUNICATIE = twee - richtingsverkeer : – LvO neemt gecoördineerde beslissingen  LvO  Sector-Offr (= “bevelen”)  Sector-Offr  LvO (= “informeren”) – Sector-Offr geeft info over : Uitvoering tactische prioriteiten:  Reddingen: “ uitgevoerd”  Brandbestrijding : “brand onder controle”  Schadebeperking: “wordt gerealiseerd”

69 68 8. Functies van bevelvoering 8.6. Communicatie op de interventieplaats :  Info van sectorofficieren (“Antennes” van de LvO)  Actuele uitgestrektheid brand  Aangetaste vloeren  Diepte gebouw / lokaal  Onverwachte bouwwijze (vloer, trap)  Blootgestelde delen achteraan gebouw (niet zichtbaar vooraan)  Openingen naar belendende panden  Locatie & invloed van kokers & schachten  Onverwachte aanwezigheid bepaalde stoffen  Wat brandt er juist ?  Positie van ingezette ploegen en officier

70 69 8. Functies van bevelvoering 8.7. Herziening van het aanvalsplan :  LvO kan (moet) bepaalde zaken re-checken :  Is gebouw grondig doorzocht & volledig geëvacueerd?  Zijn ventilatie-openingen uitgevoerd zoals gevraagd?  Zijn er specifieke gevaren (bv. instorting) ?  Zijn er ontsnappingsmogelijkheden voor de ploegen?  Worden (muur)hydranten, sprinklers, … aangesproken?  Zijn er indicaties van merkbare structurele verzwakkingen?  Zijn er goed omsloten trappenhuizen?  Bewegen aanvalslijnen vooruit, zoniet welke is de reden?

71 70 8. Functies van bevelvoering 8.5. Afbouw van de interventie: – Afbouw van de interventie terugsturen overbodige middelen – aflossing(-en) – nablussen & nabewaking

72 71 9. Redding

73 72 9. Redding 9.1. Redding - algemeen : – Wat ? – Principes :  Snel (& aggressief)  in functie van soort (plaats) slachtoffer  prioritair bij verkenning

74 73 9. Redding 9.2. Redding en brandfasen : Reddingsaanpak varieert volgens stadia brandverloop : –smeulperiode : eenvoudige interne redding –ontwikkelingsperiode: complexe & risicovolle interne redding met bluslijnen –brandperiode: snelle redding van buitenuit (Autoladder - Elevator)

75 74 9. Redding 9.3. Redding - prioriteiten :

76 75 9. Redding 9.4. Redding : – Opdrachten LvO : * bepalen reddingsprioriteiten (zie hiervoor) * waken over : – snelheid – iedereen inzetten?? Back-up team – arbeidsveiligheid – begeleiden slachtoffers nr veilige zone VMP – terugkeer slachtoffers beletten (opvang) – Zoveel mogelijk normale uitgangen gebruiken – Overwegen wie wel en wie niet?

77 76 9. Redding 9.5. Nazorg : – slachtoffers – hulpverleners

78 77 Samenvatting : 1. Verloop van de brand –operationeel  preventief –vlamoverslag (flashover)  backdraft 2. Strategie bij grootschalig optreden WAT, WELKE, WIE? 3.Taktiek bij grootschalig optreden HOE? 4. Management op de interventieplaats 5. Aanvalsopties offensief  defensief 6. Standaard Operatie Procedures: SOP’ s 7. Time management 8. Functies van de bevelvoering 9. Redding


Download ppt "1 Kpt-Cdt Marc Vande Velde, Officier Dienstchef Brandweer Sint-Niklaas HOOFDSTUK 12 GROOTSCHALIG OPTREDEN TACTIEK & BEVELVOERING Cursus onderluitenant."

Verwante presentaties


Ads door Google