De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Door Larissa Lippens 1BatPB2.  Inleiding  Gedragsproblematiek en hersenfunctioneren  Regulatie hersenactiviteit  Neurofeedback als regulatietraining.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Door Larissa Lippens 1BatPB2.  Inleiding  Gedragsproblematiek en hersenfunctioneren  Regulatie hersenactiviteit  Neurofeedback als regulatietraining."— Transcript van de presentatie:

1 Door Larissa Lippens 1BatPB2

2  Inleiding  Gedragsproblematiek en hersenfunctioneren  Regulatie hersenactiviteit  Neurofeedback als regulatietraining  Werking van neurofeedback bij ADHD  Effectiviteit van neurofeedback bij ADHD en andere stoornissen  Discussie  Bronnenlijst

3  Ontwikkelingsstoornissen = interactief proces tussen hersenen en gedrag.  Interventies richten zich steeds meer op beide vlakken. (Bv. Bij ADHD = Attention deficit hyperactivity disorder ) Filmpje:  Soorten interventies : A. Medicamenteus B. Gedragsmatige  Steeds meer behoefte aan alternatieve interventies Bvb. neurofeedback

4  Ontwikkelingsstoornissen Bv. ADHD kunnen gepaard gaan met variaties in hersenen  2 soorten variaties: A. Structurele ( = in de anatomie ) B. Functionele ( = in de werking )  Toegepast op ADHD:  Structurele variaties: minder hersenvolume  Functionele variaties: verminderd functioneren van voorste hersengebieden = beperking aandacht, motivatie,…

5  Communicatie tss. Hersengebieden loopt anders > onaangepast gedrag doordat:  Informatie over gedrag van voorste hersengebieden niet goed doorgegeven aan andere hersengebieden = geen verwerking in uitvoering = jongere weet wel wat te doen, maar past niet toe.  Relatie tussen functioneren van hersenen en gedrag  Functionele variaties kunnen worden beïnvloed door bijsturen hersenactiviteit Bv. Ritalin

6  Belangrijk regulatiecircuit voor activatie in de hersenen = RAS  RAS = ( reticular activating system ) = een koppeling tussen de thalamus en de grote hersenen.  Hersenstam beïnvloed de activiteit in de hersenen door interactie van chemische stoffen en elektrische activiteit  Chemische stoffen bvb. Adrenaline, serotonine zorgen voor signaaloverdracht tussen de hersencellen > beïnvloed activiteiten niveau

7  Dmv. Een EEG (=electro-encephalogram) kan verplaatsing elektrische activiteit in hersenen worden bepaald.  EEG meet activiteit van gegroepeerde hersencellen in bovenste lagen hersenen.  EEG-signaal word verdeeld in frequentiebanden van hersengolven van 1 Hz tot 30 en meer  Hoeveelheid activiteit in frequentiebanden gekoppeld aan aandacht/waakzaamheid

8  Laag activatieniveau  1Hz tot 3Hz (delta)  Hoog activatieniveau  18 Hz tot 30Hz (beta)  Bij neurofeedback > combinatie van de 2  Dmv. regulatiecircuits aangepast

9  Neurofeedback = interventie waarbij regulatie hersenen worden getraind  Uitgangspunt: activiteit hersenen van kinderen met ontw.stoornissen niet optimaal gereguleerd  Dmv. interventie directe feedback (via pc ) omtrent functioneren  Belonen hersenactiviteit of net niet > hersenactiviteit beïnvloeden > productie juiste hersengolven

10  Wanneer belonen?: Indien waarden EEG-signaal binnen vastgestelde grenswaarden vallen van alle frequentiebanden: BELONING  Hersenactiviteit omgezet in beelden  Beelden in vorm van film, spelachtige weergave  Kwaliteit film (beeld&geluid) en kwaliteit Spel (beeld,geluid&score) afhankelijk van hersengolven  Verschillende frequentiebanden worden via deze wijze volgens principe van operante conditioneringstechnieken versterkt of onderdrukt.

11  Werking neurofeedback meest onderzocht en toegepast bij jongeren met ADHD  Komt voort uit 1 e studies omtrent trainen van hersengolven m.b.t. Relatie tussen sensorimotor ritme (SMR)-activiteit en inhibitievermogen.  Onderzoek getest op katten  Training SMR-activiteit > verbetering inhibitievermogen  Kinderen met ADHD  Beperkt inhibitievermogen  Groep bèta-activiteit (15-8Hz) = meer humeuriger, last van driftbuien  Groep théta-activiteit (4-7Hz) = in minder mate = Fysiologische patronen Filmpje:

12  Toepassing praktijk (elektroden )  Verschillende frequentiebanden trainen( grenswaarden via EEG-signaal )  Uitgaande van de fysiologische patronen  kinderen/jongeren met ADHD voldoen zeker voor de helft aan diagnose: Oppositioneel opstandige gedragsstoornis  SCP = slow cortical potentials

