De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar 2010-2011

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar 2010-2011"— Transcript van de presentatie:

1 Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar

2 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 2 Copyright notice This powerpoint presentation was developed as an educational aid to the renewed course “Office automation” (Kantoorautomatisering), taught at the University of Gent, Belgium as of the year This presentation may be used, modified and copied free of charge for non-commercial purposes by individuals and non-for-profit organisations and distributed free of charge by individuals and non-for-profit organisations to individuals and non-for-profit organisations, either in electronic form on a physical storage medium such as a CD-rom, provided that the following conditions are observed: 1.If you use this presentation as a whole or in part either in original or modified form, you should include the copyright notice “© W. Philips, Universiteit Gent, ” in a font size of at least 10 point on each slide; 2.You should include this slide (with the copyright conditions) once in each document (by which is meant either a computer file or a reproduction derived from such a file); 3. If you modify the presentation, you should clearly state so in the presentation; 4.You may not charge a fee for presenting or distributing the presentation, except to cover your costs pertaining to distribution. In other words, you or your organisation should not intend to make or make a profit from the activity for which you use or distribute the presentation; 5. You may not distribute the presentations electronically through a network (e.g., an HTTP or FTP server) without express permission by the author. In case the presentation is modified these requirements apply to the modified work as a whole. If identifiable sections of that work are not derived from the presentation, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then these requirements do not apply to those sections when you distribute them as separate works. But when you distribute the same sections as part of a whole which is a work based on the presentation, the distribution of the whole must be on the terms of this License, whose permissions for other licensees extend to the entire whole, and thus to each and every part regardless of who wrote it. In particular note that condition 4 also applies to the modified work (i.e., you may not charge for it). “Using and distributing the presentation” means using it for any purpose, including but not limited to viewing it, presenting it to an audience in a lecture, distributing it to students or employees for self-teaching purposes,... Use, modification, copying and distribution for commercial purposes or by commercial organisations is not covered by this licence and is not permitted without the author’s consent. A fee may be charged for such use. Disclaimer: Note that no warrantee is offered, neither for the correctness of the contents of this presentation, nor to the safety of its use. Electronic documents such as this one are inherently unsafe because they may become infected by macro viruses. The programs used to view and modify this software are also inherently unsafe and may contain bugs that might corrupt the data or the operating system on your computer. If you use this presentation, I would appreciate being notified of this by . I would also like to be informed of any errors or omissions that you discover. Finally, if you have developed similar presentations I would be grateful if you allow me to use these in my course lectures. Prof. dr. ir. W. Philips Department of Telecommunications and Information ProcessingFax: University of GentTel: St.-Pietersnieuwstraat 41, B9000 Gent, Belgium

3 Zelfstudie: Fysische reproductie van documenten

4 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 4 Drukprocédés Ontwerper Filmbelichter Koerier ISDN Bij vele moderne drukprocédés wordt eerst een afdruk gemaakt op een (meestal) metalen plaat; dikwijls gebeurt dit met een fotolithografisch proces Plaat- belichter Drukpers belichte film belichte plaat

5 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 5 Classificatie drukprocédés Naargelang de inktoverbrengende delen van de plaat hoger, gelijk met of lager liggen met de niet-overdragende delen: -diepdruk: de plaat bevat putjes die met inkt worden gevuld -hoogdruk: de plaat bevat bultjes, cfr. een stempel -vlakdruk (offset): het beeld is aangebracht onder de vorm van een zeer dunne inkt-afstotende laag Naargelang de manier waarop het beeld op de plaat wordt overgedragen -fotolitografie: d.m.v. een fotochemische reactie, al dan niet in combinatie met een etsproces -gravure: d.m.v. met mechanische middelen of met laserstralen worden putjes of groeven gemaakt in de plaat Naargelang het beeld op de plaat al dan niet in spiegelbeeld is aangebracht en of het beeld “negatief” of “positief” is Naargelang de plaat grijswaardeninformatie (hoeveel inkt) bevat of enkel binaire informatie (inkt of geen inkt)

