De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

OMGAAN MET LIJDEN VANUIT SCHRIFT EN THEOLOGIE 2009-2010 Presentatie 3.

Verwante presentaties


Presentatie over: "OMGAAN MET LIJDEN VANUIT SCHRIFT EN THEOLOGIE 2009-2010 Presentatie 3."— Transcript van de presentatie:

1 OMGAAN MET LIJDEN VANUIT SCHRIFT EN THEOLOGIE Presentatie 3

2 VERKENNINGEN “LIJDENSTHEOLOGIE” in historisch en hedendaags perspectief

3 LijdenGodMens IVERGELDINGSMODELIk zie het lijden als een straf van God straf voor de zondeRechtvaardige rechterzondaar voor God God als indirectemacht > liefde oorzaakafstand > nabijheid IIPLANMODELIk zie het lijden als een onderdeel van het plan dat God in de wereld uitvoert. doelgericht mysterieGrote regisseurinstrument van God God als directemacht > liefde oorzaakafstand > nabijheid IIIOPVOEDINGSMODEL Ik zie dat God ons in het lijden oproept om betere mensen te worden. louteringWijze opvoederkind van God God als indirectemacht >< liefde oorzaakafstand >< nabijheid IVSYMPATHIEMODELIk zie dat God in het lijden met ons meelijdt. zinloos mysterieMede-lijdende vriendlijdende vriend Over oorzakelijkheidmacht < liefde heenafstand < nabijheid VMYSTIEKE MODELIk zie het lijden als een weg naar vereniging met God. persoonlijk mysterieIntieme partnergodvormige partner Over oorzakelijkheidmacht < liefde heenafstand < nabijheid

4 Het verhalende en getuigende element

5 VERKENNINGEN ‘Lijdenstheologie’ in historisch en hedendaags perspectief 1. De (on)mogelijkheid van een ‘theologie over het lijden’? 2. Denken over lijden : beknopt historisch overzicht 3. Lijdenstheologie in een post-christelijke tijd 4. De wanhopige vraag : “Waarom?” 5. De dwaasheid van het kruis

6 Post-christelijke tijd  “Dit weke pluralisme biedt weinig houvast in lijdenssituaties” (Marc Desmet)  “ontbreken van een levensbeschouwelijke ruggengraat” (Bert Vanderhaegen) “Ik merk dat mensen zich niet of te weinig bezighouden met vragen waar het geloof een antwoord op geeft. Mensen hebben nood aan een spirituele ruggengraat, want als ze geen wortels hebben waar ze zich aan kunnen voeden, liggen ze bij de eerste spirituele storm op de grond.” (K&L, )

7 Een cultuur van “agnosme” (Anton Houtepen)  Een diffuus proces waarbij God en de verwijzing naar God langzamerhand uit het bewustzijn verdwijnen.  Een leefvorm waarin God in de vergetelheid geraakt : God hoeft niet meer. (“Wat missen we eigenlijk wanneer we God uit ons woordenboek schrappen?” )  Het culturele agnosme is een diepgaand proces van bewustzijnsverandering : van anders denken, anders voelen, anders handelen met betrekking tot alle domeinen van het leven, inclusief de grenzen ervan: geboorte en dood.

8 De onmacht om in God te geloven “Ik zou het prachtig vinden als ik kon aanvaarden dat God bestond. Dat vind ik een van de grootste tragedies, dat God niet zozeer dood is als wel een rationele onmogelijkheid.” (Freek De Jonge)

9 “Betty Mellaerts over de mens” Gelooft u in God? Nee. Ik ben erg wetenschappelijk ingesteld. Het is in hoge mate te verklaren hoe alles is ontstaan en hoe het leven is geëvolueerd. Er blijft altijd een mysterie over, maar dat heeft voor mij niets met godsdienst of religie te maken. (stil) Dit is wel een van de moeilijkste onderwerpen, natuurlijk. (…)

10 “Betty Mellaerts over de mens” (…) Maar ik ga ervan uit dat na dit leven alles ophoudt, dat er verder niets bestaat, geen hiernamaals, geen God, geen goden. Ik zie wel dat andere mensen troost vinden in hun godsdienst, maar ik schiet daar niets mee op. (…)

