De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Schizofrenie En verwante stoornissen Fien De Clerck – 1BaTpB Afbeeldingen: Google Afbeeldingen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Schizofrenie En verwante stoornissen Fien De Clerck – 1BaTpB Afbeeldingen: Google Afbeeldingen."— Transcript van de presentatie:

1 Schizofrenie En verwante stoornissen Fien De Clerck – 1BaTpB Afbeeldingen: Google Afbeeldingen

2 Inhoudstafel  Algemene inleiding  De diagnose  De symptomen  De diagnose a.d.h.v. DSM  Varianten van schizofrene stoornissen  Epidemiologie  Het kwetsbaarheidsmodel:  Cognitieve functiestoornissen  Stress  Coping  Behandeling  Revalidatie en rehabilitatie

3 Algemene Inleiding SCHIZOFRENIE IS … een psychische aandoening binnen het schizoïde spectrum (…). Een belangrijk kenmerk is dat er tijdens het verloop van de ziekte minimaal eenmaal een psychotische episode is opgetreden. (…) gaan gepaard met een afwijkende beleving van de werkelijkheid (een afwijkende cognitie), resulterend in onlogische gedachtepatronen, wanen, hallucinaties en in wisselende mate emotionele, denk- en gedragsstoornissen. (…)  Schizofrenie behoort tot de ernstigste en meest chronische psychiatrische ziekten.  +/ mensen lijden aan schizofrene of verwante aandoeningen (in Nederland)  Vaak blijvende arbeidsongeschiktheid en lange tijd (soms levenslang) afhankelijk van professionele hulp  Kenmerkt zich door psychotische perioden met ‘positieve perioden’ als wanen, hallucinaties, verwardheid & begeleidende verschijnselen als angst, depressie, achterdocht,agressiviteit, afwezigheid van ziektebesef,…  Afgewisseld door remissieperioden: met ‘negatieve perioden’ als apathie, vertraging, snelle mentale uitputting, bemoeilijkt denken,concentratiestoornissen en vervlakking van het gevoelsleven  Hersenen zijn bij schizofreniepatiënt gevoeliger voor overbelasting en kunnen minder doelmatig presteren  Sleutelwoord bij zorg voor mensen met schizofrenie is het leren omgaan met stoornissen, beperkingen en verlies van vaardigheden. definitie:

4 De diagnose  Bijna altijd door psychiater o.b.v. de aard v/d psychotische verschijnselen, het verloop en het niveau van functioneren  Kenmerkend zijn *recidiverende psychotische perioden * = het terugkomen van

5 De symptomen  Hallucinaties  De droomachtige waarneming van dingen die niet uit de werkelijkheid voorkomen, maar uit het eigen ik. Voorbeelden zijn: auditieve hallucinaties (het horen van stemmen, veel voorkomend bij schizofrenie) en visuele hallucinaties (het zien van dingen).  Wanen  Een onjuiste en niet te corrigeren overtuiging, waarin de patiënt zelf vaak centraal staat. Worden ervaren als algemene waarheden. Vaak bizar: de mogelijkheid dat ze waar zijn is uitgesloten. Voorbeelden van waanstoornissen zijn: grootheidswaan, achtervolgingswaan, betrekkingswaan en jaloersheidwaan...  Negatieve symptomen  Vervlakking v/h gevoelsleven  Verlies van spontaniteit en initiatief  Vermijding van contacten  Voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen  Wordt meestal gezien als uitval van functies, maar kan ook als ‘coping’ (*) gezien worden, een soort van zelfbeschermingsgedrag.  Negatieve symptomen depressieve verschijnselen, persoonlijkheidstrekken die aanwezig waren voor de ziekte, of bijwerkingen van (klassieke) antipsychotica.  Katatone symptomen  = stoornissen van motoriek en lichaamshouding  Wijzen vaak op organisch-cerebrale functiestoornissen (en dus niet specifiek voor schizofrenie)  Bekendste vorm van katatone geremdheid is bewegingsloosheid (stupor) in combinatie met een niet te doorbreken stilzwijgen (mutisme).  Andere vb’en zijn negativisme, stereotypieën en grimasseren. (*) Coping is een begrip uit de psychologie, waarmee de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat wordt bedoeld. Het betreft de omgang met alle soorten voortdurende stressoren, zoals werkloosheid, echtscheiding,pijn of oorlog. Het Engelstalige begrip, dat ook in de Nederlandstalige literatuur gangbaar is, is afgeleid van to cope with (kunnen omgaan met of opgewassen zijn tegen iets). [ Bron: Wikipedia]

