De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Agogische methoden  = concrete aanpak van de sociale probleemsituatie  Een mogelijke indeling : Social case work Social group work Community work Social.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Agogische methoden  = concrete aanpak van de sociale probleemsituatie  Een mogelijke indeling : Social case work Social group work Community work Social."— Transcript van de presentatie:

1 Agogische methoden  = concrete aanpak van de sociale probleemsituatie  Een mogelijke indeling : Social case work Social group work Community work Social administration

2 Social case work  = basismethodiek individuele hulpverlening  1917 : Mary Richmond publiceert « social diagnosis »   pragmatische, rationele en methodische ondersteuning liefdadigheidswerk  Uitgangspunt : bestrijden « onmaatschappelijkheid » op basis van inzicht in de sociale realiteit

3 Social case work   rationalisering liefdadigheidswerk, in aansluiting met medische en pedagogische inzichten   methode van werken bestaande uit vier stappen : 1. Onderzoek van het probleem 2. Diagnose van de aard van het probleem 3. Opstellen van een behandelingsplan 4. Uitvoering behandelingsplan, via het overreden van de betrokkenen tot gedragsverandering.

4 Social case work  4 stappenplan  « case » gestuurde aanpak i.p.v. stereotype benadering  « op maat van het gezin  Ambitieuse doelstellingen : economische zelfredzaamheid, aanpassing vigerende norm, verstandhouding partners binnen het gezin, betere verzorging van de kinderen, selectiever gebruik collectieve voorzieningen, samenwerking tussen verschillende actoren en onderzoek en aanpak oorzaken sociaal probleem.

5 Social case work  Doelstellingen : te zien in licht « burgerlijk beschavingsoffensief »  Methodiekontwikkeling op basis van abstract gestelde ideale finaliteit, niet op basis van reflexie over concrete situatie  Cf spanningsveld « beheersing- emancipatie » + discussie over « realiteitsgehalte » van dit spanningsveld.

6 Social case work  Ontwikkeling tot eigenstandige vorm van hulpverlening in aansluiting met kinder-en sociale wetgeving  1920 : oprichting in ons land van de « Ecole Centrale de Service social »   social case work = basis voor professionalisering, cf deskundigheid die enkel via scholing verworven kan worden (cf onderzoek en diagnose)

7 Social case work  Invloed van psycho-analyse  sterkere gerichtheid op persoonsgeschiedenis individuele cliënt  ontwikkeling tot « individueel maatschappelijk werk »  Ontwikkeling opvatting dat materieel aanmeldingsprobleem een aanduiding is van een immaterieel probleem  nadruk op vermogen tot introspectie, verbalisatie en inzicht hulpvrager  onderscheid « gewone » en « moeilijke » cliënt(systemen)  « therapeutisering »

8 Social case work  Invloed leertheorie  ontwikkeling taakgerichte social case work  Geleidelijk aan :  groeiende nadruk op belang « hier-en-nu » situatie  Respect voor waarden van de hulpvrager  Aansluiting bij stappen die hulpvrager zelf reeds zette/zet  Van « behandeling » naar (outreachende )« dienstverlening »

9 Social case work  Actueel : diversiteit van invloeden  « sociaal-ecologische benadering »  Zorghouding :  Open staan voor concrete situaties en de zorgbehoefte erin opmerken;  Verantwoordelijkheid opnemen voor die situatie;  Competent handelen in die situatie;  Nagaan, samen met andere betrokkenen, of de zorg werkelijk goed is aangekomen

10 Social case work   voortdurend zoeken naar actuele concretisering basisprincipes  Voorbeelden :  Motiverend interview  Straathoekwerk  Vindplaatsgericht werken  Maatwerk  Trajectbegeleiding  …

11 Social group work  Ruimere groep (ipv individu/gezin) is invalshoek analyse  Twee hoofdbenaderingen : 1. Ondersteuning groep is meest adequate aanpak om aan individuele probleemsituaties tegemoet te komen, bijv gezin-als-systeem 2. Problemen die mensen ervaren zijn eigen aan de groep waartoe ze behoren en moeten op dit niveau aangepakt worden

12 Social group work 1.Ondersteuning groep in functie individuele hulpverlening  Mensen greep leren krijgen op hun individuele situatie via werken met groepen 2.Ondersteuning groep omdat probleem groepsprobleem is  Mensen leren greep te krijgen op de samenleving teneinde hun positie hierin te verbeteren.

