De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Bevraging GAP Gezinsleer: aanvaarding en positionering Faculteit Theologie en Religiewetenschappen Prof. Annemie Dillen & Prof. Thomas Knieps.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Bevraging GAP Gezinsleer: aanvaarding en positionering Faculteit Theologie en Religiewetenschappen Prof. Annemie Dillen & Prof. Thomas Knieps."— Transcript van de presentatie:

1 Bevraging GAP Gezinsleer: aanvaarding en positionering Faculteit Theologie en Religiewetenschappen Prof. Annemie Dillen & Prof. Thomas Knieps

2 1. Inleiding

3 Presentatie van een deel van de resultaten en conclusies: geen details van analyses (zie latere publicaties), wel algemene resultaten. Verdere analyses kunnen op termijn ook nog uitgevoerd worden. Hier geven we een selectie weer van wat tot nu toe bekend/geanalyseerd is.

4 Algemene thematiek De perceptie van elementen van de kerkelijke leer omtrent huwelijk, gezin en seksualiteit door kerkbetrokkenen, geëngageerd binnen het Vlaamse pastorale veld/godsdienstonderwijs Vanuit de ervaring: er is een spanning tussen opvattingen/praktijken en de kerkelijke leer (of minstens: de perceptie van de kernlijnen van de leer)

5 Waarom onderzoek? Aanleiding: synode 2014 en voorbereiding geïnitieerd vanuit Rome Vragenlijst vanuit Rome: moeilijk, tendentieus, lang en zeer moeilijk te verwerken/interpreteren De kans geven aan Vlaamse kerkelijk geëngageerde mensen om hun visie omtrent deze thematiek op een iets minder inspannende manier te kennen te geven (nadeel: gesloten vragen, bepaald kader) Weinig betrouwbare data in Vlaanderen over visies i.v.m. gezin en houding t.a.v. kerkelijk leer bij groep kerkbetrokken mensen Wetenschappelijk verantwoorde gegevens verzamelen die toelaten om spontaan aanvoelen van velen verder te kaderen, nuanceren, onderbouwen – bij een specifieke doelgroep: mensen die in de Vlaamse katholieke kerk een functie (als vrijwilliger of professional) opnemen Empirisch onderzoek gericht op het ondersteunen of verwerpen van ‘theorie’ - ook ‘explorerend’ Gesprek en theologische reflectie stimuleren

6 Enkele reacties van respondenten Vragen van ‘bovenaf’, maar feitelijke beleving en ervaring wordt zo niet gehoord of nog: de vragen handelen over wat zou moeten, over de leer Kerkelijke leer kan en moet/mag toch niet veranderen Bevraging en resultaten zaaien verdeeldheid, we moeten ons verenigen en focussen op de kern Werkelijkheid is genuanceerder – veel hangt af van de situatie – het is niet zo zwart-wit Dankbaar voor de mogelijkheid om mee te doen Hoop op concrete actie naar aanleiding van de bevraging Er ontbreekt nog heel wat in verband met deze thematiek Weinig aandacht voor ‘liefde’, ‘relatie’, ‘dagelijks leven’ – vooral theoretische visies

7 2. Kader: Thematiek en hoofdvragen

8 Waarover gaat het onderzoek? Kennis van de kerkelijke leer over gezinsthema’s (specifieke thema’s voornamelijk ingegeven door de vragenlijst vanuit Rome: echtscheiding/hertrouw, ongehuwd samenwonen, anticonceptie, homoseksuele relaties, …) Acceptatie van de kerkelijke leer over deze thema’s Pastorale houding/praxis t.a.v. deze onderwerpen Beleving van geloof in gezinscontext Telkens: eigen perceptie van deze zaken (geen observatie)

9 Algemene onderzoeksvragen In welke mate stemmen kerkelijk geëngageerden in Vlaanderen in met de kerkelijke leer over gezin? (zijn er onderlinge verschillen/samenhangen per deelthema?) In welke mate vinden kerkelijk geëngageerden dat ze kennis hebben van de kerkelijke gezinsleer (en samenhang met andere gegevens) en hoe evalueren ze de (veronderstelde) kennis van anderen in hun (pastorale) omgeving? Welke pastorale houdingen denken de bevraagden dat ze aannemen ten aanzien van bijzondere groepen (bv. mensen levend in homoseksuele relaties, ongehuwd samenwonenden, …), en onderlinge samenhang met andere gegevens. Is er een verband tussen geloofshouding en visies omtrent gezin? Is er een verband tussen visies omtrent gezin en de leeftijd/ geslacht/opleiding/burgerlijke stand…?

