De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Algemene Grondslagen van Psychomotorische Therapie Prof. H. Van Coppenolle.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Algemene Grondslagen van Psychomotorische Therapie Prof. H. Van Coppenolle."— Transcript van de presentatie:

1 Algemene Grondslagen van Psychomotorische Therapie Prof. H. Van Coppenolle

2 Historiek van de PMT n NP Van Roozendaal (+ 7 october 1996) (Nederland) n Prof. P.P. De Nayer (+ 5 october 1996) n Prof. R.Pierloot

3 N.P. Van Roozendaal n Een methode van bewegingsonderzoek in de psychiatrische inrichting, K U Leuven, lic. verhandeling, 1967

4 historiek van de specialisatie PMT n de specialisatie psychomotorische therapie bestaat 35 jaar n 500 studenten behaalden dit postgraduaat certificaat

5 nieuwe beroepsperspectieven velen van hen vonden in dit domein nieuwe beroepsmogelijkheden in n psychiatrische instellingen n PMS centra.

6 Andere jobs werden gecreëerd in: n instellingen voor mentaal gehandicapten n het buitengewoon onderwijs enz.

7 DEZE CURSUS IS DE BASIS voor de daaropvolgende cursussen psychomotorische therapie”, die in een keuzevak of de postgraduaatspecialisatie PMT kunnen gevolgd worden

8 en vormt een inleiding voor n de cursus “Algemene Technieken van PMT n “ Bijzondere Technieken PMT” n de stages PMT (2 maanden:volwassenen, 2 maanden kinderen, 1 maand intellectueel gehandicapten, 1 specialisatiemaand)

9 van theorie naar practijk de theoretische basis wordt er gelegd voor de meer practische toepassingen die in de genoemde cursussen aan bod komen

10 Prof. R. Pierloot

11 AANPASSING VAN DE CURSUS OP BASIS VAN ONDERZOEK doctoraatsthesissen : n N. P. Van Roozendaal “De prognostische waarde van een bewegingsonderzoek bij psychiatrische patiënten” (1969)

12 N.P. Van Roozendaal

13 eerste geïndividualiseerd bewegingsonderzoek n analyse van het huidig bewegen n analyse van het vroeger bewegen

14 het huidig bewegen 11 bewegingskategorieën: n coördinatie n evenwichtsaanpassing n bewegingsharmonie n speltechniek (balbehandeling) n speltaktiek

15 overige bewegingskategorieën n reactie n bewegingsintensiteit n bewegingsinstelling n spelbeleving n sociaal spelgedrag n maataanpassing n bewegingsinzicht n bewegingsaanleringsvermogen

16 11 punt schaal met omschrijvingen van 7 scores

17 het bewegingsniveau of het te verwachten bewegen op basis van : n de bewegingservaring n de leeftijd n de lichamelijke habitus n het beroep

18 deze 4 elementen werden op een 10 puntenschaal gescoord n waarna dit te verwachten bewegen dan vergeleken werd met het huidig bewegen n dit werd uitgedrukt in het motorisch procent

19 een motorisch percentage van kleiner dan 85 werd beschouwd als : een motorische deterioratie

20 H. Van Coppenolle n “ Instelling en motivering van vrouwelijke psychiatrische patiënten tegenover verschillende bewegingssituaties in de bewegingstherapie (1971)

21 attitude van 150 psychiatrische patiënten ten overstaan van 14 bewegingssituaties n 72 % voorkeurantwoorden n slechts 28 % afkeerantwoorden

22 J. Simons n “ Psychomotorische observatie in de psychiatrie: constructie en evaluatie van een doelgerichte observatiemethode” ( De LOVIPT)

23 de 9 items van de LOVIPT n emotionele relaties n zelfzekerheid n activiteit n ontspanning n bewegingsbeheersing n concentratie n bewegingsexpressie n verbale communicatie n sociale regulatie

24 voordeel: de items zijn afgeleid van therapeutische doelstellingen n de informatie verwijst dus direct naar na te streven doelstellingen bij afwijkende scores

25 7 punten schaal waarbij score 0 het aangepast, normaal bewegingsgedrag aangeeft n +3 n +2 afwijkend in positieve zin (teveel) n +1 n 0 niet afwijkend gedrag n -1 n -2 afwijkend in negatieve zin (te weinig) n -3

26 maximale afwijking is dus 27 n dit wil zeggen de patiënt scoort maximaal afwijkend (score -3of +3) op alle 9 items

27 M. PROBST Body Experience in Eating Disorder Patients juni 1997

28 lichaamsbeleving bij Anorexia Nervosa en Bulimia Nervosa Patiënten evaluatiemethodes: n de videoconfrontatiemethode n de videovervormingsmethode n de lichaamsattitudevragenlijst therapeutische methodes: n ombuigen van negatief lichaamsbeeld

29 Licentiaats verhandelingen in verband met PMT

30 Het universitair Cenrum St. Jozef in Kortenberg: PMT bij volwassenen

31 De Universitaire Kliniek Gasthuisberg: PMT bij kinderen

32 Seminariewerken in verband met PMT

33 AANPASSING CURSUS OP BASIS VAN KLINISCHE ERVARING

34 ontwikkelen van nieuwe toepassingen op basis van nieuwe theorieën n nieuwe toepassingen op basis van nieuwe theorieën (vb. fitness bij depressieve patiënten op basis van theoriëen over competentie)

35 Anorexia nervosa n PMT bij anorexia nervosa patiënten op basis van theorieën in verband met het negatief lichaamsbeeld als mede oorzaak

36 Algemene PMT n PMT als een vorm van realisatie van de 9 items van de LOVIPT

37 9 items van de LOVIPT n emotionele relaties n zelfzekerheid n activiteit n ontspanning n bewegingsbeheersing n concentratie n bewegingsexpressie n verbale communicatie n sociale aanpassing

38 KRITISCHE BEDENKINGEN OVER DE BRUIKBAARHEID VAN BEPAALDE METHODEN

39 n daardoor pogen we tevens de kursus direct aan de practijk te koppelen

40 n deze practijk wordt dan verder meer in detail uitgewerkt in de cursus “Algemene technieken van PMT”

41 ALGEMENE BASISPRINCIEPEN VAN PMT

42 Definitie PMT is het op systematische wijze aanwenden van bewegingssituaties en lichaamssensaties (bv. relaxatie, massage enz.) teneinde doelbewust een gunstige psychologische invloed na te streven bij personen met psychische problemen PMT is het op systematische wijze aanwenden van bewegingssituaties en lichaamssensaties (bv. relaxatie, massage enz.) teneinde doelbewust een gunstige psychologische invloed na te streven bij personen met psychische problemen

43 Systematisch inwerken n dit systematisch werken kan gebeuren: n 1. op basis van een psychomotorisch onderzoek dat onmiddellijke aanwijzingen voor therapie verschaft (vb de LOVIPT)

44 ofwel n 2. op basis van algemene opvattingen over therapie n 3. of op basis van de algemene therapeutische mogelijkheden van het bewegen en de lichamelijkheid

45 1.1. PMT op basis van de algemene mogelijkheden van het bewegen en de lichamelijkheid

46 Basisstelling omdat psychologische beleving en het bewegen als twee aspecten worden beschouwd van één onverbrekelijk menselijk gebeuren (psychosomatische éénheid) mag aangenomen worden dat motorische processen een corrigerende invloed op het psychologisch functioneren uitoefenen (bv. activeren, zelfzekerder maken, tot een doorleefd kontakt met anderen komen) omdat psychologische beleving en het bewegen als twee aspecten worden beschouwd van één onverbrekelijk menselijk gebeuren (psychosomatische éénheid) mag aangenomen worden dat motorische processen een corrigerende invloed op het psychologisch functioneren uitoefenen (bv. activeren, zelfzekerder maken, tot een doorleefd kontakt met anderen komen)

47 Een van de sterke punten van PMT is dat: de bewegingssituaties kunnen aangepast worden aan eenieders fysieke mogelijkheden en motivatie

48 gegevens doctoraatsthesis onze doctoraatsthesis toonde ondermeer aan dat op een populatie van 150 patiënten, 72% positief gemotiveerd was ten opzichte van 15 klassieke bewegingssituaties

49 een ander voordeel is dat : DE PSYCHOMOTORISCHE THERAPEUT HEEL SPONTAAN wordt BENADERD

50 de therapeut wordt als een sportbegeleider ervaren dit is een groot voordeel t.o.v. andere therapievormen, waardoor ook de “echtheid” van het psychomotorisch gedrag begunstigd wordt en waardoor ook dit psychomotorisch gedrag een trouwe weerspiegeling is van de basispersoonlijheid (LOVIPT)

51 film: PMT in een psychotherapeutische gemeenschap n toont algemene PMT op basis van de LOVIPT n toont PMT in het kader van groepstherapie n toont PMT in het kader van psychotherapie: bewust en inzichtelijk het psychomotorisch gedrag aanwenden om veranderingen in de persoonljkheid na te streven

52 1.2. PMT in het kader van algemene opvattingen over therapie

53 probleemgericht Onderwijs meer meedenken actiever participeren

54 1.2.1.het biofysisch verklaringsmodel deze theorie ziet de psychiatrische stoornis als een bio-fysische stoornis die dan ook de grootste aandacht moet krijgen deze theorie ziet de psychiatrische stoornis als een bio-fysische stoornis die dan ook de grootste aandacht moet krijgen

55 wat is het biofysisch verklaringsmodel in de psychiatrie?

56 grootste belang wordt gehecht aan somatische elementen veel belang worden hierbij gehecht aan: n de erfelijkheidstheorieën n de lichaamstypologie (Kretschmer, Sheldon) n en neuro-fysiologische theorieën

57 HET MEDISCH MODEL n psychische problemen worden gezien als uitdrukking van een onderliggend biologisch defect n of als compensatorische- of adaptieve reacties op dit defect

58 hoe kan PMT binnen het bio-fysisch verklaringsmodel gesitueerd worden?

