De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

MINOR ACTIVE AGEING: ASB PERSPECTIEF Kitty van der Made en Andrea van Dijk.

Verwante presentaties


Presentatie over: "MINOR ACTIVE AGEING: ASB PERSPECTIEF Kitty van der Made en Andrea van Dijk."— Transcript van de presentatie:

1 MINOR ACTIVE AGEING: ASB PERSPECTIEF Kitty van der Made en Andrea van Dijk

2 Programma TijdThema Kennismaking en college ‘ASB perspectief op zinvol ouder worden’ (pauze) Werkgroepen Pauze Presentaties opdracht werkgroepen Gastspreker mr. dr. Ietje de Rooij (pauze) Nabespreking en vooruitblik dag 2

3 Visie en doelstelling  Visie: ASB belicht active ageing vanuit drie perspectieven die elkaar wederzijds beïnvloeden. In deze interactie staan de maatschappelijke context, het samenwerken in (in)formele netwerken en de directe belevingswereld van de ouderen centraal.  Doelstelling: ASB heeft als doel de studenten van de minor AA over de grenzen van hun eigen beroep heen te laten kijken om zo tot vernieuwende inzichten en verbreding van competenties te komen.

4 De Volkskrant Vonk: ‘Lang zullen we leven’ 02/03/13 Mature, Cindy C., 78, 1999 Vergrijzing is het grootste luxeprobleem uit de geschiedenis

5 And the Oscar 2013 goes to…

6 BNN: Golden Oldies 06/03/13 dewerelddraaitdoor.vara.nl: De minuut: Golden Oldies; White Stripes – Seven Nation Army Uitzending Gemist

7 David Bowie: The Next Day 08/03/13

8 Vraagstelling Active Ageing  Op welke geïntegreerde wijze kunnen we – interdisciplinair én vertrekkende vanuit de individuele behoeften van de ouder wordende mens in al zijn leefgebieden – er toe komen dat de ouder wordende mens zo lang mogelijk onafhankelijk en zelfstandig kan blijven met een goede kwaliteit van leven.

9 Het leven bezien vanuit ASB perspectief  Macroniveau Bij dit niveau gaat het om factoren die voortvloeien uit het functioneren van de samenleving als geheel. Hierbij kan gedacht worden aan systeeminvloeden als vergrijzing, technologische ontwikkelingen en de wijze waarop door de markt en overheid wordt omgegaan met doelgroepen en klantsystemen.  Mesoniveau. Bij dit niveau gaat het om factoren die “geproduceerd” worden door het ‘maatschappelijke” middenveld, de organisaties en instituties, belangengroepen, buurt, plaatselijke overheid, hulp- en dienstverlenende instanties.  Microniveau. Bij dit niveau gaat het om factoren die zich bevinden in de persoonlijke levenssfeer van mensen, zoals personen en gezinnen. Deze factoren zijn vooral belangrijk ter onderbouwing van waarnemingen uit de andere niveaus. Als men bijvoorbeeld aandacht wil vragen voor een gesignaleerd probleem bij bestuurders of bij de media, is het heel nuttig om te kunnen illustreren op welke wijze deze problemen uitwerken op praktijksituaties.

10 Vertaalslag naar hulpverlening aan ouderen Het actuele politiek maatschappelijk debat over de sociale sector Thema: van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij; schets huidige ontwikkelingen Wmo en WNS Macro Interventies sturen vanuit een institutioneel kader Thema: de impact van deze nieuwe koers in zorg en welzijn op het beleid van organisaties (samenwerken, netwerken en buurtwerken) Meso Interventies in de persoonlijke levenssfeer Thema: voorbeeld van een sociale professional uit de praktijk Micro

11 Een duik in de geschiedenis: een nieuw geluid…  Bezuinigingsbeleid kabinetten Lubbers I en II  Economische malaise  Terugtreden overheid  Een te ver doorgeschoten verzorgingsstaat  Drie motieven/problemen voor de koerswijziging Het roer moet om…De zorgzame samenleving Ruud Lubbers Elco Brinkman

12 Privatisering van het sociaal beleid in drie golven  Eerste golf ’90: Overheid privatiseert taken, sectoren en diensten. Bijvoorbeeld: woningcorporaties, thuiszorg, NS, PTT Vraagsturing van klanten én van de overheid staat centraal !