10 Reeds bestaand onderzoek Buitenlands onderzoek over visies van katholieken over huwelijk en gezinsonderwerpen (vb. Zulehner, 2010, 2014; Woodhead, 2013; Kühn, 2013) EVS – Europees waardenonderzoek (1981, 1990, 1999, 2008), met luik voor België/Vlaanderen Sociologisch onderzoek over gezinsthema’s waarbij algemene verbanden met geloofsbeleving onderzocht zijn (vb. LAGO, 2009ff.; Scheiding in Vlaanderen, 2011) Onderzoek over beleving van geloof in gezinnen en samenhang met geloofsbeleving algemeen (Pollefeyt et al., 2004; Dillen & Pollefeyt, 2005) Kwalitatief onderzoek rond geloofsbeleving in gezinnen

11 3. Methode van onderzoek

12 Belangrijkste hypothesen (op basis van ervaring en ander onderzoek) Een groot deel van de Vlaamse kerkelijk betrokkenen stemt (vermoedelijk) niet of niet volledig in met de kerkelijke gezinsleer in theorie en in pastorale praktijk. Een visie waarbij geloofselementen eerder strikt aanvaard worden, hangt (vermoedelijk) samen met een grotere aanvaarding van de kerkelijke gezinsleer (in theorie en in pastorale praxis). Hoe meer men zelf de kerkelijke gezinsleer aanvaardt, hoe meer men vermoedt dat anderen (die de leer in grote mate verwerpen) de leer niet echt goed kennen.

13 Onderzoekspopulatie - steekproef Onderzoekspopulatie: mensen actief in pastoraat en geloofscommunicatie (priesters, parochie-assistenten, vrijwilligers in catechese, huwelijksvoorbereiding, professionele pastors in zorgpastoraat, pastorale vrijwilligers in voorzieningen, vormingsmedewerkers, leden van christelijke sociale bewegingen of gezinsbewegingen, godsdienstleerkrachten, docenten…). Dit is niet de ‘doorsnee katholiek’! Steekproef: geadresseerden van nieuwsbrieven (gezinspastoraal, Elisabeth-pastorale zorg), adressenbestand FTRW KU Leuven, IPB- leden (expliciet aangeschreven) en geïnteresseerden die via internet, sociale media de link naar de online enquête vinden en zichzelf tot doelgroep rekenen (accidentiële steekproef) respondenten

14 Dataverzameling en instrument Online-enquête met voornamelijk gesloten vragen (likert-schaal met scores meestal van 1-5 of meerkeuzevragen; enkele open vragen). 52 vragen Invultijd: 20 à 30 minuten Bestaande schaal (postkritische geloofsschaal) en enkele items overgenomen uit het onderzoek ‘Scheiden in Vlaanderen’, die vergelijking mogelijk maken. Ook enkele algemene vragen zijn overgenomen uit ander onderzoek (o.a. ‘Godsdienstonderwijs uitgedaagd’, …) Zelf geformuleerde items en explorerende factoranalyse om tot schalen te komen: theologisch ‘interpreteer-werk’ vanuit de Vaticaanse vragenlijst en vanuit algemene achtergrond in gezins- en huwelijksethiek/pastoraal

15 Onderzoeksprocedure Mogelijkheid om de vragenlijst in te vullen tussen 15 december 2013 en 8 januari 2014 (periode kerstvakantie – noodzakelijk korte periode in functie van rapportering naar bisschoppenconferentie en naar Rome) Steekproef aangeschreven via (met code, zodat duidelijk wordt wie via deze weg de enquête wel/niet ingevuld heeft en we zicht krijgen op de mate van representativiteit) (! Antwoorden wel volledig anoniem – niet te achterhalen wie wat invulde). Tegelijk ook: open toegang via links op internet, sociale media, … Daarna statistische analyses met behulp van SPSS-software (uitgevoerd door dr. Karolina Krysinska, psychologe, in dialoog met experten methodologie)

16 Analysedesign Analyses van scores op individuele vragen/items (verdeling, gemiddeldes, standaarddeviatie, …) Factoranalyse om te komen tot betrouwbare schalen Analyses van gemiddelde scores op schalen Correlaties tussen verschillende schalen en associaties tussen schaalscores en achtergrondvariabelen Contingentietabellen (die wijzen op samenhang) Geen oorzakelijke verbanden, enkel mogelijke samenhang, geen regressie-analyse Kwalitatieve data-analyse bij antwoorden op open vragen (later stadium)

17 4. Resultaten

18 3362 respondenten in totaal 1853 respondenten vullen vragenlijst volledig in (927 via , gecodeerde vragenlijst; 961 via rechtstreekse online link) 1509 respondenten met onvolledig ingevulde vragenlijst ( ); mogelijke redenen: niet tot doelgroep behoren, tijdsgebrek, moeite met bepaalde vragen, … Gemiddelde leeftijd gelijk, verder kleine verschillen in de samenstelling van de twee groepen

19 Achtergrondvariabelen – beschrijving steekproef Gemiddelde – standaardafwijking (= spreiding t.a.v. gemiddelde) Persoonlijk profiel Hoe oud bent u? N = 1852 …- 45 = 459 (24.8 %) = 449 (24.2%) = 461 (24.9 %) 66- … = 483 (26.1 %) x= 54,95 SD = 14,553 Min. = 14 Max. = 92 Gemiddelde leeftijd: 55 Meeste deelnemers tussen 40 en 70

