De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Empirisch onderzoek naar (private) politie Maandag 31 maart 2003 Empirische criminologie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Empirisch onderzoek naar (private) politie Maandag 31 maart 2003 Empirische criminologie."— Transcript van de presentatie:

1

2 Empirisch onderzoek naar (private) politie Maandag 31 maart 2003 Empirische criminologie

3 I. Onderzoek naar private politie in België: overzicht

4 Onderzoek naar private politie en grijze politie 1 Detectives onder de loep Jan Cappelle (KUL) 1990

5 Onderzoek naar private politie en grijze politie 2 De gespecialiseerde private opsporing: een tip van de sluier opgelicht Kaat Boon (KUL) 1993

6 Onderzoek naar private politie en grijze politie 3 Private politiezorg en grondrechten W. Van Laethem, T. Decorte, R. Bas (KUL) 1995

7 Onderzoek naar private politie en grijze politie 4 Grijze politie T. Decorte, W. Van Laethem (KUL) 1997

8 Onderzoek naar private politie en grijze politie 5 Security consultants W. Van Laethem (KUL) 1998

9 Onderzoek naar private politie en grijze politie 6 Werknemerscriminaliteit M. Cools (VUB) 1994

10 Onderzoek naar private politie en grijze politie 7 Kwetsbare kennis (e.a.) M. Cools, H. Haelterman (VUB) 1998 e.v.

11 II. Grijze politiezorg in België

12 Probleemformulering Wetgevend kader De praktijk Het discours

13 Theoretisch kader Organisatorische netwerken Publiek-private samenwerking Persoonlijke netwerken

14 Interdependenties Delegeren aan de private politie Betalen van de publieke politie Publiek-private organisaties

15 Andere theoretische concepten Moonlighting Blue-drain Old-boys-network Symbiotische relaties Hydraulische systeemwerking Dirty work Favor bank Gemeenschappelijke politiecultuur

16 Problematische gevolgen van publiek-private interacties Grey policing Miskenning van grondrechten Belangenvermenging, beïnvloeding en sturing Corruptie

17 Onderzoeksvraag Welke factoren dragen bij tot het ontstaan en het voortbestaan van (informele en problematische) interacties tussen publieke opsporingsagenten en private actoren?

18 Hypothese 1 “Het gebrek aan een juridisch kader of de latente gevolgen van bestaande regels die geen rekening houden met de realiteit van interagerende personen en diensten, kunnen (informele en problematische) interacties stimuleren.”

19 Hypothese 2 “De toename van de grootschaligheid van de economische, financiële en informationele macht van private ondernemingen is gepaard gegaan met een toename van hun invloed op de opsporing van misdrijven waar zij het slachtoffer van zijn geworden of dreigen te worden. Deze verstevigde greep op de criminaliteitsbestrijding werkt regelovertreding en belangenvermenging door individuele politiemensen in de hand.”

20 Hypothese 3 “De aard van het socialisatieproces van politiemensen bepaalt hun normbesef. In de mate waarin dit socialisatieproces minder voeling heeft met de geldende normen in ons land bestaat de kans dat technieken worden gebruikt die niet toelaatbaar zijn (zoals interacties met private actoren). Naarmate de efficiëntie van de misdaadbestrijding primeert op de legitimiteit, verhoogt de kans op (informele en problematische) interacties.”

21 Hypothese 4 “Het ontstaan van een gemeenschappelijke politiecultuur werkt publiek-private interacties en daarmee de vervlechting van het algemene en het private belang in de hand.”

22 Hypothese 5 “Er kunnen tussen individuele politiemensen en private actoren (informele en problematische) interacties ontstaan wanneer de publieke politie in de samenleving een zekere zelfstandigheid verwerft bij het stellen van prioriteiten inzake opsporing.”

23 Hypothese 6 “Er kunnen tussen individuele politiemensen en private actoren (informele en problematische) interacties ontstaan wanneer de controle van het parket op de opsporingshandelingen van de publieke politie vermindert en de beslissings- vrijheid van de individuele politieman (street level bureaucracy) op de werkvloer groter wordt.”