59 PMT in dit kader de basisprinciepen van PMT in het kader van deze opvattingen bestaan erin om de somatische toestand van de patiënt zoeken te verbeteren en om dan langs deze weg zijn psychische problemen op te lossen

60 welke soorten van biofysisch gerichte therapie in de psychiatrie zijn U bekend?

61 PSYCHOFARMACA n neurohormonale defecttheorie: de medicatie herstelt de normale synaptische transmissie n neurofysiologische onevenwichtstheorie: de medicatie bewerkstelligt een beter evenwicht tussen de verschillende neurologische systemen

62 INDELING PSYCHOFARMACA n op basis van de scheikundige samenstelling n op basis van de neurologische localisatie en van de fysiochemische werking van de fysiochemische werking n op basis van het klinisch gedrag en de gemoedsstemming

63 DRIE CATEGORIEEN VAN PSYCHOFARMACA n de major tranquilizers (neuroleptica) : heffen de angst op en verminderen de hyperactiviteit zonder duidelijke afzwakking van de cognitieve functies

64 indeling psychofarmaca n de minor tranquilizers: zelfde inwerking doch in mindere mate n de antidepressiva: hebben een anti-depressieve werking

65 wat zijn de voor- en nadelen van psychofarmaca?

66 VOORDELEN VAN PSYCHOFARMACA n eenvoudig om toe te dienen (kost weinig tijd, is relatief goedkoop en economisch als behandelingsvorm) n het met relatief grote nauwkeurigheid kunnen bepalen van doseringen

67 andere voordelen zijn: n het kunnen aanwenden ter ondersteuning van andere therapievormen n het snel kunnen evalueren van het effect n het onmiddellijk kunnen stopzetten in geval van schadelijke effecten

68 hoe kan de PMT binnen het biofysich verklaringsmodel gesitueerd worden?

69 ook de PMT KAN GESITUEERD WORDEN IN HET BIOFYSISCH VERKLARINGSMODEL

70 hoe zou PMT bij depressieve patiënten vanuit het biofysich model nuttig kunnen zijn?

71 bijvoorbeeld bij depressieve patienten de primaire doelstelling is de fysieke conditie te verbeteren door middel van daarvoor doelbewust gekozen bewegingssituaties : bv. aërobe oefeningen (runningtherapie) zouden bij depressieve patiënten aangewezen zijn doordat ze endorfines (opiumachtige stoffen) zouden vrijmaken, die rechstreeks antidepressief zouden inwerken

72 vaststelling: depressieve patiënten hebben een zeer slechte fysieke conditie n vicieuze cirkel: depressieve stemming weerhoudt de patiënten van fysieke inspanning n waardoor de fysieke conditie slechter wordt n en waardoor ze nog minder inspanningen doen n deze reden alleen reeds vormt een argumentatie voor de noodzaak van oefeningen die de fysieke conditie moeten verbeteren

73 mogelijke fysieke tests n de Coopertest: in 12’ een zo groot mogeljke afstand lopen (maximale test) n de Légertest: maximale test waarbij men steeds sneller op en neer moet lopen tussen twee lijnen die op 20 meter van elkaar gelegen zijn (loopsnelheid wordt bepaald door geluidscassette) n de Astrandtest: een submaximale fietsproef op een ergometerfiets: de proefpersoon fietst gedurende minstens 6 minuten met een trapfrequentie van 60 omwentelingen per minuut bij een constante belasting

74 n de 2 km wandeltest: bestaat uit het zo snel mogelijk afleggen van een 2 km-wandelparcours: de proefpersoon wandelt zo snel mogelijk aan een gelijkmatig tempo n de VO2 max wordt berekend aan de hand van de hartfrequentie op het einde van de test, de wandeltijd, de leeftijd en de Body Mass Index (gewicht/gestalte2) (kg/m2)

75 wat zouden psychologische voordelen van een verhoogde fitness bij depressieve patiënten kunnen zijn?

76 daarnaast wordt echter op de eerste plaats een toename van de competentiebeleving nagestreefd en verwacht

77 competentiebeleving n Bandura stelt dat alle psychologische interventies gericht zijn op het vertrouwen in de eigen competentie te herstellen n de algemene competentie kan onderverdeeld worden in verschillende competentiegebieden

78 algemene competentie n intellectuele competentie n niet intellectuele competentie

79 niet-intellectuele competentie n sociale competentie n emotionele competentie n lichamelijke competentie

80 Bandura gaat ervan uit dat n succeservaringen op een bepaald terrein zouden kunnen generaliseren naar meer vertrouwen in competentie op andere terreinen n in die zin zou het aanleren van lichamelijke vaardigheden kunnen leiden tot meer positieve verwachtingen en vertrouwen in eigen capaciteiten

81 Uitstekende illustratie Film “Fitness training als Psychomotorische Therapie bij depressieve patiënten”

82 wat zouden de voordelen van PMT bij anorexia nervosa kunnen zijn vanuit biofysisch standpunt?

83 Bij anorexia nervosa patiënten bij anorexia nervosapatiënten is het verbeteren van de fysieke conditie bij deze uitgemergelde meisjes op zich ook reeds een doelstelling, die uiteraard zal aangevuld worden door ook op de belevingsaspecten van de lichamelijkheid positief in te werken

84 bijvoorbeeld: enkele fysieke meetuitslagen van AN patiënten (200) bij opname n leeftijd: X: 22.7 jaar ( ) n gestalte: X: cm ( ) n gewicht: X: 40.3 kg ( ) n vetmassa: X: 13.51% ( ) n vetmassa : X: 5.55 kg ( ) n vetvrije massa:X: 34.9 kg ( )

85 welke andere methoden zouden nuttige effecten kunnen opleveren bij psychiatrische patiënten (vanuit biofysisch standpunt)?

86 ANDERE VOORBEELDEN VAN HET VOORAL BIOFYSISCH INWERKEN ZIJN: het toepassen van relaxatieoefeningen die tot een betere fysieke toestand kunnen leiden (minder vermoeidheid, minder stress, enz.)

87 welke relaxatiemethoden kent U en hoe is hun inwerking?

88 de Autogene Training (Schultz): psychologische methode

89 verklaring van de benaming n autos”: door zichzelf n “gennan”: verwekken n Durand de Bousingen; “un système d’exercices physiologiques et rationels, soigneusement étudiés pour provoquer une déconnection générale de l’organisme, qui par analogie avec les anciens travaux sur l’hypnose, permet toutes les réalisations, propres aux états authentiquement suggestifs”

90 psychische concentratie psychische concentratie n zwaarteoefening n warmteoefening n hartregeling n ademhaling n plexus solaris n frisheid voorhoofd

91 fysiologische methode van jacobson n bewustworden van de tegenstelling tussen spanning en ontspanning door contractie en decontractie van de voornaamste spiergroepen

92 alsook het verbeteren van de erbarmelijke fysieke conditie van alcoliekers

93 welke psychologische behandelingsvormen in de psychiatrie zijn u bekend?

94 de psychologische behandelingsvormen

95 Verschillende dimensies vier belangrijke dimensies kunnen onderscheiden worden waarmee de verschillende psychologische behandelingsvormen van elkaar kunnen gedifferentieerd worden:

96 deze vier dimensies zijn n 1. de organisatie van de therapie n 2. de doelstellingen n 3. het therapeutisch proces n 4. de aard van de gegevens waarop men zich richt

97 Voorbeeld n de” cliënt centered therapy” wordt toegepast als een individuele behandelingsvorm n de doelstellingen worden door de patiënt zelf bepaald en worden naar een groeiobjectief gericht

98 het therapeutisch proces n het therapeutisch proces bestaat uit technieken die het zelfinzicht versterken alsook gevoelens ventileren n de therapeut richt zich op fenomenologische gegevens

99 als verschillende psychologische behandelingsvormen kan men onderscheiden n de milieutherapie n de ondersteunende therapie n de gedragstherapie n de fenomenologische reoriënteringsbehandelingsvormen n de intrapsychische reconstructiebehandelingsvormen n de groepstherapie

100 wat denkt u dat milieutherapie is en wat zouden de voordelen ervan kunnen zijn?

101 milieutherapie het milieu zal aangewend worden om: n enerzijds steun en bescherming te verschaffen en n anderzijds doelstellingen te realiseren zoals n het vrijmaken van geremde mogelijkheden n of het ontwikkelen van sociale vaardigheden

102 milieutherapie in de psychiatrische instelling de psychiatrische instelling kan heden ten dage als een therapeutische gemeenschap beschouwd worden waarbij dit milieu op systematischewijze aangewend en zelfs “gemanipuleerd” wordt om onaangepast gedrag in gunstige zin om te buigen

103 PMT in het kader van milieutherapie n PMT leent zich uitstekend in het kader van milieutherapie n het gaat immers om in groep uitgevoerde bewegingsvormen waarbij er tal van mogelijkheden om onaangepast gedrag bij te sturen

104 PMT in het kader van ondersteunende therapie de ondersteunende therapie zoekt niet om wezenlijke veranderingen in de persoonlijkheid van de patiënt te brengen, maar veeleer om de bestaande persoonlijkheid en gedragspatronen te versterken zodat hij of zij opnieuw kan functioneren als voor de psychologische problemen

105 PMT en ondersteunende therapie n PMT kan zich hier heel goed bij aansluiten,bv. door de patiënt zich in bewegingssituaties te laten uitleven (ventileren)

106 PMT en ondersteunende therapie n ook door hem of haar gerust te stellen door aan te tonen dat het psychomotorisch functioneren intact is n door hen te overtuigen van hun fysieke mogelijkheden via positieve ervaringen van tot wat ze nog in staat zijn

107 wat is u bekend over gedragstherapie?