20 Geslacht Bent u man of vrouw? Grotere groep mannen: cf. relatief groot aantal priesters die de vragenlijst invulden

21 Bisdom In welk bisdom bent u (hoofdzakelijk) actief? Verspreiding komt overeen met grootte van de Vlaamse bisdommen

22 Functie Welke functie hebt u binnen de kerk? (Meerdere antwoorden mogelijk) N = : Priester = 176 (9,5%) 2: Religieus = 106 (5,7%) 3: Pastoor/deken = 64 (3,5%) 4: Pastor of pastoraal animator in de zorgsector = 141 (7,6%) 5: Parochie assistent(e) = 55 (3,0%) 6: Aalmoezenier in gevangenis of leger = 6 (0,3%) 7: Diaken = 77 (4,2%) 8: (Diocesaan) vormingsmedewerk(st)er of jeugdwerk(st)er = 52 (2,8%) 9: Medewerk(st)er in huwelijks /gezinspastoraat = 50 (2,7%) 10: Godsdienstleerkracht = 305 (16,5%) 11: Docent(e) theologie of religie, zingeving levensbeschouwing (hogeschool of universiteit) = 88 (4,7%) 12: Vrijgestelde of vrijwillige(st)er in het christelijk middenveld of in een katholieke vereniging = 211 (11,4%) 13: Pastoraal vrijwillig(st)er ter ondersteuning van pastoraat in de zorgsector = 60 (3,2%) 14: Vrijwillig(st)er ter ondersteuning van gevangenispastoraat/pastoraat in het leger = 11 (0,6%) 15: vrijwillig(st)er in de huwelijksvoorbereiding = 66 (3,6%) 16: Catechist(e) = 232 (12,5%) 17: Niet van toepassing = 336 (18,1%) 18: Andere functie = 479 (25,8%)

23 Theologische opleiding Heeft u een theologische opleiding genoten? Grootste groep (64 %) zegt op een of andere manier een theologische opleiding gehad te hebben

24 Vrijwilliger, priester, of (leken)pastor/godsdienstleerkracht Bijna de helft: actief als vrijwilliger Vanuit welk kader neemt u het grootste deel van uw kerkelijke/religieuze taken op?

25 Geloofsprofiel respondenten Als antwoord op de vraag ‘hoe gelovig vindt u zichzelf?’ scoort 92,2% op een schaal van 1 tot 10 een score van 6 of meer. Hoe gelovig vindt u zichzelf? N = (Weinig gelovig) = 18 (1,0%) 2 = 22(1,2%) 3 = 22 (1,2%) 4 = 19 (1,0%) 5 = 64 (3,5%) 6 = 118 (6,4%) 7 = 384 (20,7%) 8 = 648 (35,0%) 9 = 341 (18,4%) 10 (Zeer gelovig) = 217 (11,7%) x =7,74 SD =1,

26 Eigen gelovige opvoeding Bent u gelovig opgevoed? N = 1853 Helemaal niet = 12 (0,6%) Eerder niet = 46 (2,5%) Neutraal = 63 (3,4%) Eerder wel = 794 (42,8%) Zeer sterk = 938 (50,6%) x =4,40 SD =0,732 93,6 % zegt van zichzelf dat ze sterk tot zeer sterk religieus werden opgevoed

27 Belang geloof Voor ongeveer 96% is geloof (eerder wel) belangrijk tot heel belangrijk in het leven In welke mate zijn geloof en levensbeschouwing belangrijk voor u? N = 1853 Helemaal niet belangrijk = 9 (0,5%) Eerder niet belangrijk = 15 (0,8%) Neutraal = 57 (3,1%) Eerder wel belangrijk = 606 (32,7%) Heel belangrijk = 1166 (62,9%) x =4,57 SD=0,643

28 Katholieke (?) zelfomschrijving Op de vraag hoe men zichzelf op religieus vlak omschrijft, zegt meer dan driekwart van de respondenten dat ze zich als ‘katholiek’ beschouwen. Hoe omschrijft u zichzelf op religieus vlak? N = 1853 Katholiek = 1296 (69,9%) Christen, maar niet katholiek = 358 (19,3%) Spiritueel = 83 (4,5%) Niet religieus = 20 (1,1%) Andere = 96 (5,2%) x =1,52 SD = 1,013

29 Bidden Bidt u wel eens? N = 1853 Nooit = 51 (2,8%) Zelden = 98 (5,3%) Soms = 308 (16,6%) Regelmatig = 650 (35,1%) Dagelijks = 746 (40,3%) x = 4,05 SD = 1,013 75,4 % bidt regelmatig of zelfs dagelijks

30 Religieuze vieringen bijwonen Hoe vaak woont u religieuze diensten bij? (doopplechtigheden, huwelijken, communies, en begrafenissen worden hier niet meegerekend) N = : Nooit = 26 (1,4%) 2: Zelden = 121 (6,5%) 3: Enkel op speciale feestdagen = 144 (7,8%) 4: Minstens een keer per maand = 361 (19,5%) 5: Eén maal per week = 772 (41,7%) 6: Enkele keren per week = 273 (14,7%) 7: Dagelijks = 156 (8,4%)

31 Cognitieve geloofsschaal (hoe denken mensen over geloofsitems) (basis: ‘postkritische geloofsschaal’) Schaalx̅SD Letterlijk Geloof2,80521,13436 Letterlijk Ongeloof2,02460,91906 Symbolische Attitude 5,73660,69126 Duidelijke, gemiddelde voorkeur voor symbolisch denken Schaal van 1 tot 7