24 Hypothese 7 “De in- en externe concurrentie en de individuele drang om te scoren op de markt van de opheldering werkt -met het oog op een efficiënte misdaadbestrijding- het ontstaan van (informele en problematische) interacties met privé- personen of bedrijven in de hand.”

25 Hypothese 8 “ De publieke en private politie staan in een positie van wederzijdse afhankelijkheid; de relatie tussen hen kenmerkt zich als symbiotisch. Zij vullen elkaars zwakheden aan en gaan ruilverhoudingen aan om hun doel te bereiken. Hierbij geven de organisaties slechts zoveel autonomie prijs als functioneel noodzakelijk wordt geacht voor het realiseren van hun doelen. De (gepercipieerd of werkelijke) beperktheid van middelen, bevoegdheden, informatiekanalen en know- how maakt dat deze autonomie in vele gevallen niet kan worden bewaard.”

26 Methodologie Case study: de zaak-Reyniers Steekproef uit documenten Steekproef uit personen

27 Kwalitatieve inhoudsanalyse van persberichten De Standaard, Het Nieuwsblad, De Morgen, Het Volk, Het Belang van Limburg, De Gazet van Antwerpen, Het Laatste Nieuws, Le Soire, La Libre Belgique, La Dernière Heure Humo, Knack, Le Vif/L’Express, Der Spiegel

28 Andere documenten Stukken uit het gerechtelijk dossier Parlementaire Onderzoekscommissie Duitsland ‘Werner Mauss’ Vonnissen van de rechter in eerste aanleg en van het Hof van Beroep

29

30 Andere methoden Bijwonen van de debatten en de pleidooien tijdens het proces-Reyniers Interviews met 30 bevoorrechte getuigen

31 Analyse van het materiaal Fase 1: Netwerk-analyse van 7 cases (micro-niveau) Fase 2: Beschrijvende condensatie (meso-niveau)

32 Analyse op microniveau

33 (1) De zaak-Duë

34 (2) De cocaïne-zaak

35 (3) De zaak-von Galen

36 (4) De bommenzaak

37 (5) Operatie Serpent

38 (6) Operatie Domino

39 (7) De namaakbestrijding

40 Analyse op mesoniveau

41 Gebrek aan regelgeving I.v.m. pseudo-koop I.v.m. relatie met informanten I.v.m. betaling informanten I.v.m. bijzondere opsporingstechnieken I.v.m. relaties met privé-detectives

42 Latente gevolgen van bestaande regelgeving ‘Als ge die ‘copinage’ tussen detective en politie wil vermijden en onder controle brengen: geef ze toegang tot het rijksregister. Dan schudden wij die af. Dan moeten ze bij de politie niet komen. Dan moeten ze in de wandelgangen of in de cafés niet komen vleien. Nee, geef ze toegang, onder controle, met een dossier-nummer. Men is een abortussituatie aan het creëren met die wet op privé-detectives: men schaft alles af. Dan gebeurt alles clandestien.’ (Gerechtelijke politie)

43 Een hanteerbare regelgeving ‘Ik kan toch niet voor elke zaak bellen naar de informantenbeheerder? We zijn met meer dan duizend man. Als hij van iedereen een telefoon krijgt dan heeft hij ‘s avonds geen hoofd meer. Want iedereen komt natuurlijk met een zaak af. Ik kan voor twee à drie zaken bellen naar de informantenbeheerder. Maar ge moet ook zelf afwegen wat er voor u belangrijk is en wat minder belangrijk is.’ (Gerechtelijke politie)

44 Controle op de regels ‘Er werd ons verplicht onze informanten bekend te maken. Dat heb ik nooit gedaan, behalve als we die informanten moesten laten uitbetalen; dan moest je wel. Het geld kwam immers van een van de fondsen en dan moest je je informant kenbaar maken om hem zijn geld te kunnen geven. Dus de informanten die centen hebben gekregen, die zijn -wat mij betreft- bekend. Maar ik heb ook gewerkt met een heleboel informanten waarvan men nu nog steeds niet weet wie ze zijn.’ (Rijkswacht)