6 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 6 Hoogdruk Men vertrekt met een negatieve afdruk op film test film belichten lichtgevoelige metalen plaat spoelen test coating selectief verwijderd test etsen stempel Men projecteert de film op een metalen plaat bedekt met een fotogevoelige chemische laag (b.v. vislijm en bichromaat) op de belichte plaatsen verhardt de lijm na het belichten wast men de niet verharde lijm weg  een deel van het metaal is nog bedekt met een lijmlaag In een bad met een bijtende etsvloeistof (voor zinken plaat: salpeterzuur en voor koperen plaat: ijzerchloride) etst men ( de bovenste laag van) het niet-bedekt metaal weg  resultaat: een soort stempel waarop de belichte plaatsen hoger zijn dan de niet-belichte plaatsen

7 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 7 Flexografie Flexografie is een moderne variant van hoogdruk die i.p.v. een metalen plaat een “mat” uit rubber of flexibele kunststof gebruikt Ideaal voor het drukken van kranten (belangrijk voordeel: men kan watergebaseerde inkten gebruik; dergelijke inkten “geven niet af” op je vingers of op er tegen gedrukt papier) het drukken op moeilijke ondergronden -zeer poreus en absorberend papier: b.v. servetten -dunne folies: b.v. verpakkingsmateriaal, plastieken zakken Opmerkingen er bestaan varianten: b.v. bij indirecte hoogdruk: hier wordt de inkt niet rechtstreeks overgebracht op papier, maar eerst op een met rubber bedekte cilinder (  positieve film nodig!) de “platen” of “rubberen matten” kunnen ook tot een cilinder worden verbogen (  rotatiepersen)

8 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 8 Offset … Offset is de meest-gebruikte druktechniek en is ontstaan uit de steendruk (drukken met kalksteen) rubber- cilinder tegendruk cilinder waterinkt metalen druk- cilinder Principe: vet en water stoten elkaar af, maar inkt en vet niet Met een fotolithografisch proces brengt men de afbeelding van de film over op een metalen cilinder; hierna blijft op de zwart te maken gebieden een vettige laag achter de “waterrollen” maken de drukcilinder nat; het water hecht zich vast op de niet met vet bedekte plaatsen de “inktrol” bedekt de cilinder met inkt, die wordt afgestoten door de natte gebieden en dus enkel terechtkomt op de vette gebieden het “inktbeeld” wordt via een met rubber bedekte cilinder overgebracht op papier papier

9 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 9 … Offset Belangrijk voor de drukkwaliteit is de water-inkt balans: water en inkt moeten in de juiste verhoudingen aanwezig zijn Opmerking: er bestaat ook een “waterloze” offset: Op de drukplaat breng men nu i.p.v. vet een laag inktafstotende siliconenrubber aan Door belichting en chemische ontwikkeling wordt deze laag weer selectief verwijderd De plaat neemt enkel inkt aan op de plaatsen waar geen silioconenrubber meer aanwezig is  Hoge kwaliteit en hoge resolutie a Typische artefacten: spanjolen: zwarte puntjes met witte cirkels errond deze ontstaan door vervuiling van het rubberdoek

10 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 10 Rasterdiepdruk (gravuredruk) … Principe Men maakt putjes in een metalen cilinder Men bedekt de cilinder met inkt Men veegt de inkt er weer af met een rakel (veerkrachtig schraapmes); in de putjes blijft echter inkt achter Men drukt het papier tegen de cilinder, waardoor de inkt wordt overgebracht op het papier Verschillen met andere procédés nadeel: letters en grafische elementen moeten worden opgebouwd uit relatief grote rasterpunten  minder scherpe letters mogelijk voordeel: de dikte van de inktlaag die achterblijft en dus de grijswaarde van een puntje is evenredig met de diepte van het corresponderende putje  men kan niet alleen zwarte en witte puntjes maar ook puntjes met verschillende grijstinten drukken

11 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 11 … Rasterdiepdruk (gravuredruk) Soorten rasterdiepdruk bij het klassieke proces hebben alle putjes de zelfde oppervlakte, maar varieert enkel hun diepte bij vol-autotypische rasterdiepdruk zijn alle putjes even diep, maar varieert hun oppervlakte  beter voor letters en lijnwerk bij half-autotypische rasterdiepdruk varieert zowel de grootte als de diepte van de putjes Gravuredruk wordt enkel gebruikt voor grote oplagen (b.v. tijdschriften, kwaliteitsverpakking, postzegels) Het aanmaken van de cilinder is zeer duur en tijdrovend  de vaste kosten zijn hoog Het drukken gaat anderzijds zeer snel: het papier loopt door de machine tegen een snelheid van tientallen km/uur