32 Uitleg schaal Letterlijk ongeloof: Dit zijn stellingen zoals ‘Het geloof is uiteindelijk niet meer dan een vangnet voor onze menselijke angsten’ of ‘de wetenschappelijke verklaringen van mens en wereld hebben de religieuze verklaringen overbodig gemaakt’. Letterlijk geloof: Dit zijn items zoals ‘Uiteindelijk bestaat er op elke religieuze vraag maar één juist antwoord’ en ‘God is eens en voor altijd bepaald en is dus onveranderlijk’. Een hoge score op symbolisch denken en een lage score op letterlijk geloofsdenken wil zeggen dat de respondenten over het algemeen aangeven dat Bijbelse verhalen in hun context moeten geïnterpreteerd worden, dat ze beseffen dat er niet slechts één waarheid is, dat hun eigen geloofsvisie één visie is te midden van andere visies. De schaal rond symbolisch denken bevat ook items zoals ‘Ondanks het feit dat de bijbel in een geheel andere historische context werd geschreven, bevat hij toch een belangrijke boodschap’

33 Geloofscommunicatie met partner Hoe vaak praat u met uw partner over geloofsthema’s? N = : Nooit = 19 (1,5%) 2: Zelden = 106 (8,5%) 3: Soms = 387 (31,0%) 4: Regelmatig = 624 (50,0%) 5: Dagelijks = 106(8,5%) 6: Niet van toepassing = 6 (0,5%) 59 % zegt ‘regelmatig’ of ‘dagelijks’ met de partner over geloof te praten, Dat is duidelijk meer dan een groep (N=83) Vlaamse godsdienstleerkrachten die in 2002 dezelfde vraag kregen (43 %).

34 Geloofscommunicatie met kinderen Hoe vaak praat u met uw kind(eren) over geloof? (enkel indien u een of meerdere kinderen hebt jonger dan 18 jaar) N = : Nooit = 16 (1,2%) 2: Zelden = 138 (10,7%) 3: Soms = 374(29,0%) 4: Regelmatig = 315 (24,4%) 5: Dagelijks = 36 (2,8%) 6: Niet van toepassing = 410 (31,8%)

35 Andere religieuze praktijken We hebben geen vragen gesteld over minder traditionele religieuze praktijken, zoals vormen van meditatie, new age-gerichte spiritualiteit of over elementen van volksvroomheid, zoals bedevaarten, kaarsjes branden enz. We vermoeden op basis van ander onderzoek dat deze elementen mogelijk bij een groep van de deelnemers ook voorkomen in combinatie met de klassieke katholieke beleving (kerkpraktijk, bidden, …).

36 Kennis van de kerkelijke leer 1: Ik ben er helemaal niet van op de hoogte 2: Ik heb een vaag vermoeden 3: Ik weet er een beetje van af 4: Ik kan de grote lijnen schetsen 5: Ik heb er een grondige kennis van

37 Kennis van de kerkelijke leer Opmerkelijk is dat de respondenten de kennis van de kerkelijke leer bij zichzelf vrij hoog inschatten. Tussen de 60 en 75% zegt de grote lijnen van de leer rond huwelijk en gezin te kunnen schetsen of zelfs een grondige kennis daarvan te hebben. Dit kan mede verklaarbaar zijn door het vergelijkbare percentage dat een theologische opleiding genoten heeft, waarbinnen deze thematiek mogelijk aan bod gekomen is, en door het percentage dat zegt via literatuur en studie geïnteresseerd te zijn in het onderwerp.

38 1: Ze zijn er helemaal niet van op de hoogte 2: Ze hebben een vaag vermoeden 3: Ze weten er een beetje van af 4: Ze kunnen de grote lijnen schetsen 5: Ze hebben er een grondige kennis van

39 Mate waarin kerkelijke leer bij anderen gekend is (veronderstelde kennis) De antwoorden hier zijn uiteenlopend. Deze vraag werd ook als zeer moeilijk beschouwd. Het aantal van diegenen die ervan uit gaan dat mensen die ze in kerkelijke contexten ontmoeten helemaal geen of enkel een zeer vage kennis van de kerkelijke positie hebben, schommelt naargelang de specifieke onderwerpen tussen 22 en 33%. Telkens een derde vermoedt echter dat deze mensen ‘een beetje afweten’ van de kerkelijke leer. Ook mensen die het niet goed weten wat anderen denken hebben mogelijk deze middelste categorie aangekruist. Doorgaans meer dan een derde veronderstelt een goede tot zelfs grondige kennis.

40 Dit is in grotere mate het geval bij de kerkelijke leer over contraceptie, echtscheiding en homoseksualiteit dan bijvoorbeeld bij de kerkelijke verdediging van het huwelijk als basis voor seksualiteitsbeleving en gezinsopbouw. Dit heeft allicht te maken met het gegeven dat deze thema’s meer controversieel zijn en meer media- aandacht krijgen en dat daarom verondersteld wordt dat mensen hiervan goed op de hoogte zijn.

41 Instemming met de kerkelijke leer Deze scores laten zien dat er over de verschillende thema’s uiteenlopende meningen bestaan, met andere woorden dat de respondenten over het algemeen niet over elk thema hetzelfde denken.

