De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Deel II Psychiatrische stoornissen en strafbaar gedrag Les 3: Verstandelijke handicap en ADHD Les 4: Psychosen Les 5: Alcohol- en andere drugproblemen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Deel II Psychiatrische stoornissen en strafbaar gedrag Les 3: Verstandelijke handicap en ADHD Les 4: Psychosen Les 5: Alcohol- en andere drugproblemen."— Transcript van de presentatie:

1 1 Deel II Psychiatrische stoornissen en strafbaar gedrag Les 3: Verstandelijke handicap en ADHD Les 4: Psychosen Les 5: Alcohol- en andere drugproblemen Les 6: Seksuele stoornissen Les 7: Persoonlijkheidsstoornissen

2 2 Les 3 Verstandelijke handicap, ADHD en strafbaar gedrag

3 3 Indeling 1. Inleiding 2. Verstandelijke handicap 3. ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder) 4. Multifactoriële bepaaldheid 5. Besluit

4 4 1. Inleiding 1.1. Juridische categorieën van psychiatrische stoornissen (wet 1 juli 1964).  Krankzinnigheid  Ernstige staat van geestesstoornis  Ernstige staat van zwakzinnigheid

5 5 (Inleiding vervolg) 1.2. Zwakzinnigheid is de enige stoornis die volledig samenvalt met één van de psychische stoornissen zoals omschreven in de DSM-IV. Verstandelijke handicap is echter een betere term (Cfr. hierna) Daarnaast is ADHD zoals verstandelijke handicap een psychische stoornis die reeds vanaf de kinderjaren aanwezig is. Vandaar dat het logisch is dat we met deze twee stoornissen beginnen.

6 6 2. Verstandelijke handicap Zie zwakzinnigheid in GP, p 48 en in Int, p 41, 67-70, 102) 2.1. Terminologie 2.2. DSM-IV 2.3. Verband met strafbaar gedrag

7 7 (Verstandelijke handicap) 2.1. Terminologie  Zwakzinnigheid (DSM-IV)  Oligofrenie (vroeger)  Mentale handicap (meestal nu)  Mental retardation DSM-IV  Verstandelijke achterstand  Verstandelijke handicap

8 8 (Verstandelijke handicap) 2.2. DSM-IV  Zwakzinnigheid  Mental retardation Criteria A, B en C A.Verstandelijk duidelijk onder het gemiddelde functioneren: een IQ van ongeveer 70 of lager bij een individueel toegepaste IQ-test (bij zeer jonge kinderen: op basis van een inschatting van een verstandelijk significant onder het gemiddelde fuctioneren) NB: IQ=verstandelijke leeftijd gedeeld door chronologische leeftijd x 100)

9 9 (Verstandelijke handicap) DSM-IV B. Gelijktijdig aanwezige tekorten in of beperkingen van het huidige aanpassingsgedrag (dat wil zeggen dat de betrokkene er niet in slaagt te voldoen aan de standaarden die bij zijn of haar leeftijd verwacht kunnen worden binnen zijn of haar culturele achtergrond)

10 10 (Criterium B vervolg) DSM-IV op ten minste twee van de volgende terreinen: -communicatie -zelfverzorging -zelfstandig kunnen wonen -sociale en relationele vaardigheden -gebruik maken van gemeenschapsvoorzieningen -zelfstandig beslissingen nemen -functionele intellectuele vaardigheden

11 11 (Criterium B vervolg en Criterium C) -werk -ontspanning -gezondheid en veiligheid C. Begin voor het achttiende jaar NB: vaak comorbiditeit (hersenaandoening, gedragsstoornis, depressie, psychose, e.a.)

12 12 (Ernstgraad volgens DSM-IV) Ernstig in DSM-IV valt niet samen met ernstig in rechtsbedeling (Cfr. kwantitatieve en kwalitatieve evaluatie) Zie in GP, p en in Int p 41 DSM-IV Codering op basis van de mate van ernst die het niveau van verstandelijke beperkingen weerspiegelt:

13 13 (ernstgraad vervolg) Lichte zwakzinnigheid (mild MR) Niveau IQ tot ongeveer 70 Matige zwakzinnigheid (moderate) Niveau IQ tot Ernstige zwakzinnigheid (Severe) Niveau IQ tot Diepe zwakzinnigheid (profound) Niveau IQ lager dan 20 of 25 NB: Zwakbegaafdheid (IQ 71-84) als grensgebied tussen zwakzinnigheid en normaalbegaafdheid

14 14 Restcategorie Zwakzinnigheid, ernst Niet Anderzijds Omschreven (NAO) (Unspecified MR E) Indien er een sterk vermoeden van zwakzinnigheid bestaat, maar de intelligentie van de betrokkene niet te testen is met standaard intelligentietests (bijvoorbeeld bij personen die te gehandicapt zijn of niet meewerken, of bij zeer jonge kinderen).