11 “Betty Mellaerts over de mens” Benijdt u de gelovige mens soms niet? Nee, want ik kan mij niet voorstellen dat ik de verantwoordelijkheid voor mijn leven zou afstaan aan iets of iemand die buiten mezelf ligt. Misschien heb ik dat al te vaak gedaan in mijn leven. Ik zou me niet kunnen onderwerpen aan dat systeem. (…)

12 “Betty Mellaerts over de mens” (…) En ik heb ook geen godsdienst nodig om te weten hoe ik een goed mens kan proberen te zijn, hoe ik kan proberen te leven op een vriendelijke manier, zonder andere mensen pijn te doen. En zelfs toen mijn vader op sterven lag, is het geen seconde bij mij opgekomen om iets of iemand te aanroepen om mij bij te staan.”

13 Alfons Vansteenwegen “Ik houd niet van de reductie van de zin van het leven tot het meetbare en vaststelbare. De mens wordt te vaak herleid tot ‘een waterzak met genen’. Er is een andere dimensie, één waarover het moeilijk praten is. Ik ben niet de constructeur van alles.

14 Alfons Vansteenwegen (…) Gelovig zijn betekent voor mij dat ik aanvaard dat er een werkelijkheid is die mij gegeven wordt. Door wie of wat? Hoe moet je daar in deze tijd nog over praten? Het beeld van de bompa met de baard werkt niet meer. Ik zou kunnen zeggen ‘laatste werkelijkheid’, of ‘betekenisgever’, maar ook die begrippen schieten tekort. We hebben nieuwe beelden nodig. Dat het om een persoon zou gaan, is zo moeilijk hanteerbaar. Het is meer dan dat en zeker totaal anders. Nog belangrijker dan de vraag naar hoe we het noemen is de vraag naar ruimte voor dat onnoemelijke. Ik wil graag plaats laten voor enige transcendentie, ook al weet ik niet hoe ik het moet invullen. (…)

15 Alfons Vansteenwegen (…)Misschien dat ik daarom aan mijn kinderen de openheid voor een andere dimensie probeerde door te geven. Ik zie dat hun generatie anders in het leven staat, en vrees dat een hogere dimensie voor velen ontoegankelijk is, onvoorstelbaar zelfs. Ik wil iets overhouden, maar geen radicaal fundamentalisme en geen grijs horizontalisme. Het is iets povers. Als de mens een biologische en een psychologische laag heeft, dan toch ook een spirituele? Misschien is het niet veel meer dan enkel de vraag : houden we het open of niet?”

16 Het evangelie volgens Dimitri Verhulst (De Standaard – 10 november 2009) Het Ensor Strijkkwartet toert door Vlaanderen met Haydns ‘Zeven laatste woorden'. Dimitri Verhulst schreef er evenveel nieuwe verhalen bij. Dat nieuwe repertoire hoeft niet te verwonderen. ‘Ik ben doordrenkt van de beeldtaal van de evangelies', zegt hij.

17 De 7 kruiswoorden(NBV) MtMcLcJo “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen 23,34 “Ik verzeker je, nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn” 23,43 “Dit is uw zoon.” “Dat is je moeder”19,26-27 “Eloi, Eloi, lema sabachtani”27,4615,34 “Ik heb dorst”19,28 “Het is volbracht”19,30 “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”23,46

18 Het evangelie volgens Dimitri Verhulst (De Standaard – 10 november 2009) Waarom hebt u nieuwe teksten geschreven bij de ‘Zeven laatste woorden'? ‘Anderen zijn mij daarin voorgegaan, zoals de Portugese schrijver José Saramago. Die kwartetten hebben intussen een zekere literaire traditie, naast de muzikale.' ‘Ook de zeven verhalen die ik geschreven heb, gaan over lijden en dood. Mijn aanpak zou je kunnen vergelijken met die van de Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski in zijn Dekaloog: je gebruikt een religieus thema, om iets te vertellen dat des mensen is. Ik ben telkens vertrokken van de basiszin, zoals “Heden zult gij bij mij zijn in het paradijs”, maar lees die dan met een humanistische bril.' ‘Ik heb ook zoveel mogelijk rekening gehouden met de muziek. Bij “Ik heb dorst” kan je horen hoe de violen druppels suggereren. Dus probeer ik dat druppelende ritme ook in de cadans van de tekst te leggen.'

