De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

MEDICATIE VOOR LUTS Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie Universitair ziekenhuis Gent Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "MEDICATIE VOOR LUTS Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie Universitair ziekenhuis Gent Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie."— Transcript van de presentatie:

1 MEDICATIE VOOR LUTS Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie Universitair ziekenhuis Gent Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie Universitair ziekenhuis Gent

2 RPSEveraert K. BLAAS CONTRACTILITEIT TONUS SFINCTERAPPARAAT BLAAS CONTRACTILITEIT TONUS SFINCTERAPPARAAT

3 BLAAS CONTRACTILITEIT BETANECHOL CHLORIDE Muscaran Myocholine Glennwood Ubretid BETANECHOL CHLORIDE Muscaran Myocholine Glennwood Ubretid ZWETENROODHEIDKRAMPENDIARREENAUSEAZWETENROODHEIDKRAMPENDIARREENAUSEA s.c. - p.o. p.o.p.o. p.o.p.o. RPSEveraert K.

4 BLAAS CONTRACTILITEIT AnticholinergicaAnticholinergica Flavoxate: Urispas RPSEveraert K. SpierrelaxantiaSpierrelaxantia Oxybutinine: Ditropan, Dridase Tolderodine: Detrusitol, Detrusitol Retard Solufenacine: Vesicare Oxyphencyclimine Imipramine: Tofranyl Oxybutinine: Ditropan, Dridase Tolderodine: Detrusitol, Detrusitol Retard Solufenacine: Vesicare Oxyphencyclimine Imipramine: Tofranyl Bijwerkingen: droge mond, constipatie, accomodatie stoornissen, centrale bijwerkingen, glaucoom, carries

5 Pharmacotherapie: anticholinergica bij de geriatrische patiënt Constipatie –fecale impactie Wazig zicht Droge monde –carries Cognitieve achteruitgang Aggressie Nevenwerkingen meer frequent, bij lagere dosis, meer uitgesproken en met grotere impact Lamy PP. Drugs and Aging. 1991;1: Mintzer and Burns. J R Soc Med. 2000;93:

6 Anticholinergica en potentieel cognitieve achteruitgang Acetylcholine is belangrijke mediator voor korte termijn geheugen Ook andere medicatie kan cognitieve achteruitgang veroorzaken (antihistaminica, antispasmodica, anti-psychotica) Dubbel blind, placebo gecontroleerde crossover studie: placebo, oxybutynine 5 mg en 10 mg (n = 12 gezonde vrijwilligers, leeftijd 65–76) Pleidooi voor tolterodine, solifenacin Drachman DA, et al. Neurobiol Aging. 1980;1: Katz IR, et al. J Am Geriatr Soc.1998;46:8-13.

7 Urinaire anticholinergica en cardiaal risico bij patiënten met OAB Retrospectieve cohort analyse – patiënten met urge incontinentie –  65 jaar: mediane leeftijd ~ 79j Resultaten: geen associatie tussen gebruik urinaire anticholinergica en verhoogd risico op ventriculaire arrythmie of plotse dood Wang PS et al. J Am Geriatr Soc. 2002;50:

8 Receptor Selectiviteit van anticholinergica Subtype Tolterodine K i (nM) Oxybutynin K i (nM) Darifenacin K i (nM) M1M M2M M3M M4M M5M *Adapted from Gillberg et al., 1998; Nilvebrant et al., Lager cijfer = hogere receptor selectiviteit *fase 3 studies veelbelovend

9 Passieve diffusie over de bloedhersenbarrière  Lipofiel,  diffusie  lading/polariteit, binding aan waterstof,  diffusie  Moleculaire afmeting,  diffusie VasculatureCNSBBB Pardridge WM. J Neurochem. 1998;70: Habgood MD, et al. Cell Mol Neurobiol. 2000;20:

10 Anticholinergica: passage door bloedhersenbarrière Dimpfel W. J Urol 2000;163(4):226 abstract. Oxybutynin Trospium chloride High lipophilicity, neutral, relatively “small” molecular structure Highly polar VasculatureCNSBBB + + Tolterodine/active metabolite Low lipophilicity, charged, relatively bulky molecular structure

11 Receptor/orgaan Selectiviteit van anticholinergica Solufenacin (Vesicare): - M 2-3 selectiviteit (x 2 vs oxy, x 4 vs tolter, << darif) - blaas versus speekselklieren (3 x hoger vs alle andere) selectiviteit bij dier en mens (phase 2-3) - Bij dieren geen centrale symptomen tot 3 mg/kg