6 De diagnose a.d.h.v. DSM  DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (Amerikaans handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen)  Criteria voor diagnose:  Een maand lang gedurende groot deel v/d tijd ten minste 2 v/d volgende symptomen:  Wanen, hallucinaties, ontregelde spraak, ontregeld of katatoon gedrag (= helemaal niet of doelloos overmatig bewegen)  Sociaal functioneren  Duur  Tijdens actieve psychotische fase zijn er geen (hoogstens kortdurende) depressieve of manische perioden  Stoornis is niet gevolg van middelgebruik of algemene medische aandoening

7 Varianten van schizofrene stoornissen We onderscheidden een aantal typen:  Paranoïde type: *preoccupatie met wanen en hallucinaties = een zich herhalend, stereotiep patroon van gedrag, interesse en activiteit.  Gedesorganiseerde type: onsamenhangende spraak, ernstige cognitieve functiestoornissen en inadequaat affect = ongepaste emotie, gemoedsaandoening, hartstocht, heftige gemoedsbeweging  Katatone type: motorische stoornissen  Schizofrene psychose: kortdurende vorm van schizofrenie  Schizo-affectieve psychose: psychotische- EN stemmingsstoornissen

8 Epidemiologie = leer van de epidemieën; wetenschappelijk onderzoek naar de verbreiding van ziekten - binnen bevolkingsgroepen.  Jaarlijkse incidentie van 2 per mensen (incidentie = het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde ziekte in een omschreven populatie tijdens een omschreven periode)  Prevalentie is 60x hoger => stoornis is dus vaak chronisch  Schizofrenie komt voor in alle lagen v/d bevolking, zowel bij mannen als vrouwen  Etnische minderheden uit de Antillen, Suriname en Marokko lopen verhoogd risico (geen goede verklaring)  Opgroeien in stedelijke omgeving verhoogt ook het risico (waarom is onbekend)  Genetische factoren spelen duidelijke rol  Breekt meestal uit in leeftijdsfase waarin de ‘patiënt’ zelfstandig gaat worden, opleiding moet kiezen of voltooien, partner vinden, …  Psychotische fasen in dit proces vertragen het zelfstandigheidsproces aanzienlijk; sociale achterstand wordt dus steeds groter  Primaire preventie is niet mogelijk  Secundaire preventie vooral gericht op het voorkomen van terugval

9 Het kwetsbaarheidsmodel (hoe kwetsbaarder, hoe minder stress nodig om psychose uit te lokken) We onderscheidden 3 componenten:  Cognitieve functiestoornissen  Stress  Coping

10 Cognitieve functiestoornissen  Komen vaak al voor in de pre-psychotische periode maar zijn nog niet zo opvallend  Ernstige problemen met aandacht: verhoogde afleidbaarheid en onvermogen om langdurig geconcentreerd te blijven (Het hoofd is als het ware ‘vol’)  Sociaal: moeite om groepsgesprekken te volgen, emoties begrijpen,, drukte verdragen, … (Voelen zich overspoeld door alles wat op hen afkomt en zij onvoldoende kunnen filteren)  Inprenting van nieuwe informatie en ophalen van oude informatie  Executieve functies: sturing v/h gedrag, planning, vooruitzien, keuzes maken, beslissingen nemen, flexibel reageren, …  Aard en ernst v/d cognitieve stoornissen kunnen worden vastgesteld m.b.v. neurobiologisch onderzoek