12 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 12 Zeefdruk Zeefdruk gebruikt een zeef i.p.v. een plaat of cilinder Op een gaas uit metaal, textiel of kunststofdraden brengt men lichtgevoelige lijm of lak aan Door het belichten verhardt de lijn op de belichte plaatsen; de rest wordt weggewassen  Men verkrijgt zo een zeef die op bepaalde plaatsen “verstopt” is met verharde lijm Men legt de zeef op het papier en strijk er inkt over met een rakel; de inkt wordt dus door de zeef op het papier geperst Voordelen het kunnen bedrukken van ander materiaal dan papier het kunnen bedrukken van niet vlakke ondergronden (b.v. blikken, verkeersborden, T-shirts, … ) de grote kleur- of dekkracht van de inkt die men kan bereiken: hoge lichtechtheid en grote slijtvastheid

13 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 13 Inkjet: principe De inkt wordt onder de vorm van puntjes op het papier gespoten De straal wordt elektronisch gestuurd (er is geen film nodig) door de spuitkop te verplaatsen stuurt men de positie inkjet-technologieën voor aan- en uitschakelen van de straal: thermische “drop-on-demand”: door de inkt te verhitten in een kleine ruimte spat hij op het papier piëzo-elektrisch: door een elektrische spanning aan te leggen zet een kristal uit en schiet het een inktdruppel weg elektrostatisch: een continue inktstraal wordt elektrisch geladen en elektrostatisch afgebogen en komt al dan niet op het papier terecht  dit werkt enkel met geleidende inkten Verwarmings- element Thermische drop-on-demand inktaanvoer

14 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 14 Inkjet: eigenschappen Relatief trage techniek de printkop moet lijn per lijn het papier aflopen er zijn oplossingen mogelijk: b.v. met meerdere printkoppen Zeer hoge resolutie mogelijk Zeer geschikt voor drukken op verscheidene oppervlakken er worden weinig eisen gesteld aan de inkt, waardoor men ook inkten kan gebruiken die in andere procédés niet kunnen er wordt geen druk uitgeoefend op het “bedrukte” papier  ideaal om te drukken op b.v. CDs Inkjet printers zijn veel goedkoper dan laserprinters qua aanschafprijs voor kleurafdrukken: voor elke bijkomende kleur plaatst men een extra printkop; bij de laserprinter moet men telkens een volledige drukeenheid voorzien en zeker voor grote oppervlaktes: b.v. A3 affiches (of groter)

15 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 15 Elektrostatische printers Een lichtgevoelige trommel wordt elektrostatisch opgeladen De trommel wordt selectief belicht met een laser; op de belichte punten wordt de trommel tijdelijk geleidend en lekt de lading weg De trommel wordt in contact gebracht met een poedervormige inkt, de zogenaamde “toner” de toner hecht zich vast enkel op de nog opgeladen plaatsen wanneer de trommel in contact komt met het papier wordt hij ontladen en wordt de toner overgedragen op het papier Door een bakproces zorgt men ervoor dat de toner niet meer loskomt van het papier Voor- en nadelen:de maximale papierbreedte is beperkt (b.v. 50cm), de lengte niet noodzakelijk hoge resolutie mogelijk intrinsiek veel sneller dan b.v. inkjet Voorbeelden: kopieermachine en laserprinter

16 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 16 Toner Laserprinter: het belichtingsproces Invoer Laser Warme rollen Uitvoer Roterende trommel Roterende spiegel De roterende spiegel buigt de laserstraal af in de lengterichting De roterende trommel draait veel trager en zorgt voor de overschakeling van één lijn naar de volgende