15 15 (Verstandelijke handicap) 2.3. Verband met strafbaar gedrag a) Frequentie b) Soorten misdrijven c) Beïnvloedende factoren

16 16 a) Frequentie -Zeer ernstig verstandelijk gehandicapten: verblijven in beschermd institutioneel of familiaal milieu en meestal wordt strafbaar gedrag niet aangegeven, tenzij het ernstige misdrijven betreft -Minder ernstig verstandelijk gehandicapten en vooral zwakbegaafden: grotere pakkans, vlugger aangehouden en opgesloten, bovendien is de comorbiditeit vaak meer van invloed NB: Toch belangrijk aantal verstandelijk gehandicapte geïnterneerden (zie in Int p 67, 68, 69 en p 102)

17 17 b) Soorten misdrijven Alhoewel zowat alle misdrijven kunnen voorkomen, wordt algemeen gesteld (vooral op basis van residentieel opgenomen verstandelijk gehandicapten) dat -Seksuele misdrijven vooral, en -Brandstichting eveneens significant meer voorkomen terwijl -Diefstal ook frequent voorkomt maar niet meer dan bij normaalbegaafden NB: bovendien duidelijk vaker slachtoffer van misdrijven

18 18 c) Beïnvloedende factoren (1) Persoonlijke factoren -weinig of geen onderscheid tussen goed en kwaad -minderwaardigheidsgevoelens -stress en frustraties onvoldoende kunnen verwerken -moeilijk bedwingen van impulsen -vaak zijn aanpassingsproblemen en comorbiditeit van doorslaggevende aard

19 19 (Beïnvloedende factoren) (2) Omgevingsfactoren -problematische leefsituatie (gezin en later school en werk) -algemene zwakke positie op socio-economisch vlak -vaak sterk beïnvloed en misbruikt door malafide personen

20 20 3. ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder) 3.1. Terminologie 3.2. DSM-IV 3.3. Verband met strafbaar gedrag

21 21 (ADHD) 3.1. Terminologie ADHD is de Engelse afkorting voor ‘Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder’ In het Nederlands: Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ATS/H) Soms ook: -Hyperkinetisch syndroom (Cfr. zelfhulpgroep ‘zit stil’) -’Minimal Brain Dysfunction’ (MBD)

22 22 (ADHD) 3.2. DSM-IV Ofwel (1), ofwel 2): (1) zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau

23 23 (ADHD) Aandachtstekort) (a) Slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten (b) Heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden (c) Lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt (d) Volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen)

24 24 (ADHD) Aandachtstekort vervolg (e) heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten (f) Vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwilig zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen (zoals school- of huiswerk) (g) Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap) (h) Wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels (i) Is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden

25 25 (ADHD) Hyperactiviteit-impulsiviteit (2) Zes (of meer) van de volgende symptomen van hyperactiviteit- impulsiviteit zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau

26 26 (ADHD) Hyperactiviteit (a)Beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn stoel (b)Staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten (c)Rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid) (d)Kan moeilijk rustig spelen of zich bezig houden met ontspannende activiteiten (e)Is vaak ‘in de weer’ of ‘draait maar door’ (f) Praat vaak aan een stuk door

27 27 (ADHD) Impulsiviteit (g) Gooit het antwoord vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn (h) Heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten (i) Verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gespekken of spelletjes) B. Enkele symptomen van hyperactiviteit- impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar aanwezig

28 28 ADHD (Criteria C, D en E) C. Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school [of werk] en thuis) D. Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren E. De symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een persuasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijv. Stemmings-, angst-, dissociatieve of persoonlijkheidsstoornis)

29 29 (ADHD) 3.3. Verband met strafbaar gedrag a) Aard van misdrijven b) Preventie

30 30 (ADHD) a) Aard van misdrijven Gewelddadig gedrag (zoals aanranding, verkrachting en moord) ADHD bij kinderen is een duidelijke risicofactor voor gewelddadig gedrag tijdens de kinderjaren, maar ook later in de adolescentie en op volwassen leeftijd Vooral bij de combinatie met een gedragsstoornis (die op zich vaak aanleiding geeft tot een antisosiale persoonlijkheidsstoornis) is de prognose het slechts.

31 31 (ADHD) b) Preventie Een behandeling van ADHD (psychostimulerend geneesmiddel, gedragstherapie, psycho-educatie van opvoeders en begeleiding op school) kan een gunstige preventieve invloed hebben op potentieel strafbaar gesteld gedrag Dit is in veel mindere mate het geval bij een comobiditeit met een gedragstoornis. De preventieve mogelijkheden worden vaak overschat

32 32 4. Multifactoriële bepaaldheid Beide stoornissen ontstaan (al naar gelang het individueel geval) door een unieke combinatie van verschillende factoren: -Lichamelijke factoren (genetisch bepaald, t.g.v. afwijkingen van het centrale zenuwstelsel) -Persoonlijke factoren -Omgevingsfactoren Bovendien is de relatie met strafbaar gedrag ook multifactorieel bepaald

33 33 5. Besluit ADHD komt regelmatig voor in combinatie met andere stoornissen, bijvoorbeeld een gedragsstoornis (Conduct Disorder) Vaak is het strafbaar gedrag meer bepaald door de comorbide stoornis dan door de meest in het oog springende stoornis Vandaar dat het gunstig beïnvloeden van één stoornis niet altijd preventief is ten aanzien van het strafbaar gedrag.


Download ppt "1 Deel II Psychiatrische stoornissen en strafbaar gedrag Les 3: Verstandelijke handicap en ADHD Les 4: Psychosen Les 5: Alcohol- en andere drugproblemen."

Verwante presentaties


Ads door Google