De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Inhoud Oefeningen, regels, A.C. en nog veel meer Grieks SVI.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Inhoud Oefeningen, regels, A.C. en nog veel meer Grieks SVI."— Transcript van de presentatie:

1 Inhoud Oefeningen, regels, A.C. en nog veel meer Grieks SVI

2 Spreekwoorden Geef in de juiste vorm (avis, rosa, donum) enk. Geef in de juiste vorm (avis, rosa, donum) mv. Persoonlijke voornaamwoorden (vnw’en) Het vragend voornaamwoord De aanwijzende vnw’en Werkwoorden Oefeningen Samenvattingen A.C. Inhoud: oefeningen en regels Terug naar inhoud Grammatica

3 Errare humanum est. Ad kalendas Graecas. Homo homini lupus. Non scholae sed vitae discimus. Verba volant, scripta manent. Citius, altius, fortius. In cauda venenum. Qualis avis, talis cantus. Quot capita, tot sensus. Usus magister artium. Zich vergissen is menselijk. Tot de Griekse Kalenden. De mens is voor zijn medemens een wolf. Wij leren niet voor school maar voor het leven. Woorden vervliegen, geschriften blijven. Sneller, hoger, sterker. Het venijn zit in de staart. Iedere vogel zingt zoals hij gebekt is. Zoveel mensen, zoveel zinnen. Ervaring is de beste leermeester. Spreekwoorden reeks 1 Terug naar inhoud →

4 De gustibus et coloribus non disputatur. Pecunia non olet. + schrijver ook geven Nihil novi sub sole. Ab ovo usque ad malum. Bis repetita placent. Carpe diem. Over smaken en kleuren valt niet te twisten. Geld stinkt niet. Vespasianus Niets nieuws onder de zon. Van het ei tot helemaal aan de appel. Wat men tweemaal herhaalt onthoudt men beter. Pluk de dag. Spreekwoorden reeks 2 Succes !!! ← Terug naar inhoud

5 Geef in de juiste vorm (avis, rosa, donum) mv. Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig avi avos avorum avis HOOG-LAAGHOOG-LAAG rosae rosas rosarum rosis dona donorum donis → Terug naar inhoud

6 Geef in de juiste vorm (avis, rosa, donum) enk. Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig avus avum avi avo HOOG-LAAGHOOG-LAAG rosa rosam rosae rosa donum doni dono ← Terug naar inhoud

7 Persoonlijke voornaamwoorden (vnw’en) Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. EgoTuNosVos Me TeNosVos …/… …/… …/… …/… MihiTibiNobisVobis MeTeNobisVobis Terug naar inhoud

8 Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig Quis/qui quem cujus cui quo HOOG-LAAGHOOG-LAAG quae quam cujus cui qua Quid/quod cujus cui quo Het vragend voornaamwoord: enk. → Meervoud Het vragend voornaamwoord 1)In de nom. m. enk. is QUIS altijd zelfstandig en QUI altijd bijvoeglijk. In de nom. en acc. onz. enk. is QUID altijd zelfstandig en QUOD altijd bijvoeglijk. 2)Het voorzetsel CUM plakt achter het vragend voornaamwoord = 1 woord. 3)Het vragend voornaamwoord wordt versterkt door –NAM. Cuinam? = Aan wie dan toch? Terug naar inhoud Weetje

9 Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig qui quos quorum quibus HOOG-LAAGHOOG-LAAG quae quas quarum quibus quae quorum quibus Het vragend voornaamwoord: mv. Terug naar inhoud ← Enkelvoud Het vragend voornaamwoord 1)In de nom. m. enk. is QUIS altijd zelfstandig en QUI altijd bijvoeglijk. In de nom. en acc. onz. enk. is QUID altijd zelfstandig en QUOD altijd bijvoeglijk. 2)Het voorzetsel CUM plakt achter het vragend voornaamwoord = 1 woord. 3)Het vragend voornaamwoord wordt versterkt door –NAM. Cuinam? = Aan wie dan toch? Weetje

10 De aanwijzende vnw’en Hic, haec, hoc (enk.) → Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig hic hunc hujus huic hoc HOOG-LAAGHOOG-LAAG haec hanc hujus huic hac hoc hujus huic hoc Terug naar inhoud Hic, iste en ille zijn aanwijzende vnw’en. Ze worden gebruikt om iemand/iets met de vinger aan te wijzen. Hic, haec, hoc = deze/dit … (= hier bij mij) Iste, ista, istud = die/dat … (= daar bij jou) Ille, illa, illud = die/dat … (= daar bij hem/haar) Weetje

11 De aanwijzende vnw’en Hic, haec, hoc (mv.) → Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig hi hos horum his HOOG-LAAGHOOG-LAAG hae has harum his haec horum his Terug naar inhoud ←

12 De aanwijzende vnw’en Iste, ista, istud (enk.) → Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig iste istum istius isti isto HOOG-LAAGHOOG-LAAG ista istam istius isti ista istud istius isti isto Terug naar inhoud ← De verbuiging van ISTE is volledig gelijk aan die van ILLE !!! Weetje

13 De aanwijzende vnw’en Iste, ista, istud (mv.) → Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig isti istos istorum istis HOOG-LAAGHOOG-LAAG istae istas istarum istis ista istorum istis Terug naar inhoud ←

14 De aanwijzende vnw’en Ille, illa, illud (enk.) → Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig ille illum illius illi illo HOOG-LAAGHOOG-LAAG illa illam illius illi illa illud illius illi illo Terug naar inhoud ← Iste en ille drukken soms een gevoel uit. ISTE wijst op een afkeer of minachting ILLE wijst op een bewondering Weetje

