De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Mensenrechtenparadigma -Ontwikkeling sociale politiek rond drie hoofddoelstellingen : - Ordehandhaving - Arbeidsmarktregulering - Realisatie grotere sociale.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Mensenrechtenparadigma -Ontwikkeling sociale politiek rond drie hoofddoelstellingen : - Ordehandhaving - Arbeidsmarktregulering - Realisatie grotere sociale."— Transcript van de presentatie:

1 Mensenrechtenparadigma -Ontwikkeling sociale politiek rond drie hoofddoelstellingen : - Ordehandhaving - Arbeidsmarktregulering - Realisatie grotere sociale gelijkheid  Doelstelling « grotere sociale gelijkheid » verwijst naar verschuiving relatie individu- gemeenschap in de richting van emancipatie individu

2 Mensenrechten - Emancipatiebeweging individu wordt aangeduid door beschrijving mensenrechten in termen « generaties » : -« 1e generatie » = burgerlijk-liberale rechten - « 2e generatie » = sociaal-economische grondrechten -« 3e generatie » = solidariteitsrechten

3 Mensenrechten  Burgerlijk-liberale rechten : gericht op bescherming persoonlijke vrijheden  Sociaal-economische grondrechten : gericht op herverdeling materiële goederen (cf. ontstaan verzorgingsstaat  Solidariteitsrechten : recht op deelname aan de cultuur : leren = participeren = emanciperen

4 Ontwikkeling mensenrechten  Oudheid : « individuele vrijheid » heeft geen zelfstandige filosofische betekenis  ME : erkenning « collectiviteit »  « corporatieve rechten » : aanspraken van sociale groepen tov elkaar en tov de vorst  1215 « Magna Charta » = eerste « mensenrechtendocument »

5 Ontwikkeling mensenrechten  Vanaf 16e-17e eeuw : ontwikkeling naar Westeuropese parlementaire democratieën  1689 : « Bill of Rights » : erkenning vrijheidsrechten  Amerikaanse (1776) en Franse (1789) revolutie : internationale betekenis mensenrechten (« universele rechten »)  1e generatie : verwerkelijking individuele vrijheid binnen staatsorganisatie.

6 Ontwikkeling mensenrechten  Vrijheidsrechten : « burgerlijke vrijheden », o.m. recht op vrije meningsuiting, recht op briefgeheim, recht op gelijkheid voor de wet, recht op vereniging … Behouden ook nu hun actualiteit, cfr. internationale verschillen; cfr. categoriale verschillen…

7 Ontwikkeling mensenrechten  Politieke rechten : theoretische fundering parlementaire democratie Recht om te kiezen en om verkozen te worden Scheiding der machten  ook deze rechten behouden hun actualiteitswaarde

8 Ontwikkeling mensenrechten  Sociaal-economische rechten 1945 : U.V.R.M. Nieuwe benadering sociale politiek : erkenning « recht op menswaardig bestaan » in hoofde van eenieder  Fundamenteel veranderende opvatting overheidstaak: Tussenkomst in sociale verhoudingen

9 Ontwikkeling mensenrechten  Veranderende opvatting overheidstaak 1e generatie mensenrechten : taak overheid = bescherming vrijheid van handelen binnen de wettelijk vastgelegde grenzen 2e generatie mensenrechten : taak overheid = bescherming van mogelijke aanspraken op overheidsingrijpen, teneinde een menswaardig bestaan te kunnen leiden

10 Ontwikkeling mensenrechten  Sociale grondrechten : Impliceren inspanningsverbintenis in hoofde van de overheid Afdwingbaarheid is lager dan van deze van de vrijheids-en politieke rechten Impact ervan mag niet worden onderschat : het gaat om de MOGELIJKHEIDSVOORWAARDEN tot uitbouw MENSWAARDIG BESTAAN

11 Ontwikkeling mensenrechten  Sociale grondrechten Zijn in ons land sinds 1994 grondwettelijk erkend Impliceren AGOGISCH ENGAGEMENT Cfr. compenserende werking sociale grondrechten Cfr. reformerende werking sociale grondrechten