42

43 Is er een verband tussen de gepercipieerde kennis van de kerkelijke leer (bij zichzelf of bij anderen) en de visie over de kerkelijke gezinsleer? Er zijn heel kleine significante correlaties. Deze correlaties zijn echter veel kleiner dan andere correlaties/samenhangen (bijvoorbeeld denken over geloof algemeen) Hoe meer men verandering wenst, hoe meer men vermoedt dat de andere enige kennis heeft van de kerkelijke leer, of omgekeerd: hoe minder verandering men wenst, hoe meer men denkt dat anderen niet op de hoogte zijn.

44 Visie op kerkelijke leer in relatie tot andere elementen Relatie pkg schaal Relatie leeftijd Relatie met theologische opleiding Relatie vrijwilliger/professional/priester of religieus Ervaring eigen gezinssituatie

45 Is er een verband tussen geloofshouding en visies omtrent gezin? Ja – het gaat hier zelfs om vrij hoge correlaties. Richting: hoe meer men ‘letterlijk gelovig’ denkt, hoe meer men de kerkelijke gezinsleer aanvaardt.

46 Samenhang ‘Traditionele familie- en gezinsattitudeschaal’ en subschalen met Post-kritische geloofsschaal en subschalen Letterlijk Geloof Letterlijk Ongeloof Symbolische Attitude Verdediging van huwelijkstrouw als kader voor relatie- en seksualiteitsbeleving 0,663***-0,181***-0,311*** Heteronormatieve huwelijksvisie 0,588***-0,162***-0,245*** Afwijzing van relatie- en seksualiteitsbeleving los van het huwelijk 0,506***-0,155***-0,294*** Traditionele familie- en gezinsattitude 0,676***-0,188***-0,318***

47 Verband tussen religieuze diensten bijwonen en gezins- en geloofsdenken Hoe meer men religieuze diensten bijwoont, hoe minder men (gemiddeld gezien) verandering op het vlak van de kerkelijke gezinsleer wenst; hoe hoger men gemiddeld scoort op de schaal rond ‘traditionele familie en gezinsattitude’. Gemiddelde op letterlijk geloof ligt hoger naarmate men meer naar de kerk gaat. Geen opvallende en significante samenhangen tussen symbolisch denken en kerkpraktijk. Met andere woorden: als iemand symbolisch denkt, kan niet voorspeld worden of die veel of weinig naar de kerk zou gaan.

48 Speelt de leeftijd een rol bij de visie op de kerkelijke gezinsleer? Ja – er zijn significante verbanden (maar de invloed is niet zo groot) Algemene richting van verband: hoe ouder, hoe traditioneler

49 Speelt geslacht een rol in de visie op de kerkelijke leer? Ja, op sommige vlakken. Mannelijke respondenten scoren gemiddeld hoger qua ‘eigen kennis’ dan vrouwelijke respondenten, en staan gemiddeld minder afwijzend tegenover de kerkelijke leer over huwelijk en gezin (subschalen van ‘Traditionele Familie- en Gezinsattitude’).

50 Speelt de theologische opleiding een rol in de visie op de kerkelijke leer? Er is een zekere samenhang tussen sommige schalen en het al dan niet genoten hebben van een theologische opleiding. Algemeen: mensen met een theologische opleiding scoren gemiddeld hoger i.v.m. eigen kennis van de kerkelijke gezinsleer, symbolische attitude, letterlijk ongeloof en veranderingswens (maar opgelet: beperkte verschillen). Mensen met een theologische opleiding scoren gemiddeld lager wat betreft instemming met kerkelijke gezinsleer, letterlijk geloof, de perceptie van de kennis die anderen hebben over de kerkelijke leer, het vermoeden van de mate dat anderen instemmen met de kerkelijke gezinsleer. De subschalen omtrent specifieke thema’s rond huwelijk en gezin vertonen geen significante verbanden met de theologische opleiding.

51 Speelt de positie als priester of religieuze / (leken)professional / vrijwilliger een rol in de visie op de kerkelijke leer? Ja: algemeen: priesters/religieuzen: meer instemming/traditioneel denken over gezin dan vrijwilligers, en deze weer meer dan leken-pastores

52 Is er een samenhang tussen eigen levenssituatie en visie op gezin? Ja, bij de groep die echtscheiding meemaakte, significant minder instemming met kerkelijke gezinsleer, minder nadruk op traditionele gezinsethiek (cf. ander onderzoek). De overgrote meerderheid van de (kerkelijk geëngageerde) respondenten leeft zelf niet ongehuwd of in een homoseksuele/lesbische relatie samen en is ook niet gescheiden en hertrouwd. Het grootste deel leeft – zo niet celibatair of alleenstaand – in een traditionele gezinsvorm. In het algemeen is de grote mate van niet-instemming met de kerkelijke positie omtrent deze onderwerpen, niet gemotiveerd vanuit een persoonlijke ervaring in de huidige gezinssituatie (mogelijk wel: van eigen ouders, familie of vrienden). Er zijn weliswaar beperkte statistisch significante verbanden te vinden tussen eigen gezinssituatie (ervaring echtscheiding) en het denken over de kerkelijke gezinsleer, maar deze samenhang verklaart niet de grote mate van niet-instemming met de kerkelijke gezinsleer.

