De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 9: Stoornissen bij kinderen en adolescenten Deel 2: Psychopathologie Psychologie en Sociaal Werk II.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 9: Stoornissen bij kinderen en adolescenten Deel 2: Psychopathologie Psychologie en Sociaal Werk II."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 9: Stoornissen bij kinderen en adolescenten Deel 2: Psychopathologie Psychologie en Sociaal Werk II

2 Verstandelijke beperking Woensdag 26 februari 2014, Samira Oizaz

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Verstandelijke beperking 2.1. Kenmerken Intellectueel functioneren Aanpassing Ontstaan 2.2. Gradaties 2.3. Etiologie Prenatale factoren Erfelijkheid Chromosoom- en genafwijkingen Stoornissen in het metabolisme Infectueuze toestanden Diverse andere oorzaken Perinatale factoren Postnatale factoren 2.4. Bespreking 2.5. Kenmerken van verstandelijke beperking (DSM-IV)

4 oligofrenie zwakzinnige mentaal gehandicapte personen met een verstandelijke beperking personen met een handicap Wat roepen deze woorden bij jou op?

5 Wat is jouw standpunt? Krantenartikel - Nederlanders willen verplichte anticonceptie voor verstandelijk beperktenNederlanders willen verplichte anticonceptie voor verstandelijk beperkten

6 2. Verstandelijke beperking 2.1. Kenmerken 1. Intellectueel functioneren  Een niveau dat duidelijk beneden het gemiddelde ligt (70 of minder)  Er moet ook een beperking zijn in het aanpassend gedrag  In de bevolking is het IQ normaal verdeeld met 100 als gemiddelde  Videofragment – Een late diagnoseEen late diagnose IQOmschrijving% van de populatie 140 of meerZeer begaafd of hoogbegaafd Begaafd Bovengemiddeld begaafd Gemiddeld of normaal begaafd Zwakbegaafd Moeilijk lerend of minderZeer moeilijk lerend2.63

7 2. Verstandelijke beperking 2.1. Kenmerken 1. Intellectueel functioneren  Er is geen algemene intelligentie maar multiple intelligentie  Door hersenbeschadiging kan specifieke intelligentie worden aangetast  Negen gebieden waarop wij in alledaagse leven problemen oplossen 1. Verbale intelligentie 2. Logische en wiskundige intelligentie 3. Muzikale intelligentie 4. Lichamelijke of bewegingsintelligentie 5. Visuele of ruimtelijke intelligentie 6. Interpersoonlijke intelligentie 7. Intrapersoonlijke intelligentie 8. Naturalistische intelligentie 9. Existentiële intelligentie

8 2. Verstandelijke beperking 2.1. Kenmerken 2. Aanpassing  Probleemhantering in dagelijkse leven en mate van onafhankelijkheid  Aanpassend gedrag wordt bepaald door een veeltal aan factoren  Indien er een beperkte aanpassing is op minstens 2 gebieden 1. Communicatie 2. Zelfzorg 3. Sociale en interpersoonlijke vaardigheden 4. Zelfsturing 5. Schoolse vaardigheden 6. Werk 7. Ontspanning 8. Gezondheid 9. Veiligheid

9 2. Verstandelijke beperking 2.1. Kenmerken 3. Ontstaan  Verstandelijke beperking begint heel vroeg  Stoornissen die in volwassenheid beginnen, behoren hier niet toe  Videofragment: Beter leven doe je samenBeter leven doe je samen 1. Wat vertelt dit videofragment over het stuk rond beeldvorming? 2. Beschrijf de drie kenmerken van een verstandelijke beperking. 3. Toon aan over welke gradatie het bij dit meisje gaat. 4. Welke nuttige tips verschaft dit filmpje voor sociaal werkers?

10 2. Verstandelijke beperking 2.2. Gradaties 1. Licht verstandelijke beperking (IQ 55-70)  85% van mensen met verstandelijke beperking  Concreet-operationeel 2. Matig verstandelijke beperking (IQ 40-54)  10% van mensen met verstandelijke beperking  Pre-operationeel 3. Ernstig verstandelijke beperking (IQ 25-39)  3 à 4% van mensen met verstandelijke beperking  Pre-operationeel 4. Diep verstandelijke beperking (IQ <25)  1 à 2 % van mensen met verstandelijke beperking  Sensori-motorisch 5. Verstandelijke beperking met ongespecificeerde ernst

11 Working with people with intellectual disabilities Summary of communication tips 1. Ensure you have the person’s attention. 2. Be aware of known communication difficulties. 3. When unsure of ability to understand assume competence and adjust. 4. If uncertain, ask about communication preferences or style. 5. Use appropriate and respectful language (visual), tone and volume. 6. Wait for response. 7. Check understanding in the person’s own words. 8. Be honest and take responsibility for communication breakdowns. 9. If they don’t understand – Keep trying. 10. If you don’t understand – Keep trying.

