De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Strategieën voor valpreventie Prof. Koen Milisen Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap, K.U.Leuven Dienst Geriatrie, UZ Leuven.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Strategieën voor valpreventie Prof. Koen Milisen Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap, K.U.Leuven Dienst Geriatrie, UZ Leuven."— Transcript van de presentatie:

1 Strategieën voor valpreventie Prof. Koen Milisen Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap, K.U.Leuven Dienst Geriatrie, UZ Leuven

2 Definitie Een valincident meestal omschreven als:  “unintentional”; plots, onverwacht, per ongeluk  één of andere vorm van contact met de grond, of lager gelegen oppervlak Sommige studies sluiten valincidenten uit t.g.v.  auto ongeval, sportongeval  geweld  syncope of ander majeur intrinsieke oorzaak zoals een beroerte (CVA) of myocard infarct (Masud & Morris, Age Ageing 2001)

3 Voorkomen Bij thuiswonende ouderen  28% - 35% van 65-plussers valt minstens 1 keer per jaar  32% - 42% bij 75-plussers  15% - 50% valt 2 of meerdere keren per jaar ‘gezonde’ ouderen hebben een jaarlijkse valincidentie van 15%  66% kans op een nieuw valincident binnen het jaar! (Masud & Morris, Age Ageing 2001, Milisen et al., Tijdschr Gerontol Geriatr 2004)

4 Voorkomen Bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis  2,9 tot 13 valincidenten per 1000 verpleegdagen  2% tot 15% valt minstens 1 keer tijdens de opname 8% tot 44% valt meerdere keren cijfers variëren sterk in functie van onderzoeksmethoden, populatie, afdeling, …  over het algemeen minder valincidenten op chirurgische afdelingen dan op andere afdelingen  op geriatrische afdelingen gaande tot 52% (Coke & Oliver, 2003; Myers, 2003; NVKG richtlijn, 2004; Oliver et al., 1997; Oliver et al., 2004; Papaioannou et al., 2004; Vassallo et al, 2004; Verhaeghe et al., 2004)

5 Voorkomen Multicenter studie in 6 Belgische ziekenhuizen (Verhaeghe et al., 2004)  2703 patiënten van 19 jaar of ouder  gemid. lftd = 67.5 jaar; 55.7% vrouwen  minstens 48 uur gehospitaliseerd aantal valincidenten per 1000 verpleegdagen % vallers op het totaal aantal patiënten van die populatie (aantal vallers *100 / aantal patiënten) totale steekproef (n= 2703) 7,55,5% chirurgie (n= 911; 33.7%) 2,11% alg. inwendige GNK (n= 1059; 39.2%) 6,94,5% geriatrie (n= 733; 27.1%) 9,912,4%

6 Voorkomen Bij bewoners in ROB/RVT  30-70% ten minste eenmaal per jaar 15-40% valt tweemaal of vaker hoogste risico bij bewoners met psychogeriatrisch profiel (NVKG richtlijn, 2004)

7 Onderschatting van problematiek Val zonder letsel wordt vaak niet vermeld Confrontatie door toegenomen fragiliteit Vrees voor opname in rusthuis (Tideiskaar, Geriatrics 1989; Baldwin et al., J Gerontol Nursing 1993)

8 Impact op de oudere persoon Fysieke impact (40% - 60%)  klein letsel: 30% - 50% verstuiking, snijwonde, weefselbeschadiging  ernstig letsel: 10% - 15% breuken: 5% - 10%; heup: 1% - 2%; letsel van weke delen en hoofdtrauma: 5% Psychologische impact:  angst om opnieuw te vallen: 32% - 63% verlies van zelfvertrouwen, verlies van onafhankelijkheid, sociale isolatie, depressie, … leidt tot toename van het valrisico, verdere hospitalisatie (AGS panel on falls prevention et al., JAGS 2001; Masud & Morris, Age Ageing 2001; Milisen et al., Tijdschr Gerontol Geriatr 2004; Tinetti, NEJM 2003)

9 Impact op de oudere persoon Toegenomen kans op overlijden  onvrijwillig letsel = 5de doodsoorzaak bij 75-plussers  valaccidenten = belangrijkste oorzaak van onvrijwillig letsel belangrijkste reden waarom ouderen met botontkalking hun heup breken  heupfractuur 20% wordt immobiel slechts 14% - 21% weer volledig ADL-zelfstandig 25% - 33% sterfterisico binnen het jaar (AGS panel on falls prevention et al., JAGS 2001; Masud & Morris, Age Ageing 2001; NVKG richtlijn, 2004)

10 Economische impact Toegenomen middelenbesteding rusthuisopname = 3 x groter voor vallers ziekenhuisopname t.g.v. vallen neemt 6 maal toe vanaf 65 jaar valletsel = duurste categorie van alle trauma’s bij ouderen (Englander et al., J Forensic Sciences 1996; Masud & Morris, Age Ageing 2001)

11 Kostprijs van bezoek aan SPG en 9 maand nazorg t.g.v. letsels in Nederland (Meerding et al. Eur J Public Health 2006) Oorzaken van totale kost:  57% t.g.v. accident thuis, waarvan 44% valaccidenten  19% verkeer  10% sport  5% beroep (Kneuzing, schaafwonde, …)

