De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

GESCHIEDENIS VAN HET SOCIOLOGISCH DENKEN (De Griekse Denkers) Door: Johan Puttemans 2e kandidatuur moraalwetenschappen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "GESCHIEDENIS VAN HET SOCIOLOGISCH DENKEN (De Griekse Denkers) Door: Johan Puttemans 2e kandidatuur moraalwetenschappen."— Transcript van de presentatie:

1 GESCHIEDENIS VAN HET SOCIOLOGISCH DENKEN (De Griekse Denkers) Door: Johan Puttemans 2e kandidatuur moraalwetenschappen

2 Overzicht Waarom de Grieken een bevoorrechte positie innamen De geschiedenis De sociale theorieën De bronnen van de sociale theorieën Plato Aristoteles

3 Overzicht Intermezzo: de actualiteit van Plato Bronnen

4 Waarom de Griekse denkers als ‘sociologen’? Een tijdperk brak aan waar nieuwe sociale ideeën ontstonden. Een verandering in gedachte: van religie naar de gemeenschap. Een eerste geschreven bron (nl Plato).

5 Een historische achtergrond 2000 – 1500 v.o.t.r. = volkeren vestigen zich in de gebieden van Griekenland. Ongeveer rond 900 – 700 = Homerus schrijft zijn gedichten (Odyssee, Ilias). Deze goden komen op de voorgrond vanaf de 6e eeuw v.o.t.r. Omstreeks 640 v.o.t.r. = geboorte van Thales. Eerste filosoof (natuurfilosoof). 580 v.o.t.r. = geboorte van Pythagoras. Hij heeft een grote invloed op Plato, namelijk dat alles geordend gestructureerd is. 470 v.o.t.r. = geboorte van Socrates (leermeester van Plato en algemeen aangenomen de ‘vader van de ethiek’).

6 Een historische achtergrond (vervolg) 427 v.o.t.r. = geboorte van Aristocles (Plato). 399 v.o.t.r. = dood van Socrates door middel van de gifbeker. 384 v.o.t.r. = Geboorte van Aristoteles (beroemdste leerling van Plato en één van de grootste denkers) 347 v.o.t.r. = Dood van Plato. 339 – 338 v.o.t.r. = Ondergang van Athene (veldslag bij Chaeronea). 338 – 326 v.o.t.r. = Regering van Lycurgus in Athene.

7 Een historische achtergrond (vervolg) 336 v.o.t.r. = Dood van Philip (hij proclameerde in het algemeen de confederatie van de Grieken in 338 v.o.t.r.) & Alexander De Grote volgt hem op. 335 v.o.t.r. = Veroveringen van Alexander De Grote & geboorte van Zeno van Kitium (grondlegger van het stoïcisme). 323 v.o.t.r. = Dood van Alexander De Grote. 322 v.o.t.r. = Dood van Aristoteles.

8 Specifieke data

9

10 OPMERKING We zullen niet meer spreken van een ‘vroege sociologie’ maar van een SOCIALE THEORIE omdat de Griekse denkers sociale, filosofische en politieke punten door elkaar gebruiken.

11 De sociale theorieën Algemeen PLATO Plato was een anti- individualistische denker. Hij zocht naar een perfecte maatschappij die tijdsonafhankelijk was, niet plaatsgebonden. De Ideeën. ARISTOTELES Aristoteles keek een beetje naar een transcendente staat, maar ging, in tegenstelling tot Plato, kijken naar welke vorm van regeren de beste is als naar het mogelijke te behalen en wat het gemakkelijkste te bekomen is.

12 DE BRONNEN VAN DE SOCIALE THEORIE Een bepaalde civilisatie op een bepaald tijdperk gaat steeds haar stempel drukken op de toekomst. Dit vormt de geschiedenis. De ‘sociologie’ in de oudheid gaan bestuderen is zoveel als de Griekse polis gaan bekijken. We kunnen ons 2 vragen stellen:

13 VRAAG 1: Waarom hebben de Grieken een bevoorrechte positie wanneer we de oorsprong van het sociologisch denken opzoeken? VRAAG 2: Waarom beschouwen de hedendaagse sociologen Plato en Aristoteles als de grondleggers van de sociale theorie?