12 3. Etiologie 3.1. Prenatale factoren De oorzaak van een verstandelijke beperking is complex en multifactorieel. 1. Prenatale factoren  Erfelijkheid  Elke lichaamscel bevat 23 chromosoomparen (46 chromosomen)  44 gewone chromosomen (autosomen)  2 geslachtschromosomen (X- en Y- chromosoom)  In de geslachtscellen zitten maar 23 chromosomen (XX, XY)  Chromosomen bestaan uit afzonderlijke DNA stukjes  Vermoedelijk heeft de mens genen in elke cel  Functie van de meeste genen is vorming van specifieke eiwitten  Elk van deze eiwitten heeft een eigen functie in de cel Bijvoorbeeld: pigment eiwitten, maag- en darmeiwitten, enz.

13 3. Etiologie 3.1. Prenatale factoren 1. Prenatale factoren  Chromosoomafwijkingen  Elke mens heeft in iedere cel van zijn lichaam 46 chromosomen 1) Numerieke afwijkingen: (niet erfelijk) minder of meer chromosomen Bijvoorbeeld: Syndroom van Down 2) Structurele afwijkingen: (wel erfelijk): fout in de structuur Bijvoorbeeld: Fragiele X-syndroom  Genafwijkingen  Een gen is een stukje chromosoommateriaal dat bestaat uit DNA  Afwijkingen ontstaan bij vorming van ei- of zaadcel of bij celdelingen  1) Monogenetische afwijking: afwijking in één gen  2) Polygenetische afwijking: meerdere genen zijn betrokken

14 Syndroom van Down - Verstandelijke achterstand - Groeiachterstand - Rond gelaat - Kleine handen, voeten - Groeiachterstand - Hartafwijkingen - Spijsverteringsafwijkingen - …

15 Fragiele X-syndroom - Lichte achterstand motorische ontwikkeling - Duidelijke achterstand taalontwikkeling - Groot en struis - Lang gelaat met afstaande oren - Vrij goede zelfredzaamheid - Vaak gedragsstoornissen - Veelvuldig wenen - Fladderen met handen - …

16 3. Etiologie 3.1. Prenatale factoren 1. Prenatale factoren  Stoornissen in het metabolisme  Fenylketonurie (aangeboren stofwisselingsstoornis)  Galactosemie (stoornis in koolhydratenstofwisseling)  Infectueuze toestanden  Rubella  Toxoplasmose  Herpes  …  Diverse andere oorzaken  Foetaal alcoholsyndroom  Straling- en milieuvervuiling  Ondervoeding  Prematuriteit  …

17 3. Etiologie 3.2. Perinatale en postnatale factoren 2. Perinatale factoren (die leiden tot hersenbeschadigingen)  Zuurstoftekort  Hersenbloedingen  Neonatale epilepsie  Infecties, geelzucht na de bevalling 3. Postnatale factoren  Ondervoeding  Verwondingen aan het hoofd, ongelukken  Infecties en vergiftigingen  Ernstige deprivatie op psychosociaal en pedagogisch vlak  Epileptische aanvallen

18 4. Bespreking Prevalentie en kenmerken 1. Prevalentie  Geen eenduidige cijfers want is sterk afhankelijk van de criteria  Ongeveer 1% van de bevolking, 2,5 à 3% bij kinderen en jongeren  Levensverwachting is minder (vooral bij somatische aandoeningen)  Meer mannen dan vrouwen hebben verstandelijke beperking  Lichte vorm meer bij lagere sociale klasse en minderheidsgroepen 2. Persoonlijkheids- of gedragskenmerken  Geen specifieke kenmerken voor mensen met verstand. Beperking  Sommigen zijn passief en afhankelijk, anderen agressief en impulsief  Gebrek aan communicatieve vaardigheden leidt tot verstorend gedrag  Meer comorbiditeit met andere psychische stoornissen

19 Beeldvorming over mensen met een beperking Filmfragment – Door onze ogenDoor onze ogen

20 Lesmateriaal Verplichte leerstof Maes, D. (2014). Hoofdstuk 9: Stoornissen bij kinderen en adolescenten. Niet gepubliceerde cursustekst, Hogeschool-Universiteit Brussel, Brussel. Hand-outs Achtergrondleerstof Craeynest, P. (2009). Psychologie van de levensloop. Leuven: Acco. The Center for Developmental Disability Health Victoria (2014). Working with people with intellectual disabilities in healthcare settings. Retrieved from


Download ppt "Hoofdstuk 9: Stoornissen bij kinderen en adolescenten Deel 2: Psychopathologie Psychologie en Sociaal Werk II."

Verwante presentaties


Ads door Google