45 Opwekken van de interesse bij politie ‘ Ge hebt hier de B.A.F., de Belgian Antipiracy Foundation, een VZW die gesponsord wordt door alle grote produktiemaatschappijen van films. Die mannen zijn duidelijk opgericht om te gaan lobbyen bij alle politiediensten, om in de videotheken te lopen... Dat interesseert geen enkele flik. Maar om die warm te maken van “allez jongens, vliegt er eens in” wordt er elke twee maand een blaadje uitgegeven met de resultaten: 800 cassettes hier, 1000 cassettes daar in beslag genomen. Goed gewerkt. Een beetje pep-talk.’ (Gerechtelijke politie)

46 Aanbrengen van panklare zaken ‘Er was een informant die altijd panklare zaken kwam aanbrengen. Die kwam toe en die zei: “Voilà, er is twee dagen geleden een vrachtwagen sigaretten gestolen. Die staat in die garage, en morgen om dat uur komt die en die en die daar samen met de dieven om de verkoop te regelen”. Goed, wij moesten geen bewaking doen, we gingen op dat uur en de kous was af. Die informant werd dan betaald door de verzekeringsmaatschappij, want hij bracht alleen zaken aan waarvoor hij geld kon krijgen van de verzekering.’ (Gerechtelijke politie)

47 Leveren van informatie / know-how ‘Als we de kans krijgen om voor de rijkswacht nationaal een opleiding te geven aan toekomstige kandidaat-officieren, is dat zeer interessant. Wij weten dat zij dat misschien in de eerste twee of drie jaar niet tegenkomen in hun werk, maar de dag dat ze het tegenkomen, dan zullen ze zich nog herinneren dat er bij kredietkaartmaatschappij X mensen zijn die zich daar hoofdzakelijk mee bezighouden. En dat ze informatie kunnen hebben. Dus zo krijgen we gedaan dat ze meer en meer naar ons toekomen.’ (Lid anti-fraude-eenheid kredietkaartmaatschappij)

48 Investeren van gelden ‘Ik heb het geluk gehad om een dubbele moord op te lossen. Vader en zoon werden doodgeschoten hier in de diamantwereld, we hadden niets. Er was toen geen enkel spoor. Er werd een persbericht gelanceerd met tipgeld (een bedrag van drie miljoen) waarvoor gezorgd werd door de beroepsvereniging van de diamantairs. Binnen de maand hadden we een tip en konden we de dader pakken. Zonder dat tipgeld van de diamantwereld hadden we die zaak nooit opgelost...’ (Rijkswacht)

49 Hiaten in de politie-opleiding ‘Als gij het beeld meegeeft van: Gij zijt de elite van de maatschappij en al de rest is potentiële misdadiger, dan bevordert ge het afglijden, zoals men dat heet.’ (Rijkswacht)

50 Amerikaanse invloed ‘Ik denk dat dat een onderdeel is van de volledige veramerikanisering, gaande van de hamburgertenten tot en met politietechnieken. Ik denk dat het nog altijd bestaat, maar dat men het op subtielere manier doet. Ik kan mij inbeelden dat iemand die daar training gevolgd heeft, een beetje gehersenspoeld is. Ik denk dat ze aan beïnvloeding doen van het politiedenken.’ (Rijkswacht)

51 Invloed van charismatische figuren Werner Mauss Frans Reyniers

52 Gemeenschappelijke politiecultuur ‘Als iemand na 20 jaar de dienst verlaat, dan blijven die contacten. Die man heeft er gewoonlijk alle belang bij om die contacten te onderhouden, dus, regelmatig een pintje gaan drinken met uw ex-collega’s, iets gaan eten en zo; die goed soigneren en zorgen dat ge uw informatiebron niet laat opdrogen.’ (Rijkswacht)

53 Relatie politie-magistratuur Beleidsautonomie van de politie Werkingsautonomie van de politie Onmacht om te controleren Onwil om te controleren