13 Social group work  Burgerlijk beschavingsoffensief  preventieve gerichtheid  samen met armenzorg ook inzet op het vlak van « volksverheffing »  ontstaan s.c.w.  Stromingen :  Liberale : volksverheffing als middel tot oplossing « sociale vraagstuk »  Katholieke : bescherming tegen verderfelijke invloeden  Socialistische : middel tot machtsverwerving

14 Social group work  Na W.O. I.  problematisering « vrije tijd »  1930 : werkloosheid  kwalificatie als nieuwe doelstelling s.c.w. (cf « werkkampen »)  Na W.O. II : expansieperiode : nadruk op cultuurspreiding en participatie  Vanaf  1975 : heroriëntatie van kritische functie (emancipatie) naar (opnieuw) kwalificatie en « integratie »

15 Sociaal leren  Twee, aanvullende, te onderscheiden betekenissen Mensen leren niet enkel voor zichzelf; belangrijk is dat zij leren deel te hebben aan de sociale verbanden in de samenleving  « leren voor de groep » Mensen leren niet enkel via individuele trajecten, maar ook door hun persoonlijke ervaringen te verbinden met deze van anderen  « leren door de groep »

16 Sociaal leren  Beide betekenissen worden samengebracht in sociaal leren als methode  = leren functioneren van groepen, organisaties of gemeenschappen, in nuewe, onverwachte, onzekere en moeilijk te voorspellen situaties.  Kenmerken : Gericht op oplossen onvoorziene contextproblemen Optimaal gebruik van oplossingspotentieel dat in de groep voorhanden is

17 Sociaal leren   « leren » = voortdurend zoeken naar dynamisch evenwicht in het spanningsveld, gevormd door vier assen : Actie Coöperatie Reflectie Communicatie

18 Sociaal leren : actiedimensie  Verwijst naar vereiste dat mensen in staat en bereid moeten zijn zichzelf te zien als bij machte om in te grijpen in hun situatie  Onderzoek van wat mensen zelf willen en kunnen is startpunt sociaal leerproces  Vergt ruimte voor het « verhaal » van mensen

19 Sociaal leren : actiedimensie  Vergt ruimte voor « mislukkingen » én voor « aanbieden nieuwe oplossingen »  cfr. discrepantie tussen behoefte en oplossing kan zowel leiden tot activiteit als tot passiviteit  cfr. grote nood en beperkte competentie, evenals veel competentie tov beperkte nood leidt tot passiviteit

20 Sociaal leren : actiedimensie  Agogische tussenkomst = vinden van werkbaar evenwicht tussen nood en competentie Door ontwikkelen van compenties binnen de groep of door mobiliseren competenties buiten de groep

21 Sociaal leren : coöperatiedimensie  Vereist naar vereiste dat mensen in staat en bereid zijn om gemeenschappelijke doelen te formuleren en zich daar persoonlijk voor in te zetten  Houdt in dat conflicten niet genegeerd worden, en dat ingegaan wordt op paradoxen in benadering situatie

22 Sociaal leren : coöperatiedimensie  Bijv installatie van een windmolen (= milieuvriendelijke energiebron) leidt tot conflict met buurtbewoners

23 Sociaal leren : coöperatiedimensie Conflict kan gezien worden als een verstoring van het streven naar een beter leefmilieu Neiging kan daarom bestaan argumenten te zoeken waarom op het conflict niet ingegaan moet worden Conflict wordt vermeden maar is dysfunctioneel voor buurtbewoners

24 Sociaal leren : coöperatiedimensie  Agogische ondersteuning = mensen leren hun persoonlijke ervaring te plaatsen tegen de achtergrond van het streven naar een werkbaar evenwicht tussen « concensus » en « discensus »  Vergt aanboren van nieuwe bronnen van sociale energie, nl. creatief zoeken naar hoe het conflict ernstig genomen kan worden.