12 Ontwikkeling mensenrechten  Art 23 GW : Erkenning recht op menswaardig bestaan, inz. Recht op arbeid et al. binnen raam algemeen werkgelegenheidsbeleid Recht op sociale zekerheid, bescherming gezondheid en morele, geneeskundige en juridische bijstand Recht op een behoorlijke huisvesting Recht op bescherming gezond leefmilieu Recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing

13 Ontwikkeling mensenrechten  Sociale grondrechten impliceren AGOGISCH ENGAGEMENT Cfr. compenserende werking sociale grondrechten Cfr. reformerende werking sociale grondrechten  Agogische interventies moeten aan aantal minimumvoorwaarden voldoen om rechtskarakter te waarborgen

14 Ontwikkeling mensenrechten  Minimumvoorwaarden rechtskarakter : Bereikbaarheid : zo kort mogelijk bij mensen Beschikbaarheid : continue relatie met mensen die zich tot voorzieningen wenden Betaalbaarheid : vermijden van allerlei soorten drempels Bruikbaarheid : aansluiting bij concrete situatie Begrijpbaarheid : transparantie interventie

15 Ontwikkeling mensenrechten  Sociale grondrechten = hefboom voor herverdeling materiële goederen Bieden geen antwoord op probleem blijvende armoede en sociale ongelijkheid  Radicalisering sociaal economische grondrechten tot solidariteitsrechten  Nog lagere afdwingbaarheid  Tegelijk : kern mensenrechtendenken

16 Ontwikkeling mensenrechten  Solidariteitsrechten : verwijzen naar collectieve dimensie : deel zijn van de gemeenschap  Inzet agogische interventies : mensen ondersteunen in hun sociaal handelen als culturele activiteit Via ondersteuning deelname aan symboolproductie (cfr. culturele ontplooiing) Via ondersteuning deelname aan geheel samenlevingsactiviteiten (cfr. cociale ontplooiing)

17 Omslag in welzijnsdenken  Sociale grondrechten en solidariteitsrechten : omkering in legitimering agogische interventie  Burgerlijk-liberale rechten = negatieve rechten : beperking van ruimte waarbinnen vrijheid van handelen mogelijk is  Sociale grondrechten en solidariteitsrechten = positieve rechten : realisatie ruimte om handelen mogelijk te maken

18 Omslag in welzijnsdenken  Burgerlijk-liberale welzijnsopvatting: Welzijn = normconformiteit, cf. samenvallen « eigen » en « algemeen » belang.  Welzijnsinterventies t.a.v. - niet normconforme situaties - « onwelzijn » - discrepantie individueel gedrag en maatschappelijk verwacht gedrag (zgn. « onmaatschappelijk gedrag » )

19 Omslag welzijnsdenken  Van selectiviteit  menswaardigheid  Van negatieve welzijnsdefinitie  positieve welzijnsdefinitie  Van « utilitair » welzijn (= concensus over welzijn) naar intersubjectief welzijn (= erkenning meerwaarde diversiteit opvattingen over welzijn)

20 Omslag welzijnsdenken  Van selectiviteit naar menswaardigheid Traditioneel : selectieve gerichtheid op lagere sociale klassen Cfr inzet agogische interventie tot realisatie van een bepaald samenlevingsmodel Voorbeeld : kinder-en jeugdbescherming Consequentie : betrokkenen worden instrumenteel aangesproken, d.w.z. herleid tot « pedagogisch project »

21 Omslag in welzijnsdenken  Achtergrond selectieve benadering Cfr « empirisch paradigma gevestigden en buitenstaanders » : « Mensen die in termen van macht sterker zijn dan andere groepen waarmee ze te maken hebben, denken van zichzelf dat ze ook in moreel opzicht beter zijn dan anderen »  « beschavingsoffensief »