53 Samenvatting: algemeen profiel van mensen die kerkelijk gezinsleer accepteren (of met andere woorden: welke elementen kunnen de kans op ‘acceptatie kerkelijke gezinsleer’ vergroten) Letterlijk geloofsdenken, veel naar de kerk gaan, ouder dan 65 zijn, man zijn, geen theologische opleiding genoten hebben (beperkt!), priester of vrijwilliger zijn, niet gescheiden zijn,…

54 Pastorale praktijken Hoe ervaren onderstaande groepen volgens u (in het algemeen) de manier waarop ze door pastores ter plaatse behandeld worden? Drie groepen: Ongehuwd samenwonenden, gehuwden van wie een of beiden voorheen burgerlijk gescheiden waren, partners in lesbische en homoseksuele relaties. De respondenten geven in veel grotere mate voor de mensen in lesbische en homoseksuele relaties aan dat de meesten zich uitgesloten voelen uit de gemeenschap.

55 Inschatting kerkelijke ervaring van anderen 1: De meesten voelen zich uitgesloten uit de gemeenschap 2: De meesten voelen zich noch verstaan noch gewaardeerd in hun situatie en morele keuzes 3: De meesten aanvaarden dat de kerk hun situatie niet zo maar kan goedkeuren 4: De meesten trekken zich niets aan van de kerkelijke houding 5: Ik weet dit niet

56 N = : Ik voel mezelf verplicht binnen de regels van de kerk te handelen = 53 (2,9%) 2: Ik voel mezelf geroepen om aan mensen het standpunt van de kerk toe te lichten = 301 (16,2%) 3: Ik voel mezelf geroepen om mensen in gesprek te ondersteunen om tot uitklaring van hun waarden/normen te komen = 819 (44,2%) 4: Ik voel mezelf geroepen om mensen te stimuleren hun eigen geweten te volgen = 599 (32,3%) 5: Ik zal zoveel mogelijk proberen te luisteren naar de beleving van de mensen en zo weinig mogelijk sturen = 490 (26,4%) 6: Niet van toepassing = 376 (20,3%) 7: Andere = 25 (1,3%)

57 Hoe omschrijft u de ideale houding van de kerk ten aanzien van mensen die volgens de kerk leven in ‘irreguliere gezinssituaties’? N = : De kerk zou voor iedereen duidelijk moeten maken welke vorm van seksualiteitsbeleving en welke vormen van samenleven volgens de kerkelijke leer al dan niet ethisch aanvaardbaar zijn = 38 (2,1%) 2: De kerk zou deze mensen moeten welkom heten maar tegelijk duidelijk maken dat hun gezinssituatie volgens de kerkelijke morele leer eigenlijk niet wenselijk is = 249 (13,4%) 3: De kerk zou deze mensen moeten welkom heten en hun keuze ook positief ethisch evalueren = 1271 (68,6%) 4: De kerk zou deze mensen moeten welkom heten en verder best zwijgen over gezinsthema’s = 185 (10,0%) 5: Andere = 110 (5,9%)

58 5. Conclusie, discussie en aanbevelingen

59 Reflecties over de steekproef Steekproef: vanuit praktische argumenten – niet representatief voor ‘de katholiek’, allicht wel voor kerkelijk betrokkenen Zekere bias: degenen die halverwege afhaakten, staan lichtjes positiever tegenover sommige aspecten van de kerkelijke leer. Vooral : verbanden en interne vergelijkingen relevant

60 Reflectie over de vraagstelling In deze enquête bevraagd: thema’s rond huwelijk en gezin die althans in de westerse kerken als het meest ‘heikel’ worden ervaren Daarnaast nog andere onderwerpen die ethisch en pastoraal van betekenis zijn voor de verhouding tussen geloof, kerk en gezin, – aandacht voor man-vrouw verhoudingen en voor gelijkwaardig partnerschap in het algemeen, – zorg voor en opvoeding van kinderen in brede zin, – geweldloosheid en gepast reageren op geweld in gezinnen, – gemeenschapsvorming binnen gezinnen, – relatie gezin-kerk en de plek van gezinnen in de kerk, – aandacht voor onvervulde kinderwens, – enz. Ook hiervoor is verdere aandacht nodig.

61 Conclusies Resultaten onderzoek: Verandering vooral gewild op het domein van anticonceptie, gescheiden hertrouwden, homoseksuele relaties. Betekenis van huwelijk en huwelijkstrouw wordt niet in dezelfde mate in vraag gesteld. Vraag naar verandering betreft vooral omgang met gescheiden hertrouwden, seksualiteitsbeleving bij homoseksuele partners, erkenning van niet-huwelijkse gezinsvormen.

62 1. Wordt de these bevestigd: “Afkeur van de kerkelijke leer rond huwelijk en gezin is in eerste instantie het gevolg van een ontoereikende kennis van de leer”?

63  Respondenten schatten in het algemeen de kennis van de kerkelijke leer omtrent huwelijk en gezin zowel in eigen zelfperceptie als ook bij derden vrij hoog in.  Respondenten zijn in het algemeen vrij goed theologisch geschoold en geven aan de kerkelijke leer vrij goed te kennen. Toch staat een behoorlijk grote groep kritisch tegenover heel wat aspecten van de kerkelijke gezinsleer.  Veronderstelling dat deze leer te weinig bekend is en daarom ook vaak miskend en ongegrond afgewezen wordt, wordt niet bevestigd.

