De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 4: De cognitieve ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 4: De cognitieve ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 4: De cognitieve ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie

2 De cognitieve ontwikkeling (2) Vrijdag 21 maart 2014, Samira Oizaz

3 Herhalingsvraag 1. Welke waren de vier fasen in de cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget? Vermeld er ook bij wat kenmerkend is voor elk van deze vier fasen.

4 Herhalingsvraag 1. Welke waren de vier fasen in de cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget? Vermeld er ook bij wat kenmerkend is voor elk van deze vier fasen. Sensori- motorische structuur (0 – 2 jaar) Pre- operationele structuur (2 – 7 jaar) Concreet- operationele structuur ( jaar) Formeel- operationele structuur (12-20 jaar)

5 Herhalingsvraag 2. In welke fase van de cognitieve ontwikkeling vertoont het kind voor het eerst intentioneel, doelgericht gedrag? A.De fase van de coördinatie van secundaire circulaire reacties B.De fase van de mentale voorstellingen C.De fase van de tertiaire circulaire reacties D.De pre-operationele fase

6 Herhalingsvraag 2. In welke fase van de cognitieve ontwikkeling vertoont het kind voor het eerst intentioneel, doelgericht gedrag? A.De fase van de coördinatie van secundaire circulaire reacties B.De fase van de mentale voorstellingen C.De fase van de tertiaire circulaire reacties D.De pre-operationele fase

7 Herhalingsvraag 3. De fout waarbij de aandacht van jonge kinderen sterk naar een opvallend kenmerk gaat heet _. De fout waarbij kinderen mentaal niet op hun stappen kunnen terugkeren eens ze een antwoord in hun hoofd hebben heet _. Beide fouten komen tot uiting in het meer algemene fenomeen van _. A.Centratie – gebrek aan transformatie – egocentrisme B.Egocentrisme – onomkeerbaarheid – hiërarchische classificatie C.Egocentrisme – gebrek aan transformatie – gebrek aan conservatie D.Centratie – irreversibiliteit – gebrek aan conservatie

8 Herhalingsvraag 3. De fout waarbij de aandacht van jonge kinderen sterk naar een opvallend kenmerk gaat heet _. De fout waarbij kinderen mentaal niet op hun stappen kunnen terugkeren eens ze een antwoord in hun hoofd hebben heet _. Beide fouten komen tot uiting in het meer algemene fenomeen van _. A.Centratie – gebrek aan transformatie – egocentrisme B.Egocentrisme – onomkeerbaarheid – hiërarchische classificatie C.Egocentrisme – gebrek aan transformatie – gebrek aan conservatie D.Centratie – irreversibiliteit – gebrek aan conservatie

9 Inhoudsopgave 1. Biografische gegevens en achtergronden 2. De cognitie volgens Piaget 3. Kenmerken van het Piagetiaans model 3.1. Cognitieve structuren 3.2. De klinische methode volgens Piaget 3.3. De invarianten van de cognitieve ontwikkeling 3.4. De motiverende factor in de cognitieve ontwikkeling 3.5. De fasentheorie van Piaget 4. De verschillende fasen van de cognitieve ontwikkeling 4.1. De sensori-motorische fase 4.2. De pre-operationele fase 4.3. De concreet-operationele fase 4.4. De formeel-operationele fase 5. Kritiek op Piaget en neo-Piagetiaans onderzoek

10 2. De cognitie volgens Piaget Intelligent gedrag versus cognitie De term intelligentie is te beperkt:  Is nauw verbonden met de IQ-test  Wordt vaak in verband gebracht met theoretisch, abstract denken De term gedrag is te beperkt:  Verwijst eenzijdig naar waarneembare en verbale inhouden Cognitie betekent volgens Piaget eerder:  Een actief, interactief en constructief proces.

11 Link dit met de theorie van Piaget. Krantenartikel – Studie: tv-kijken helpt kinderen niet bij taalontwikkelingStudie: tv-kijken helpt kinderen niet bij taalontwikkeling

12 De cognitieve ontwikkelingstheorie Tekenfilm – Bambi on IceBambi on Ice

13 3. Kenmerken van het Piagetiaans model Een beknopte samenvatting De inhoud van de cognitie: 1. Concrete inzichten en vaardigheden 2. Evolueert in de loop van het leven De functie van de cognitie: 1. Universeel en invariant (onveranderd) 2. Doel is adaptatie en evenwicht tussen individu en omgeving 3. De motiverende factor in de cognitieve ontwikkeling De structuur van de cognitie: 1. Georganiseerde geheel van enkelvoudige schema’s 2. Twee basisprocessen of functionele invarianten Organisatie Adaptatie Assimilatie Accommodatie

14 Probeer de vorige dia’s toe te passen op dit voorbeeld. Wat is hier de inhoud, de functie en de structuur van de cognitie? Kun je wat betreft de structuur meer vertellen over de organisatie en adaptatie (assimilatie en accommodatie) die uit dit voorbeeld blijkt?

