De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie

2 De morele ontwikkeling (1) Vrijdag 25 april 2014, Samira Oizaz

3 Morele dilemma’s. What would you do? Film – The Dark KnightThe Dark Knight

4 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg 2.1. Inleiding 2.2. Technieken 2.3. Eén aspect van moraliteit 2.4. Kenmerken van het fasenmodel 2.5. Zes stadia in de ontwikkeling van moreel denken Het premoreel stadium Het preconventioneel niveau Stadium 1: Heteronome moraal Stadium 2: Individuele moraal Het conventioneel niveau Stadium 3: Wederkerige moraal Stadium 4: In stand houden van de sociale orde Het postconventioneel niveau Stadium 5: Sociaal contract Stadium 6: Universele ethische principes 3. Kritieken 3.1. Algemeen 3.2. Het onderzoek van Gilligan 3.3. Andere theorieën

5 1. Inleiding Wat is moraliteit of morele ontwikkeling? Wat is moraliteit?  Besef van goed en kwaad enerzijds  Maar ook het goede doen en kwade vermijden anderzijds  Morele ontwikkeling is niet los te zien van cognitieve ontwikkeling Elk moreel gedrag bestaat uit vier componenten: Component 1: Waarnemen van situatie als moreel uitdagend (emoties) Component 2: Nagaan welke reacties mogelijk zijn (cognitief) Component 3: Effectief kiezen voor bepaalde reactie (cognitief) Component 4: Werkelijk reageren, morele gedrag zelf stellen (gedrag)

6 Hulpvaardig gedrag Gedrag in overeenkomst met sociale normen Inlevingsvermogen Redeneren over rechtvaardigheid Het belang van anderen laten voorgaan op eigenbelang

7 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Wat is de theorie van Kohlberg? De technieken die Kohlberg hanteerde zijn:  Longitudinale studie waarbij verschillende technieken werden gebruikt  Het vertrekpunt van al deze technieken zijn de morele dilemma’s  Niet inhoud van het antwoord maar de structuur van de verantwoording  Opdracht: Beschrijf een moreel dilemma dat je hebt meegemaakt. Uit onderzoek bleken de volgende kenmerken van het model:  De fasenstructuur is universeel  Leunt sterk aan bij de cognitieve ontwikkeling van Piaget  Tussen de stadia zijn er kwalitatieve verschillen  De ontwikkeling kent een vastomlijnend verloop  Elke stadium vormt een structurele eenheid  Opeenvolgende stadia beschouwd als hiërarchische integraties

8 Als voorbeeld het Heinz-dilemma: “Ergens in Europa lag een vrouw op sterven omwille van een zeldzame ziekte. Er was echter een nieuw geneesmiddel waarvan de dokters dachten dat het haar leven kon redden. Dit geneesmiddel bevatte radium en dit was pas ontdekt door een apotheker die in dezelfde stad woonde als de vrouw die op sterven lag. De bereiding van het geneesmiddel was duur, maar de apotheker vroeg nog eens tienmaal zoveel. Hij betaalde zelf 500 euro voor het radium en rekende 5000 euro aan voor een kleine dosis van het geneesmiddel. Heinz, de echtgenoot van de zieke vrouw, ging bij al zijn kennissen langs om het geld te kunnen lenen. Hij kon echter maar 2500 euro bijeenkrijgen. Hij vertelde de apotheker dat zijn vrouw stervende was en vroeg hem het geneesmiddel aan een lagere prijs te verkopen of hem toe te staan om later het verschil bij te betalen. Maar de apotheker zei: “Neen, ik heb het geneesmiddel ontdekt en ik wil er geld mee verdienen”. Heinz werd wanhopig en overwoog om in de apotheek binnen te breken en het geneesmiddel te stelen voor zijn vrouw.”Heinz-dilemma

9 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Wat zijn de stadia in de morele ontwikkeling? De zes stadia in de ontwikkeling van moreel denken:  Kohlberg bestudeert dus het morele oordeel via morele dilemma’s  Gaat niet om de uiteindelijk keuze maar om de gebruikte argumenten  Geen exacte leeftijden maar impliciet associëren met stadia van Piaget  Binnen een stadium kan de leeftijdsvariatie heel groot kan zijn  Opdracht: Examining a moral dilemmaExamining a moral dilemma