12 Two-fifths of these excess costs are incurred during the first three months following hospital discharge Increasing age at the time of injury and living in an institution before the fracture are among the most important determinants of an increased cost of care after hospital discharge (Haentjens et al. Disabil Rehabil 2005) (Kneuzing, schaafwonde, …)

13 Verblijfsduur Multicenter studie in 6 Belgische ziekenhuizen (Verhaeghe et al., 2004) Gemiddelde verblijfsduur van de vallers (n = 148) Gemiddelde verblijfsduur van de niet-vallers (n = 2555) P-waarde chirurgie12,3 dagen5,6 dagen0,000 algemeen inwendige GNK 16,4 dagen8,3 dagen0,044 geriatrie26 dagen17,3 dagen0,000

14 Andere negatieve gevolgen Schuldgevoelens medisch en verplegend personeel Klachten van patiënt & familie  juridische gevolgen

15 Strategieën voor valpreventie Primaire valpreventie Secundaire valpreventie Preventie van breuken

16 Primaire preventie Doelstelling:  bevorderen van voldoende fysieke activiteit om reflexen, spierkracht en bewegingscoördinatie te onderhouden  afname van het risico op vallen

17 Primaire preventie Weinig evidentie beschikbaar voor effectiviteit in het kader van valpreventie  oefeningen dienen aangepast aan het individu Opgelet met “niet” begeleide en “niet” gerichte oefeningen bij kwetsbare ouderen  uitdagende, maar veilige oefeningen! intensieve gezondheidswandelingen (“brisk walking”) bij postmenopauzale vrouwen wordt afgeraden o.w.v. verhoogd risico op osteoporose oefeningen om weerstand op te bouwen leiden mogelijks tot toegenomen vermoeidheid en spierletsels (Moreland et al., Gerontology 2003; NICE guideline 2004; Sherrington et al., J Sci Med Sport 2004)

18 Secundaire valpreventie Doelstelling  het voorkomen van (nieuwe) valincidenten bij ouderen (> 65 jaar) met verhoogd risico: twee of meerdere keren gevallen in afgelopen 6 tot 12 maanden evenwicht en mobiliteitsproblemen (AGS panel on falls prevention et al., JAGS 2001; Tinetti, NEJM 2003; NICE Guideline 2004; NVKG richtlijn, 2004)

19 Multifactoriële evaluatie gevolgd door multidisciplinaire interventies gericht op de geïdentificeerde risicofactoren hoogst bewezen vorm van effectiviteit  reductie in valincidenten van 25% tot 39% weinig bewezen effect op incidentie van ernstige verwondingen  niet aangetoond welke componenten het meest effectief zijn  de ernst van het risicoprofiel van de oudere persoon heeft geen invloed op de effectiviteit cave ouderen met ernstige cognitieve problemen (vb. dementie) (Gillespie et al., Cochrane 2003; Tinetti, NEJM 2003; Chang et al., BMJ 2004; Kannus et al., Lancet 2005) Secundaire valpreventie

20 Preventie van breuken Heupprotectoren  effectiviteit???  hoge therapieontrouw (Parker et al., Cochrane 2005)

21 Preventie van breuken Medicamenteus  bij fréle ouderen (valproblematiek, RVT, …) mg Ca/dag & 800 E vit D/dag  25% reductie in risico op fractuur  preventie van botafbraak + spierversterkend (valrisico daalt met 23%)  bij osteoporose (botmeeting) Ca & vit D + bifosfonaten (vb. actonel, fosamax) (Boonen et al., JAGS 2004; Bischoff-Ferrari et al., JAMA 2005, Allain, Age Ageing 2005)

22 Perceptie van ouderen op valpreventie strategieën Promoten van sociale waarden bij groepsprogramma’s  valpreventie als behoud van onafhankelijkheid en controle Bij individueel gerichte strategieën  strategieën aanpassen aan noden en behoeften van de oudere  wat is realistisch en haalbaar voor de oudere?  aanpak van barrières voor deelname zoals valangst en ontkenningsgedrag Continue follow-up van therapietrouw (McInnes & Askie, Worldviews on Evidence-Based Nursing 2004)

23 Uniforme aanpak in Vlaanderen voor valproblematiek bij thuiswonende ouderen met verhoogd risico Project in opdracht van minister Inge Vervotte Ontwikkeling instrumentarium voor multidisciplinaire uniforme aanpak valproblematiek  ‘State of the art’  haalbaar en werkbaar voor praktijk Logo’s, huisarts, verpleegkundige, ergotherapeut en kinesitherapeut Onderdelen  case finding  multifactorieel assessment  multifactoriële interventies

24 UZ Leuven valkliniek Gespecialiseerde, multidisciplinaire dienstverlening, welke zich toespitst op de evaluatie en de aanpak van patiënten met (complexe) val, mobiliteit – en evenwichtsproblemen Plant een interventieprogramma waarbij adviezen worden aangereikt en eventueel doorverwezen wordt naar bestaande diensten voor verdere behandeling Binnen de daghospitalisatie geriatrie Patiënten ambulant op vraag van huisarts, van spoedgevallen of van een andere niet-geriatrische dienst


Download ppt "Strategieën voor valpreventie Prof. Koen Milisen Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap, K.U.Leuven Dienst Geriatrie, UZ Leuven."

Verwante presentaties


Ads door Google