De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

STIJL EN BEELDSPRAAK. STIJLFIGUREN TEKSTSTIJLEN BEELDSPRAAK.

Verwante presentaties


Presentatie over: "STIJL EN BEELDSPRAAK. STIJLFIGUREN TEKSTSTIJLEN BEELDSPRAAK."— Transcript van de presentatie:

1 STIJL EN BEELDSPRAAK. STIJLFIGUREN TEKSTSTIJLEN BEELDSPRAAK

2 STIJL EN BEELDSPRAAK. STIJLFIGUREN ZIJN: AFWIJKINGEN VAN DE GEBRUIKELIJKE WOORDKEUS EN ZINSBOUW.

3 STIJLFIGUREN. 1.HERHALING (Voor extra nadruk). 2.OPSOMMING (Aantal zaken achter elkaar). JE BENT EEN LEUK, LIEF, MOOI EN VERSTANDIG MEISJE.

4 STIJLFIGUREN. 3. CLIMAX EN ANTICLIMAX. LET OP: En dat kost u geen tien euro, geen zeven vijftig, geen 5 euro, maar slechts 2 euro dame. CLIMAX OF ANTICLIMAX???????

5 STIJLFIGUREN. ANTICLIMAX, WANT DE PRIJS WORDT STEEDS LAGER. 4. ANTITHESE (TEGENSTELLING): WAAR ZIT DE TEGENSTELLING????? Sentimentele romantici genieten vaak van het verdriet dat ze hebben.

6 STIJLFIGUREN. DE TEGENSTELLING ZIT IN………… GENIETEN ………..VERDRIET. 5. PARADOX (S chijnbare tegenstelling). ALS JE GOED LUISTERT, KUN JE DE STILTE HOREN.

7 STIJLFIGUREN. 6. HYPERBOOL: De werkelijkheid wordt STERK OVERDREVEN. IK STA HIER AL EEN EEUW TE WACHTEN. 7. EUFEMISME: Een harde uitdrukking wordt door iets verzachtends vervangen.

8 STIJLFIGUREN. 7. EUFEMISME: Een harde uitdrukking wordt door iets verzachtends vervangen. VRAAG: WAT WORDT VERZACHT???? VOLGENS HAAR ZEGGEN GEBRUIKT HIJ NOGAL WAT.

9 STIJLFIGUREN. VOLGENS HAAR ZEGGEN GEBRUIKT HIJ NOGAL WAT. Er wordt verzacht dat hij veel drinkt/drugs gebruikt. 8. UNDERSTATEMENT: Vorm van verzachting met humoristisch effect.

10 STIJLFIGUREN. 8. UNDERSTATEMENT: Vorm van verzachting met humoristisch effect. ‘DAT IS EEN LEUK SOMMETJE’, ZEI DE WINNAAR VAN DE PRIJS IN DE STAATSLOTERIJ.

11 STIJLFIGUREN. 9. LITOTES: Dubbele ontkenning. JE ZIET DAT ZE NIET WEINIG OM HAAR FIGUUR GEEFT. VRAAG: WAAR ZIT DE DUBBELE ONTKENNING?

12 STIJLFIGUREN. JE ZIET DAT ZE NIET WEINIG OM HAAR FIGUUR GEEFT. WEINIG = NIET VEEL NIET WEINIG 10. WOORDSPELING. Pedagoochelaars.

13 STIJLFIGUREN. 11. SPOT: * IRONIE: Vriendelijke spot. * SARCASME: Fellere spot. * CYNISME: Bijtende spot. VERDRAAGZAAMHEID – HET INZICHT DAT DE ANDER TOCH TE STOM IS OM TOT EEN BETER INZICHT TE KOMEN.

14 STIJLFIGUREN. 12. TAUTOLOGIE: Een begrip wordt herhaald door een synoniem woord dat tot dezelfde woordsoort behoort. BAR EN BOOS IN VUUR EN VLAM

15 STIJLFIGUREN. 13. PLEONASME: Er wordt een vanzelfsprekend kenmerk vermeld. DE UITERSTE LIMIET EEN PASSERENDE VOORBIJGANGER


Download ppt "STIJL EN BEELDSPRAAK. STIJLFIGUREN TEKSTSTIJLEN BEELDSPRAAK."

Verwante presentaties


Ads door Google