17 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 17 Chromalin proces Het “Cromalin” proces wordt enkel gebruikt voor proefdrukken op papier wordt een polymeerlijm aangebracht het polymeer wordt belicht; het belichte deel verhardt men bestrooit het polymeer met gekleurd poeder; het poeder blijft plakken op de niet-belichte plaatsen; het niet vastgeplakte poeder wordt weggeblazen Bij kleurafdrukken herhaalt men het proces voor elke kleurlaag aanbrengen polymeerlaag, … bestrooien met poeder, … Dit vraagt veel handenarbeid en wordt dus enkel gebruikt voor proefdrukken (één exemplaar)

18 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 18 Rasteren (halftonen) Veel drukprocédés zijn binair: ze kunnen op een elke plaats inkt drukken of niet, maar ze kunnen de helderheid niet variëren origineel (grijze pixels) gerasterd (zwarte en witte pixels) Bij deze procédés simuleert men grijswaarden door te rasteren: men bedekt een wit gebied met kleine zwarte puntjes het menselijk oog kan de individuele puntjes niet onderscheiden en ziet een grijstoon de waargenomen grijswaarde (toonwaarde) is ruwweg evenredig met de fractie van de oppervlakte ingenomen door de rasterpunten Opmerking: gerasterde beelden worden slecht weergegeven op een computerscherm!

19 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 19 Rastertechnieken Bij het rasteren heeft men de keuze tussen klassiek rasteren: stochastisch rasteren: Tegenwoordig gebeurt het rasteren digitaal: men “tekent” de rasterpunten in een digitaal (=zwartwit; geen grijstonen) beeld dat met een laserbelichter op fotofilm wordt gezet De resolutie van het digitaal beeld moet zeer hoog zijn zodat de vorm van de rasterpunten correct wordt getekend; elk rasterpuntje bestaat dus uit vele pixels men zet de rasterpunten volgens een regelmatig patroon, en past hun grootte (oppervlakte) aan volgens de gewenste grijswaarde alle rasterpunten zijn even groot maar worden op random posities geplaatst; men varieert het aantal punten per oppervlakteeenheid maargelang de gewenste grijswaarde

20 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 20 Rasterparameters De resolutie van het raster = het aantal pixels per cm of “spots per inch” in het digitaal beeld waarin het raster wordt getekend; b.v spi 75º 360  m Enkel voor klassieke rasters de lineatuur=het aantal lijnen per cm of “lines per inch” van het raster (360  m  70 lpi) =1/ d met d de afstand tussen twee rasterpunten = ongeveer de resolutie van het origineel beeld de oriëntatie van het raster (meestal 0º, 15º, 45º of 75º) Enkel voor stochastische rasters: de rasterpuntgrootte (dot size) De vorm van de rasterpunten: eliptisch, vierkant, diamant, … 20  m = 1/ w, met w de afmeting (breedte, hoogte) van de pixels waaruit de rasterpunten zijn opgebouwd

21 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 21 Klassieke rasters: voorbeelden… Bij klassieke rasters is het rooster meestal rechthoekig, maar hexagonale roosters zijn ook mogelijk De gewenste vorm en de positie van de roosterpunten kan meestal maar benaderend gerealiseerd worden Opmerking: deze beelden werden 33.3x vergroot diamant, 0º, 70 lpi, 1200 spi ellips, 0º, 70 lpi, 1200 spi ellips, 30º, 70 lpi, 1200 spi

22 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 22 … Klassiek raster: voorbeelden… Opmerkingen: gerasterde beelden kunnen niet goed worden weergegeven op een computerscherm vermits het menselijk oog minder gevoelig is voor patronen die onder een hoek van 45º staan, rastert men meestal onder die hoek diamant, 45º, 133 lpi, 300 spi diamant, 0º, 133 lpi, 300 spi ellips, 0º, 133 lpi, 300 spi

23 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 23 Klassiek raster: realistisch voorbeeld Origineel: 1270 spi 48 x vergroot ~ 27 spi 6 x vergroot ~217 spi 192 x vergroot ~ 7 spi enkel op film te bekijken RIP Opmerking: men spreekt dikwijls van de “RIP-machine”; RIP=“raster image processor”; dit is de software of de hardware die “contone” (“continuous tone”) beelden rastert