22 Omslag in welzijnsdenken  Van een negatieve naar een positieve welzijnsdefinitie Traditioneel : gerichtheid op « onwelzijn » Consequentie : ontwikkeling « bijzondere » zorg Residuele zorgopvatting : zorg als « restsector » « het welzijnswerk moet zichzelf overbodig maken »

23 Omslag in welzijnsdenken  Positieve welzijnsdefinitie : Cfr. OCMW-wet 1976 : « elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in staat te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid » Rechtskarakter dienstverlening : beroepsmogelijkheid Finaliteit menselijke waardigheid : « cliënt » is niet langer object doch subject van dienstverlening

24 Omslag in welzijnsdenken  Positieve welzijnsdefinitie Cliënt = subject  « behoefte » niet enkel extern, doch mede vanuit cliënt bepaald = nieuwe thematisering individu-gemeenschap (emancipatie individu) Voorbeeld : verruiming preventiebegrip van « voorkomen van » tot ook « ondersteunen participatiemogelijkheden »

25 Omslag in welzijnsdenken  Van zakelijk-technisch naar inclusief Traditioneel : gerichtheid op « utilitair » welzijn: welzijnsdefinitie in functie van maatschappelijk functioneren Achtergrond : opvatting dat behoeften voor eenieder dezelfde zijn en in eenzelfde prioriteit voorkomen Consequentie : « verkaveling » welzijnsdefinitie op basis van externe criteria

26 Omslag welzijnsdenken  Inclusieve benadering : Andere achtergrond : erkenning diversiteit mogelijke opvattingen over welzijn Consequentie : ander behoeftebegrip : « behoefte » wordt slechts kenbaar in een bepaalde context Inclusief : verschuiving van rangorde behoeften naar complexiteit situatie waarin mensen verkeren

27 Omslag welzijnsdenken  « Inclusief denken » = Decategoriserend : gericht op iedereen Ontkokerend : geïntegreerd aanbod Decentraliserend : zo kort mogelijk bij de mensen (cf voorwaarden rechtskarakter) Rechtsbedelend Sectoroverschrijdend : niet enkel « onwelzijn » maar ook « welzijnsbevordering »

28 Omslag welzijnsdenken  Blijvend spanningsveld tussen « rechtendenken » en « residuele » benaderingen  Voorbeeld : Invulling « inclusief denken » in OCMW-wet = rechtendenken Invulling « inclusief denken » in Vlaams Welzijnscongres = residueel denken.

29 Dimensies van probleemdefiniëring  Elke agogische interventie is gebaseerd op sociale probleemdefinitie Elke agogische interventie heeft betrekking op een sociaal probleem Agogische interventies zijn mede-actor in de constructie van sociale problemen Principes voor deze constructie ?

30 Definitie sociaal probleem  Sociaal probleem = situatie met volgende kenmerken : Duidelijke sociale oorsprong Significant deel van de bevolking is zich bewust van de probleemsituatie En beoordeelt deze als onwenselijk (  verschillende probleemdefinities mogelijk !) De overtuiging leeft dat aan het probleem iets gedaan moet worden

31 Van sociaal probleem naar geconstrueerd sociaal probleem  Niet elk sociaal probleem geeft aanleiding tot maatschappelijke actie  constructieproces  Sociale problemen kunnen aldus « ontdekt » c.q. « herontdekt » worden  Constructieproces = presentatie van een sociaal probleem, derwijze dat het vatbaar wordt voor maatschappelijke actie

32 Constructie sociale problemen  Verschillende fasen, nl. Zichtbaar worden sociaal probleem, door een groeiend bewustzijn van discrepantie tusen feitelijke en wenselijke situatie Legitimering van maatschappelijke actie, door duiding discrepantie als strijdig met waarden Mobiliseren voor maatschappelijke actie Uitwerking van actieplan Uitvoering actieplan en evaluatie ervan

33 Sociale agogiek : mede-actor in constructieproces  Agogische interventies maken situaties vatbaar voor interventie (= constructieproces)  Aanpak probleem vergt cultureel draagvlak, doch creëert ook dit draagvlak   Agogische interventie = doorgangsgebied tussen het « private » en het « publieke » domein

