De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 4 Electriciteit. Ladingen er bestaan twee soorten ladingen: positieve ladingen negatieve ladingen Twee dezelfde ladingen stoten elkaar af Twee.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 4 Electriciteit. Ladingen er bestaan twee soorten ladingen: positieve ladingen negatieve ladingen Twee dezelfde ladingen stoten elkaar af Twee."— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 4 Electriciteit

2 Ladingen er bestaan twee soorten ladingen: positieve ladingen negatieve ladingen Twee dezelfde ladingen stoten elkaar af Twee ongelijke ladingen trekken elkaar aan.

3 Grootheden en eenheden grootheidsymbooleenheidsymbool spanningUvoltV stroomsterkteIampereA weerstandROhm  vermogenPWattW elektrische energieEkilowattuurkWh EJouleJ

4 Schakelingen Er bestaan 2 soorten schakelingen: serie en parallel Eigenschappen serie – schakeling: Stroom altijd gelijk : I totaal = I 1 = I 2 = I 3 Spanning wordt verdeeld: U bron = U 1 + U 2 + U 3

5 Eigenschappen parallel- schakeling: Stroom wordt verdeeld: I hoofd = I 1 + I 2 + I 3 Spanning blijft hetzelfde: U bron = U 1 = U 2 = U 3

6 Wet van Ohm In een stroomkring is de deling van spanning U(V) en stroomsterkte I(A) constant. Deze constante noemen we de weerstand R(  ) Het bijzondere aan deze formule is het volgende: Als de spanning over een weerstand 3x zo groot wordt, dan wordt de stroomsterkte ook 3x zo groot. Dit omdat de weerstand gelijk blijft. (Dit geldt alleen bij een Ohmse weerstand)

7 Weerstand (2) Van een weerstand kun je een (U,I) grafiek maken. Er bestaan 2 soorten weerstanden: 1.Weerstanden waarvoor de Wet van Ohm geldt(Ohmse weerstand): de waarde van de weerstand blijft altijd hetzelfde. 2. Weerstanden die afhankelijk zijn van de temperatuur: bijvoorbeeld gloeilampen.

8 Weerstand (3) Weerstanden kun je in serie of parallel schakelen. Meestal is het handig om de vervangingsweerstand (R v ) te berekenen. Weerstanden in serie: R v = R 1 + R 2 + R 3 Weerstanden parallel:

9 Vermogen Ieder apparaat verbruikt een hoeveelheid (elektrische) energie E. Op ieder apparaat staat vermeld hoeveel energie het verbruikt per seconde. Voorbeeld:P = 1200 W betekent dat dit apparaat 1200 Joule energie per seconde verbruikt. Dit vermogen hangt af van:* spanning (U) * stroomsterkte (I) Dus geldt: P = U. I

10 Elektrische energie De verbruikte elektrische energie wordt uitgedrukt in Joule (J) Er geldt:E = P. t Hierin is: E = elektrische energie (J) P = vermogen (W) t = tijd (s)

11 Elektrische energie Elektrische energie kost geld. Ieder jaar wordt door de gemeente de meterstand in de meterkast opgemeten. De verbruikte elektrische energie wordt uitgedrukt in kilowattuur (kWh). 1 kWh kost ongeveer € 0,11. (1kWh=3,6MJ) Er geldt: E = P. t Hierin is: E = elektrische energie (kWh) P = vermogen (kW) t = tijd (uur)

12 Weerstand van een draad

13

14

15

16

17 Voorbeeldopgave 2: Fietslampje Van een fietslampje is het (I,U)-diagram getekend. a. Leg met behulp van de figuur uit of de weerstand van het lampje toeneemt dan wel afneemt als de spanning over het lampje groter wordt.

18 Een constantaandraad is op een klos gewikkeld. De draad heeft een doorsnede van 0,20 mm². In de volgende figuur is het (I,U)-diagram van de draad getekend. b. Bepaal de lengte van de constantaandraad.

19 Het fietslampje en de constantaandraad worden nu in serie aangesloten op een spanningsbron. De stroom door het lampje is dan 0,15 A. Daarna worden lampje en draad parallel aangesloten op de spanningsbron, die nog steeds dezelfde spanning levert. c. Bepaal de stroomsterkte die de bron levert als het lampje en de draad parallel aangesloten zijn op de bron.

20

21 Lees af uit grafiek:


Download ppt "Hoofdstuk 4 Electriciteit. Ladingen er bestaan twee soorten ladingen: positieve ladingen negatieve ladingen Twee dezelfde ladingen stoten elkaar af Twee."

Verwante presentaties


Ads door Google