108 PMT in het kader van gedragstherapie n de gedragstherapie is overtuigd dat alle pathologisch gedrag “aangeleerd” gedrag is, dat volgens dezelfde principes waarmee het aangeleerd werd ook kan “afgeleerd” worden

109 gedragstherapie n om de therapeutische doelstellingen te bereiken moet de therapeut vooreerst de onaangepaste gedragingen (symptomen) specifiëren, alsook de variabelen in de omgeving(prikkels en bekrachtigers), die deze versterken

110 afleren van onaangepast gedrag en aanleren van gewenst gedrag n eens dit specifiëren is gebeurd kan de therapeut een programma van leerprocessen opstellen om het elimineren van onaangepast gedrag en het stimuleren van aangepaste gedragingen mogelijk te maken

111 methodes om gedrag te elimineren n aversief leren, waarbij een aangename respons (drinken) geassocieerd wordt met een onaangename respons (braken en pijn)

112 methodes om gedrag te elimineren n extinctiemethodes, die zich in tegenstelling met de contraconditioneringsmethodes, direct op het ongewenst gedrag richten, zoals bv. de implosieve therapie(“flooding”),waarbij in de verbeelding de meest angstaanjagende situatie opgeroepen wordt en waarbij de patiënt zal leren dat indien er niets gevaarlijks gebeurt zijn vrees ongegrond was

113 methodes om gedrag te elimineren n het niet verder geven van bekrachtiging, waarbij de taktiek erop gericht is om het ongewenst gedrag spontaan te elimineren door de eerst voorziene beloning (bekrachtiger) niet toe te kennen

114 methodes om nieuw gedrag te ontwikkelen zijn: n de selectieve positieve bekrachtiging waarbij beloningen voorzien worden wanneer de patiënt gewenst gedrag vertoont en waarbij de beloningen ontnomen worden wanneer ongewenst gedrag optreedt

115 methodes om nieuw gedrag te ontwikkelen n modelimitatie waarbij de patiënt een model van gewenste behandeling observeert en imiteert dat daarna beloond wordt

116 evaluatie van de gedragstherapie de voorstanders stellen dat de voordelen als volgt kunnen samengevat worden: n de principes die er aan de basis van liggen zijn wetenschappelijke gegevens die in laboratoria werden ontdekt n de gedragstherapeuten richten zich op zeer concrete en specifieke problemen

117 Voordelen van gedragstherapie n in vergelijking met andere therapeuten bereikt men vlugger resultaten wat dus economisch gunstiger is

118 andere voordelen zijn dat n gedragstherapie kan uitgevoerd worden door personeelsleden met een minder ver doorgedreven vooropleiding, wat economisch gunstiger is

119 negatieve evaluatie van de gedragstherapie n de tegenstanders van de gedragstherapie trekken de waarde van de leerprincipes in twijfel: ze betwijfelen of de leertheorieën die alles beperken tot prikkels, conditioneren, respons en bekrachtiging voldoende gevoelig zijn om het complex proces van een psychologische behandeling te kunnen omvatten

120 andere nadelen van gedragstherapie andere nadelen van gedragstherapie n ze verwijten ook de gedragstherapeuten zich enkel en alleen te richten op oppervlakkige- en eng omschreven problemen waarvan ze de onderliggende oorzaken niet kennen n daardoor noemen ze de voordelen van de gedragstherapie tijdelijk en illusoir

121 PMT in het kader van gedragstherapie n het is evident dat de PMT heel gemakkelijk kan inspelen om ongewenst gedrag tijdens de bewegingssituaties te elimineren n hoe zou dit kunnen?

122 ook kan PMT goed inspelen op gedragstherapie door nieuw gewenst gedrag te ontwikkelen

123 gedragstheorie van Lewinsohn over het ontstaan van de depressie (1982)

124 probeer eens zelf een theorie te ontwikkelen die het ontstaan van een depressie in gedragstherapeutische termen poogt te omschrijven

125 depressief gedrag ontstaat n als gevolg van uitdoving van normaal gedrag n het aantal en de kwaliteit van positieve gebeurtenissen volstaan niet meer om normaal gedrag te onderhouden

126 theorie van Lewinsohn n bovendien bestaat er een overmaat van negatieve bekrachtigers n mislukkingen n krenkingen n traumatische ervaringen

127 depressieve mensen schieten tekort in hun sociale-en andere vaardigheden die positieve bekrachtigers creëeren

128 aanvankelijk reageert de sociale omgeving met sympathie en bezorgdheid op het depressief gedrag n waardoor de frequentie van dit depressief gedrag toeneemt n nadien wordt de depressieve persoon gemeden, waardoor het depressief gedrag nog versterkt wordt

129 depressies worden best behandeld (volgens Lewinsohn) n door het aanleren en bekrachtigen van niet-depressief gedrag n het ontdekken van nieuwe (fitness- en motorische) vaardigheden versterkt en doorbreekt het negatief verwachtingspatroon en zelfwaardegevoel

130 hij hecht veel belang aan het stellen van bepaalde doelen n om de patiënt los te weken uit preoccupaties uit het verleden en te richten naar de toekomst n centraal staan hierbij het opdoen van plezierige, aangename (fitness- en motorische) ervaringen die de patiënt als zinvol ervaart

131 toegepast op de PMT kan men deze principes als volgt uitwerken n het opmaken van een basislijn aan de hand van meetinstrumenten die de fysieke conditie evalueren n het vooropstellen van concrete en realiseerbare doelstellingen betreffen het verbeteren van de fysieke conditie

132 gedragstherapeutische principes in de PMT n het bespreken van de verwachtingen en de weerstand van de patiënt n het maken van duidelijke afspraken n het bekrachtigen door succeservaring en sociale waardering

133 heel belangrijk zijn ook n zelfmonitoring en feedback over geboekte resultaten (vorderingen in fitness) n extinctie: het niet meer bekrachtigen van depressief gedrag tijdens de PMT

134 doelstellingen van fitnessbegeleiding van depressieve patiënten als PMT in een gedragstherapeutische setting

135 probeer deze doelstellingen even zelf af te leiden

136 doelstellingen n verminderen van de depressieve stemmingstoestand n verminderen van angstgevoelens en spanningen n verbeteren van de objectieve en subjectieve fitness en van de lichaamswaardering

137 verdere doelstellingen zijn: n het opnieuw leren genieten van het eigen lichaam n het erkennen en aanvaarden van de eigen mogelijkheden en beperkingen n het ontwikkelen van een beter gezondheidsgedrag n het verwerven van een beter inzicht in de interacties tussen het fysiek- psychologisch- en sociaal functioneren

138 film: fitness als psychomotorische therapie bij depressieve patiënten

139 DE FENOMENOLOGISCHE REORIËNTERINGS- BEHANDELINGSVORMEN n deze methodes leggen de nadruk op interne processen die aan de basis liggen van de gedragingen en zien de psychopathologie in termen van diep ingewortelde karaktertrekken die het gedrag bepalen

140 fenomenologie n de gedragingen zijn enkel en alleen de naar buiten gebrachte gevolgen van interne drijfveren waarop de fenomenologen zich dan zullen richten

141 belang van de bewuste waarneming n ze zijn ook overtuigd van het belang van bewuste waarnemingen en attitudes, omdat ze geloven dat bewuste processen van cruciaal belang zijn voor het ontstaan en voortduren van psychopathologische symptomen

142 heroriëntering de therapie is derhalve gericht op de heroriëntering van bewust ervaren afwijkende gevoelens en foutieve overtuigingen

143 5 stappen in het therapeutisch proces n het tot stand brengen van het contact,waarbij een echte behandelingssfeer wordt gecreëerd waarin de patiënt met een echte bezorgdheid wordt benaderd en waarbij de therapeut overtuigd is van de waardevolle potentialiteiten die in de patiënt aanwezig zijn

144 verdere stappen zijn: n de exploratie van gedachten en gevoelens n de selectieve benadering waarbij enkele centrale thema’s uitgediept worden n de ontwikkeling van inzicht n het bevorderen van constructieve alternatieven

145 verschillen tussen de fenomenologische therapeuten de verschillen tussen de fenomenologisch georiënteerde therapeuten bestaan in de stijl van de interactie

146 verschillen in stijl n aanmoedigend bij therapeuten die de zelfactualiseringsmethode voorstaan, waarbij ze aannemen dat iedere persoon over voldoende levenswijsheid beschikt om een levensloop te kiezen die de meest gunstige is

147 andere verschillen zijn: n directief-confronterend bij deze therapeuten die menen dat de patiënt daartoe niet in staat is en overtuigd moet worden om bepaaalde waardensystemen aan te nemen

148 een andere stijl is tenslotte nog n de cognitieve leerbenadering, waarbij de therapeut noch directief, noch non-directief is maar met de patiënt tot een accoord komt over de storende gewoontes die de moeilijkheden veroorzaken

149 positieve aspecten van de fenomenologische benadering

150 positief n het taalgebruik houdt verband met voor de patiënt zinvolle te begrijpen feiten, waardoor ze ook in staat zijn van wat ze geleerd hebben te kunnen vertalen naar de concrete realiteit n het zich richten op interne processen, waardoor ze beter dan de gedragstherapie complexe begrippen kan benaderen

151 de negatieve kritiek op de fenomenologische reoriënteringsbehandeling

152 negatieve elementen n de methode is vaag geformuleerd n ze blijkt ook niet veel meer te zijn dan de ondersteunende therapie (geruststellen, ventileren, overtuigen)

153 verdere negatieve kritiek n vanuit de intrapsychische reconstructiebehandelingsvor men krijgt ze het verwijt dat ze geen belang hechten aan de onbewuste wortels van het pathologisch gedrag

154 ook nog n dat ze zich uitsluitend richt tot patiënten die in staat zijn tot zelfexploratie en zich aldus beperkt tot stabiele en intelligente personen

155 PMT in het kader van de fenomenologie

156 is vanzelfsprekend n de psychomotorisch therapeut kan zich gemakkelijk bij deze theorieën aansluiten alsook bij de werkwijze waarbij het bewegen dan kan gezien worden : als een middel tot zelfactualisering, als confronterend- directief, of als het bewust aanleren van nieuwe gedragingen

157 ook de spontane attitude van de psychomotorische therapeut is aldus n de typisch fenomenologische attitude van de therapeut, die echtheid, empathie en waardering voor de patiënt moet uitstralen, is trouwens de aangewezen houding van iedere PM-therapeut

158 de intrapsychische reconstructiebehandelings vormen

159 gemeenschappelijke aspecten n ze hebben een aantal opvattingen gemeen waardoor dat ze zich van andere scholen onderscheiden

160 interne processen n ze richten zich op interne processen die volgens dit denkkader aan de grondslag liggen van de concrete handelingen

161 verdere kenmerken n daarbij is hun aandacht niet op het bewuste maar op het onbewuste geconcentreerd: echt inzicht kan volgens deze richting onmogelijk op bewust niveau gebeuren, maar alleen wanneer de diep ingewortelde krachten van het onbewuste naar boven gebracht- en geanalyseerd kunnen worden

162 reconstructie van de persoonlijkheid n ze nemen het reconstrueren van de persoonlijkheid als doelstelling, en niet het verwijderen van een symptoom of een reoriëntering van een attitude

163 positieve evaluatie n de intrapsychische therapeuten durven de moeilijke taak aan om de innerlijke processen herop te bouwen

164 welke kritiek zou u kunnen formuleren op deze richting?