34 Sociale agogiek = mede-actor in constructieproces   legitimering agogische interventie = verantwoordingsopdracht  Verantwoording = wie macht heeft om in te grijpen op situatie van mensen moet aan mensen ook uitleggen waarom bepaalde keuzes gemaakt worden en andere niet  Verantwoording = vraag naar principes constructieproces

35 Constructie sociale problemen  Principes sociale constructie : Realistische probleemdefinitie Probleemdefinitie die diverse dimensies problematiek omvat Zowel overschatting als onderschatting problematiek moet vermeden worden Ook « zaakwaarnemersstandpunt » moet vermeden worden

36 Principes sociale constructie 1 sociaal probleem bestaat : het definitieprobleem betreft de omschrijving, niet het probleem zelf 2 wetenschappelijke definitie moet aansluiten bij maatschappelijke betekenis probleem cfr. vermijden overschatting en onderschatting

37 Principes sociale constructie Voorbeeld armoedeprobleem Armoede is niet : - niet elke sociale ongelijkheid leidt tot armoede - sociale problemen (bijv. werkloosheid) hoeven niet te leiden tot armoede - armoede is niet hetzelfde als zich arm voelen

38 Principes sociale constructie  Voorbeeld armoedeprobleem Armoede is wel : - een gebrek aan voldoende middelen - Maatschappelijk uitgesloten worden - Meervoudige deprivatie * Criteria helpen bij omschrijving, doch lossen definitieprobleem niet op : cfr. criteria moeten geoperationaliseerd worden

39 Maatschappelijke actie  = uitwerking + legitimering concrete oplossingsvoorstellen voor een sociaal probleem  Oplossingsvoorstel hangt nauw samen met theoretisch referentiekader van waaruit naar probleem gekeken wordt  Vanuit dit referentiekader worden sociaal politieke keuzes gemaakt

40 Maatschappelijke actie  Sociale politiek = beslissingen over de aard en de doelstellingen mbt een te realiseren samenlevingsordening Cfr debat verzorgingsstaat  Sociaal beleid : instrumenten die aangewend worden om de sociaal politieke doelstellingen te realiseren

41 Maatschappelijke actie  Instrumenten sociaal beleid Liggen vervat in rechtsorde : wetten, decreten, reglementen.. Omvatten Uitkeringen : inkomensoverdrachten Subsidies : prijsverlagende interventies Belastingverminderingen : inkomensverhogende interventies Ter beschikking stellen van collectieve goederen en diensten, bijv onderwijs, welzijnswerk…

42 Maatschappelijke actie  Agogische interventies = geheel van door het sociaal beleid gerealiseerde veranderingen in de integratiekaders die mensen met elkaar vormen  Worden uitgevoerd in kader van bijv. voorzieningen, ondersteuning groepen …  Verschillende « modellen » naargelang residuele-structurele benadering, individuele- maatschappelijke benadering

43 « kwadrantenschema »  Kwadranten gevormd door twee assen : Individueel-structureel Residueel-structureel  Vier « modellen » : Individuele schuldmodel Individuele ongevalmodel Maatschappelijk ongevalmodel Maatschappelijk schuldmodel

44 Individuele schuldmodel  Probleem = eigen aan probleemdrager -normstelling extern aan betrokkene -« onaangepast », « afwijkend » gedrag -Kritieken : - Vanzelfsprekendheid bepaald gedragspatroon ? - Halo-horn effect ? - Selectieve kijk

45 Individuele ongevalmodel  Probleem = onmogelijkheid zich aan te passen  = andere verhouding : « achterblijven »  Kritieken : -quid inspanningen ? -Quid marginaliserend effect samenlevingsontwikkelingen : humane grenzen « vooruitgangscriteria » ?