10 Het postconventionele niveau (bekommernis om universele principes) Stadium 5 (formeel-operationeel)Stadium 6 (formeel-operationeel) Het conventionele niveau (bekommernis om welzijn van groep) Stadium 3 (formeel-operationeel)Stadium 4 (formeel-operationeel) Het preconventionele niveau (bekommernis om eigen lichamelijk welzijn) Stadium 1 (pre-operationeel)Stadium 2 (concreet-operationeel) Het premoreel stadium (pre-operationeel)

11 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Het premoreel stadium  Het kind bevindt zich in de nulfase  Het kind is nog niet moreel gevoelig  Het verstaat geen regels, kan ze niet toepassen  Geen begrip van verplichtingen “Goed is wat voldoet aan individuele wensen en verlangens. Slecht is wat afschikt of pijn doet.”

12 Het postconventionele niveau (bekommernis om universele principes) Stadium 5 (formeel-operationeel)Stadium 6 (formeel-operationeel) Het conventionele niveau (bekommernis om welzijn van groep) Stadium 3 (formeel-operationeel)Stadium 4 (formeel-operationeel) Het preconventionele niveau (bekommernis om eigen lichamelijk welzijn) Stadium 1 (pre-operationeel)Stadium 2 (concreet-operationeel) Het premoreel stadium (pre-operationeel)

13 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Het preconventionele niveau  Dit niveau wordt behaald door de meeste kinderen  Ook als eindstadium door enkele adolescenten en volwassenen  Handelingen beoordeeld naar hun gevolgen voor de persoon zelf  Egocentrisme doorbrengen: moet inzicht krijgen in wereld om zich heen

14 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 1: Heteronome moraal  Men is georiënteerd op gehoorzaamheid en straf  Moreel oordeel houdt enkel rekening met grootte van gevolgen  Geen rekening met intenties, betekenis of waarde van gevolgen  Geweten is de zelfbescherming “Enkel de gevolgen van een bepaald gedrag bepalen of het goed of slecht is. Goed is dan wat je laat omdat je anders straf krijgt.” Piaget: Een kleine jonge, Bas, is op zijn kamer. Hij wordt door zijn moeder aan tafel geroepen om te eten. Hij weet niet dat er achter de deur van de eetkamer een blad met wel 15 kopjes staat. Als hij binnenkomt, valt het blad en zijn alle kopjes kapot. Een kleine jongen, Kees, is alleen in de kamer. Hij wil wat uit de snoeptrommel nemen en klimt op een stoel om de trommel te pakken. Maar de snoeptrommel staat te hoog. Hij kan er niet bij en terwijl hij zijn arm uitsteekt, stoot hij een kopje om dat op de grond kapot valt.

15 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 2: Individuele moraal  Gedraagt zich goed om beloning te krijgen of in goed daglicht te staan  Juist gedrag is middel om eigen en andermans behoeften te bevredigen  Menselijke relaties worden marktverhoudingen: ‘voor wat, hoort wat’  Regels niet langer beschouwd als vaststaand en absoluut  Morele oordelen gevormd in termen van bedoelingen “Goed is datgene wat het kind in zijn belevingswereld ervaart als prettig, datgene wat in het eigen voordeel speelt.”

16 Het postconventionele niveau (bekommernis om universele principes) Stadium 5 (formeel-operationeel)Stadium 6 (formeel-operationeel) Het conventionele niveau (bekommernis om welzijn van groep) Stadium 3 (formeel-operationeel)Stadium 4 (formeel-operationeel) Het preconventionele niveau (bekommernis om eigen lichamelijk welzijn) Stadium 1 (pre-operationeel)Stadium 2 (concreet-operationeel) Het premoreel stadium (pre-operationeel)

17 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Het conventionele niveau  Eindniveau wordt door meeste adolescenten en volwassenen bereikt  Conformiteit met de groep staat centraal (rolverwachtingen nakomen)  Hele houding gekenmerkt door actieve deelname aan bestaande orde  Essentieel is de ontwikkeling van rolnemingsvaardigheid  Egocentrisme wordt verlaten: waarde van de groep komt voorop te staan

18 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 3: Wederkerige moraal  Overgang van lichamelijk genot naar psychisch genot  Nog steeds grote afhankelijkheid van uitwendig gezag  Beter verstaan van doel van regels en ruimere kijk op samenleving  Regels hebben als doel harmonie te scheppen  Rolverwachtingen van groep overnemen (conflicten zijn mogelijk) “Handeling is goed naarmate ze bijdraagt tot groepsfunctioneren. Wat anderen plezier doet, helpt of door hen wordt goedgekeurd, wordt als juist gezien.”