25 Sociaal leren :reflectiedimensie  Verwijst naar het leren handelen in groep  = nagaan of de beoogde doelen effectief bereikt werden en of ze bereikt werden op een wijze waarop eenieder er zich in herkent  Leidt tot verbetering van de actie en betekent ook dat mensen bewust bezig zijn met de creatie van gemeenschappelijke referentiepunten

26 Sociaal leren :reflectiedimensie  Gemeenschappelijke referentiepunten = verhalen, symbolen  Dragen ertoe bij dat mensen zich identificeren met het sociaal verband waarvan ze deel uitmaken  Agogische ondersteuning = bijdrage tot besef « een plaats te hebben in de geschiedenis »

27 Sociaal leren :reflectiedimensie  bijv buurtwaarderingsprojecten, projecten interculturalisering …

28 Sociaal leren : communicatiedimensie  Verwijst naar de verhouding tussen de groep en de sociale omgeving  Agogische interventie = vinden van een werkbaar evenwicht tussen sociale integratie en zelfsturing  Spanning tussen « doelgroepkant » en « oplossingskant » agogische interventie

29 Sociaal leren : communicatiedimensie  Agogische interventie moet Intermediair zijn tussen de groep en de instanties en personen die voor die groep van belang zijn Optreden als beleidsactor en meehelpen de beleidsruimte voor sociaal leren te creëren op plaatsen waar die nog ontbreekt

30 Sociaal leren : communicatiedimensie  Communicatiedimensie vergt specifiek « organisatiemodel », bijv. Stuurgroep – cfr. bijv jeugdwerkbeleidsplanning.

31 Community work  = « werken met burgers aan maatschappelijke problemen »  Object = samenlevingsopbouw  Invalshoek = ondersteunen « burgerparticipatie »  Niet enkel « oplossingsbetrokkenen » maar ook « probleembetrokkenen » worden gemobiliseerd

32 Community work  Vlaanderen : eerste initiatieven kort na W.O. II  Twee stromingen : 1.Welzijnsmodel (  hogere beleidseffectiviteit, nadruk op methodisch handelen : cf. technisch- professionele benadering 2.Politiserend model (  andere samenlevingsorganisatie, nadruk op ondersteuning zelforganisatie bevolking: cf kritisch-emanciperende benadering)

33 Community work  Ontwikkeling werkvormen : 1. Territoriaal 2. Categoriaal 3. Functioneel  Na herstructurering samenlevingsopbouw nadruk op « territoriaal opbouwwerk »  Invoering « probleemprojectmethode »

34 Kenmerken probleemprojectmehtode 1.Doelgroepgericht 2.Planmatig 3.Strategisch-methodisch 4.Tijdelijk 5.Uitvoerbaar 6.Doelgericht 7.Probleem-en situatiegericht

35 Uitvoering probleemprojectmethode  In kader van meerjarenplanning « Riso »  Overkoepelend « Viboso »  Thema’s : wonen en ruimtelijke ordening, werk en werkloosheid, welzijn, leefbaarheid, leefmilieu  duurzame ontwikkeling  Actueel : « sector » samenlevingsopbouw en opbouwwerk buiten de sector, bijv. stedelijke buurtcentra met « draaischijffunctie ».