12 Oxybutinine TDS Kentera (UCB) Minder bijwerkingen door minder N- deoxymetabolieten Klinische studies minder spectaculair Sinds kort op de markt in België Darifenacine Emselex (Novartis), uitgesproken receptorspecifiek Regurin (Madaus), orgaanspecifiek, goedkoop!!!! Trospium chloride

13 Biologische neuromodulatie Vanilloieden: Capsaicine, Resiniferatoxine (RTX) RPSEveraert K. Botuline toxine: Botox, Disport Conotoxine (uit slakken) Via vanilloied receptoVia vanilloied recepto Via vanilloied receptoren op C-vezels neurogene OAB en Blaaspijn blokkeren, werkt niet voor idiopatische OAB. Blokkeert nicotine receptoren = sfincter paralyse Blokkeert niet enkel Ac Col maar ook norepinephrine, ATP, sub P, CGRP, ATP, NO, glutamaat release Vandaar effect bij idiop OAB, hyperreflexie en IC

14 Publicaties bij neurogene blaas BT-A for treating detrusor hyperreflexia in spinal cord injured patients: a new alternative to anticholinergic drugs? Preliminary results. Schurch B, Stöhrer M, Kramer G, Schmid D, Gaul G, Hauri D. J Urol 2000;164: BT-A for treating detrusor hyperreflexia in spinal cord injured patients: a new alternative to anticholinergic drugs? Preliminary results. Schurch B, Stöhrer M, Kramer G, Schmid D, Gaul G, Hauri D. J Urol 2000;164: BT is a safe and effective treatment for neurogenic urinary incontinence: results from a randomised, placebo controlled study. Schurch b, de Sèze M, Denys P, Chartier Kastler E, Haab F, Everaert K, Plante P, Perrouin-Verbe B, Kumar C, Fraczek S, Brin M. J Urol 2005; 174(1): BT is a safe and effective treatment for neurogenic urinary incontinence: results from a randomised, placebo controlled study. Schurch b, de Sèze M, Denys P, Chartier Kastler E, Haab F, Everaert K, Plante P, Perrouin-Verbe B, Kumar C, Fraczek S, Brin M. J Urol 2005; 174(1): Trial with non-neurogenic patients under study Trial with non-neurogenic patients under study

15 Results: UI Episodes Reduction in number of UI episodes compared to baseline (%) * p<0.05 for differences between BTX (BOTOX ® ) group and placebo † p<0.05 for difference within-group changes from baseline *†*† †*†*† † †† † *

16 Results: Urodynamics – MCC Mean increase in MCC from baseline (ml) *p<0.05 for within-group changes from baseline † p<0.05 for pairwise contrasts between BTX (BOTOX ® ) groups versus placebo 300 U BTX200 U BTXPlacebo *†*† *†*† *†*† *†*† * *†*†

17 Results: Urodynamics – MDP Mean reduction in MDP (cmH 2 O) *p<0.05 for within-group changes from baseline † p<0.05 for pairwise contrasts between BTX (BOTOX ® ) groups versus placebo 300 U BTX200 U BTXPlacebo *†*† *†*† *†*† *†*† *†*† *†*†

18 Results: Quality of Life Increase in Total I-QoL Score from baseline (%) *p<0.05 for pairwise contrasts between BTX (BOTOX ® ) groups and placebo † p≤0.002 for within-group differences from baseline 300 U BTX200 U BTXPlacebo Week 2Week 6Week 12Week 18Week 24 *†

19 Solifenacin Effect on Incontinence, Urgency and Volume Voided Mean decrease in numbers *** ** P Values: * <0.05 ** <0.01 *** < Incontinence/24 hr Urgency/24 hr Baseline Mean increase (ml) Volume voided/micturition *** Chapple et al BJU ; Placebo Solifenacin 5 mg Solifenacin 10 mg Tolterodine 2 mg bd

20 Publicaties niet neurogeen? 10-tal rapporten 10-tal rapporten geen duidelijkheid over dosis (wellicht units Botox of geen duidelijkheid over dosis (wellicht units Botox of 250 units Disport), injectieplaats, aantal injecties, veiligheid geen bewijs van veiligheid: risico op urine retentie is reëel, cave: geen bewijs van veiligheid: risico op urine retentie is reëel, cave:bejaardenantidepressiva Parkinson, hernia, latente MS BPH, prolaps kan onder lokale anesthesie en poliklinisch kan onder lokale anesthesie en poliklinisch maakt van een niet neurogene blaas een neurogene blaas maakt van een niet neurogene blaas een neurogene blaas

21 TONUS SFINCTERAPPARAAT EPHEDRINE, PSEUDO EPHEDRINE, NOREPHIDRINE, … PHENYLPROPANOLAMINE : IMIPRAMINE : DULOXETINE EPHEDRINE, PSEUDO EPHEDRINE, NOREPHIDRINE, … PHENYLPROPANOLAMINE : IMIPRAMINE : DULOXETINE ClarinaseCirrus...ClarinaseCirrus... TofranylYentreveTofranylYentreve       RPSEveraert K.

