De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Herhaling gelijkvormigheid snavelfiguur A B C D E DEBEDB AC BC AB zandloperfiguur KL M NO OMNMON KMLMKL ∆ABC ∽ ∆DBE ∆KLM ∽ ∆ONM  A =  D  B =  B  C.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Herhaling gelijkvormigheid snavelfiguur A B C D E DEBEDB AC BC AB zandloperfiguur KL M NO OMNMON KMLMKL ∆ABC ∽ ∆DBE ∆KLM ∽ ∆ONM  A =  D  B =  B  C."— Transcript van de presentatie:

1 Herhaling gelijkvormigheid snavelfiguur A B C D E DEBEDB AC BC AB zandloperfiguur KL M NO OMNMON KMLMKL ∆ABC ∽ ∆DBE ∆KLM ∽ ∆ONM  A =  D  B =  B  C =  E  K =  O  L =  N  M =  M 10.1

2 Doorsnede’s Balk in pyramide

3 opgave 9 a bovenaanzicht vooraanzicht bDe diagonalen van het grondvlak van de balk zijn 4. Stelling van Pythagoras  Dus de zijden zijn 2√2. I(balk) = (2√2) 2 · 6 = 8 · 6 = 48 2√2

4 opgave 12 a A B T vooraanzicht A B C D bovenaanzicht T M r r S P 3 5 AT 2 = = 25 dus AT = 5. In het vooraanzicht is ∆MPT ∽ ∆AST want,  P =  S en  T =  T Dit geeft : 5r = 12 – 3r 8r = 12 r = 1,5 b I(bol) = 10.1

5 Doorsneden tekenen Een doorsnede van een object is de vlakke figuur die je krijgt als je het object doorsnijdt. Bij het tekenen van doorsneden gebruik je de volgende regels: Evenwijdige doorsneden snijden een grensvlak volgens evenwijdige lijnen. Evenwijdige vlakken worden door een doorsnede gesneden volgens evenwijdige lijnen. De randen van een doorsnede liggen in de grensvlakken van de ruimtefiguur. 10.2

6 opgave 17 L N O T ⋀ ⋀ ≪ ≪ ⋀ ≪ De doorsnede is de vijfhoek MLNOT 10.2

7 opgave 24 4 ½ ½ 2 2 M a In ∆CFM : FM = √( ) = √20 = 2√5 ∆CPQ is een vergroting van ∆CAB met factor Dus PQ = ¼ · AB = ¼ · 4 = 1 O(∆PQF) = ½ · PQ · FM O(∆PQF) = ½ · 1 · 2√5 = √5 2

8 opgave 24 b L ⋀ ⋀ ≪ ≪ K In doorsnede ABKL past ∆PQF 7 keer O(ABKL) = 7 · O(∆PQF) = 7 · √5 = 7√5

9 opgave 31 a ⋀ ⋀ ≪ ≪ P QR U V W De horizontale doorsnede van de piramide op een hoogte van 2 cm is een vierkant met zijde 6 cm. Z 10.3

10 b Q U P V W De doorsnede is PQUVW. O(doorsnede) = 6 · 6 - ½ · 3 · 3 O(doorsnede) = ½ = 31½ cm ½1½ 1½1½ 3 O(doorsnede) = 3 · 3 - ½ · 1½ · 1½ O(doorsnede) = 9 - 1⅛ = 7⅞ cm 2. c 10.3

11 d D S Z T 8 A B C D S 4 4 DS = √( ) DS = √32 ≈ 5,7 cm. SZ = ½√32 cm. Z O(∆DZT) = ½ · DZ · ST O(∆DZT) = ½ · 1½√32 · 8 ≈ 33,94 cm

12 opgave 34 A B C D E F G H P Q R Inhoud = I(ABCD EFGH) – I(A EFH) – I(R PCQ) Inhoud = 12 · 12 · 12 – ⅓ · ½ · 12 · 12 · 12 - ⅓ · ½ · 6 · 6 · 6 Inhoud = 1728 – 288 – 36 = 1404 cm

13 Vergrotingsfactoren Bij vergroten van een lichaam met factor k : Is elke afmeting van het beeld k keer de overeenkomstige afmeting van het origineel. Is de oppervlakte van het beeld k 2 keer de oppervlakte van het origineel. Is de inhoud van het beeld k 3 keer de inhoud van het origineel. 10.4

14 opgave 41 I(piramide)  I(deel van de piramide binnen de kubus) dus k 3 = ¼ k = 3 √¼ = 0,63 h(deel buiten de kubus) = x h(hele piramide) = x + 10 h(deel buiten de kubus) ≈ 0,63 · h(hele piramide) 10 ≈ 0,63(x + 10) 10 ≈ 0,63x + 6,3 3,7 ≈ 0,63x x ≈ 5,9 h(piramide) ≈ ,9 ≈ 15,9 × k 3 x 10.4

15 opgave 42 I(kegel)  I(deel van de kegel buiten de kubus) dus k 3 = k = 3 √ ≈ 0,58 h(deel buiten de kubus) = x h(hele kegel) = x + 6 h(deel buiten de kubus) ≈ 0,58 · h(hele kegel) x ≈ 0,58(x + 6) x ≈ 0,58x + 3,51 0,42x ≈ 3,51 x ≈ 8,45 h(kegel) ≈ 8, ≈ 14,45 × k 3 x


Download ppt "Herhaling gelijkvormigheid snavelfiguur A B C D E DEBEDB AC BC AB zandloperfiguur KL M NO OMNMON KMLMKL ∆ABC ∽ ∆DBE ∆KLM ∽ ∆ONM  A =  D  B =  B  C."

Verwante presentaties


Ads door Google