165 kritiek n kritiek: betreft de onderliggende theorie, de gebruikte techniek en de practische uitvoerbaarheid:

166 belangrijkste kritiek n de voornaamste kritiek omvat het verwijt dat de intrapsychische gegevens vaag en ontoegankelijk zijn

167 metafysische elementen n van de therapeuten wordt verwacht dat ze “metafysische elementen” hanteren, waarvan het bestaan niet vast te stellen is en waarvan de veranderingen empirisch nooit bewezen kunnen worden

168 verdere kritiek is dat: n het therapeutisch proces als nodeloos ingewikkeld en afdwalend wordt beschouwd n dat feiten en gebeurtenissen worden “opgegraven” die helemaal ondergeschikt en irrelevant zijn voor de problemen van de patiënt

169 arrogantie n een andere veel geuite kritiek is dat de therapeut als “arrogant” wordt beschouwd omdat hij beweert dat de patiënt door iets anders “gestoord” is dan door wat de patiënt zelf zegt

170 denkkader therapeut n door zijn “therapeutische maneuvers” dwingt de therapeut de patiënt “kwalen” te aanvaarden die passen in het denkkader van de therapeut

171 economisch belastend n tenslotte is deze behandelingsvorm economisch erg belastend: 3 à 4 zittingen per week over een zeer lange periode

172 PMT in het kader van de intrapsychishe behandelingsmethoden bij kinderen

173 speltherapie n ook hierbij kan de PMT aansluiten: bv door middel van speltherapie bij kinderen: ze krijgen de kans om met verschillend- en suggestief spelmateriaal om te gaan dat hen de mogelijkheid biedt om gevoelens en gedachten uit te drukken, wat ze anders niet zouden kunnen of durven

174 interpretatie n andere therapeuten zullen de handelingen en associaties van het kind interpreteren, waardoor ze onbewuste betekenissen van het handelen aan het kind kenbaar pogen te maken

175 eenzelfde gedachtengang kan gevolgd worden voor de toepassing van PMT bij volwassenen

176 PMT in het kader van een analytische psychotherapeutische behandeling

177 specifieke werkwijze n fysiek presteren is van minder belang n wel is er speciale aandacht voor de onderliggende betekenis van het bewegingsgedrag en de lichaamsbelevingen n er is vooral respect en aandacht voor de eigenheid van elke persoon n er wordt een veilige ruimte geboden voor openheid, speelsheid, fantasie en experiment

178 groepsdynamische aspecten n gezien de activiteiten hoofdzakelijk in groep gebeuren worden groepsdynamische aspecten zichtbaar n en zijn interacties ook belangrijk in het kader van de persoonlijke ontwikkeling

179 individuele PMT in een psychoanalytisch kader n alhoewel er meestal gewerkt wordt in een groep van 8 personen, wordt soms ook de mogelijkheid geboden om in een kleine groep of zelfs individueel aan PMT te doen n het gaat hier meestal om kortdurende programma’s

180 individuele PMT in een psychoanalytisch kader n vb. een loopprogramma, autogene training, PMT gericht op problemen in verband met de eigen lichamelijkheid n het is de bedoeling dat door deze individuele aanpak het beoogde ontwikkelingsproces versneld wordt

181 de groepstherapie n is een psychologische behandelingsvorm die ontstond op basis van een gebrek aan voldoende geschoolde therapeuten voor individuele therapie, alsook uit nood naar nieuwe vormen van therapie voor deze patiënten waarvoor een individuele therapie niet aangewezen was

182 semirealistische sfeer n groepstherapeuten nemen aan dat de semi-realistische sfeer van een patiëntengroep op en duidelijke wijze deze gedragingen en zienswijzen aan het licht brengen die de gewone dagelijkse kontakten met anderen bemoeilijken

183 correctie van gedrag correctie van gedrag n anderszijds kunnen deze storende gedragingen in meer sociaal aanvaardbare gedragingen gecorrigeerd worden

184 probeer eens zelf de voor- en nadelen van groepstherapie te bedenken

185 positieve aspecten van groepstherapie n de voorstanders van groepstherapie zien de volgende voordelen: n de patiënt verwerft nieuwe gewoontes in een situatie die fel gelijkt op zijn natuurlijke wereld van interpersoonlijke relaties, waardoor het gemakkelijker wordt om de in de groepsrelaties verworven nieuwe mogelijkheden in de buitenwereld toe te passen

186 andere voordelen zijn n doordat de patiënt zich leert aanpassen aan verschillende persoonlijkheden van de groep, verwerft hij meer vaardigheden om met verschillende mensen om te gaan n hij wordt in staat om kritiek te aanvaarden, en begint zichzelf te zien zoals de anderen hem zien, waardoor hij een meer realistische visie over zichzelf ontwikkelt

187 nog andere voordelen van groepstherapie nog andere voordelen van groepstherapie n hij wordt ook in staat om de gevoelens van anderen te aanvaarden n en kan de anderen ook v an nut zijn bij het helpen oplossen van hun problemen

188 de critici van de groepstherapie merken op dat: n de diepere problemen dikwijls niet kunnen opgelost worden en verloren gaan in de vele stemmen die met elkaar wedijveren om binnen de groep aan belangrijkheid te winnen

189 andere negatieve elementen zijn n schuchtere patiënten komen dikwijls weinig aan bod, vooral in groepen waar er een grote doorstroming van patiënten is n er is ook het gevaar dat het veiligheidsgevoel bij veel patiënten kan ondermijnd worden door de vrije meningsuiting van de groepsleden

190 methodes van groepstherapie n activiteitsgroepen: waar de patiënt in een soort clubleven geplaatst wordt, waar activiteiten als groepsspelen, handwerk, reizen, enz. uitgeoefend worden

191 activiteitsgroepen n in tegenstelling met andere vormen van groepstherapie zoekt deze vorm minder de problemen van de patiënten aan te tonen of te bespreken, maar het is vooral de bedoeling om een sociale leersituatie te creëren

192 Andere vormen van groepstherapie zijn: n gespreksgroepen die meer of minder directief kunnen geleid worden

193 vormen van groepstherapie n analytische groepen die hun inspiratie in de analytische theorieën vinden n rollenspelgroepen waarbij gebruik gemaakt wordt van psychodramatechnieken

194 film PMT bij anorexia nervosapatienten n is ook en vorm van groepstherapie n waarbij doelbewust gestreefd wordt naar een verbetering in de diverse aspecten van de gestoorde lichaamsbeleving

195 wat zoudt u uzelf kunnen concluderen uit het overzicht van deze psychologische behandelingsvormen voor wat betreft verschillen en gelijkenissen en voor wat betreft het toepassen ervan in de PMT?

196 besluit van de psychologische behandelingsvormen n uit het overzicht van de verschillende behandelingsvormen blijkt hoe verschillend deze kunnen zijn

197 minder contradictorisch dan op het eerste gezicht n toch is het zo dat ze minder contradictorisch zijn dan ze op het eertse gezicht lijken n en dikwijls als aanvullende behandelingsvormen kunnen beschouwd worden n waarbij iedere methode zich op één facet van het multidimensionele begrip psychopathologie richt

198 het effect is groter dan het louter beoogde n men mag aannemen dat alhoewel iedere behandelingsvorm zich op dit ene facet richt, het beoogde effect groter is dan de therapeut verwacht had

199 gemeenschappelijke elementen in de verschillende therapeutische benaderingen n in de realiteit is het toch zo dat iedere therapeut, ongeacht de achterliggende theorie, als uiteindelijk resultaat van de behandeling sommige gedragingen zal zoeken te veranderen n elementen van het fenomenologisch zelfbeeld zal wijzigen en n secundair ook op andere niveau’s een positieve inwerking hebben

200 n factoren van zijn intrapsychische wereld anders zal ordenen n met andere woorden: de patiënt vormt een natuurlijke eenheid uit en is geen mechanisme dat uit verschillende onderdelen bestaat die overeenstemmen met bepaalde theorieën

201 secundaire voordelen n gunstige resultaten ter hoogte van één aspect van deze complexe eenheid zullen ongetwijfeld secundair ook op andere niveau’s een positieve inwerking hebben

202 al deze conclusies gelden in deze gedachtengang evenzeer voor de verschillende vormen v an PMT die zich op deze behandelingsvormen kunnen enten

203 PMT in het kader van de verschillende psychologische behandelingsvormen n milieutherapie n ondersteunende therapie n gedragstherapie n fenomenologische therapie n psychoanalytisch denkkader n groepstherapie

204 illustratie van PMT n in het kader van een psychotherapeutische (analytische) vorm van groepstherapie (bewustmaken, reflecteren van de innerlijke aspecten van het bewegingsgedrag bv door middel van het bekijken van videobeelden ) cfr. film eerste les n illustratie van de het scoren door middel van de LOVIPT

205 voordelen van deze film n geeft een concreet idee wat PMT is n leert U richten op psychologische aspecten n leert U observeren n toont op didactische wijze pathologisch en genormaliseerd bewegingsgedrag (“happy end”- patiënten)

206 1.3. PMT in het kader van algemene psychopathologische stoornissen

207 stoornissen bij volwassenen n Dementie, amnestische en andere cognitieve stoornissen.