19 Het evangelie volgens Dimitri Verhulst (De Standaard – 10 november 2009) Wat is uw band met de teksten en de rituelen van de liturgie? ‘Hoe Jezus belachelijk gemaakt wordt en vernederd aan het kruis: die beeldtaal van de evangelies zit in mij. Zelfs met de verschillende versies van de vier evangelisten ben ik vertrouwd. Van mijn zesde tot mijn dertiende was ik een trouwe kerkganger. Ik heb ook twee jaar op een internaat doorgebracht, waar er zelfs voor het slapengaan naar de mis gegaan werd. In de Sint-Martinuskerk in Aalst kon je in die tijd nog een zeldzame mis in het Latijn horen.' ‘Je zal mij nooit lacherig horen doen over godsdienst. Ik wil mij niet van mijn opvoeding afkeren. Al hoor ik niet tot die categorie die vindt dat je je kinderen naar het katholiek onderwijs moet sturen om ze de Westerse cultuur te laten doorgronden. Ik vind het veel makkelijker en concreter om de existentiële vragen rechtuit te formuleren. Een godsdienstige kapstok heb ik daarvoor niet nodig.'

20 VERKENNINGEN ‘Lijdenstheologie’ in historisch en hedendaags perspectief 1. De (on)mogelijkheid van een ‘theologie over het lijden’? 2. Denken over lijden : beknopt historisch overzicht 3. Lijdenstheologie in een post-christelijke tijd 4. De wanhopige vraag : “Waarom?” 5. De dwaasheid van het kruis

21 De wanhopige vraag : ‘WAAROM’ ?

22 GEZOND vanzelfsprekende verhoudingen lichaam-instrument groot territorium begrip, organisatie rond ego theoretische vraag weinig waaroms ZIEK conflictueuze belevingen LICHAAM lichaam-hinder DINGWERELD klein territorium MENSENWERELD onbegrip – isolement EINDIGHEID ervaring, te veel waaroms GENEZEN groeiend naar nieuwe harmonie lichaam-partner waarde van het alledaagse begrip om onbegrip solidariteit kern-leven aanvaarding

23 “Mijn lastige vriend” Katrien KUTI “Ik zeg je, meisje sta op.” Over hoop en vreugde als je leeft met beperkingen.

24 Waarom-continuüm INTERESSE-uitersteWANHOOP-uiterste  Alles wat als mogelijk antwoord bedacht of gevonden is in de buurt van het interesse- uiterste van het waarom-continuüm, is ongeldig in de buurt van het wanhoop-uiterste

25 Waarom-continuüm INTERESSE-uitersteWANHOOP-uiterste  In de buurt van het wanhoop-uiterste van het continuüm wordt de waarom-vraag in toenemende mate een hulp-vraag.

26 Waarom-continuüm INTERESSE-uitersteWANHOOP-uiterste  Gespecialiseerde hulpdiensten en therapeuten zijn niet bij machte naar behoren in te gaan op de hulpvraag die verborgen zit achter de uiterste waarom-vraag.

27 “U geeft mij antwoord” Psalm 22 en de waarom-vraag

28 Psalm 22 “IS DE GOEDE GOD DOOF?” Priester Gaston Schoonbroodt op de uitvaart van Julie en Melissa (1996)

29 Mc 14,50.15, “Toen lieten allen hem in de steek, en vluchtten weg.” “Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem : ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf toch door van dat kruis af te komen.’ Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!’ Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem. Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem : Eloï, Eloï, lema sabachtani?’, wat in onze taal betekent : ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’.”

30 Jean ROULLAND “Le Christ Oublié” (1975)

31 “Natuurlijk ben ik van mening dat het christelijk geloof, uiteindelijk, onuitsprekelijk troostrijk is. Maar het begint niet met troost. Het begint met verslagenheid en het heeft geen enkele zin naar die troost op zoek te gaan zonder eerst die verslagenheid te doorlopen.” C.S. LEWIS

32 VERKENNINGEN ‘Lijdenstheologie’ in historisch en hedendaags perspectief 1. De (on)mogelijkheid van een ‘theologie over het lijden’? 2. Denken over lijden : beknopt historisch overzicht 3. Lijdenstheologie in een post-christelijke tijd 4. De wanhopige vraag : “Waarom?” 5. De dwaasheid van het kruis

33 Lijden als bron van alle religie? Willem VERMANDERE over kleinzoon RUNEKE

34 Lijden als bron van alle religie? “... Uitgesproken mislukkingen die tot mijlpalen in de geschiedenis van de menselijke hoop zijn geworden.” Pinchas LAPIDE

35 1 Kor 1,18- 2,5 “Wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, Gods kracht en Gods wijsheid. De dwaasheid van God is namelijk wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.”