54 Competitief zelfbehoud ‘ Bij iedere zaak die van enig belang is en waar twee of meer politiediensten noodgedwongen moeten samenwerken, heb je dat probleem. Men tracht dikwijls de pluim op de hoed te steken van de eigen politiedienst, of de eigen gespecialiseerde eenheid. En om die reden houdt men bijvoorbeeld informatie achter de hand om ze zelf eerst te exploiteren, om een stapje voor te zijn op de concurrentie, om dan toch maar te kunnen overgaan tot interceptie van X, Y of Z of het vinden van de buit, of het verkrijgen van gouden informatie. Wie het deeg maakt, wil ook het brood eten. En er zijn er maar weinig die zeggen: “Kijk, ik heb het deeg gemaakt, nu moogt gij het brood eten”.’ (Rijkswacht)

55 Gebrekkige middelen Financiële mogelijkheden Personele mogelijkheden Instrumentele mogelijkheden

56 Gebrekkige bevoegdheden ‘Wij hebben altijd burger-infiltranten gebruikt: X (privé-detective) was onze pseudo-koper. Waarom? Om het probleem van provocatie te vermijden. Omdat ze zouden gezegd hebben: het is politieprovocatie. Nu was het een andere die het deed, maar het was geen politieman.’ (Gerechtelijke politie)

57 Gebrekkige know-how ‘Waarom heeft men een beroep gedaan op iemand zoals ik? Ik had een kennis van de technieken van de onderwereld, van de manier waarop ze spreken, van de manier waarop ze zich kleden... Ze hebben bij de politie sinds 3 jaren een sectie van pseudo- kopers opgericht. Er zijn vrienden van mij bij, en toch, dat doet mij werkelijk lachen…’

58 Gebrekkige know-how ‘Undercoveragenten van de DEA moeten naar de FBI-school, plus drie jaar training als undercover. In Duitsland hetzelfde. Als de Belgische regering genoeg geld aanwendt, zou ze haar politiemensen een hele goeie opleiding kunnen geven. Het is alleen een kwestie van geld, en van een goede opleiding.’ (Privé-detective)

59 Gebrekkige informatiekanalen Informanten (ja) Private ondernemingen (ja) Privé-detectives (nee)

60 Vertrouwens- en vriendschapsrelaties ‘Overwegende dat een langdurige samenwerking met een informant kan leiden tot een vriendschappelijke relatie en omwille van de persoonlijkheid van de informant, die vaak beladen is met een zwaar strafregister, tot een hoogst onvoorzichtige toestand; (...) Beïnvloed door de banden van de vriendschap kan de verantwoordelijke politieman oogluikend strafbare daden laten begaan onder voorwendsel dat zijn vriend - informant dienstige inlichtingen aanbrengt of zou kunnen aanbrengen;

61 De gunstenbank Informatie Geschenken Persoonlijke leningen Tussenkomsten in procedures Tolereren van illegale activiteiten Operationele ondersteuning Logistieke ondersteuning Aanbrengen van zaken

62 De drang om te scoren ‘Is het niet eigen aan de politiediensten en politiemensen (...) dat zij een drang hebben om zoveel mogelijk te scoren en zo groot mogelijke successen te halen? Dat merkt ge dus overal. Er wordt vaak naartoe gewerkt, ja, “we willen scoren”, “we willen de pers halen” en dan worden bepaalde zaken vaak over het hoofd gezien of zelfs verwaarloosd. Dat zijn dan mensen die met hun carrière bezig zijn, zeker?’ (Gerechtelijke politie)

63 Persoonlijk geldgewin Delen van tipgelden ‘Moonlighting’ en ‘sunlighting’

64 Conclusies

65 III. Kritisch lezen van onderzoek

66 Door wie en waar? Universitaire equipe: Onderzoeksgroep Politionele en Gerechtelijke Organisatie (Afdeling Strafrecht, Strafvordering en Criminologie (KUL) Twee onderzoekers: jurist en criminoloog Binnen het onderzoeksprogramma ‘Burger en rechtsbescherming’ (DWTC)

67 Vijf cruciale vragen 1. Waar gaat het rapport over? 2. Hoe past de studie in datgene wat we al weten? 3. Hoe is de studie uitgevoerd? 4. Wat heeft men gevonden? 5. Wat betekenen deze resultaten?