46 Maatschappelijk ongevalmodel  Probleem = inadequaat sociaal beleid (cf. Mattheuseffect)  = ander perspectief : ook beleid is object onderzoek  « maatschappelijke achterstelling » - « maatschappelijke kwetsbaarheid »  Kritieken : normstelling blijft extern aan de betrokkenen (wij-zij verhouding wordt niet doorbroken)

47 Maatschappelijk schuldmodel  Probleem = gevolg van inhumane samenlevingsorganisatie  « maatschappelijk gemarginaliseerden »  Freire : « cultuur van het zwijgen »  Vergt culturele actie : verhogen twijfelgehalte in samenleving : «ik kan niet voor anderen denken, evenmin kunnen zij voor mij denken, en we kunnen niet zonder elkaar denken ».

48 Culturele actie  Gebaseerd op « praxis »  Concrete maatregelen gericht op -Ondersteuning materiële condities menswaardig bestaan -Ondersteuning culturele condities menswaardig bestaan (tegengaan structurele vernedering) -Ondersteuning sociale condities menswaardig bestaan (participatie als uitgangspunt)

49 Institutionalisering agogische interventie  Institutionalisering :wijze waarop mensen met elkaar omgaan wordt opgesplitst en gaat over in aparte functies, die vastgelegd worden in geobjectiveerde, vaste, min of meer normatieve handelingspatronen  Institutionalisering « zorgen » : welzijnswerk  Institutionalisering « non formele leren » : sociaal cultureel werk

50 « Vangnet » of « basisinstitutie » ?  Residuele benaderingen : maatschappelijke dienstverlening = vangnet Cfr. « welzijnswerk moet zichzelf overbodig maken »  Structurele benaderingen : maatschappelijke dienstverlening = basisinstitutie Cfr. « recht op menswaardig bestaan »  Spanning residuele-structurele benadering : « signaalfunctie welzijnswerk »

51 Van incrementele beleidsvoering naar sociale planning  Ontwikkeling Belgische verzorgingsstaat in hoge mate « incrementeel »  Algemeen : van « gesubsidieerde vrijheid » over « verplichte sociale verzekeringen » naar « sociale zekerheid » en « recht op maatschappelijke dienstverlening »  Omslag van incrementeel beleid naar sociale planning na staatshervorming 1980

52 Van incrementele beleidsvoering naar sociale planning  Vlaanderen : vorming beleidsveld « welzijn, volksgezondheid en cultuur » na staatshervorming 1980  van « incrementele » beleidsvoering naar « sociale planning »  ombuiging van « aanbodsgericht » naar « vraaggestuurd » beleid, in kader van een reconversiebeleid

53 Van incrementele beleidsvoering naar sociale planning  Sociale planning volgens model « strategische planning »  Vier fasen : Analysefase : gegevensverzameling Anticipatiefase : welke interventies wenselijk ? Keuzefase: beleidsopties en doelstellingen Implementatie beleidsplan

54 Indeling agogisch werkveld  Politiek-administratieve indeling : bestuursniveau : federaal, gewest, gemeenschap, lokaal…  Horizontale indeling : beleidssectoren  Categoriale indeling : doelgroepen  Verticale indeling : beleidslijnen (echelonnering)

55 Indeling agogisch werkveld  Categoriale indeling : Twee betekenissen Specifiek beleid : specifiek aanbod voor een bepaalde bevolkingsgroep Geïntegreerd beleid : toetsing sectoraal beleid aan noden en behoeften van een bepaalde groep- bijv via « effectenrapportering »

56 Indeling agogisch werkveld  Verticale indeling : echelonnering Vertrekt vanuit aanbod – stemt niet noodzakelijk overeen met « participatiegedrag » cliënt Afbakening naargelang de intensiteit van de interventie Onderscheid nulde lijn, eerste lijn, tweede lijn, derde en vierde lijn

57 Indeling agogisch werkveld  Nulde lijn : zelfzorg, mantelzorg, zelfhulpgroepen  Grondslag zelfhulpgroepen : - ideologisch, bijv. AA - Helpersprincipe (Riessman) - Identificatie-resonans

58 Indeling agogisch werkveld  Activiteiten zelfhulpgroepen : -Lotgenotencontact -Informatieverschaffing -Belangenverdediging -Organiseren directe dienstverlening -Organiseren sociale en recreatieve activiteiten -Aanleren zelfhulp-en zelfzorgtechnieken. Al dan niet met professionele ondersteuning.