13  Studie neurofeedback en medicatie vergelijken: verbetering op aandacht  FMRI = functional Magnetic Resonance Imaging  Neurofeedback = aanvullend voor medicatie  Meta-analayse: Neurofeedback heeft groot effect voor impulsiviteit en aandacht, middelgroot effect voor hyperactiviteit

14  Uit recent OZ met dubbel blind placebogecontroleerd onderzoeksdesign bij kinderen met ADHD en gezonden studenten bleek dat: Geen verschil in effect op aandacht en impulsiviteit tussen neurofeedbacktraining of een vorm van nepneurofeedbacktraining.  Andere ontwikkelingsstoornissen: geen OZ naar effecten van neurofeedback  Eind vorige eeuw: begin van studie van neurofeedback ij autismespectrumstoornissen

15  Wetenschappelijke studies laten zien dat neurofeedback op gedragsmatig niveau verandering geeft bij kinderen met ADHD  Aandachtklachten verbeteren  Impulsiviteitsklachten verbeteren  Voortuitgang van deze 2 gebieden werd gevonden bij training snelle SMR- en betagolven training van langzame SCPgolven + en combinatie van deze twee.

16  Is in tegenspraak met: 2 recente dubbel blind placebogecontroleerde onderzoeken, waar geen verschil is gevonden tss. Neurofeedbacktraining en nepneurofeedbacktraining.  Speculatie van de auteurs: Uitblijven van betere effecten bij neurofeedbacktraining zou liggen aan gehanteerde trainingsprotocollen die op basis van het EEG zijn vastgesteld per persoon.  Gebruikelijk bij commerciële instellingen

17  Factor voor gevonden effecten van neurofeedback: intensieve contact met behandelaar ( 2à3 keer per week, totaal 20-40sessies)  Aandacht van behandelaar voor kind zou verbetering op ADHD-symptomen kunnen bevorderen  Conclusie: neurofeedback werkt, maar hoe? Dat blijft de vraag. Verdere studie blijkt nodig!

18  Inhoud: Bongers, L., Bink, M. &van Nieuwenhuizen, Ch.(2011). Beter functioneren bij ADHDH-problematiek door neurofeedback?, 32,  Beeldmateriaal:  ck&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_qf.&bpcl= &biw=837&bih=484&wrapid=tljp &um=1&ie=UTF-8&tbm=isch&source=og&sa=N&tab=wi&ei=zdG8UJS0GYOphAf5kIGoBA  sch&tbnid=EPSSh2EXwrwg2M:&imgrefurl=http://gedragsproblemen33.wordpress.com/a dhd/&docid=ywSsaXmNjTuS2M&imgurl=http://gedragsproblemen33.files.wordpress.com /2008/04/adhd.gif&w=346&h=245&ei=KdO8UOuWB- Lb0QXT7IHYAg&zoom=1&iact=hc&vpx=2&vpy=133&dur=132&hovh=189&hovw=267&tx= 69&ty=103&sig= &page=1&tbnh=128&tbnw=143&start=0&ndsp= 24&ved=1t:429,r:0,s:0,i:146  m=isch&tbnid=gE4blwNUjWUU6M:&imgrefurl=http://www.hnwb.nl/een-vernieuwende- duurzame-digitale- discussie/discussie/&docid=GRg44XRhbNg4QM&imgurl=http://www.hnwb.nl/wp- content/uploads/2012/08/discussie.jpg&w=620&h=384&ei=ZdS8UJ6dH9DL0AX6iIH4Ag&z oom=1&iact=hc&vpx=304&vpy=165&dur=3027&hovh=177&hovw=285&tx=143&ty=91&si g= &page=1&tbnh=131&tbnw=211&start=0&ndsp=22&ved=1t:42 9,r:2,s:0,i:139

19  =1366&bih=620&tbm=isch&tbnid=aGygqEcPYOzuJM:&imgrefurl=http://www. bloggen.be/newsflash/archief.php%3FID%3D464558&docid=Mn32lvLHpu- RwM&imgurl=http://www.hln.be/static/FOTO/pe/10/12/0/media_xl_ jp g&w=466&h=264&ei=ENW8UKjQMcSS0QXPw4D4Cg&zoom=1&iact=hc&vpx=6 35&vpy=195&dur=133&hovh=169&hovw=298&tx=167&ty=64&sig= &page=1&tbnh=148&tbnw=227&start=0&ndsp=19&ved=1t:429,r:3, s:0,i:91  


Download ppt "Door Larissa Lippens 1BatPB2.  Inleiding  Gedragsproblematiek en hersenfunctioneren  Regulatie hersenactiviteit  Neurofeedback als regulatietraining."

Verwante presentaties


Ads door Google