36 “Aan de christenen in Korinthe”  een uniek kerkdocument  geschreven in de lente van het jaar 54 vanuit Efese  Paulus had anderhalf jaar verbleven in de stad (eind 49 tot begin 51)  Korinthe was een uitgestrekte en bedrijvige stad met verschillende havens, een kosmopolitische stad, een smeltkroes van culturen (multi-cultureel en – religieus)

37 “Aan de christenen in Korinthe” Kleine christelijke gemeenschap, één van de vele religieuze groepen in de stad, met vele vragen : Hoe kunnen mensen met uiteenlopende maatschappelijke en religieuze achtergronden ooit met elkaar een gemeenschap vormen? Hoe een waarachtig christelijk leven leiden in een hellenistisch heidens milieu? Hoe radicaal dient het leven van ‘heidenen’ die christen werden te veranderen?

38 “Aan de christenen in Korinthe”  1,10-11 : onenigheid, partijdigheid : bron is: de zelfgenoegzaamheid, de ‘vermeende’ wijsheid, pretentie van sommige christenen in Korinthe? de ‘wijsheid’ die ze menen te hebben, zoals Apollos (uit Alexandrië) ze hen geleerd heeft?

39 “Aan de christenen in Korinthe”  Antithesen en paradoxen: Wijsheid – dwaasheid Sterk – zwak van God – van de mensen

40 1 Kor 1,18- 2,5 “Wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, Gods kracht en Gods wijsheid. De dwaasheid van God is namelijk wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.”

41 1 Kor 1,18- 2,5 een gekruisigde Christus :  Het kruis bleef voor Paulus een aanstootgevend en ergerniswekkend symbool : een vloek, een dwaasheid  Maar deze gekruisigde is door God opgewekt uit de dood,  Zo wordt het kruis een paradox : teken van Gods wijsheid en kracht

42 1 Kor 1,18- 2,5 “De religie van de paradox”

43 1 Kor 1,18- 2,5 “De religie van de paradox” “Niet alleen maakt de grote God zich klein door mens te worden in Jezus, hier verheft Hij daarbij nog de dwaasheid tot de rang van wijsheid. Hier bereikt de goddelijke paradox haar climax.”

44 “Alexamenos aanbidt zijn god”

45  Christenen die zich ‘wijs’ achten moeten bereid zijn te accepteren dat zij volgelingen zijn van een mens die de verachtelijke dood aan het kruis is gestorven.

46 Andrea Riccardi “Onze tijd erft geen triomfalistisch, alomtegenwoordig of arrogant christendom, maar een ‘zwakke kracht’. Te midden van de complexe wereld van vandaag zijn christenen inderdaad zwak. Maar wij hebben niet langer schrik van de zwakte. Een krachtig geloof bewaren betekent niet dat je je zwakte moet verliezen. De kracht wordt pas duidelijk in de zwakte. De grootste verwezenlijkingen van het geloof stonden precies in het teken van de ‘zwakke kracht’.”

47

48 (dames) Uit uw hemel zonder grenzen komt Gij tastend aan het licht met een naam en een gezicht even weerloos als wij mensen.

49 (dames en heren) Als een kind zijt Gij gekomen als een schaduw die verblindt, onnaspeurbaar als de wind die voorbijgaat in de bomen.

50 (heren) Als een vuur zijt Gij verschenen, als een ster gaat Gij ons voor, in den vreemde wijst uw spoor, in de dood zijt Gij verdwenen.

51 (tussenspel)

52 (dames en heren) Als een bron zijt Gij begraven, Als een mens in de woestijn. Zal er ooit een ander zijn, ooit nog vrede hier op aarde?

53 (dames en heren) Als een woord zijt Gij gegeven, als een nacht van hoop en vrees, als een pijn die ons geneest, als een nieuw begin van leven.

54


Download ppt "OMGAAN MET LIJDEN VANUIT SCHRIFT EN THEOLOGIE 2009-2010 Presentatie 3."

Verwante presentaties


Ads door Google