24 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 24 Opmerkingen Tekst wordt normaal niet gerasterd, tenzij in procédés waar het niet anders kan, b.v. gravuredruk als de tekst in bitmapvorm werd aangeleverd (b.v. als onderdeel van een pixelbeeld) en men dus geen keus heeft als men grijze i.p.v. zwarte letters wil zetten Typische lineatuurwaarden voor offsetdruk Kranten/offset: 32 à 36 lijnen/cm = 80 à 90 lpi (lines per inch) Boeken/offset: 50 à 70 lijnen/cm =120 à 180 lpi Röntgenfoto’s/offset: 120 lijnen/cm = 300 lpi Tijdschriften/gravuredruk: 60 lijnen/cm = 150 lpi Typische resoluties: 1200 à 2400 spi (spots per inch) Op ruw papier gebruikt men een grover raster dan op glad papier: de inkt loopt immers gemakkelijker uit  bredere rasterpunten bij een fijn raster zouden ze kunnen samenvloeien met een weinig contrastrijk resultaat als gevolg

25 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 25 Moiré … Een pixelbeeld benadert een werkelijk beeld door naast elkaar liggende kleine vierkante pixels 256  256 monsters 128  128 monsters, maar de pixels zijn dubbel zo breed en dubbel zo hoog Als het beeld echter patronen bevat die zich herhalen met een frekwentie (aantal periodes per cm) die hoger is dan de helft van de beeldresolutie (aantal pixels per cm) dan kunnen storende moiré-patronen ontstaan moiré de beeldresolutie is rechts half zo groot als links en is niet meer voldoende om moiré te vermijden

26 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 26 … Moiré De moiré ontstaat omdat de pixels bepaalde delen van het patroon noodgedwongen overslaan origineel 2x minder pixels origineel 3x minder pixels de witte banden zijn niet meer even breed de witte banden zijn helemaal verdwenen Moiré kan ook ontstaan bij het rasteren van beelden als de frequentie van een beeldpatroon groter wordt dan de helft van de lijnfrequentie (lineatuur); het is echter moeilijk om hiervan een voorbeeld te tonen op een computerscherm

27 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 27 Stochastisch rasteren Stochastisch raster = FM (Frekwentie-Modulatie) raster Wordt dikwijls gegenereerd met het “error diffusion” algoritme of met technieken die men “dithering” noemt Stochastisch rasteren wordt minder gebruikt dan klassiek rasteren Voordelen: vermits men geen regelmatig rooster gebruikt, kan er geen moiré optreden (vooral van belang bij kleurenbeelden) origineel, 4x vergroot300 dpi, 4 x vergroot300 dpi, 32 x vergroot betere beeldscherpte

28 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 28 Klassiek vs. stochastisch raster Klassiek rasteren: vast rooster, variabele dotgrootte Stochastisch rasteren: variabele posities, vaste dotgrootte 45º, 100lpi, x dpi idem, 10 x vergroot

29 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 29 Rasteren bij gravuredruk Bij offset is rasteren enkel nodig om grijstonen te simuleren Bij gravuredruk is rasteren inherent aan het proces alles wordt gerasterd, ook de (zwarte) tekst net zoals bij offset kan men de afgedrukte rasterdots in oppervlakte moduleren, maar wel in mindere mate als men mechanisch graveert de rasterhoek ligt vast, vermits deze bepaald wordt door de machine waarmee men graveert (nadeel voor kleurendruk omdat men elke kleur liever onder een andere hoek rastert)  FM-rasters zijn te verkiezen bij kleurengravuredruk Gravuredruk heeft wel een troef: men kan in beperkte mate grijstonen maken door de diepte van de putjes te moduleren  bij een zelfde resolutie en eenzelfde lineatuur kan men meer grijstonen maken dan in andere processen Dit vereist wel aangepaste rasteralgoritmen

30 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 30 Kleurendruk Als men slechts enkele kleuren nodig heeft (b.v. zwart en één steunkleur) dan drukt men die na elkaar op identieke machines Als men zeer vele kleuren moet drukken dan maakt men gebruik van de principes van kleurmenging alle kleuren kunnen worden samengesteld door een gepaste combinatie van drie basiskleuren meestal gaat het over subtractieve kleurmenging: over elkaar liggende inktlagen filteren een deel van het wit licht weg bijna steeds gebruikt men vier kleuren (CMK= Cyan, Magenta, Yellow and blacK) Mogelijke problemen aligneringsproblemen: kleurranden rond objecten de rasters van de verschillende kleuren kunnen met elkaar interfereren en moiré produceren allerlei artefacten t.g.v. het aanbrengen van nieuwe inkt op een nog niet voldoend gedroogde inktlaag