11 Neurobiologisch onderzoek Onderzochte functiedomeinen:  Algemeen intellectueel functioneren  A.d.h.v. intelligentietest  Geheugen  Deelaspecten: directe geheugenspanne (max. hoeveelheid informatie verwerking per keer), capaciteit v/h werkgeheugen (hoe snel informatie verwerkt wordt), aanleervermogen, vermogen om informatie op te diepen uit langetermijngeheugen, passieve herkenning  Informatieverwerking en aandacht  Deelaspecten: tempo van informatieverwerking (meestal a.d.h.v. reactietijdmetingen), aandachtsniveau (intensiteit v/d aandacht), volgehouden aandacht, gerichte aandacht (concentratie op relevante informatie)  Executieve functies  Cognitieve functies noodzakelijk voor succesvolle planning en bijsturing van gedrag  Onderzochte processen: coceptformatie (zoeken nar onderliggende algemene principes), mentale flexibiliteit ( soepel wisselen tussen verschillende taken), genererend vermogen (snel en efficiënt zoeken in het langetermijngeheugen), probleemoplossend vermogen (puzzels), planning (doolhoven) en coördinatie (uitvoeren van meerdere taken tegelijk)

12 Stress Aanvankelijk bestudeerd in het onderzoek naar ‘life events’ (ingrijpende gebeurtenissen in het leven zoals verlies v/e geliefde, echtscheiding, faillissement,…)  Psychotische perioden worden vaak voorafgegaan door ‘life events’  Vaak gebeurtenissen die niemand vreemd zijn, maar die wanneer je kwetsbaarder bent, meer dan een gewone belasting betekenen.  Conclusie: stress veroorzaakt bij mensen met een aanleg voor psychoses grotere problemen. Door hun grotere gevoeligheid voor prikkels van buiten, komt stress als het ware harder bij hen aan.

13 Coping = de manier waarop iemand omgaat met problemen en gebeurtenissen, alsmede omgaat met hevige gedachten of gevoelens.  Hier : de mentale inspanning om te voorkomen dat stress boven een bepaalde drempelwaarde uitstijgt.  Onderscheid tussen probleemgerichte (1) en emotiegerichte (2) coping  (1) : copinggedrag is doelgericht en reduceert de stress  (2) : de patiënt beoordeelt de stressor als niet beheersbaar, copinggedrag is vooral zelf beschermend en angstreducerend  Vb. vermijding, middelenmisbruik, reductie van activiteit, agressief gedrag (! Vooral bij patiënten met schizofrenie)  Revalidatie moet zich daarom richten op het aanleren van probleemgerichte coping door het ontwikkelen van zelfcontrole

14 Behandeling  Snel en adequaat  D.m.v. psychofarmaca  Antipsychotica doen wanen, hallucinaties en verwardheid verdwijnen  Niet altijd een volledig herstel (mensen met ernstige negatieve symptomen of ernstig verward zijn reageren veel minder gunstig)  Antipsychotica zijn vrijwel altijd en langdurig noodzakelijk !  Om terugval te vermijden, langer te gebruiken dan de psychotische fase  Terugvalrisico 2x zo groot bij afgebroken behandeling Na succesvol bestrijden v/d psychose richt de behandeling zich i/d vorm van psychosociale interventies op het voorkómen van terugval en op de verwerking v/h veranderde toekomstperspectief  Omgevingsfactoren zijn daarbij van groot belang !  Ondersteuning en begrip zijn ook heel belangrijk !  Cognitieve gedragstherapie: psychotische symptomen in te kaderen in een ziektemodel ; als de patiënt de symptomen anders beleeft, kan men er ook anders mee omgaan en zich er minder aan ‘overgeleverd’ voelen

15 Revalidatie en rehabilitatie Revalidatie  = medische en sociale zorg om iemand, die door een ziekte of door letsel te maken heeft met functieverlies, weer zo goed mogelijk te leren functioneren  Gericht op onderliggende cognitieve functiestoornissen bij schizofrenie  Soort van fysiotherapie voor schizofrenie  Leren van vaardigheden ten behoeve van sociale rollen Rehabilitatie  = proces waarbij door hulpverlening en begeleiding en door beïnvloeding van de omgeving een bijdrage wordt geleverd aan het herstel of de uitbreiding van de handelingscompetentie van de cliënt in zijn woon-, werk- en leefomstandigheden  Het proces van herstel in sociale posities en emancipatie  Het uitvoeren van de sociale rollen binnen een betekenisvolle context  Volgt op de revalidatie

16 Zo, hopelijk weet je nu wat meer over schizofrenie !


Download ppt "Schizofrenie En verwante stoornissen Fien De Clerck – 1BaTpB Afbeeldingen: Google Afbeeldingen."

Verwante presentaties


Ads door Google