59 Indeling agogisch werkveld  Kenmerken eerste lijn : -concrete hulp in verscheidenheid situaties - Begeleiding en advies van hulpvragers en hulpverleners (doorverwijs- en informatiefunctie) - Sensibilisering maatschappelijke oorzaken concrete problemen

60 Indeling agogisch werkveld  Eerstelijn = « algemeen welzijnswerk » dwz -a-specifiek -Laagdrempelig -Toegankelijk zonder verwijzing -Eerbiediging ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging -Lokaal gericht

61 Indeling agogisch werkveld  2e, 3e en 4e lijn = « specialistische zorg »  2 : ambulante zorg  3 : algemene residentiële zorg  4 : specialistische residentiële zorg Actuele discussies verwijzen veeleer naar filosofie van waaruit gewerkt wordt om eerste dan wel volgende lijnen te karakteriseren bijv. discussie thuislozenzorg.

62 De « markt van welzijn en geluk »  Ontwikkeling « welzijnsindustrie » Welzijnswerk wordt meer gekarakteriseerd door professionele belangen dan door belangen doelgroepen Groeiend aantal voorzieningen betekent niet meer welzijn : welzijnswerk kan afhankelijkheid mensen ook vergroten Cfr. « street level bureaucraty » : keuze voor relatief kansrijken

63 « De markt van welzijn en geluk »  Vanuit deze kritieken : toenemende aandacht voor Effectiviteit : gewenste beleidsgevolgen worden maximaal gerealiseerd Belang van een goede « behoeftebepaling » (cfr. Probleemdefinitie!) Efficiëntie : maximale output gezien ingezette middelen Kosteneffectiviteit : maximale output met minimum aan middelen

64 « Individualiseringsparadox »  - « gemoedsrust verzorgingsstaat »  - werkt ook in tegenovergestelde richting : situatie afhankelijkheid biedt dan meer voordelen dan opheffen afhankelijkheid Ontstaan « bastaardsferen van integratie »  toenemende aandacht structurele probleembenaderingen

65 Kernbegrippen agogisch handelen  Interventie Gebeurt op basis van sociale probleemdefinitie Vergt legitimering : dit kan op verschillende gronden : rechtsfilosofisch, wettelijk, traditioneel, sociaal-politek, deskundigheidsgronden … Wijze legitimering geeft aan hoe agoog zich als « professional » profileert

66 Kernbegrippen sociaal agogisch handelen  Technische professionaliteit Legitimering actie door verwijzen naar inhouden die het beroep op professionele deskundigheid van de agoog verantwoorden  Normatieve professionaliteit Legitimering actie vanuit engagement om vanuit zijn deskundigheid kritisch te participeren aan de samenleving

67 Kernbegrippen « agogisch handelen »  Doelgroep = groep aan wie de interventie ten goede moet komen = identificeerbare categorie Aandachtspunt : Bereik doelgroep is vaak niet gemakkelijk cf - geen goede kennis van doelgroep - moeilijke bereikbaarheid doelgroep - gebrek aan goede methodes om doelgroep aan te spreken

68 Kernbegrippen agogisch handelen  Cliëntsysteem : = groep t.a.v. wie de interventie daadwerkelijk gerealiseerd wordt = voorwaarden om van « cliëntsysteem » te kunnen spreken Deze voorwaarde zijn van « taakstellende » aard : realiseren van door de agoog gewenste relatie

69 Kernbegrippen agogisch handelen  Doelwitsysteem = systeem waarop de interventie gericht is in het belang van de beoogde doelgroep/betrokken cliëntsysteem = gebied waarop men resultaten wil boeken om welzijnsbevordering te bekomen