31 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 31 Kleurenoffset Een CMYK offset eenheid bestaat uit vier identieke offseteenheden, een voor elke kleur Kleurcomponenten: cyaan magenta geel zwart

32 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 32 Additief vs. subtractief Additieve kleurenmenging = resulterende kleur is resultaat optelling primaire kleuren rood groen blauw Subtractieve kleurenmenging = resulterende kleur is resultaat absorptie bepaalde kleuren cyaan magenta geel rood + groen + blauw = wit wit - cyaan - magenta - geel = zwart

33 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 33 Subtractieve kleurmenging Men vertrekt met wit licht; het geel filter verzwakt de blauwe componenten van het licht met een factor  ; het magenta filter verzwakt de groene componenten van het licht met  ; het cyaan filter verzwakt de rode componenten van het licht met  Het wit papier weerkaatst het resterende licht, dat vervolgens nog eens door de filters gaat en dus nogmaals verzwakt wordt (R,G,B)=(1,1,1)  (1,1,  ) (1,  ) ( ,  ) (  ,     ) (  ,    ) (  ,  ) Uiteindelijke kleur: R= 1-   = 1 -C G= 1-   = 1 -M B= 1-   = 1 -Y   Opmerking: in werkelijkheid is de situatie veel complexer o.a. omdat de spectra van de filters overlappen , ,  en dus ook C, M, en Y hangen af van de dikte van de lagen

34 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 34 CMYK In principe heeft men met CMY voldoende om te drukken In de praktijk bevatten documenten zeer veel zwart (b.v. tekst) en gebruikt men een extra vierde inkt, zwart (K): zwarte inkt produceert een kwalitatief beter zwart -onvolledige absorptie in CMY inkten leiden tot niet-perfect (bruinachtig) zwart als deze boven elkaar worden gedrukt -bij gebruik van één inkt i.p.v. drie is de droogtijd korter en is er minder kans dat de inkt “loopt” op het substraat (papier) het gebruik van 1 inkt is goedkoper dan het simuleren van zwart met drie inkten (C, M en Y) Belangrijk probleem en opportuniteit: met een bepaalde kleur (RGB-waarde of CMY-waarde) corresponderen doorgaans meerdere combinaties van CMYK-waarden  men moet (en kan) kiezen hoe men een kleur realiseert

35 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 35 Grey component replacement Vereenvoudigde redenering: de kleur wordt enkel bepaald door R= 1 -C-K, G= 1 -M-K en B= 1 -Y-K  de volgende kleuren zijn dus (in theorie) gelijk en Grey-component replacement (GR) men maakt één van de componenten C, M, Y nul zonder de kleur te veranderen door K op te drijven: C’=C-m, M’=M-m, Y’=Y-m, K’=K+m met m= min( C, M, Y ) belang: i.p.v. vier lagen met veel inkt over elkaar te drukken drukt men nu één zwarte laag met daarop 2 lagen (CM, CY of MY) waarin echter veel minder volume aan inkt zit  betere kwaliteit

36 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 36 Under colour removal Under Colour Removal (UCR) is een beperkte vorm van Grey Component Replacement men past hier GCR enkel toe op de neutrale kleuren, d.w.z. de grijze kleuren (de kleuren met R  G  B ) voor die kleuren vervangt men dus 3 inkten (C, M en Y) door één (K) Opmerkingen GCR is vooral van belang voor ingescande beelden, vermits scanners steeds drie kleurcomponenten produceren GCR en UCR worden dikwijls niet volledig toegepast: op sterk absorberend papier is het zwart te “fel” i.v.m. de andere componenten  men maakt C, M of Y niet volledig 0 Voor grafische elementen en tekst kan de ontwerper de CMYK-waarden direct opgeven