208 probeer eens zelf te vinden op welke wijze PMT hierbij therapeutisch gunstig zou kunnen zijn

209 dementie, amnestische en andere cognitieve stoornissen n de volgende kenmerken kunnen een indicatie uitmaken voor PMT: n geheugenstoornissen (het onvermogen om nieuwe informatie te leren en zich eerder aangeleerde informatie te herinneren); n apraxie (het onvermogen om objecten te herkennen of te identificeren, ondanks intacte zintuigelijke waarneming)

210 overige indicaties voor PMT bij deze patiënten overige indicaties voor PMT bij deze patiënten n een stoornis in het uitvoeren van activiteiten (dwz het plannen, het organiseren, het in de juiste volgorde uitvoeren, het abstraheren); n stemmingsstoornissen, angststoornissen, psychotische syndromen, katatone stoornissen in de psychomotoriek, zoals algehele verstarring n of een doelloze excessieve motorische activiteit.

211 dementie, amnestische en andere cognitieve stoornissen n negativisme, mutisme, enz., n of persoonlijkheidsstoornissen, zoals affectlabiliteit, recidiverende uitbarstingen van agressie of woedeontremmingsverschijnselen n opvallende apathie en achterdocht

212 rol van de PMT n de PMT zal bij al deze stoornissen bewegingssituaties aanwenden die doelgericht gunstig zoeken in te werken op al deze symptomen

213 Videofilm PMT bij demente bejaarden n een voorbeeld van een dergelijke behandeling van PMT bij demente bejaarden wordt gegeven in de volgende videofilm n deze film werd gerealiseerd wanneer we de mogelijkheid hadden te kunnen beschikken over een vaste therapeut voor de periode van één jaar

214 basisprinciepen n doordat de patiënten 3 maal per week dezelfde therapeut zien is er een zekere vertrouwdheid die onontbeerlijk is n de bewegingssituaties dienen uiteraard aan de beperkte bewegingsmogelijkheden aangepast te worden n ze moeten steeds een succeservaring mogelijk maken

215 motiverend karakter van de bewegingssituaties n door vereenvoudigingen (bv het gebruik van een ballon in plaats van een bal) worden bewegingssituaties uitvoerbaar en attractiever gemaakt n enkele basisbewegingen hebben een inherent motiverend karakter (bv. kegels omver gooien) die zelfs demente bejaarden niet onverschillig laten

216 problemen in verband met de verdeling van de PMT over de verschillende patiëntengroepen n een vraag die dikwijls gesteld wordt is de volgende: n op welke patiënten moeten we onze inspanningen vooral concentreren? n moeten we bij deze keuze ons vooral niet richten op deze patiënten die nog terug in de maatschappij kunnen terugkeren?

217 de kwaliteit van het leven n een andere vraag is of we deze patiënten wel moeten “meetrekken” naar de PMT, ook als het tegen hun zin is ? n met andere woorden: verhoogt de kwaliteit van hun leven door deze activiteiten verplichtend te maken?

218 snoezelen n de patiënt in een aangename fysieke situatie brengen (warm water bad, hoofd wassen, haar wassen, haartooi enz.) n van deze gunstige situatie gebruik maken om een dieper kontakt te krijgen door relevante motiverende prikkels aan te bieden (voorkeurmuziek beluisteren, een lied zingen, een gedicht voorlezen enz.)

219 zinvolheid we menen toch dat dit zinvol was de film toont de evidentie dat: n ze hun motorische vaardigheid op een zo hoog mogelijk peil pogen te houden n dat ze participeren en cognitief actief zijn n dat ze ook sociaal actief zijn n dat ze er vreugde aan beleven

220 voordelen van videomateriaal n objectieve psychomotorische tests zijn bij een dergelijke groep van patiënten niet uit te voeren n ook vragenlijsten kunnen niet begrepen en ingevuld worden` n dus is beeldmateriaal het meest relevante bewijs om de belangrijkheid van een dergelijke aanpak aan te tonen

221 stoornissen door gebruik van alcohol en andere psychoactieve stoffen n alcoholverslaving hoeft geen verdere verklaring n de psychoactieve stoffen kunnen als volgt ingedeeld worden:

222 indeling van de psychoactieve stoffen n de psycholeptica, dit zijn stoffen die een overwegend dempende inwerking op de hersenen uitoefenen (sedativa zoals hypnotica, en tranquillizers en opiaten zoals morfine)

223 indeling n de psychoanaleptica: dit zijn stoffen die een overwegend stimulerende werking uitoefenen ( zoals cocaïne, amfetamine, cafeïne en nicotine) n de psychodysleptica, dit zijn stoffen die een vrij complexe invloed op de hersenen uitoefenen, zoals LSD, cannabis en marihuana, en die ook hallucinogenen genoemd worden

224 alcohol en andere psychoactieve stoffen n daarnaast zijn er nog de “overige stoffen”, zoals vluchtige stoffen die gesnoven worden zoals bijvoorbeeld oplosmiddelen voor lijm en diverse reinigingsmiddelen

225 PMT en alcoholverslaving n de psycho-organische stoornissen waarvoor PMT een indicatie kan bieden, situeren zich in het pogen te neutraliseren van de lichamelijke schade door alcohol: zoals ondermeer: n spierafwijkingen en n aandoeningen van het zenuwstelsel in de vorm van perifere neuropathie met uitvalsverschijnselen, enz.

226 verdere doelstellingen van PMT verdere doelstellingen van PMT n uiteraard zal PMT op de eerste plaats oog hebben voor de psychologische componenten, door bijvoorbeeld de patiënten te confronteren met de nadelen van alcohol op de fysieke conditie

227 “verslaafd maken” n anderszijds kan de PMT pogen de patiënt “verslaafd” te maken aan een positieve fysieke inspanning zoals bv. lopen enz.

228 PMT en druggebruik n ook druggebruik leidt tot allerlei fysieke-en psychologische stoornissen, zoals: n coördinatiestoornissen

229 fysieke en psychologischestoornissen n onzekere gang n geheugenstoornissen, angst, prikkelbaarheid, tremor,duizeligheid, spierpijn, apathie en dysforie

230 PMT en druggebruik n ook hier zal de PMT enerzijds zoeken te confronteren met de negatieve effecten op de fysieke toestand

231 PMT en druggebruik n en anderszijds een “alternatieve” positieve verslaving aan fysieke inspannning zoeken te realiseren n door het aanbieden van positieve bekrachtiging bij het lukken van bijvoorbeeld duurprestaties bij het lopen, het fietsen, het zwemmen, het wandelen enz.

232 schizofrenie en andere psychotische stoornissen hoe zou hierbij de PMT therapeutisch kunnen inwerken? hoe zou hierbij de PMT therapeutisch kunnen inwerken?

233 n PMT kan hierbij pogen in te werken op de denkstoornissen die centraal staan in de symptomatologie, door de patiënt te confronteren met bewegingssituaties waarbij concentratie vereist is n zoals bv. de bal naar een medepatiënt werpen en daarbij de naam van de patiënt noemen enz.

234 n confrontatie met bewegingssituaties vormen anderzijds ook een verplichting om de waarneming aan de concrete realiteit aan te passen n en kan aldus gunstig inwerken op waarnemingsstoornissen, door het tegenwerken aan het afdwalen in droom en fantasie

235 PMT en schizofrenie en psychotische stoornissen n evenzeer kunnen motiverende bewegingssituaties, zoals spelvormen gunstig inwerken op de stoornissen in het gevoelsleven (affectieve vervlakking)

236 PMT en schizofrene stoornissen n terzelfdertijd kunnen op dezelfde wijze ook de aandachtstoornissen gunstig beïnvloed worden, omdat de spelsituaties bv. de volledige aandacht opeisen n ook de bewegingsstoornissen (katatonie) kunnen daardoor in gunstige zin beïnvloed worden

237 stemmingsstoornissen n de stemming wordt gedefinieerd als een continu aanwezige emotionele toestand n die bepalend is voor de manier waarop we onszelf, onze wereld, ons verleden en onze toekomst ervaren

238 hoe zou PMT stemmingsstoornissen gunstig kunnen beïnvloeden?

239 PMT en depressie PMT kan gunstig inwerken bij depressieve syndromen en meer bepaald op de volgende kenmerken ervan: n vermindering van interesse voor activiteiten n slaapklachten

240 inwerking van PMT op depressie n psychomotorische gejaagdheid, n vermoeidheid en verlies aan energie n gevoelens van waardeloosheid n pessimistische beoordeling van de eigen lichamelijke gezondheid

241 andere mogelijke inwerkingsmogelijkheden van PMT bij depressie n concentratieverlies n sociale teruggetrokkenheid en n chronische vermoeidheid

242 wijze van inwerking van PMT bij stemmingsstoornissen n activerend, motiverend, en zelfvertrouwend bevorderend karakter van doelbewust gekozen bewegingssituaties en trainingsprogramma’s

243 wijze van inwerken van PMT n tevens kan de reële fysieke conditie verbeterd worden, waardoor eveneens de slaap- en vermoeidheidsproblemen kunnen “aangepakt” worden n runningstherapie en fitnessprogramma’s zullen bijvoorbeeld terzelfdertijd de objectieve en subjectieve fitness pogen te verbeteren

244 videofilm “ Fitness als Psychomotorische Therapie bij depressieve Patiënten” “Magna Cum Lauda Award” Internationaal Wetenschappelijk Filmfestival Hannover 1992”

245 Een duidelijke illustratie n van onze manier van werken bij depressieve patiënten in het Universitair Psychiatrisch Centrum St. Jozef in Kortenberg” n naast de “gewone”, algemene PMT (3 maal per week in groepen van 8 à 10 personen, krijgen depressieve patiënten, eveneens 3 maal per week een bijkomende specifieke vorm van PMT door middel van fitnessoefeningen

246 de acteurs zijn personeelsleden en stagiairs PMT n de hoofdrol wordt gespeeld door de maatschappelijk werker op die afdeling die dit schitterend doet n zijn gezichts- en lichaaamsexpressie is helemaal deze van een echte depressieve patiënt