68 Titel - abstract - doelstelling Zaak-Reyniers publiek-private samenwerking (grijze politie) Onderzoeksvraag Methode: twee fasen van analyse Resultaten: verklarende factoren Conclusie: Parasitaire relaties

69 Hoe past de studie in hetgeen we al weten? Eerder onderzoek van dezelfde equipe Problematiek geschetst a.h.v. literatuur geen uitleg over design a.h.v. ervaringen uit eerder onderzoek Conflicterende conclusies ? Bibliografie: Shearing en Stenning, Hoogenboom, O’Toole, Ocqueteau...

70 Hoe is de studie uitgevoerd? Subjecten: case-study Onderzoeksinstrumenten: triangulatie Externe en interne diversificatie van gebeurtenissen

71 Subjecten: checklist Ethische normen ? Waarom juist deze subjecten? Selectiecriteria expliciet? Uitleg waarom aantal voldoende is? Kwaliteit van de steekproef hoog? Beperkingen van de selectie?

72 Design: checklist Belangrijkste variabelen: - politiek-economische context - culturele socialisatie - Structurele kenmerken v/d politie-organisatie - Gewoonten op de werkvloer

73 Design: checklist Op de juiste plaats? Verklaring voor de selectie?

74 Instrumenten: checklist Case-study: ‘oester-effect’ en zoeken naar het hoe en waarom (geen representativiteit) Weinig informatie over inhoudsanalyse van persartikelen Keuze van de case wordt verantwoord, maar weinig methodologische referenties naar techniek van de case-study

75 Procedures: checklist Protocol voor elk instrument? Neen - participerende observatie - interviews - inhoudsanalyse

76 Analyses: checklist Geen kwantitatief materiaal Kwalitatief materiaal: analyse op twee niveau’s netwerkfiguren: begrijpelijk?

77 Wat betekenen de resultaten?

78 Hypothese 1 getoetst Het ontbreken van een wettelijk kader heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het ontstaan van problematische publiek-private interacties in de zaak-Reyniers. Een niet-sluitende juridische regeling, zoals bijvoorbeeld inzake het onrechtmatig verkregen bewijs, kan ook (informele en problematische) interacties stimuleren. Tenslotte kan ook een onrealistische of oncontroleerbare wetgeving publiek-private interacties (bijvoorbeeld met informanten) in de hand werken.

79 Hypothese 2 getoetst Het onderzoek biedt duidelijke aanwijzingen dat private ondernemingen met grote economische, financiële en informationele macht een belangrijke invloed op het politiewerk kunnen verwerven. Zij kunnen meer gewicht in de schaal leggen dan anderen om hun belangen te verdedigen; zij kunnen in zekere mate greep krijgen op de opsporing van misdrijven waar zij het slachtoffer van geworden zijn of dreigen te worden. Deze verstevigde greep op de criminaliteitsbestrijding kan regelovertreding en belangenvermenging door individuele politiemensen in de hand werken.

80 Hypothese 3 getoetst De leemtes in de politie-opleiding, de Amerikaanse greep op het politiewerk en de invloed van charismatische figuren kunnen de drempel voor problematische publiek-private interacties verlagen. Op die manier wordt de overdreven aandacht voor de efficiëntie van de opsporing met de pap ingelepeld. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat sommige politiemensen zich door (de efficiëntie van) de Amerikaanse aanpak laten inspireren en (een deel van) dat systeem zonder de nodige aanpassingen overnemen...

81 Hypothese 3 getoetst … Dit leidt uiteindelijk niet alleen tot een veronachtzaming van de legitimiteit van het politie- optreden in het algemeen, maar zou een verklaring kunnen bieden voor de individuele beslissing van bepaalde politiemensen om dubieuze of problematische interacties met respectievelijk informanten, privé-detectives of bepaalde bedrijven aan te gaan.