36 Social administration  Uitgangspunt = wegwijs maken van hulpvragers in regelgeving en voorzieningen, derwijze dat mensen er beter gebruik kunnen van maken en de dienstverlening doorzichtiger wordt  Vb van mogelijke vormen : Ombudsfunctie Bemiddeling

37 Ombudsfunctie  = vorm van dienstverlening vanuit de overheid, of vanuit voorzieningen, naar burgers, of naar de doelgroepen van de betreffende voorziening  Drie taken : informatieverstrekking en communicatie, klachtenmanagement en ombudsfunctie

38 Ombudsfunctie  Informatieverstrekking en communicatie : Openbaarheid van bestuur Onderscheid : Passieve openbaarheid = recht op inzake in de wijze waarop bestuurd wordt Actieve openbaarheid = verplichting in hoofde van overheid/voorziening om deze informatie ook daadwerkelijk te laten doorwerken bij de diverse doelgroep

39 Ombudsfunctie  Klachtenmanagement = realisatie van professioneel aanspreekpunt waar burgers, binnen de bepaalde voorwaarden, klachten en opmerkingen kunnen formuleren  oplossen individuele conflicten tussen burger en overheid  klachtenanalyse teneinde de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen

40 Ombudsfunctie  Ombudsfunctie : = vorm van bemiddeling, daar waar het contact tussen de burger en de betreffende overheid spaak loopt  bemiddeling  gerichte doorverwijzing waar nodig  formuleren van voorstellen/aanbevelingen

41 Ombudsfunctie  Noodzakelijke voorwaarden Onafhankelijkheid Onpartijdigheid Bemiddelingsaanbod dat kosteloos, snel, eenvoudig en gemakkelijk toegankelijk is Openbaar verslag over voorbije activiteiten

42 Bemiddeling  = vorm van maatschappelijke dienstverlening waarin een onpartijdige derde (= bemiddelaar) de conflicterende partijen helpt te communiceren met elkaar, teneinde te komen tot een gemeenschappelijk akkoord.  Vindt plaats in een toenemend aantal domeinen

43 Bemiddeling : uiteenlopende vormen  Bereiken van een vooropgestelde oplossing  Vb scheidingsbemiddeling  Bereiken van een overeenkomst over het conflict  Vb herstelbemiddeling volwassenen  Bereiken van conflictoplossing  Vb bemiddeling in strafzaken  Bevordering persoonlijke groei en begrip tussen de betrokkenen  Vb relatiebemiddeling

44 Bemiddeling : basisprincipes  Onpartijdigheid bemiddelaar  Neutraliteit bemiddelaar mbt inhoud bemiddeling  Procesdirectiviteit bemiddelaar  Vertrouwelijkheid bemiddeling  Streven naar machtsevenwicht tussen partijen  Vrijwillige toegang tot de bemiddeling

45 Sociaal agogische kernthema’s  Maatschappelijke participatie  Maatschappelijke integratie  Preventie = historisch scharnierthema in de ontwikkeling van agogische praktijken = ontwikkeling preventie concept weerspiegelt ontwikkeling welzijnswerk (cf « kwadrantenschema »)

46 Preventie  «voorkomen van »  Begrip heeft vaak een per definitie positieve connotatie : « voorkomen is beter dan genezen »  Deze positieve connotatie is niet per definitie terecht  Moet gezien worden in relatie tot discussie over « wat moet voorkomen worden » ?

47 Preventie  Primaire preventie : voorkomen van probleemgedrag/probleemsituaties  Secundaire preventie : voorkomen verdergaand probleemgedrag en/of een verergering van de probleemsituatie  Tertiaire preventie : interventies die nodig zijn om de gevolgen van probleemgedrag en probleemsituaties tot minimum te beperken.

48 Relatie welzijn(swerk)-gezondheid(szorg)  Beide zijn interventies gericht op bevordering welzijn (gezondheid = belangrijke welzijnsdimensie en vice versa)  Zowel welzijnswerk als gezondheidszorg stammen uit « beschavingsoffensief »  Parallelle ontwikkeling naar centraal stellen hulpvrager en grotere aandacht structurele benadering

49 Preventie in gezondheidszorg Aanvankelijk moraliserend : introductie standaarden van hygiëne en gezond gedrag Bijv N.W.K., medisch schooltoezicht, preventieve luchtkuren …

50 Preventie in de gezondheidszorg  Toenemende nood aan preventie o.i.v. ontwikkeling geneeskunde, cfr. Inzicht in « beschavingsziekten » Vaststelling enerzijds « overconsumptie » gezondheidszorg, anderzijds grote sociale ongelijkheden in gezondheid(szorg) Inzicht in relatie milieu-gezondheid