247 positieve resultaten n deze manier van werken wordt reeds een vijftaltal jaren systematisch toegepast en de onderzoeksresultaten zijn positief n objectieve fitnesstests en vooral de subjectieve ervaring van een verbeterde fitness die tot een meer positieve stemmingstoestand leidt wordt door vele patiënten zelf bevestigd

248 van cross-sectioneel onderzoek naar case studies n om de effecten van deze specifieke vorm van PMT na te gaan maken we van langs om meer gebruik van gevalsstudies n deze zijn meer geschikt om te weten te komen hoe de “individuele patiënt” op deze aanpak reageert (qualitative research)

249 nadelen van cross-sectioneel onderzoek zijn n dat de individualiteit van iedere patiënt verloren gaat in het “gemiddeld resultaat “ van een groep depressieve patiënten n want iedere patiënt is uniek en de gemiddelde depressieve patiënt bestaat niet

250 problematiek van controlegroepen n een cross-sectioneel onderzoek vereist een controlegroep om de resultaten van de experimentele groep mee te vergelijken n welnu het is extreem moeilijk om vergelijkbare controlegroepen te vinden die “gematcht” zijn qua ernst en gelijkaardigheid van depressieve stoornis

251 ethische problemen n een ideale controlegroep wordt bij toeval samengesteld n dit kan uiteraard niet gebeuren bij patiënten die zich voor behandeling aanmelden

252 want iedere patiënt heeft recht op de beste behandeling n en die kan men daarvan niet onthouden wanneer men met een grote zekerheid vermoedt dat bijvoorbeeld fitness een positief resultaat kan teweegbrengen

253 onderzoeksvragen n neemt de depressie af na het fitnessprogramma? n verandert de lichaamsattitude ? n verbetert de subjectieve fitheid?

254 andere onderzoeksvragen andere onderzoeksvragen n resulteert het fitnessgedrag in een conditionele vooruitgang? n verandert het copinggedrag? n bestaat er een verband tussen fysiologische en psychologische parameters?

255 psychologische meetinstrumenten n Beck Depression Inventory (minstens score 16) n Lichaamsattitudeschaal van Baardman (LAS): ze gaat na of er een verband bestaat tussen de negatieve lichaamsbeleving en de sociale omgang

256 psychologische meetinstrumenten n de Utrechtse Copinglijst (UCL): evalueert hoe de patiënt over het algemeen reageert wanneer hij geconfronteerd wordt met problemen die aanpassing vereisen

257 psychologische meetinstrumenten n de Algemene Competentieschaal (Alcos):evalueert de algemene competentiebeleving n de Lichamelijke Vaardighedenschaal (Livas) evalueert de lichamelijke competentiebeleving

258 psychomotorische vragenlijsten: de bewegingsanamnese n bewegingsanamnese: richt zich naar de vroegere bewegingservaring n de positieve en negatieve fysieke belevenissen n de motivatie tot sportbeoefening

259 bewegingsanamnese n het gezondheidsgedrag en n de verwachtingen van de patient t.o.v. het fitnessprogramma

260 de vragenlijst naar de effecten van het fitnessprogramma n richt zich op de positieve of negatieve ervaringen van de patiënt bij het beëindigen van het programma n of in de follow-up periode

261 motorische meetinstrumenten n de proef van Astrand: is een submaximale inspanningsproef op een ergometerfiets n de Légertest: is een progressief maximale looptest n proef van Franz n ukk 2 km wandeltest n Eurofit-testbatterij:

262 de Eurofittestbatterij n de Eurofittestbatterij: bestaat uit 8 items: n explosieve kracht n statische kracht n functionele kracht n evenwicht n loopsnelheid n snelheid ledematen n lenigheid n rompkracht

263 op een groep van 19 proefpersonen n 12 vrouwen en 7 mannen n gemiddelde leeftijd 38 jaar en 6 maanden n depressie in engere zin en dystemie (DSM III R) n score van minstens 16 op de BDI n geen somatische tegenindicaties

264 fitnessprogramma n 3 sessies per week gedurende 10 weken n 3 à 4 patiënten per groep

265 resultaten n BDI score neemt af van 28 naar 18 n meer positieve lichaamsbeleving n meer adekwaat copinggedrag n VO2 Max toename van 18% (Astrand) n VO2 Max toename van 10% (Leger)

266 nieuwe statistische technieken n de nadelen van dit niet werken met vergelijkbare controlegroepen kan opgevangen worden door nieuwe statistische technieken die op de “single case design” kunnen toegepast worden n randomisatietoetsen n tijdreeksanalysen

267

268 PMT en manie zoals de abnormale en continu aanwezige uitgelaten stemming het abnormaal verhoogd zelfgevoel(meerderwaardigheid) afgenomen slaapbehoefte, gedachtenvlucht, verhoogde afleidbaarheid, psychomotorische gejaagdheid en overmatige drang tot activiteit

269

270 PMT en angststoornissen n ook angststoornissen kunnen een indicatiegebied voor PMT zijn n bij paniekstoornissen en agorafobie zijn de volgende symptomen gunstig te beïnvloeden door relaxatieoefeningen en aangepaste bewegingssituaties:

271 indicaties voor PMT bij angsstoornissen n bonzende hartkloppingen n zweten n trillen n gevoel van ademnood n gevoel van verstikking n pijn en onaangenaam gevoel in de bortstreek n misselijkheid en maagklachten n gevoel van duizeligheid

272 deze somatische uitingen van psychische gevoelens n moeten doorbroken en n omgebogen worden om n aldus de onderliggende psychische stress te kunnen afzwakken

273 relaxatieoefeningen en bewegingssituaties n doorbreken deze vicieuze cirkel n bewegings-en sport en spelsituaties kunnen bij angstige patiënten deze somatische stoornissen opheffen n doordat ze de patiënt gewoon maken aan bv een “bonzend hart” en “zweten” zonder dat daar angstgevoelens mee gepaard gaan

274 verhoging van het zelfvertrouwen werkt angstreducerend n systematische training van de fysieke conditie ( vooral kracht-en uithoudingstraining) verhogen het competentiegevoel n dit beïnvloedt het zelfvertrouwen in positieve zin n wat automatisch angstreducerend werkt

275 sociale fobie n hierbij gaat het om een hardnekkige angst voor één of meer situaties waarin een persoon blootgesteld is aan het kritisch oordeel van anderen

276 sociale fobie n zoals spreekangst n angst om zich belachelijk te maken n ook hier zijn relaxatieoefeningen aangewezen n alsmede in een bewegingssituatie alleen voor de anderen te durven komen

277 zelfvertrouwen n ook hier zijn uiteraard dezelfde positieve resultaten te verwachten van n het verhogen van het zelfvertrouwen door middel van n een daarvoor speciaal opgezet trainingsprogramma n dat de kracht en het uithoudingsvermogen opvoert

278 obsessief-compulsieve stoornissen n hierbij staan steeds terugkerende dwanggedachten of dwanghandelingen centraal n de klachten veroorzaken veel spanning en kosten de patiënt minstens één uur per dag n de dwanghandelingen zijn ontwikkeld om spanning te neutraliseren of n om spanning of een dreigende gebeurtenis te voorkomen

279 mogelijkheden van PMT bij obsessief-compulsieve stoornissen en gegeneraliseerde angststoornissen n opheffen van de onderliggende spanning door relaxatieoefeningen n in spel-en bewegingssituaties opkomende dwanghandelingen “afleren”

280 eenzelfde gedachtengang voor PMT bij posttraumatische stressstoornissen n dit zijn ingrijpende gebeurtenissen n wanneer de betrokkene met de dood of ernstig lichamelijk letsel werd bedreigd n zoals verkrachting, beroving met geweld, een ernstig verkeersongeval enz. n waarbij de betrokkene met hevige emoties gereageerd heeft ( bv. angst en hulpeloosheid)

281 PMT bij dissociatieve stoornissen n het gaat hier om depersonalisatiestoornissen waarbij men het gevoel heeft los te staan van: n de eigenlijke geestelijke processen n of van het lichaam n en het gevoel ze van buitenaf te observeren n en waarbij men zichzelf beleeft als een automaat of als in een droom

282 de PMT poogt hierbij n om het lichaam opnieuw bewust te maken via duidelijke ingrijpende lichaamservaringen n om aldus de band tussen lichaam en persoonlijkheid duidelijk te maken

283 belang van de lichamelijkheidservaring bij dissociatieve stoornissen n het lichaam is immers de hoeksteen van de identiteitsbeleving n concentratieoefeningen en intense lichaamsbelevingsoefeningen (bv afstandslopen) zijn hier aangewezen

284 stoornissen met bijzondere somatische klachten en verschijnselen n deze zijn uiteraard een indicatiegebied voor PMT op basis van de somatische eenheid n het is evident aan te nemen dat een verbetering van de somatische toestand door middel van het verbeteren van de fysieke conditie n rechtstreeks op de psychologische klachten zal ingrijpen

285 voorbeelden van psychosomatische ziekten waarbij aan psychische factoren een belangrijke rol wordt toegekend zijn voorbeelden van psychosomatische ziekten waarbij aan psychische factoren een belangrijke rol wordt toegekend zijn n ulcus pepticum (maagzweer) n collitis ulcerosa n asthma bronchiale n essentiële hypertensie

286 het psychisch conflict wordt hierbij gezien als een predisponerende factor n de ziekte breekt uit of verergert als het conflict wordt uitgelokt door een bepaalde stimulus n het wetenschappelijk onderzoek ondersteunt deze gedachtengang echter niet zo duidelijk n wel neemt men aan dat psychische factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan van lichamelijke ziekten, maar de rol die ze spelen is echter meer bescheiden en meer aspecifiek dan dat men aanvankelijk dacht

287 somatisering die verwijst naar vertaling van psychische spanning in lichamelijke onlustgevoelens is en gewoon verschijnsel n het wordt pas een medisch probleem als mensen zich zorgen maken en zich tot een arts wenden n het is niet gemakkelijk een scheiding te maken tussen klachten die wel en niet somatisch kunnen verklaard worden n er is een grijs tussengebied