14 Oplossing op vraag 1: De Grieken waren de eersten die bewust werden van hun individuele autonomie en hun participatie aan het maatschappelijk leven.

15 Oplossing 1 verder uitgewerkt (eerste deel) De mens werd bewust van zijn individualiteit. Er ontstonden vragen naar een ethisch relativisme. Wat is de mens??? Oplossingen werden voor het eerst gegeven door de sofisten. (bijvoorbeeld Protagoras: « de mens is de maat van alle dingen, van wat ze is tot wat ze niet is.»

16 Oplossing 1 verder uitgewerkt (tweede deel) De mens stelde zich de vraag naar zijn plaats in een bepaalde maatschappij (gemeenschap). Zo’n vragen stelt de mens zich vooral in maatschappelijke moeilijke perioden. (Zie hiervoor de geschiedenis!). Er heerste in West-Europa een sociale crisis. Deze sociale crisis bracht nieuwe stromingen met zich mee:

17 Er kwam een ommekeer in het sociaal leven, dwz van een ‘gesloten gemeenschap’ naar een ‘open gemeenschap’. Open gemeenschap = contact met andere culturen, sociale mobiliteit, sociale differentie, opkomst van verschillende gedachten (de sofistiek) en ten slotte de politieke systemen.

18 Natuur overwon de conventie! (Anders gezegd: de mens kwam op de voorgrond, terwijl dat de religie terrein verloor.) Figuur:

19

20 Oplossing op vraag 2: Plato als Aristoteles beschreven in een ‘zekere’ dimensieloos opzicht de plaats van het individu in de maatschappij. (maatschappij  dimensieloos = tijdloos, plaatsonafhankelijk en cultuuronbepaald.)

21 BELANGRIJKE NOOT De natuurlijke plaats van het individu in een maatschappij die niet-individualistisch is samengesteld!!!

22 Verklaring De natuurlijke plaats = de plaats waar het individu wordt ‘ingegooid’, waar hij deel van uitmaakt. (Aristoteles : zoion politikon, het gemeenschaps-wezen). Een niet-individualistische maatschappij = een maatschappij die enkel bestaat en kan voortbestaan met individuen.

23 De mensen zijn op elkaar aangewezen, ze leven samen!!!

24 PLATO als leidraad Plato leefde tijdens de ondergang van Griekenland (Athene). Plato beschreef als eerste een sociale (politieke en filosofische) perfecte maatschappij.

25 Iets meer over Plato Plato was zeker geen sofist te noemen! Hij was tegen het opkomende individualisme. Plato was tegen de democratie (te begrijpen in zijn tijd!!!), maar hij was voor de aristocratie (aristoi = de meest bekwame persoon voor te regeren).

26 Iets meer over Plato Plato laat weten dat de hele gemeenschap aan en met elkaar verbonden is. Indien er bij het individu iets gebeurt, dan heeft dit een uitwerking over de hele gemeenschap. Individualisme noemt hij een utopie, ze verwijdert zich van de wereld van de Ideeën. Hierbij maakt hij gebruik van de allegorie van de grot.

27

28 Plato’s allegorie van de grot De mens moet zich bewust worden door middel van de anamnese (de herinneringen) van de wereld van de Ideeën. Vanuit de Ideeënwereld gaat Plato ook de mens sociaal gaan plaatsen. Nu krijgen we 3 groepen van mensen:

29 De 3 gemeenschapsgroepen volgens Plato 1) De bestuurders = redelijk gedeelte van de ziel. Filosofen (want zij kunnen het beste de Ideeën benaderen).

30 De 3 gemeenschapsgroepen volgens Plato (vervolg) 2) De wachters = strevende gedeelte van de ziel. (zij bezitten moed). Uit een beste selectie mogen er kinderen komen. Zij staan volledig in dienst van de staat (ze mogen geen privé-bezit hebben.) Het Spartaans model.