82 Hypothese 4 getoetst Het voortbestaan van een gemeenschappelijke politiecultuur tussen ex-collega’s (via blue-drain en old- boys-netwerken) werkt problematische publiek-private interacties en daarmee de vervlechting van het algemene en het private belang in de hand. Tussen politiemensen en informanten/detectives die nooit lid waren van een politiedienst, bestaat er geen gemeenschappelijke politiecultuur, maar die relaties kenmerken zich door een vreemde dualiteit:...

83 Hypothese 4 getoetst … naar buiten toe laten zij uitschijnen dat ze geen hoge dunk van de andere partij hebben, terwijl zij zich anderzijds toch tot elkaar aangetrokken voelen. Het blijkt dat hier andere mechanismen (zoals de gunstenbank, de wederzijdse nood aan middelen of informatie en, niet in het minst, de subjectieve perceptie van de onderlinge contacten als vriendschaps- of vertrouwensrelaties) verantwoordelijk zijn voor het aangaan van publiek- private interacties.

84 Hypothese 5 getoetst Onze bevindingen lijken dus de stelling te bevestigen dat (informele en problematische) interacties tussen individuele politiemensen en privé-personen kunnen ontstaan wanneer de publieke politie in de samenleving een zekere zelfstandigheid verwerft bij het stellen van prioriteiten inzake opsporing en vervolging.

85 Hypothese 6 getoetst Wanneer de controle van het parket vermindert en de beslissingsvrijheid van de individuele politieman op de werkvloer (street-level- bureaucracy) groter wordt, kan een gunstig klimaat voor informele en problematische relaties met private actoren ontstaan.

86 Hypothese 7 getoetst Uit de analyse van het bronnenmateriaal blijkt dat de drang om te scoren op twee manieren tot problematische publiek-private interacties kan leiden. In de eerste plaats kan de door de concurrentie aangewakkerde scoringsdrang aanleiding geven tot het monopoliseren van informanten en van informatie. Ten tweede zijn er ook duidelijke aanwijzingen dat individuele politiemensen onder druk van die drang, de grenzen van het wettelijk aanvaardbare (o.m. inzake het werken met informanten) kunnen overschrijden.

87 Hypothese 8 getoetst De publieke politie staat in relatie tot de private sector op sommige punten in een positie van afhankelijkheid. Zo ziet de politie zich genoodzaakt om met private actoren te interageren vanuit een behoefte aan informatie (vooral bij bedrijven en informanten), aan financiële middelen (om tipgelden te betalen) of om taken waar te nemen die zijzelf niet mogen stellen (dirty-work). In de hypothesen werd daarnaast een gebrek aan personele en technische middelen of know- how opgenomen als interactie-stimulerende factor. Uit de gegevens blijkt echter dat deze factoren veel minder of totaal geen rol (meer) spelen bij de beslissing om te interageren.

88 Symbiotische relaties Twee ongelijksoortige organismen leven met elkaar tot wederzijds voordeel

89 Parasitaire relaties Twee ongelijksoortige organismen waarbij de ene leeft of zich voedt ten koste van de andere en daarom op deze laatste een schadelijke invloed heeft

90 Schadelijke gevolgen Afhankelijkheid Belangenvermenging Corruptie Miskenning van grondrechten Gebrek aan burgerzin: marchanderen met informatie

91 Meerwaarde Bevestiging van bestaande inzichten - symbiose - blue drain & moonlighting - favor bank - dirty work - hydraulisch systeem...

92 Meerwaarde Verfijningen van het conceptueel kader - interacties i.p.v. samenwerking - grey policing (ook voor politie zelf) - niet altijd gemeenschappelijke cultuur - bundling - sunlighting...

93 Beperkingen Geformaliseerde samenwerking? PPS inzake bewaking? PPS met bijzondere opsporingsdiensten en inlichtingendiensten? Informele gewoonten? Evaluatie van nieuwe regelgeving? Interacties internationale politieculturen?

94 Beperkingen PPS op het niveau van het parket? PPS vanuit perspectief van private actoren? Grote bedrijven: visie, strategie, budget voor private opsporing?


Download ppt "Empirisch onderzoek naar (private) politie Maandag 31 maart 2003 Empirische criminologie."

Verwante presentaties


Ads door Google