51 Preventie in de gezondheidszorg  Verklaring van Alma Ata (1978) :  WFO : positieve definitie gezondheid, namelijk : « toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn, en niet louter de afwezigheid van ziekte of verzwakking ».  recht op gezondheid(szorg)  integratie in « welzijnsbenadering »

52 Preventie in gezondheidszorg  Actieterreinen preventief beleid : Ontwikkelen van een goed overheidsbeleid Creëren van een ondersteunende omgeving Versterken gemeenschapsactiviteiten Ontwikkelen persoonlijke overtuigingen en vaardigheden Heroriëntering gezondheidsvoorzieningen

53 Preventie in de gezondheidszorg  Voorwaarden effectieve preventie -opzet en uitvoering vanuit objectief feitenmateriaal -Samenwerking met de betrokken doelgroep -Afstemming van acties op elkaar en streven naar aantoonbare effectiviteit -Uitvoering op een doelgerichte, planmatige en systematische manier

54 Preventie in de gezondheidszorg  Concretisering preventieve gezondheidszorg  Aandacht voor samenwerking met welzijnswerk  Vnl op vlak van preventieve en sociale gezondheidszorg  Gezondheidspromotie (GVO)  eerstelijnsgezondheidszorg

55 Gezondheidsvoorlichting en – informatie (G.V.O.)  Uitgangspunt : mensen kunnen zelf voor hun gezondheid instaan; gezondheidsbeleid moet gericht zijn op ondersteuning van de vaardigheden en houdingen die hiervoor nodig zijn.  Activiteiten : informatie, voorlichting, opvoeding

56 Gezondheidsvoorlichting en – informatie (G.V.O.)  Informatie : vrij ongericht. Kan passief (bijv folder) of actief (bijv ondersteuning folderinformatie via mediacampagne)  Voorlichting : gericht en systematisch  specifieke doelstellingen, bijv opheffen taboe,advies gebruik voorziening…  vaak concensus nodig over wat « beste » aanpak is  Opvoeding : systematische en gerichte kennisoverdracht ook beïnvloeding houdingen

57 Gezondheidsvoorlichting en – informatie (G.V.O.)  4 denkmodellen : Medisch model Educatief model Socio-politiek model Self-empowermentmodel

58 Modellen « g.v.o. »  Medisch model : « voorkomen is beter dan genezen »  Ziekte en onwelzijn zijn duidelijk te omschrijven, en  Kunnen voorkomen worden door een gedragsverandering van het individu  Kennis over probleem ligt bij deskundige  informatiecampagnes

59 Modellen « g.v.o. »  Educatief model : « voorkomen is leren omgaan met risico’s »  Preventie berust op bewust gedrag  Preventie = verantwoorde keuze leren maken tussen diverse alternatieven  Preventie  via onderwijs en sociaal cultureel vormingswerk

60 Modellen « g.v.o. »  Socio-politiek model : ziekte wordt niet enkel bepaald door individuele, maar ook door maatschappelijke factoren  Preventie = inwerken op deze omgevingsfactoren  Preventie = combinatie van maatregelen, bijv repressieve (bijv verplicht sluitingsuur) educatieve (bijv vorming over jeugdculturen) en structurele maatregelen (bijv ontwikkeling vrijetijdsaanbod samen met jeugdigen)

61 Modellen « g.v.o. »  Self-empowerment model : gericht op verhogen participatie individuen en groepen aan eigen welzijn en gezondheid  Vergt concretisering begrippen als « persoonlijke autonomie », « competentie » …  Aandacht voor algemene competenties die subjectieve ervaring van « macht hebben over de eigen situatie » ondersteunen

62 G.V.O.  gerichtheid op een « geïntegreerde » benadering  Aansluitend : opvatting dat binnen de gezondheidszorg de eerstelijnsgezondheidszorg prioritaire aandacht moet krijgen  Eerstelijn = « hoeksteen » gezondheidszorg