288 discussie rond functionele klachten n zo is er een discussie of langdurige vermoeidheid al of niet als een organische ziekte moet beschouwd worden n en niet iedere patiënt met een functionele klacht lijdt aan een psychiatrische stoornis n het kan zijn dat er toch een lichamelijke ziekte aanwezig is omdat objectieve afwijkingen (nog) ontbreken

289 soorten functionele klachten n en alhoewel dus functionele klachten niet altijd verwijzen naar een psychiatrische stoornis komt dit uiteraard wel voor n de overgrote meerderheid omvat: n stemmingsstoornissen (depressie) n angststoornissen n somatoforme stoornissen

290 PMT en somatisering n de psychomotorische therapeut zal bij deze patiënten zeer voorzichtig te werk moeten gaan n omdat de somatische klacht de uitdrukking is van de psychologische problematiek n waaraan de patiënten zich “vastklampen”

291 progressieve aanpak n in een eerste fase zullen de klachten “as such” moeten aanvaard worden n om vervolgens-zonder dat de patiënt er zich bewust van wordt- de psychsomatische symptomen aan te pakken

292 indicaties n indicaties voor PMT: n pijn in de ledematen en in de gewrichten n kortademigheid (zonder inspanning) n pijn in de borststreek n hartkloppingen n duizeligheid n loopstoornissen, verlamming en spierzwakte

293 conversiestoornissen of somatiforme pijnstoornissen n kunnen evenneens indicaties zijn voor PMT n het gaat hier over symptomen of klachten met betrekking tot willekeurige spieren en zintuigen n die een neurologische of andere medische aandoening doen vermoeden

294 verband met psychologische factoren n omdat de klachten ontstaan of verergeren door conflicten of stressoren n de symptomen zijn echter niet opzettelijk veroorzaakt of geveinsd n ook hier zullen de conversiestoornissen of pijnen in een eerste fase moeten aanvaard worden n vooraleer deze via aangepaste oefeningen zullen “aangepakt” worden

295 hoe kan PMT nuttig zijn bij hypochondrische patiënten?

296 PMT bij hypochondrische patiënten n zij hebben een overdreven vrees of overtuiging een ernstige lichamelijke ziekte te hebben n die niet somatisch kan verklaard worden n en die tenminste zes maanden duurt n een analoge PMT aanpak is ook hier aangewezen

297 PMT bij eetstoornissen (cfr les M. Probst) n de meest bestudeerde eetstoornis is anorexia nervosa n daarbij staat de gestoorde lichaamsbeleving centraal n er is een sterke angst om in lichaamsgewicht toe te nemen of te dik te worden n zelfs bij patiënten met een laag lichaaamsgewicht

298 Diagnostische criteria van anorexia nervosa n weigering om het lichaamsgewicht te handhaven op of boven een voor de leeftijd en lengte minimaal normaal gewicht n intense angst om in gewicht toe te nemen of dik te worden terwijl er duidelijk sprake is van ondergewicht

299 overige diagnostische criteria Anorexia Nervosa overige diagnostische criteria Anorexia Nervosa n stoornis in de manier waarop de persoon zijn lichaamsgewicht of lichaamsvorm ervaart n afwezigheid van tenminste drie achtereenvolgende menstruele cycli

300 twee subtypes van A.N. n restricting type : tijdens de huidige episode van AN heeft de persoon geen probleem met vreetbuien of laxeren n binging/purging type : de persoon heeft daar wel problemen mee

301 diagnostische criteria voor bulimia nervosa n regelmatige terugkerende episodes van vraatzucht( binnen een beperkte periode (bv. 2 weken) wordt een hoeveelheid voedsel opgenomen die beduidend groter is dan wat de meeste mensen onder gelijkaardige omstandigheden zouden gebruiken n een gevoel van controleverlies: het gevoel niet meer te kunnen ophouden met eten

302 overige criteria van BN n regelmatig voorkomend compensatoir gedrag met als doel gewichtstoename te voorkomen zoals: n zelf-geïnduceerd braken n misbruik van laxativa en diuretica n vasten en n overdreven sportbeoefening (hyperactiviteit)

303 nog andere criteria zijn: n de vreetbuien en de onaangepaste compensatoire handelingen komen beide tenminste twee maal per week voor (gedurende drie maanden) n de zelfevaluatie is sterk beïnvloed door lichaamsvorm en gewicht n de stoornis doet zich niet uitsluitend voor tijdens periodes van AN

304 twee types van BN n purging type: purgeermiddelen worden intensief gebruikt n non-purging type: vasten, hyperactiviteit

305 atypische eetstoornissen n alle ziektebeelden die niet aan de geldende criteria voldoen van een specifieke eetstoornis

306 deze diagnostische criteria gaan gepaard met lichamelijke en psychische stoornissen zoals gedrags- en relatiestoornissen

307 lichamelijke symptomen n gewichtsafname n gewichtsfobie n amenorrhoe n cachexie n obstipatie n lanugobeharing n daling van het metabolisme n koude handen n slaapstoornissen n oedeem

308 psychische symptomen n gestoord lichaamsbeeld n angst om volwassen te worden n perfectionisme n labiele stemming

309 gedragsstoornissen n voedselweigering n calorie-obsessie n schijngezondheid n hyperactiviteit n braken en misbruik van laxeermiddelen n eetrituelen

310 relatiestoornissen n de personen geraken geïsoleerd n er ontstaan conflicten met gezinsleden waardoor dikwijls ook relatiestoornissen ontstaan

311 lichaamsbeleving en eetstoornissen n Bruch (1962): de lichaamsbeleving is kenmerkend voor AN en het herstel ervan is essentieel voor een gunstige prognose n ook bij BN wordt het functioneren sterk beïnvloed door lichaamsvorm en gewicht: gevoelens van schaamte komen sterk op de voorgrond

312 methodes om de lichaamsbeleving te evalueren n perceptuele component: videovervorming n affectieve component: lichaamsattitude vragenlijst

313 de videovervorming n gaat na of de proefpersonen hun lichaamsbreedte exact kunnen inschatten (body-size estimation) n corrigeren van vooraf vervormd videobeeld tot het overeenstemt met de werkelijk ervaarde lichaamsafmetingen

314 opdrachten bij de videovervormingsmethode n hoe breed denkt u er in werkelijkheid uit te zien? (cognitieve respons) n hoe breed voelt u dat ge er uitziet? (affectieve respons) n hoe breed wenst u er uit te zien? (optatieve respons)

315 betrouwbaar en valied de videovervormingsmethode is n betrouwbaar en n valied

316 de lichaamsattitudevragenlijst n 20 items gescoord op een 5-punt schaal: n altijd n meestal n dikwijls n soms n zelden n nooit

317 items n wanneer ik mezelf vergelijk met leeftijdsgenoten voel ik me ontevreden over mijn lichaam n mijn lichaam lijkt me een gevoelloos voorwerp n mijn heupen lijken mij te breed n ik voel me thuis in mijn eigen lichaam

318 n ik verlang er sterk naar om slanker te zijn n mijn borstomvang vind ik te groot n ik heb neiging mijn lichaam te verbergen (bv. door losse kledij) n wanneer ik mezelf in de spiegel bekijk voel ik me ontevreden over mijn lichaam n ik kan me gemakkelijk lichamelijk ontspannen n ik vind mezelf te dik

319 n ik voel mijn lichaam als een last die ik moet meedragen n mijn lichaam lijkt het mijne niet te zijn n bepaalde delen van mijn lichaam lijken opgezwollen n mijn lichaam is voor mij een bedreiging n mijn uiterlijk is erg belangrijk voor mij

320 n mijn buik ziet eruit alsof ik zwanger ben n in mijn lichaam voel ik een gejaagdheid n ik ben jaloers op anderen omwille van hun figuur n er gebeuren dingen in mijn lichaam die mij beangstigen n ik observeer mijn uiterlijk in de spiegel

321 factoranalyse op 441 patiënten: 4 factoren n negatieve waardering van de lichaamsomvang n gebrek aan vertrouwdheid met het eigen lichaam n algemene ontevredenheid over het lichaam n restfactor

322 psychometrische kenmerken n betrouwbaar n valied n gemakkelijk toepasbaar n cutt-off score: 36

323 resultaten van studies betreffende de lichaamsbeleving van 450 patiënten met eetstoornissen n de lichaamsbeleving van patiënten met eetstoornissen is meer negatief gekleurd dan deze van een controlegroep (proefpersonen zonder eetstoornissen) n er is geen verschil in lichaamsperceptie (videovervorming) (in tegenstelling met de algemeen geldende mening)

324 resultaten na het volgen van een specifieke behandeling n de negatieve lichaamsbeleving wordt in positieve zin gewijzigd n de veranderingen zijn op beide componenten (perceptueel en affectief) waarneembaar n en zijn duurzaam op korte en midellange termijn

325 lichaamssamenstelling n om het eventueel verband tussen de negatieve lichaamsbeleving en fysiologische parameters niet over het hoofd te zien

326 lichaamssamenstelling van 200 AN patiënten n gemeten met densitometrie en huidplooimeting n percentage lichaamsvet: 13,5% n leeftijd en ziekteduur staan niet in verband tot het percentage lichaamsvet n er is een verschil tussen AN restricters (12.9%) en bingers/purgers (14,7%)

327 uitslagen van densitometrie voor- en na het volgen van een therapieprogramma n bij 37 patiënten score voor % vet voor en na het programma n voor: 11,44 % n na : 22,42 %

328 effect van therapie op de lichaamssamenstelling n na het volgen van een specifieke therapie is er een duidelijke toename van het percentage lichaamsvet

329 PMT bij anorexia nervosa patiënten n een meer realistische lichaamsbeleving nastreven n alsook een meer positieve lichaamsattitude door middel van n videoconfrontatie en videovervorming n en “ lichaamsgenot- stimulerende”oefeningen zoals massage en relaxatie

330 PMT bij boulimia nervosa patiënten n ook hier dient de gestoorde lichaamsbeleving gecorrigeerd te worden n sport-en conditieoefeningen zullen de eventuele zwaarlijvigheid kunnen tegengaan

331 videofilm PMT bij anorexia nervosapatiënten n eerste prijs op het internationaal symposium Adapted Physical Activity in Berlijn 1989 n geeft een duidelijk beeld hoe in het universitair Centrum St. Jozef Kortenberg de PMT bij deze patiëntengroep wordt uitgewerkt

332 de rollen worden door studenten PMT gespeeld n met uitzondering van de “echte” patiënte die onherkenbaar gemaakt werd n een overzicht wordt gegeven van de observatie-en evaluatie-methoden: (videoconfrontatie,videovervorming, lichaamsattitiudevragenlijst, lichaamssamenstelling)

333 n alsmede van de specifiek therapeutisch aanpak van PMT om de lichaamsperceptie en de negatieve lichaamsbeleving positief te beïnvloeden

334 sexuele stoornissen n kunnen eveneens een aanknopingspunt bieden voor PMT n omdat fysieke componenten en de lichaamsbeleving nauw verbonden zijn met sexualiteit

335 Hoe zoudt ge deze gunstige mogelijkheden van PMT bij sexuele stoornissen kunnen formuleren? Hoe zoudt ge deze gunstige mogelijkheden van PMT bij sexuele stoornissen kunnen formuleren?