70 Van diagnose naar doelstelling  Agogische interventies verlopen vaak via « iteratief plannings-en handelingsproces »  = doelstellingenformulering in wisselwerking tussen probleemanalyse, middelen, uitvoering activiteitene en reflexie hierover  Doelstellingen moeten concreet zijn : waarneembaar effect interventie moet aangegeven worden

71 Agogische strategieën  Strategie = Ruime betekenis : binnen een bepaalde organisatie of werksoort geldende werkopvattingen Beperkte betekenis : de werkwijze die bij een bepaalde interventie gevolgd wordt, en de middelen die hierbij ingezet worden

72 Indeling agogische strategieën  Microstrategieën : gericht op realisatie sociale verandering via de verandering van individuele personen of groepen  Mesostrategieën :gericht op sociale verandering via interventies op mesoniveau, bijv. « maatschappelijk middenveld »  Macrostrategieën : gericht op sociale verandering via structurele ingrepen

73 Indeling agogische strategieën  Rationeel empirische strategieën : mensen zijn bereid anders te handelen op basis van gewijzigde inzichten in een sociale situatie  Normatief-reëducatieve strategieën : veranderingen vereisten een veranderend waardenkader; dit kan gerealiseerd worden via socialiserende interventies  Machtsstrategieën : verandering kan enkel gerealiseerd worden via externe druk

74 Indeling agogische strategieën  Samenwerkingsstrategieën : verandering op basis van door overleg tot stand gekomen gemeenschappelijke interventie  Confrontatiestrategieën : verandering door druk van een partij op een andere partij teneinde overeenstemming over het belang van een bepaald probleem af te dwingen  Conflictstrategieën : verandering door strijd om een bepaalde zienswijze als dominant naar voor te schuiven

75 Grondvormen pedagogisch handelen  Pedagogisch handelen = intentioneel gericht op mogelijk maken leerprocessen  Agogische interventie = een situatie tot stand brengen via dewelke mensen mogelijkheden vinden om beter met hun situatie om te gaan  Agogisch interventie = ondersteunen bij het vinden van interpretatieschema’s die het sociaal handelen oriënteren

76 Grondvormen pedagogisch handelen  Agogisch handelen = interventie in levensgeschiedenissen die onafhankelijk van deze interventie hun verloop kennen  Agogische interventie staat niet los van andere vormen sociaal handelen : politiek handelen, economisch handelen…  Deskundig handelen = reflectief handelen

77 Grondvormen agogisch handelen  Deskundig handelen verwijst naar een « handelingsrepertoire »  Handelingsrepertoire pedagogiek : Onderrichten Informeren Adviseren Arrangeren Animeren

78 Informeren  = specifieke vorm van kennisoverdracht, nl. Kennisoverdracht mbt actuele situaties  Bijv Wettelijke mogelijkheden en beperkingen Bekendmaking agogisch aanbod…

79 Informeren  = noodzakelijke voorwaarde voor andere vormen van pedagogisch handelen Vb kennis procedure maakt dat hulpvrager zich minder overgeleverd voelt aan « goodwill » hulpverlener. Kennismaking met cultureel aanbod is voorwaarde tot mogelijke participatie en via deze participatie uitbreiding vrijetijdsrepertoire…

80 Informeren = aan voorwaarden gebonden, nl. Goed besef van welke informatie gegeven moet worden  Goede probleemdiagnose nodig  Goede antipatie op mogelijke effecten informatieoverdracht nodig Toetsing over informatie ook overgekomen is

81 Adviseren  = begeleiding bij keuze-alternatieven en bij probleemoplossing

82 Adviseren  In toenemende mate belangrijk, cf individualisering  Vereist grote deskundigheid : cfr. risico manipulatie  Veronderstelt dat adviesvrager verantwoordelijkheid kan behouden over adviesopvolging  Resultaat van advies = principieel open !