64 2. Wordt de these bevestigd: “Instemming met de kerkelijke leer rond huwelijk en gezin neemt af over de loop der tijd en in het bijzonder bij de jongere generaties”? “The Church’s official teaching still have a good level of support amongst over-60s, plus that of a minority of churchgoers including some younger people. Taking into account the age trend, support for Catholic teaching is declining rapidly.” (Woodhead, 2013)

65  Resultaten in verband met de rol van de leeftijd (oudere groep meer op de hoogte, minder veranderingsgezind) beantwoorden gedeeltelijk aan verwachtingen. De theorie: ‘hoe ouder hoe traditioneler’ lijkt hierdoor bevestigd te worden.  Maar relatief weinig verschillen tussen de leeftijdscategorieën bij de scores op de verschillend sub-schalen: alle leeftijdsgroepen willen globaal gezien verandering!

66  Andere hypothese:  65 plussers = generatie van Vaticanum II en Humanae vitae → hogere verwachtingen m.b.t. verandering  jongere generaties maken bewuste keuze → meer behoudsgezind wordt niet geverifieerd – hoewel er mogelijk zowel bij de jongeren als in de ouderengroep wel deelgroepen te onderscheiden zijn voor wie dit klopt (zeker als men de gehele populatie en niet enkel de steekproef voor ogen neemt). Mogelijk hebben degenen die na HV ontgoocheld waren, uiteindelijk hun kerkelijk engagement opgegeven?  Anderzijds: jongere generaties blijven in ons onderzoek ondervertegenwoordigd. Mogelijk toont dit dat ze minder kerkelijk geëngageerd zijn?  Globaal genomen kunnen we zeggen dat de huidige en toekomstige generaties die de kerk dragen, het nog moeilijker hebben met de kerkelijke gezinsleer dan vroegere generaties.

67 3: Wordt de these bevestigd: “Katholieken en kerkelijk geëngageerde mensen denken zeer klassiek over huwelijk en gezin en volgen de kerkelijke leer terzake”? “Zowel het praktiseren als het behoren tot een bepaalde religieuze denominatie hangt in belangrijke mate samen met een veroordeling van relatievormen die afwijken van het klassieke patroon van een getrouwd, heteroseksueel koppel met kinderen. Dit klassieke relatiemodel werd (en wordt) door diverse religies als het normatieve model naar voren geschoven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die respondenten die in sterke mate kerkelijk zijn, nog steeds vasthangen aan dit ideaal.” (Abts, Dobelaere & Voyé, 2011, 65)

68  (Ander) onderzoek toont aan dat een sterke mate van geloof en kerkelijke praktijk samenhangt met een eerder klassieke visie op huwelijk en gezin. Ons onderzoek doorbreekt echter het beeld van een homogene groep van geëngageerde en kerkgetrouwe katholieken en geeft een genuanceerd beeld van de Vlaamse kerk.  De kerkelijke leerstellingen rond huwelijk en seksualiteit worden naast de kerkelijke leiding door een zeer beperkte groep van pastoraal geëngageerden onderschreven. Een grote groep anderen noemt zichzelf uitdrukkelijk ‘katholiek’ en is kerkelijk betrokken, maar is het slechts in beperkte mate eens met de leer rond huwelijk en gezin.

69  Verschillen tussen instemming en afwijzing hangen niet alleen samen met het gelovig zijn of niet gelovig zijn, maar wel met de manier waarop men gelooft (eerder ‘letterlijk’, gelovend in één absolute waarheid of meer symbolisch, bewust van de context- bepaaldheid van geloofsuitspraken).  Bij priesters is er meer instemming met de kerkelijke leer dan bij vrijwilligers en bij lekenpastores/godsdienstleerkrachten, maar ook daar wijzen de resultaten in het algemeen op relatief weinig instemming met de kerkelijke leer over het gezin.  Gelovig en geëngageerd zijn in de katholieke kerk wil niet noodzakelijk zeggen: het eens zijn met alle items rond huwelijk en seksualiteit die door de officiële kerk worden voorgesteld. We krijgen een duidelijk beeld van een kerk en van kerkelijk betrokken mensen die zeer gelovig en geëngageerd zijn maar toch kritisch staan tegenover het merendeel van de bevraagde elementen van de kerkelijke leer over het gezin. Indien er sprake kan zijn van een scheidingslijn tussen diegenen die vasthouden aan de kerkelijke leer en anderen die er niet mee instemmen, dan verloopt die lijn niet tussen kerkgetrouwen en randkerkelijken maar doorheen de groep van geëngageerde gelovigen.