15 3.5. De fasentheorie van Piaget De eigenschappen en determinanten Eigenschappen van de Piagetiaanse fasen: 1. Het verschil is van kwalitatieve aard 2. Volledige transformatie van de vorige fase 3. Constant en universele volgorde 4. Voorbereidings- en evenwichtsniveau Factoren waarvan de ontwikkeling afhangt (aanleg x milieu): 1. Individuele aanleg 2. Genoten onderwijs 3. Stimulerend milieu Sensori- motorische structuur (0 – 2 jaar) Pre- operationele structuur (2 – 7 jaar) Concreet- operationele structuur ( jaar) Formeel- operationele structuur (12-20 jaar)

16 Link dit met de theorie van Piaget. Paper - Perceptions and Practices of stimulating children’s cognitive developmentPerceptions and Practices of stimulating children’s cognitive development

17 Parent: ‘‘Right now I don’t read books to X, she is too young for that. She can’t read yet.’’ Interviewer: ‘‘Okay, are there other activities you do to prepare X for school issues?’’ Parent: ‘‘Well, as I said before, she is far too young to learn those school things. It will come easily when she becomes older. I will help her then.’’ (Berber, less educated). Interviewer: ‘‘Are there other things you are doing now at home with X?’’ Parent: ‘‘I read her lots of fairytales. I sing with her. We read stories, we sing rhymes. She (child) likes very much to do all these things. It’s good for her, she learns a lot of words and it improves her language development. Only by undertaking a lot of activities she learns this kind of things. She also watches cartoons for her Dutch. She hears and learns new words’’ (Berber, middle educated). Interviewer: ‘‘I see, and are there other things you are doing at home with X?’’ Parent: ‘‘Because X is with me in the kitchen, doing lots of things, he learns a lot of words and terms. But also figures and the amounts they express. Especially the amount a figure expresses, that’s very important. He learns that by helping me in the kitchen, very naturally, by playing’’ (Arab, highly educated).

18 Interviewer: ‘‘Okay, could you explain to me why you think it’s senseless to prepare X on school issues like reading as you mentioned before?’’ Parent: ‘‘Well, look they don’t yet learn anything at the first 2 years of kindergarten. The first 2 years consists only of playing. I don’t think it’s important at that time to provide help. She only plays’’ (Arab, less educated). Interviewer: ‘‘What do you mean, ‘‘she doesn’t learns a lot’’? Parent: ‘‘X is too young, she’s in the second class, now she plays a lot there, she doesn’t do many things, it’s all playing with dolls, puzzles and things like that. She is too young to learn school things right now. She will learn this next year if she moves to the other class. She will learn there a lot of things, now she is too young for that. Now she’s just playing’’ (Arab, mother who cannot read). Parent: ‘‘Well, children learn a lot by playing. I play memory games with cards with X, that is to help him to learn figures and the amounts they express. He also learns to memorize. He likes very much to turn the cards and to remember the figures he saw. Well things like this, they learn a lot just by playing’’ (Arab, highly educated).

19 Onderwijsimplicaties Impact van de theorie op educatie Dit zijn de vier voornaamste implicaties op het onderwijs:  Focus op het proces van de cognitie en niet slechts op het product  Het cruciale belang van de actieve rol van kinderen in leeractiviteiten  Kinderen niet beschouwen als kleine volwassenen in hun denken  Acceptatie van de individuele verschillen in het ontwikkelingsverloop  Videofragment – Groei!Groei!

20 5. Kritiek op Piaget en neo-Piagetiaans onderzoek Kritiek op de methode en de theorie De methode van Piaget heeft kritiek gekregen:  Onderzoeker moet getraind worden totdat hij ziet als Piaget.  Casestudies werken met een klein aantal proefpersonen.  Velen verweten hem een gebrek aan objectiviteit. De neo-Piagetianen vingen kritiek op door aanvullend onderzoek:  Uitgebreid met statistisch onderzoek op grotere groepen.  Men bedacht ook non-verbale procedures bij taken van Piaget. De theorie van Piaget heeft kritiek gekregen:  Kritiek op lage inschatting van de competenties pasgeborenen.  Onderschatting van wat kinderen op latere leeftijd kunnen.  Overschatting van het formele denken van adolescenten.

21 5. Kritiek op Piaget en neo-Piagetiaans onderzoek Het onderzoek van Martin Hughes Het experiment van Hughes betrof:  Kinderen tussen 3,5 en 5 jaar  Meer dan 90% gaf correcte antwoorden  Conclusie van Hughes: Kinderen verliezen hun egocentrisch denken rond 4 jaar

22 5. Kritiek op Piaget en neo-Piagetiaans onderzoek Het onderzoek van Bruner Het experiment van Bruner betrof:  De vraag of kinderen getraind kunnen worden in conservatietaken  Worden gehinderd door conflict tussen symbolische en iconische modus 5 à 7 j. conservatie-antwoorden 4 à 5 j. niet-conserverende denkstijl  Conclusie van Bruner: Training in conservatietaken is mogelijk

23 Zijn er nog vragen?

24 Lesmateriaal Verplichte leerstof Maes, D. (2014). Hoofdstuk 4: De cognitieve ontwikkeling. Niet gepubliceerde cursustekst, Hogeschool-Universiteit Brussel, Brussel. Hand-outs Achtergrondleerstof Craeynest, P. (2009). Psychologie van de levensloop. Leuven: Acco. Educational implications of Piaget’s Theory. Retrieved from El Moussaoui, N., & Braster, S. (2011) Perceptions and Practices of stimulating children’s cognitive development among Moroccon immigrant mothers. Child Family Studies, 20, Redactie (2014 February 25). Studie: tv kijken helpt peuters niet bij taalontwikkeling. HLN. Retrieved from e-tv-kijken-helpt-peuters-niet-bij-taalontwikkeling.dhtml e-tv-kijken-helpt-peuters-niet-bij-taalontwikkeling.dhtml


Download ppt "Hoofdstuk 4: De cognitieve ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie."

Verwante presentaties


Ads door Google