31 De 3 gemeenschapsgroepen volgens Plato (vervolg) 3) Landbouwers / ambachtslui / handelaars = Begerende deel van de ziel. Zij mogen geen kinderen maken. Ze zijn niet arm (opstanden van het volk voorkomen) en niet rijk (zodat er een behoefte blijft tot productie). Zij staan in voor de materiële bevoorrading van de staat.

32 Samenvattend Plato’s rechtvaardige staat:

33 De mens in zijn context (Szacki) De Platonische gemeenschapstheorie omvat drie soorten van uiteenzettingen: 1) Een uiteenzetting onmiddellijk betrokken bij wat een gemeenschap is, of moet zij, wat haar tegenwoordige bestaansvoorwaarde is, welke veranderingen ze ondergaat, of zou moeten ondergaan, enz.

34 2) Een uiteenzetting omtrent de ‘ondersteuning’ van bepaalde praktische oplossingen. Welke vereisten er zijn (dat sommige mensen in de gemeenschap hebben, zullen aannemen als bereid zijn te vervullen.)

35 3) Een uiteenzetting betreffende de fundamentele organisatie- elementen van de ideale staat. Deze fundamentele elementen zijn enkel terug te vinden in de Ideeënwereld. Figuur:

36 De fundamentele elementen

37 Plato over het individualisme (Szacki) Individualisme = dreiging voor de sociale orde! Oplossing: individualisme voorkomen! Hoe? – Door de burgers een ‘confort’ te geven die ze nodig hebben om gelukkig te zijn en om de vrede in de ideale staat te behouden.

38 Plato over het individualisme (Szacki) Confort? – Zowel het gemeenschappelijk confort (materieel) als op vlak van gedachten en gevoelen! DUS = de hele gemeenschap is op zichzelf aangewezen. Anders gezegd = de ene mens is op de andere mens aangewezen.

39 Plato over de taakverdelingen (Szacki) Ieder vervult zijn specifieke taak! (te vergelijken met een bureaucratie, dwz: ieder heeft zijn specifieke plaats en zijn specifieke taak te vervullen in de maatschappij. Deze niet vervullen betekent de staat in gevaar brengen!!!) Hoe wordt zijn ‘specifieke plaats’ in de staat bepaald? – Enkel door de natuur van de persoon. De slimste wordt heerser, de moedigste wordt krijger en de ‘rest’ …

40 Plato over de taakverdelingen (Szacki) Hoe bepaald men zijn ‘specifieke taak’? – De taken worden in verband gebracht met de Ideeën. Men moet zijn taak gebruiken om de Ideeënwereld na te streven.

41 ENTER PLATO (Alvin GOULDNER)

42 ENTER PLATO Een alternatief voor de politiek.

43 ENTER PLATO Plato’s analyse van de sociale oneenheid.

44 ENTER PLATO Een geplande sociale verandering in Plato’s theorieën.

45 ENTER PLATO Wet en universalisme.

46 ENTER PLATO De vermoeienis van de rede en de metafysica van het autoritarisme.

47 ARISTOTELES als hulpdraad Aristoteles bouwt verder (concreet als met kritiek) op zijn leermeester. Aristoteles heeft de ondergang meegemaakt.

48 Samenvattend Aristoteles’ politiek en sociale theorie: Ontstaan van de staat = natuurlijke behoefte van de mens. Individuele ethiek  deugdzame staatsburgerschap.

49 Samenvattend Aristoteles’ politiek en sociale theorie:

50

51 De mens in zijn context (Szacki) Aristoteles als niet-individualistische denker. Dwz dat de burgers niet in zichzelf horen te leven, maar dat ze allen behoren tot en deel uitmaken van een gemeenschap. Aristoteles keek ook naar een transcendente staat, maar één dat in een potentieel verkeerde ooit mogelijk gemaakt te worden.