37 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 37 Pantone kleuren Gamut kleurenmonitor Gamut CMYK-printer Het gamut Geen enkele druktechniek kan alle kleuren weergeven Het gamut van een techniek is de verzameling van reproduceerbare kleuren D.m.v. bijkomende inkten kan men het gamut uitbreiden : pantone: b.v. huidkleuren speciaal: goud, zilver … fluorescerende kleuren …

38 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 38 CMYK-separaties geelzwart cyaan magentaDeel “musicians” (2103x1853) 4x 8bpp = 14,9 Mbyte In de pre-press vertaalt men RGB-beelden in CMYK-beelden; men spreekt over de CMYK-separaties van het beeld

39 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 39 Rasteren in kleurendruk Bij het klassiek raster moet men opletten voor interferenties tussen de rasters van de verschillende kleuren die moiré veroorzaken  men kiest de rasterhoeken zover mogelijk uit elkaar, ermee rekening houdend dat 0º en 90º equivalent zijn de visueel belangrijkste kleur (K) wordt onder 45º gerasterd C en M worden 75º en 15º gerasterd (30º verschil met K) Y, de visueel minst belangrijke kleur wordt onder de slechtst mogelijke hoek gerasterd, n.l. 0º (15º verschil met C en M) Bij klassiek rasteren rastert men de kleurcomponenten onder verschillende hoeken Bij het stochastisch rasteren rastert men de kleur- componenten over elkaar

40 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 40 Keuze druktechniek Kleine oplage: offset Zeer grote oplagen (> ): gravuredruk, vooral als hoge kwaliteitseisen worden gesteld aan illustraties offset is ook mogelijk Niet al te grote oplagen: affiches, omslagen en reclamemateriaal zeefdruk kan rendabel zijn Affiches van groot formaat: zeefdruk Let op: oplage slaat eerder op de totale bedrukte oppervlakte: etiketten vertegenwoordigt een veel kleinere oplage dan pagina’s A4

41 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 41 Pre-press Pre-press= drukvoorbereiding het samenstellen (b.v. toevoegen van beelden) en opmaken van documenten het omzetten van die documenten naar een fysische structuur die klaar is om af te drukken, rekening houdend met de specifieke eigenschappen van het druk- of presentatiesysteem Typische pre-press taken het “separeren” van beelden (RGB omzetten naar CMYK) bijwerken van beelden, tekst en figuren selecteren van gepaste drukinkten keuze van de rastertechniek en de rasterparameters maken van proefdrukken

42 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 42 “on-the-fly” rasteren is nodig: de rastereenheid moet minstens even snel rasteren als de drukeenheid kan drukken -indien de gerasterde data te laat wordt geleverd, is de druk- kop wegens inertie al voorbij de juiste plaats “gevlogen”; de drukkop moet remmen en terugkeren naar de juiste plaats -dikwijls wordt de juiste plaats niet exact teruggevonden en ontstaan er aligneringsfouten Speciale eisen in variable data printing In “variable data printing” zijn alle exemplaren van een af te drukken document (op zijn minst gedeeltelijk) verschillend paspoorten en rijbewijzen gepersonaliseerde reclame, … Specifieke problemen technieken die drukplaten of films gebruiken zijn niet bruikbaar Inkjet is hier een ideale technologie

43 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 43 Opmerkingen Meestal gebeurt het drukken van boeken en tijdschriften in veelvouden van 4, 8, 16 of 32 bladzijden die gegroepeerd worden in een katern (een zeer groot blad papier); Vervolgens worden deze bladzijden gevouwen en gesneden; De plaatsing van de pagina’s in een katern is zo gekozen dat na het snijden de bladzijden in de goede volgorde en goede oriëntatie liggen

44 © W. Philips, Universiteit Gent, versie: 8/11/ a. 44 Bibliografie JK.F. Treebus. Vormwijzer. Een gids bij het vormgeven en produceren van drukwerk. SDU ISBN Enkele slides uit deze presentatie werden overgenomen uit presentaties van Peter Deneve


Download ppt "Kantoorautomatisering Prof. dr. ir. W. Philips Didactisch materiaal bij de cursus Academiejaar 2010-2011"

Verwante presentaties


Ads door Google