83 Adviseren  Voorwaarden : Adequate diagnose Anticipatie op mogelijk effect van het advies  Noodzaak van sociale fantasie ! Advies moet helder zijn, gericht op een toetsbaar resultaat Corrigeren advies moet mogelijk zijn

84 Arrangeren  = bewerkstelligen van de technische, economische en materiële voorwaarden opdat leerprocessen mogelijk zouden zijn Bijv didactisch materiaal, gebouw, begroting, ver- trouwensklimaat…

85 Arrangeren  = tot standbrengen leersituaties, door confrontatie met nieuwe situaties  Kunnen leersituaties bevorderen, maar ook verhinderen Bijv school = arrangement om leren mogelijk te maken; voor segment leerlingen betekenen schoolse voorwaarden een hindernis op het leren

86 Arrangeren  Werkt in op esthetische dimensie van het communicatieproces Bv vertrouwensklimaat door aangename omgeving  risico emotionele manipulatie

87 Animeren Sluit aan bij arrangeren = actie die anderen ertoe bewegen de geboden leerkansen te benutten = een vorm van non directief motiveren

88 Animeren  Voorwaarden Aansluiting bij de stappen die mensen zelf reeds zetten Mensen in contact brengen met wat ze niet gewoon zijn, maar wel willen proberen Stimuleren van zelfstandige activiteiten tot verruiming passieve consumptie en het verhogen van eigen vaardigheden

89 Voorwaardelijkheid agogische interventie  Agogische interventie : niet neutraal  = uitdrukking van een opvatting over verhouding individuele-maatschappelijke verantwoordelijkheid (cfr kwadrantenschema)  = mede-actor in bepaling voorwaarden waarop mensen op « sociale integratie » worden aangesproken

90 Voorwaardelijkheid agogische interventie  Historisch : wisselwerking tussen pedagogische interventies en repressieve interventies  Wisselwerking wijst op voorwaardelijk karakter agogische interventies Cfr. « theorie maatschappelijke kwetsbaarheid »

91 Maatschappelijke kwetsbaarheid  = verklaring « probleemgedrag » bij jongeren  Uitgangspunt : probleemgedrag bij jongeren is uiting normale adolescentie (cf « experimenteergedrag »  Sommige jongeren stellen meer, ernstiger en persistenter probleemgedrag; het gaat vooral om jongeren uit de lagere sociale klassen  verklaring ?

92 Maatschappelijke kwetsbaarheid  « probleemgedrag » van jongeren uit laagste sociale klassen = antwoord op hun maatschappelijk kwetsbare positie  « maatschappelijke kwetsbaarheid » = risico om in contact met maatschappelijk aanbod vooral, en telkens opnieuw, de negatieve aspecten (controle, sancties) te ondergaan en minder te genieten van het positieve aanbod

93 Maatschappelijke kwetsbaarheid  = interactief en cumulatief proces  Risico op neerwaartse spiraal van maatschappelijke kwetsbaarheid  Proces is niet gedetermineerd  doorbreken neerwaartse spiraal door versterken positieve aanbod  Versterking positieve aanbod leidt tot sterkere binding met de samenleving

94 Maatschappelijke kwetsbaarheid  Wijst op voorwaardelijk karakter maatschappelijk aanbod.  Wijst op verwevenheid individueel gedrag- maatschappelijke voorwaarden  Wijst op actieve rol maatschappelijke instellingen in productie maatschappelijke kwetsbaarheid  ruimer debat dan enkel « gebrek aan kansen »

95 Maatschappelijke kwetsbaarheid  Kritieken : a-historische & statische benadering, cf. maatschappelijke context = veranderende context praktische benadering doelgroep leidt tot ook « verbijzondering »  gaat voorbij aan betekenis « probleemgedrag »  risico op « niet bereik » en/of « instrumenteel bereik » Functionalistische benadering : weinig kritisch tov vigerende « sociale orde »


Download ppt "Mensenrechtenparadigma -Ontwikkeling sociale politiek rond drie hoofddoelstellingen : - Ordehandhaving - Arbeidsmarktregulering - Realisatie grotere sociale."

Verwante presentaties


Ads door Google