63 Eerstelijnsgezondheidszorg  = echelonneringsniveau  = vooral ook een opvatting over zorg  Samenkomen van een humaniserings-en democratiseringsbeweging enerzijds, een samenwerkings-en integratiebeweging anderzijds

64 Eerstelijnsgezondheidszorg  Humaniserings-en democratiseringsbeweging : belang van de eerste lijn voor het opnieuw leren definiëren van problemen inzake ziekte en gezondheid  Samenwerkings-en integratiebeweging : aandacht voor gemeenschappelijke kenmerken van de hulpvragen op de eerste lijn, zowel in welzijnswerk als gezondheidszorg

65 Eerstelijnsgezondheidszorg  Verschillende benaderingen :  1 – elgz als pakket van activiteiten  2 – elgz als een niveau van zorg  3 – elgz als een strategie  4 – elgz als een filosofie

66 Elgz als pakket van activiteiten ° voedselvoorziening en juiste voeding ° schoon water en basaal sanitair ° moeder-en kindzorg ° immunisatie ° preventie van en contrôle op endemische ziekten ° basisgezondheidszorg ° essentieel noodzakelijke medicijnen.

67 Eerstelijnsgezondheidszorg  Elgz als niveau van zorg : gezondheidszorg waar bevolking het eerst mee in contact komt (= aanbodsgerichte benadering)  Elgz als strategie : kwaliteitseisen zorg, nl toegankelijkheid, afgestemd op behoeften bevolking, functioneel samenhangend, participatief, kostenlonend en gebaseerd op intersectoriële samenwerking.

68 Eerstelijnsgezondheidszorg als filosofie  Verwijst naar recht op gezondheidszorg  Kwaliteitsvereisten : -sociale gerechtigheid en gelijkheid -Respect verantwoordelijkheid individu -Internationale solidariteit -Aanvaarding brede opvatting over gezondheid.  Kadering gezondheidszorg binnen ruimere sociaal-politieke discussie.

69 Verruiming preventiebegrip in criminologie  Welzijnswerk en gezondheidszorg : verruiming preventiebegrip o.i.v. ruimere omschrijving welzijn en gezondheid  Criminologie : verruiming preventiebegrip in de richting van een grotere toenadering tot het welzijnswerk  « fundamentele » of « integrale » preventie

70 « fundamentele preventie » = verschillende niveaus, de zgn « preventiepiramide » Niveau 4 : curatie = top piramide Niveau 3 : specifieke preventiemaatregelen Niveau 2 : algemene preventiemaatregelen Niveau 1 : realisatie van een leefkwaliteitsbevorderend klimaat Niveau 0 : samenleving in haar sociale, politieke en ecologische dimensie

71 « fundamentele preventie »  Uitdrukkelijke koppeling tussen de verschillende preventieniveaus : bijv gegevens uit curatieve sfeer geven aan welke maatregelen op andere preventieniveaus aangewezen zijn  Preventie is geen afzonderlijke beleidsdomein, maar zit verweven in de wijze van probleemdefiniëring (cfr « kwadrantenschema)

72 « Methodiek preventieve projectwerking »  Uitgangspunt : preventie moet niet enkel gericht zijn op voorkomen problemen (= defensieve benadering) maar ook op bevorderen gunstige ontwikkeling (= pro- actieve benadering)  Bevorderen gunstige factoren = « algemene preventie » (>< « individuele preventie)

73 « Methodiek preventieve projectwerking »  Typering « preventie » aan de hand van drie dimensies : 1- tijdstip : voor, tijdens of na manifestatie van een probleem 2- focus : persoonsgericht/structuurgericht 3- karakter interventie : probleem voorkomen door inperking gedragsmogelijkheden (defensief) dan wel mogelijkheden aanbieden om welzijn te bevorderen (offensief)