15 De aanwijzende vnw’en Ille, illa, illud (mv.) Nom. Acc. Gen. Dat. Abl. MannelijkVrouwelijkOnzijdig illi illos illorum illis HOOG-LAAGHOOG-LAAG illae illas illarum illis illa illorum illis Terug naar inhoud ←

16 Uit Vestibulum

17 Werkwoorden reeks 1: geef de vervoeging van monere + welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? Enk: Mv: Moneo Mones Monet Monemus Monetis monent Welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? 2 de vervoeging Eerste persoon eindigend op: En de stam is: -eo Mone- Terug naar inhoud →

18 Werkwoorden reeks 2: geef de vervoeging van capere + welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? Enk: Mv: capio capis capit capimus capitis capiunt Welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? 5 de vervoeging Eerste persoon eindigend op: En de stam is: -io Capi- Terug naar inhoud →←

19 Werkwoorden reeks 3: geef de vervoeging van tegere + welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? Enk: Mv: tego tegis tegit tegimus tegitis tegunt Welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? 3 de vervoeging Eerste persoon eindigend op: En de stam is: -o Teg- Terug naar inhoud →←

20 Werkwoorden reeks 4: geef de vervoeging van amare + welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? Enk: Mv: amo amas amat amamus amatis amant Welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? 1 ste vervoeging Eerste persoon eindigend op: En de stam is: -o Am(a)- Terug naar inhoud →←

21 Werkwoorden reeks 5: geef de vervoeging van audire + welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? Enk: Mv: audio audis audit audimus auditis audiunt Welke vervoeging 1 ste, 2 de, 3 de, 4 de of 5 de ? 4 de vervoeging Eerste persoon eindigend op: En de stam is: -io Audi- ← Terug naar inhoud

22 Werkwoorden reeks 6: geef de vervoeging van velle Enk: Mv: volo vis vult volumus vultis volunt Terug naar inhoud ←

23 Werkwoorden reeks 7: geef de vervoeging van nolle Enk: Mv: nolo Non vis Non vult nolumus Non vultis nolunt Terug naar inhoud ←

24 Werkwoorden reeks 8: geef de vervoeging van velle Enk: Mv: malo mavis mavult malumus mavultis malunt Terug naar inhoud ←

25 Vertaal de opgave zo goed mogelijk. Is het vetgedrukte woord dat. Of abl.? Vertaal eerst de zin. Terug naar inhoud

26 Vertaal de opgave zo goed mogelijk. 1)Cujus pueri hic liber est? 2)Quonam modo? 3)Qui puer abest? 4)Centesimus furtum auri sui timet. Van welke jongen is dit boek hier? Terug naar inhoud Op welke manier dan toch? Welke jongen is afwezig? Centiem is bang voor een diefstal van zijn goud.

27 VERVOLG: Vertaal de opgave zo goed mogelijk. 1)Marcus se parat. 2)Secum cogitat … 3)Oppidum alto muro muniunt. 4)Alia hora venite! Marcus maakt hem klaar. Terug naar inhoud Hij/zij denkt bij zichzelf … Ze versterken de stad met een hoge muur. Kom op een ander uur! ←

28 VERVOLG: Vertaal de opgave zo goed mogelijk. 1)Centesimus vero nihil de secreto eorum scit. 2)Olbius saepe se laudat. 3)Gudula Numquam se laudat. Centiem weet echter niets van hun geheim. Terug naar inhoud Olbius looft zichzelf dikwijls. Goedele looft zichzelf nooit. ←

29 Is het vetgedrukte woord dat. of abl.? Vertaal EERST de zin. 1)Filio suo bonum nuntium nuntiat. 2)Deorum beneficio multos aureos nunc habeo. Hij meldt een goed bericht aan zijn zoon. Dat.: mv: bij nuntiat Ik heb nu veel goudstukken door een weldaad van de goden. Abl.: BWB (reden): bij habeo Terug naar inhoud Datief of ablatief? Dat. en abl. hebben dikwijls dezelfde uitgangen. Volgende regels helpen ons om het verschil duidelijk te maken. 1)Een vorm voorafgaand van een voorzetsel is ALTIJD en ABLATIEF !!! de vicino suo = over zijn buur 2)ZONDER voorzetsel =  DATIEF als het gaat om een PERSOON  ABLATIEF als het gaat om een ZAAK Weetje

30 Samenvatting A.C. Velzeke Foto’s van domus (het huis) Foto’s Griekse mythologie Terug naar inhoud Worddocument: over meesters en slaven Worddocument van domus (het huis) Samenvatting A.C. Velzeke

31 Samenvatting Word. → Terug naar inhoud

32 Maquette van een Gallo- Romeins huis →← Terug naar inhoud

33 Doorsnede van een Romeins huis. →← Terug naar inhoud

34 Opgegraven. Gereconstrueerd. →← Terug naar inhoud

35 →←

36 →←

37 →←

38 →←

39 →←

40 →←

41 →←

42 →←

43 →←

44

45 Bellerophon Terug naar inhoud →←

46 Chimaera Terug naar inhoud →←

47 Pegasos Terug naar inhoud →←

48 →←

49 →←

50 →←

51 →←

52 Keuze uit: Alfabet Terug naar inhoud

53 α β γ δ ε ζ η θ ι κ λ μ ν ξ ο π ρ σ (ς) τ υ φ χ ψ ω ←

54 EINDE ← Terug naar inhoud


Download ppt "Inhoud Oefeningen, regels, A.C. en nog veel meer Grieks SVI."

Verwante presentaties


Ads door Google