52 De mens als een sociaal wezen (Szacki) !!! Belangrijkste werk van Aristoteles = ETHICA NICOMACHEA Aristoteles : “de mens is uit nature een sociaal en politiek wezen (zoion politikon)”  : anthropos physei polikon zoion esti. Ethica Nic. : ‘De mens is een politiek wezen waarvan zijn natuur aangewezen is te leven met anderen’ & ‘de mens is geboren voor een gemeenschap’.

53 Aristoteles’ kritiek op de sofisten (Szacki) Sofisten : “de wereld is gecreëerd door de natuur en geeft voorrang aan het individu!” Aristoteles : “Neen, er is een doel!” DUS = de teleologie speelt een grote rol bij Aristoteles! Ook in een sociaal opzicht!

54 De staat volgens Aristoteles (Szacki) 1) zelfvoldoening (de staat ‘wordt’ enkel wanneer de gemeenschap breed genoeg is). 2) morele gemeenschap 3) Variatie en complementariteit van de plicht

55 De staat volgens Aristoteles (Szacki)

56 Aristoteles’ sociale structuur (Szacki) i. Een samengebrachte familie : ‘kolonie van de familie’. ii. Een economische klasse (armen, middelklasse, rijken). iii. Een systeem van statusgroepen (de ‘gewone’ mens en de notabelen). iv. Een specifieke klasse van landbezitters.

57 Aristoteles’ sociale structuur (Szacki) Aristoteles deelt de mensen in : [vrije mensen] & [slaven] De staat is dus een samenhang van vrije mensen!!! En niet van individuele mensen.

58 Aristoteles’ sociale structuur (Szacki) Aristoteles maakt een onderscheid in de gemeenschap tussen 2 extremen. Bvb: arm en rijk, arbeider en bediende, … De ‘gulden middenweg’ is noodzakelijk voor de staat, want zij verzekeren dat de oligarchie of de democratie niet ten val komt.

59 Aristoteles’ politieke systeem (Szacki) Er zijn drie vormen van regeren: 1)Koninkrijk [ = tyrannie ] 2)Aristocratie [ = oligarchie ] 3)Constitutionele staat [ = democratie ]

60 Intermezzo: De actualiteit van Plato Is Plato nog actueel te noemen???

61 DE ACTUELE BETEKENIS VAN PLATO’S THEORIEËN Internet: ‘Is Plato nog actueel? … is het niet zo dat we een punt mogen trekken achter Plato’s sociale theorieën na de val van het communistische Rusland in 1991?’ 1991 is zeker nog actueel genoeg om dit te beschouwen als hedendaags! Bvb.: Cuba, Zuid-Korea.

62 De actualiteit van Plato (1) Zoals in onze moderne beschaving tal van aristocratische morele deugden in verschillende praktijken bewaard zijn gebleven, was in het Griekenland van de 5e eeuw v.o.t.r. de aristocratische ingesteldheid herkenbaar in de trots van de burgers of in het misprijzen voor het handelsdrijven.

63 De actualiteit van Plato (2) Bepaalde religieuze-sectaire waarden bleven voortbestaan in de Griekse maatschappij, zonder dat er specifiek aandacht aan werd besteed. In onze maatschappij kunnen we zonder veel zoeken oude christelijke waarden herkennen in onze dagelijkse gebruiken en gedachten.

64 De actualiteit van Plato (2a)

65 BRONNEN ENTER PLATO – Classical Greece and the Origins of Social Theory. A. GOULDNER (Basic Books, 1965) HET VERLATEN GEVOEL – De actuele betekenis van Plato’s bekommernissen. Bart Pattyn (Uitgeverij Pelckmans, 1998)

66 BRONNEN (vervolg) HISTORY OF SOCIOLOGICAL THOUGHT J. Szacki (Aldwych Press – London, 1979) INTERNET ETHICA NICOMACHEA (Aristoteles)


Download ppt "GESCHIEDENIS VAN HET SOCIOLOGISCH DENKEN (De Griekse Denkers) Door: Johan Puttemans 2e kandidatuur moraalwetenschappen."

Verwante presentaties


Ads door Google