19 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 4: In stand houden van sociale orde  Behoud van sociale orde en autoriteit  Wetten van samenleving worden erkend, hebben absolute geldingskracht  Wetten beschouwd als garantie voor vrede, orde en individuele rechten  Filmfragment - Moral Dilemma’sMoral Dilemma’s “De kern van moreel handelen is actief meewerken aan een geordende samenleving door zelf verantwoordelijkheid op te nemen, door zijn plicht te doen en respect te tonen voor gezag.”

20 Het postconventionele niveau (bekommernis om universele principes) Stadium 5 (formeel-operationeel)Stadium 6 (formeel-operationeel) Het conventionele niveau (bekommernis om welzijn van groep) Stadium 3 (formeel-operationeel)Stadium 4 (formeel-operationeel) Het preconventionele niveau (bekommernis om eigen lichamelijk welzijn) Stadium 1 (pre-operationeel)Stadium 2 (concreet-operationeel) Het premoreel stadium (pre-operationeel)

21 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Het postconventionele niveau  Dit niveau wordt slechts door minderheid van volwassenen bereikt  Realisatie dat voorgestelde maatschappij-orde niet de beste is  In vraag stellen van de meer algemene morele principes  Overstijgt de normen van de maatschappij en vormt eigen ethische code

22 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 5: Sociaal contract  Er treedt een versoepeling van maatschappelijke regels op  Wettelijke gezichtspunt blijft benadrukt worden, maar  Tevens erkenning van mogelijkheid om de wet te veranderen  Bewust van de relativiteit van persoonlijke waarden “De juiste handeling steunt op algemene individuele rechten en algemeen aanvaarde regels, die wel aan kritisch onderzoek onderworpen zijn.”

23 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Stadium 6: Universele ethische principes  De klemtoon op het sociale nut van een morele wet verdwijnt  Een principegeoriënteerde houding komt in de plaats  Geweten vervult daarbij de belangrijkste rol  Universele ethische principes om morele conflicten op te lossen “Men handelt volgens zelfgekozen ethische principes die universeel gelden, logisch te begrijpen en een zekere samenhang hebben. Men gaat nu zijn acties rechtvaardigen aan de hand van het geloof in de validiteit van universele principes en gevoel van er persoonlijk aan gebonden te zijn.”

24 Het postconventionele niveau (bekommernis om universele principes) Stadium 5: Sociaal contractStadium 6: Universele ethische principes Het conventionele niveau (bekommernis om welzijn van groep) Stadium 3: Wederkerige moraalStadium 4: In stand houden sociale orde Het preconventionele niveau (bekommernis om eigen lichamelijk welzijn) Stadium 1: Heteronome moraalStadium 2: Individuele moraal Het premoreel stadium (pre-operationeel)

25 Inzichtsvraag Er wordt gesteld: ‘Over het algemeen is het morele gedrag in de hogere stadia van moreel denken meer voorspelbaar, consistent en verantwoordelijk dan dat in de lagere stadia.’ (Kohlberg et al., 1975) Waarom?

26 Als voorbeeld het Heinz-dilemma: “Ergens in Europa lag een vrouw op sterven omwille van een zeldzame ziekte. Er was echter een nieuw geneesmiddel waarvan de dokters dachten dat het haar leven kon redden. Dit geneesmiddel bevatte radium en dit was pas ontdekt door een apotheker die in dezelfde stad woonde als de vrouw die op sterven lag. De bereiding van het geneesmiddel was duur, maar de apotheker vroeg nog eens tienmaal zoveel. Hij betaalde zelf 500 euro voor het radium en rekende 5000 euro aan voor een kleine dosis van het geneesmiddel. Heinz, de echtgenoot van de zieke vrouw, ging bij al zijn kennissen langs om het geld te kunnen lenen. Hij kon echter maar 2500 euro bijeenkrijgen. Hij vertelde de apotheker dat zijn vrouw stervende was en vroeg hem het geneesmiddel aan een lagere prijs te verkopen of hem toe te staan om later het verschil bij te betalen. Maar de apotheker zei: “Neen, ik heb het geneesmiddel ontdekt en ik wil er geld mee verdienen”. Heinz werd wanhopig en overwoog om in de apotheek binnen te breken en het geneesmiddel te stelen voor zijn vrouw.”Heinz-dilemma

27 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 1: ‘Heinz kan niet zomaar een ruit inslaan en dat kostbare medicijn stelen. Dat zou een ernstige misdaad zijn.’ In dit argument wordt uitsluitend naar de negatieve gevolgen van de handeling gekeken en niet naar de intentie.