74 « Methodiek preventieve projectwerking »  Algemene, structuurgerichte en offensieve preventie = algemeen welzijnsbeleid gericht op verhogen van de draagkracht van de samenleving en vermindering draaglast individuen en groepen tov mogelijke probleemsituaties  Naarmate probleemurgentie stijgt wordt preventie specifieker, persoonsgerichter en defensiever (cf « residuele welzijnsbenadering »)

75 Preventie vanuit « mensenrechtenparadigma »  Mensenrechten : duiden verschuiving in machtsbalans aan tussen individuen/groepen in de samenleving  Defensieve benadering : duiden probleemsituaties in relatie tot vorige situatie  « probleemgedrag », « opvoedingstekorten »…  Pro-actieve benadering : verschuiving naar grotere gelijkheid is positief  reflexie over hoe hieraan vorm te geven, op basis van empirische gegevens.

76 « hulp » en « recht » debat  Grondslag = problematisering van de vaststelling dat het welzijnswerk (ook) ingezet wordt om mensen aan te passen aan voorgehouden samenlevingsmodel  reflectie over positionering welzijnsinterventies  streven naar « autonome » ipv « instrumentele » positionering

77 « hulp » en « recht » debat  Debat moet gezien worden in relatie tot ontwikkeling verzorgingsstaat, cfr Veranderende taakopvatting overheid in verzorgingssstaat tov «l’etat gendarme » Actuele tendens tot « herinstrumentalisering » welzijnswerk oiv druk op verzorgingsstaat Noodzaak radicalisering debat tot discussie over relatie « vrijwillige » en « gedwongen » interventies

78 « hulp » en « recht » debat  Hulp en recht ontmoeten elkaar op drie niveaus, overeenstemmend met « generaties » mensenrechten Klassieke grondrechten : hulp in schaduw van het recht Sociale grondrechten : hulp als onderdeel van het recht Solidariteitsrechten : hulp en recht als hefbomen voor samenlevingsopbouw

79 Hulp in de schaduw van het recht  Recht = controle op macht, inclusief hulpverleningsmacht  Uitvoering sociale controletaken werd in ontwikkeling staatsoptreden in toenemende mate in ook hulpverlenend kader geplaatst  Hulpverlening dient hier om in het recht gelegen doelstellingen te realiseren Vb hulpverlenend optreden politie, reclassering…

80 Hulp als onderdeel van het recht  Sociale grondrechten : opdracht tot overheidstussenkomst  Hulp is onderdeel van het recht : ze moet mensen in staat stellen hun « recht » te effectueren  Hulpverlening kan hiertoe ook worden afgedwongen, en moet zo georganiseerd zijn dat « rechtskarakter » ervan gegarandeerd is

81 Hulp en recht als hefbomen tot samenlevingsopbouw  Recht op maatschappelijke dienstverlening kan niet garanderen dat mensen « welzijn » ervaren; hiervoor moet hulpverlening een « zorgengagement » inhouden  Dit « zorgengagement » vereist een cultureel draagvlak, ook in de rechtsbedeling  Vergt dat recht en hulp afgestemd worden op maatschappelijke analyse

82 Vrijwillige versus gedwongen hulpverlening  = radicalisering hulp-en rechtdebat tot op niveau agogische interventie  Inzicht dat « vrijwillige » hulpverlening normatief standpunt insluit  Vanuit dit inzicht : kritische benadering agogische interventie op haar probleemdefiniëringsaspect

83 Agogisch onderzoek  Verschillende paradigmata  Positionering als handelingswetenschap : naast verklaren en begrijpen, ook ingrijpen in de sociale werkelijkheid  Centrale plaats actie-onderzoek

84 Actie-onderzoek  Actie-onderzoek :  Een vorm van handelen  Nav een problematische situatie  Teneinde haar te veranderen  In samenwerking met de betrokkenen  En met het oog op theorievorming

85 Agogisch onderzoek -Nauwe relatie theorievorming en praktijken -Zoeken naar evenwicht tussen « betrokkenheid » en « distantie »


Download ppt "Agogische methoden  = concrete aanpak van de sociale probleemsituatie  Een mogelijke indeling : Social case work Social group work Community work Social."

Verwante presentaties


Ads door Google