70 4. Wordt de these bevestigd: “Er zijn op dit moment twee groepen katholieken: een kleine minderheid die vasthoudt aan de kerkelijke leer en een meerderheid die katholiek-zijn op een nieuwe manier invullen”? “Overall then, British Catholics have moved further from a Vatican-approved model of a faithful Catholic with every generation. This does not mean that they have become secular, atheistic, or even non-Catholic – it means that they have become Catholics in a different way.” (Woodhead, 2013)

71  Uit ons onderzoek blijkt dat respondenten die het niet eens zijn met de kerkelijke leer over specifieke onderwerpen, niet noodzakelijk de leer in het geheel verwerpen: Degenen die zich ‘katholiek’ noemen (= grootste groep van de respondenten, 1296 personen) scoren gemiddeld hoger dan degenen die zich ‘christen maar niet katholiek’ (358) of ‘spiritueel’ (83) noemen als het gaat over algemene instemming met de kerkelijke leer over de waarde van huwelijkstrouw (‘Het huwelijk is een band voor het leven die nooit verbroken mag worden’) en over het belang van een heteroseksueel huwelijk (bijvoorbeeld: ‘Het huwelijk is van nature uit een verbintenis tussen man en vrouw- niet tussen mensen van hetzelfde geslacht’).

72  Respondenten stellen makkelijker dat ze ‘verandering willen in de kerkelijke leer’, dan dat ze aangeven ‘het niet eens te zijn’. Mogelijk is ‘verandering’ een term die wijst op iets in de leer of in de manier waarop de kerk met de leer omgaat waarvan men vindt dat het moet veranderd worden, terwijl ‘het eens zijn’ of het ‘oneens zijn’ juist eerder op het geheel van de leer over de thematiek kan wijzen. Aangeven dat verandering wenselijk is, wil daarom niet altijd zeggen dat alles moet veranderen.  Een vrij grote groep van katholieken heeft het klassieke model van huwelijk en gezin niet volledig opgegeven en vraagt toch tegelijk meer tolerantie voor leefvormen die van het ideaal afwijken.

73 5. Wordt de these bevestigd? “In de samenleving heersen zeer liberale ideeën over gezin. Kerkelijk geëngageerde/ geprofileerde katholieken denken anders en kunnen/moeten een ‘tegendiscours’ bieden”?

74  Kerkelijk geëngageerden vormen een intern diverse groep: vrij grote groep lijkt aan te sluiten bij ‘liberalere’ opvattingen die in de samenleving gangbaar zijn terwijl kleine groep sterk gefocust is op kerkelijke gezinsleer en traditioneel gezinsmodel.  Wanneer we de resultaten van dit onderzoek vergelijken met de resultaten van sociologisch onderzoek over Scheiding in Vlaanderen, dan merken we dat zowel binnen de algemene groep (sociologisch onderzoek) als binnen de specifiek kerkbetrokken groep behoorlijk wat diversiteit merkbaar is omtrent thema’s als huwelijk en echtscheiding:

75 Voorbeeld echtscheiding: Stelling ‘Uit elkaar gaan is de beste oplossing in geval van een ongelukkige relatie, ook als er kinderen zijn’ werd voorgelegd in onze bevraging (aan kerkelijk geëngageerden) en in het kader van een onderzoek rond SIV aan een grote diverse groep volwassenen in Vlaanderen: In onze bevraging gaf 21,4% aan het oneens/helemaal oneens te zijn met de stelling, in SIV was dat maar 11,1%. In onze bevraging gaf 42,9% aan het eens/helemaal eens te zijn met de stelling, in SIV was dat 72,5%.  Deze cijfers geven enerzijds aan dat de groep kerkelijk geëngageerden over het algemeen toch meer afwijzend staat ten aanzien van echtscheiding dan een doorsnee groep Vlamingen. Anderzijds laat de groep ook zien dat de kerkelijk geëngageerden ook onderling verdeeld zijn.

76  We merken ook op dat in het SIV onderzoek 27,5% toch niet zonder meer zegt dat echtscheiding oké is. Dat wil zeggen dat ook in de brede samenleving een zekere diversiteit heerst.  Huwelijkstrouw en het zoeken naar alternatieven voor echtscheiding in het geval van relatieproblemen, lijkt voor velen die zich actief inzetten in de kerk wel belangrijk (hier bevraagd: “in het geval dat er kinderen zijn”). Tegelijk is een positieve houding ten aanzien van echtgescheidenen en hertrouwde mensen wenselijk volgens de grootste groep van de bevraagden.

77 Aanbevelingen Mogelijke handelingsopties: 1) Kerkelijke leer blijft ongewijzigd – ‘veld’ moet zich aanpassen/conformeren aan leer 2) Kerkelijke leer wijzigen om kloof met ‘veld’ te verminderen 3) Spanning tussen leer en praktijk uithouden; mogelijkheden verkennen om verhouding tussen morele waarden/normen en beleving/pastorale noden te herijken

78 Aanbevelingen: Wat kan/moet er gebeuren? Bevindingen (niet-instemming, wens naar verandering) au serieux nemen Rekening houden met de mogelijkheid dat afwijking van de leer niet per se indicatie is van distantiëring van het geloof en van centrale morele waarden Erkenning geven aan bestaande pastorale praktijken en houdingen die nabijheid bij mensen centraal stellen (vanuit elementen in kerkelijke gezinsleer die daarop reeds wijzen)


Download ppt "Bevraging GAP Gezinsleer: aanvaarding en positionering Faculteit Theologie en Religiewetenschappen Prof. Annemie Dillen & Prof. Thomas Knieps."

Verwante presentaties


Ads door Google