28 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 2: ‘Als Heinz zijn vrouw niet wil verliezen, dan moet hij het medicijn stelen. Hij kan het later nog altijd terugbetalen.’ De rechtvaardigheid van de daad wordt hier slechts vanuit Heinz’ perspectief bekeken. Zijn belang staat in de redenering centraal.

29 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 3: ‘Als Heinz’ vrouw sterft, kun je het Heinz niet kwalijk nemen. Hij heeft al het mogelijke gedaan en je kunt hem niet verwijten dat hij geen misdaad wil plegen.’ In dit argument ligt de nadruk op de goede bedoelingen van Heinz die door anderen gewaardeerd zullen worden.

30 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 4: ‘Heinz wil zijn vrouw natuurlijk helpen, maar het is altijd verkeerd om te stelen, ook al heb je er een speciale reden voor.’ In dit argument is de wetovertreding doorslaggevend.

31 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 5: ‘Ik kan men voorstellen dat Heinz het medicijn steelt, maar daarmee kun je zijn gedrag nog niet goedkeuren.’ Hier wordt voor het eerst het dilemma onderkend. De proefpersonen in dit stadium veroordelen wellicht het stelen, maar leggen tevens de nadruk op de situatie waarin Heinz verkeerd.

32 2. De morele ontwikkeling volgens Kohlberg Toegepast op het Heinz-dilemma Stadium 6: ‘Wanneer je moet kiezen tussen het overtreden van de wet of een mensenleven redden is het redden van iemands leven belangrijker. Daarom zou het stelen van het medicijn hier niet verkeerd zijn.’ In dit argument worden twee ethische principes, het naleven van de wet en de bescherming van menselijk leven, tegen elkaar afgewogen.

33 Extra informatie: Hoe de morele ontwikkeling stimuleren?  In het begin zijn beloning en straf de belangrijkste richtlijnen.  Laten zien wat de gevolgen van hun gedrag zijn.  Vriendschappen en een goede emotionele band zijn belangrijk.  Geef zelf het goede voorbeeld in jouw moreel gedrag.  Het is waardevol om hen kennis te laten maken met verschillende visies.  Niet alleen de regels maar ook waarom deze regels gelden is belangrijk.  Laat kinderen nadenken over situaties om zelf oplossingen te bedenken.  Leer het kind zich verplaatsen in (de emoties van) een ander.  Kringgesprek en moreel schoolklimaat zijn belangrijk op school.  Match jouw antwoord met het niveau waarop het kind zich bevindt.  Gebruik kinderliteratuur om voorbeelden te geven van moreel gedrag.  Laat huisdieren toe in de klas en betrek kinderen bij de zorg voor dieren.  …

34 Groepsopdracht over morele ontwikkeling 1. Kies in groep een situatie uit waarin een moreel dilemma of probleem zich voordeed. 2. Leg uit in welke fase/stadium uit de theorie van Kohlberg de beschreven situatie kan worden gesitueerd. 3. Hoe zou jij als orthopedagoog de situatie aanpakken om de morele ontwikkeling van het kind te stimuleren?

35 Lesmateriaal Verplichte leerstof Maes, D. (2014). Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling. Niet gepubliceerde cursustekst, Hogeschool-Universiteit Brussel, Brussel. Hand-outs Achtergrondleerstof Craeynest, P. (2009). Psychologie van de levensloop. Leuven: Acco. Boon, T. (2013). Hoofdstuk 4: Morele ontwikkeling. Gepubliceerde cursustekst, Thomas More Hogeschool, Antwerpen. De Vos, T. (n.d.). De morele ontwikkeling van kinderen. Retrieved from Struyven, K. (2010). Groot worden. Leuven: Acco. Wilson, R.A. (2008), Fostering goodness & caring: promoting moral development of young children. Retrieved from


Download ppt "Hoofdstuk 5: De morele ontwikkeling Opleidingsonderdeel: Ontwikkelingspsychologie 1 ste Bachelor Orthopedagogie."

Verwante presentaties


Ads door Google