13 Privatisering van het sociaal beleid in drie golven  Tweede golf Verschuiven van verantwoordelijkheid voor zorg, welzijn, leefbaarheid en veiligheid naar burgers als individu en als collectief. Bijvoorbeeld: De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)

14 Privatisering van het sociaal beleid in drie golven  Derde golf: Lokalisering van beleid. Gemeenten worden ten volle verantwoordelijk voor zorg en welzijn: Deinstitutionalisering: Wijken en buurten worden gezien als kader voor sociale en zorgvraagstukken

15 De participatiemaatschappij: een echo weerklinkt…  De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Het kan gaan om ouderen, gehandicapten of mensen met psychische problemen. De Wmo zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Gemeenten voeren de Wmo uit en iedere gemeente legt andere accenten. 1. Het verbeteren van de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, tussen gemeenten en welzijnsinstellingen 2. Het verbeteren van de kwaliteit en professionaliteit van het welzijnwerk WmoWNS

16 Negen prestatievelden waaronder… 1. Het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid 2. Preventieve voorzieningen voor problemen met opgroeien en problemen met opvoeden 3. Het geven van informatie en advies 4. Ondersteunen mantelzorgers en vrijwilligers 5. Bevorderen deelname aan het maatschappelijk verkeer van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of psychisch-sociaal probleem. 6. Voorzieningen voor ouderen, gehandicapten, chronische psychiatrische patiënten en mensen met psychische of psychologische problemen. 7. Maatschappelijke opvang 8. Bieden openbare geestelijke gezondheidszorg. 9. Bieden ambulante verslavingszorg.

17 Kwaliteit welzijnswerk vertaald in 8 bakens 1. Gericht op de vraag achter de vraag 2. Direct er op af 3. Gebaseerd op de eigen kracht van de burger 4. Formeel en informeel in optimale verhouding 5. Doordachte balans van collectief en individueel 6. Integraal werken 7. Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht 8. Gebaseerd op ruimte voor de professional

18 De participatiemaatschappij: een echo weerklinkt… Anders kijken naar problemen, anders kijken naar naar indicaties. Van recht op zorg naar compensatiebeginsel: Wat heeft u nodig om (met steun van uw omgeving) zo zelfredzaam mogelijk te functioneren en te participeren? De Kanteling

19 Prof. dr. Jan Baars (Volkskrant 02/03/13) ‘De houding van ouderen is wel een beetje raar. Ze zeggen: ik trek de deur achter me dicht en heb dan helemaal geen verantwoordelijkheid meer. Ouder worden wordt een soort verantwoordingsloze jeugd, waarin je wel geld hebt en zelfstandig bent. (…) Zo wordt ouder worden een periode van niet serieus in het leven staan.’

20 Invulling van de derde en vierde levensfase  Wat zijn levensscripts?  Houdbaarheid van de paradox ‘succesvol achter de geraniums’

21 De activerende participatiemaatschappij Ehm, wat zijn mijn normatieve leeftijdgebonden ontwikkelingstaken ?

22 Voorbeelden van de grijze kracht Henk Kluwer (90) en Wim Hartog (89)

23 Bezuinigingen in de ouderenzorg nopen tot…. 26

24 Participeren impliceert ondersteunen Wat is het verschil tussen traditionele en nieuwe vormen van informele zorg?

25 Zorgcredits, -circuits, -ruil?

26 Een noodzakelijke nieuwe koers… Wensbehoeften ouderen en levensloopbeleid

27 Kansen en bedreigen van de nieuwe koers…  Grijze kracht: benutten van het potentieel van de derde en vierde levensfase  Solidariteitsbeginsel: vangnet voor de meest kwetstbare groep  Diversiteitsaspect Kansen

28 Opdracht in de werkgroepen Doel: Het verbinden van de behandelde theorie aan de eigen projectopdracht (holistische mensvisie, perspectieven, Wmo en WNS) Resultaat: Voorbereiding pitch-presentatie van max. 8 minuten

29 12.15 uur uur


Download ppt "MINOR ACTIVE AGEING: ASB PERSPECTIEF Kitty van der Made en Andrea van Dijk."

Verwante presentaties


Ads door Google