22 Alfa receptor blokkers: Omic, Hytrin, Xatral Bijwerkingen: hypotensie, sufheid, orthostatisme Baclofen (Lioresal), benzodiazepines (Valium) Bijwerkingen: veralgemeende spierzwakte, sufheid Botuline toxine in de sfincter: 3-4 maand effect zelden SI effect op mictie en pijn klachten Alfa receptor blokkers: Omic, Hytrin, Xatral Bijwerkingen: hypotensie, sufheid, orthostatisme Baclofen (Lioresal), benzodiazepines (Valium) Bijwerkingen: veralgemeende spierzwakte, sufheid Botuline toxine in de sfincter: 3-4 maand effect zelden SI effect op mictie en pijn klachten     RPSEveraert K. Tonus sfincter apparaat  

23 OESTROGENENOESTROGENEN P.O.TRANSDERMAALVAGINAALP.O.TRANSDERMAALVAGINAAL TONUS BEKKENBODEM SLIJMVLIES VAGINA EN BLAAS BLAASPRIKKELING TONUS BEKKENBODEM SLIJMVLIES VAGINA EN BLAAS BLAASPRIKKELING Aacifemine, Premazin Extraderm, Systen, Oestrogel Aacifemine, Premazin Extraderm, Systen, Oestrogel Aacifemine, Premazin RPSEveraert K. OESTROGENENOESTROGENEN P.O.TRANSDERMAALVAGINAAL TONUS BEKKENBODEM SLIJMVLIES VAGINA EN BLAAS BLAASPRIKKELING Aacifemine, Premazin Extraderm, Systen, Oestrogel Aacifemine, Premazin EBM: geen effect!

24 AntidepressivaAntidepressiva TRICYCLISCHE ANTIDEPRESSIVA: imipramine anticholinergbetamimetischalfamimetisch centraal effect? antidiuretisch? Bijw: droge mond, constipatie, orthostatisme, cardiotoxicicteit SSRI: duloxetine verhoogt sfinctertonus (centraal) bewezen effect op OAB (centraal) Bijw: nausea, seksuele dysfunctie TRICYCLISCHE ANTIDEPRESSIVA: imipramine anticholinergbetamimetischalfamimetisch centraal effect? antidiuretisch? Bijw: droge mond, constipatie, orthostatisme, cardiotoxicicteit SSRI: duloxetine verhoogt sfinctertonus (centraal) bewezen effect op OAB (centraal) Bijw: nausea, seksuele dysfunctie     RPSEveraert K.

25 Urgency, pijn, inflammatie bij interstitiële cystitis Urgency, pijn, inflammatie bij interstitiële cystitis DMSO (25-50%): lokaal anti-inflammatoir pijnlijk vergt instillatie stinkt vreselijk berust op empirie Redomex (diffucaps mg/d) DMSO (25-50%): lokaal anti-inflammatoir pijnlijk vergt instillatie stinkt vreselijk berust op empirie Redomex (diffucaps mg/d) RPSEveraert K.

26 NOCTURIE – desmopressine meta-analyse Bewezen vermindering nocturie, nachtelijke polyurie en verbetering QOL Risico hyponatriëmie: 7.6% (3-20%) - korte follow-up! - cardiale, renale co-morbiditeit exclusie - geen andere medicatie die hyponatriëmie kan veroorzaken Voorzichtigheid en monitoring aangewezen monitoring!!: bloedanalyse dag 3 en 7 Minirin (1-4 puffs bij slapengaan), Desmopressine Ferring (1-2 pillen 1 uur voor slapengaan) Weatherall M. J Neurourol Urodyn 2004;23:

27 Reductie in nocturie episodes bij behandeling met solifenacin Median Change (%) Solifenacin Exposure Time (weeks) -50% Median baseline = 1.7 episodes/day Yamanouchi Data on File

28 Complete Remissie* van nocturie bij behandeling met solifenacine Percent *For nocturia, a subject in remission is defined as one who had at least one episode of nocturia at baseline but no episodes of nocturia during the specified on-treatment diary period. Solifenacin Exposure Time (weeks) 23.5% Yamanouchi Data on File


Download ppt "MEDICATIE VOOR LUTS Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie Universitair ziekenhuis Gent Prof. Dr. K. Everaert, MD, PhD Functionele Urologie."

Verwante presentaties


Ads door Google