336 fysieke conditie en seksualiteit n een algemene goede fysieke conditie en een intens lichaamsbewustzijn (kunnen genieten van het lichaam) zijn basisvereisten voor een normaal seksueel functioneren)

337 relaxatieoefeningen n zijn ook hier gunstig voor het verminderen van angst en spanning n of om bepaalde lichaamszones meer bewust onder controle te krijgen (bv de spanning en ontspanning van de bekkenbodemspieren)

338 technieken van PMT bij fertiliteitsproblemen n ook in het kader van fertiliteitsproblemen kan PMT nuttig zijn n bv relaxatiemethoden toepassen (cfr.UZ Gasthuisberg) (M. Vervaeke)

339 hoe zou PMT bij slaap en waakstoornissen nuttig kunnen zijn?

340 PMT bij slaap- en waakstoornissen n vermoeidheid, opgewekt door spel-en sportsituaties is doorgaans slaapbevorderend n relaxatiemethodes zijn steeds aangewezen bij slapeloosheid

341 stoornissen in de impulscontrole n drang tot krabben n automutilatie

342 doelstelling van PMT n ook hierbij zal PMT een positieve instelling tov het lichaam pogen te bekomen n bv door het zich lichamelijk laten uitlevenals uitlaatklep voor de agressie n ook hier zijn relaxatieoefeningen aangewezen ter bevordering van een meer positieve lichaamsbeleving en ontspanning

343 wat zijn persoonlijkheidsstoornissen en hoe kan PMT daarbij nuttig zijn?

344 PMT bij persoonlijkheidsstoornissen n definitie: “een complex patroon van diep verankerde psychologische kenmerken die grotendeels onbewust zijn n niet gemakkelijk kunnen uitgewist worden n en tot uitdrukking komen in alle facetten van het functioneren (Millon 1981)

345 deze kenmerken komen naar boven n vanuit een gecompliceerde matrix van biologische disposities n en aangeleerd gedrag n en vormen het onderscheiden individuele patroon van: n ervaren, voelen en handelen

346 DSM IV n de persoonlijkheid wordt geacht opgebouwd te zijn uit “trekken (“traits”) n dit zijn duurzame patronen van n waarnemen, n omgaan met n en denken over de omgeving en de eigen persoon die zichtbaar worden in uiteenlopende sociale en persoonlijke omstandigheden

347 in deze context zijn psychiatrische stoornissen n starre en onaangepaste gedragspatronen n die opvallende beperkingen in het n sociale- en n beroepsmatig functioneren n of subjectieve onlustgevoelens veroorzaken

348 PMT en de schizoïde persoonlijkheidsstoornis n wordt gekenmerkt door: n het vermijden van relaties n het steeds alleen bezigheden willen uitvoeren of het vermijden van veel bezigheden n gevoelsarmoede en kilheid

349 hoe kan PMT hierbij gunstig zijn ?

350 PMT n gevoelsgeladen kontakten stimuleren n activiteitsniveau verhogen n kilheid tegengaan door spel-en sportvormen die de patiënt uit de emotionele teruggetrokkenheid haalt ( cfr. patiënten St. Rita in het UC St. Jozef Kortenberg)

351 PMT en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis n ongewone lichaamssensaties n PMT kan doelbewust inwerken op het accuraat ervaren van het lichaam

352 hoe kan PMT nuttig zijn bij anti-sociale persoonlijkheidsstoornissen

353 PMT en de antisociale persoonlijkheidsstoornis n gekenmerkt door agressie, impulsiviteit en bedrog n spelen en conditieoefeningen kunnen een “uitlevingskanaal” bieden n anderzijds kunnen het zich leren aanpassen aan spelregels een toets zijn voor het zich leren aanpassen aan de algemene regels in de maatschappij

354 PMT en de borderline persoonlijkheid n identiteitsstoornis waarbij het beeld dat de patiënt van zichzelf heeft opvallend gestoord, vervormd of onevenwichtig is

355 hoe kan PMT hierbij positief zijn?

356 PMT en borderline persoonlijkheid n PMT: door middel van lichaamsbewustmakende oefeningen wordt gepoogd de identiteitsbeleving te verhogen n alsook de patiënt door middel van bv spelen met het gebrek aan zelfbeheersing en onevenwichtige stemmingstoestand te confronteren

357 PMT en de theatrale persoonlijkheid n gekenmerkt door het zich ongemakkelijk voelen wanneer men niet in het centrum van de belangstelling staat n het zich uitdagend gedragen in de omgang met medepatiënten

358 overige kenmerken n snel wisselende en oppervlakkige gevoelens n het voortdurend gebruiken van de fysieke verschijning om de aandacht te trekken

359 hoe kan PMT hierbij positief zijn?

360 PMT n bewustmaken van deze storende gedragskenmerken doordat deze in de spontane expressie tijdens de bewegingssituaties aan het licht zullen komen n daarna kan meer aangepast gedrag tijdens dezelfde bewegingssituaties geëvalueerd worden

361 PMT en de narcistische persoonlijkheidsstoornis n zichzelf enorm belangrijk vinden n waarbij de eigen prestaties en talenten overdreven worden n men verwacht door de andere als “superieur” erkend te worden (opeisen van excessieve bewondering) n het vanzelfsprekend vinden van een voorkeursbehandeling te krijgen n een tekort aan invoelend vermogen tov de anderen n hooghartige houding

362 hoe kan PMT hierbij therapeutisch zijn?

363 PMT kan ook hier confronterend inwerken n omdat ook hier tijdens de bewegingssituaties deze typische karakteristieken aan het licht zullen komen n omwille van het spontane karakter van deze bewegingssituaties

364 PMT en de vermijdende persoonlijkheidsstoornis n komt tot uiting bij personen die als het ware zitten te wachten op een assertiviteitstraining n ze worden gekenmerkt door een geremdheid in sociale kontakten n minderwaardigheidsgevoelens n door een overgevoeligheid voor negatieve beoordeling

365 welke aanknopingspunten biedt PMT hierbij?

366 PMT biedt vele aanknopingspunten n voor het niet prettig vinden om met anderen om te gaan n het vermijden van sociale relaties die direct persoonlijk kontakt meebrengen n bang zijn om uitgelachen te worden n zich geremd voelen in nieuwe situaties

367 overige aanknopingspunten voor PMT n zich minderwaardig achten dan anderen n bang zijn om risico’s te nemen waarbij men gezichtsverlies zou kunnen lijden of in verlegenheid zou kunnen gebracht worden

368 mogelijkheden van PMT n arsenaal van mogelijkheden waarbij op spontane speelse wijze dit gestoord gedrag kan tegengewerkt worden n fysieke mogelijkheden kunnen ontwikkeld worden vanuit een corrigerend perspectief tov minderwaardigheidsgevoelens n stimulering van de competentiebeleving

369 PMT en afhankelijke persoonlijkheidsstoornissen n centrale kenmerk: behoefte om verzorgd te worden n hebben het moeilijk om initiatief te nemen n hebben een gebrek aan zelfvertrouwen n en voelen zich aan hun lot overgelaten n aanpak PMT cfr. de vermijdende pseroonlijkheidsstoornis

370 PMT en dwangmatige persoonlijkheidsstoornissen n gekenmerkt door het geproccupeerd zijn met orde en perfectie n de beheersing van gedachten en gevoelens n de beheersing met wat hen in het kontakt met anderen kan overkomen

371 wat zijn de mogelijkheden van PMT hierbij?

372 mogelijkheden van PMT n via observatie (LOVIPT) zullen deze kenmerken aan bod komen n confrontatie en bewustmaking van dit dwangmatig gedrag

373 PMT en aanpassingsstoornissen en verwante gebieden n hebben betrekking tot stressvolle gebeurtenissen (gezondheidsproblemen, overlijden, scheiding, interpersoonlijke conflicten) n diverse klachten van diverse aard kunnen zich ontwikkelen n vermoeidheid, rugklachten, hoofdpijn zonder lichamelijke oorzaak (“functionele klachten”) n of psychische klachten: neerslachtigheid, angst, boosheid

374 mogelijkheden van PMT n relaxatieoefeningen n fitnessoefeningen, runningtherapie

375 PMT OP BASIS VAN GEINDIVIDUALISEERDE PSYCHOMOTORISCHE OBSERVATIE

376 het bewegingsonderzoek van Van Roozendaal n zie begin kursus

377 De Leuvense Observatieschalen voor gebruik in de psychomotorische therapie (LOVIPT)

378 1. de gevoelsmatige relaties n definitie: de mate waarin de patiënt in overeenstemming met de aard van de situatie tot kontakten komt die gevoelsgeladen zijn n dit wil zeggen kontakten waarin een zekere graad van gevoelsmatig beleefde verbondenheid is met de medepatiënten en de observator

379 de gevoelsmatige relaties n +3 de patiënt vertoont in sterke mate overgevoelige relaties n +2 de patiënt vertoont overgevoelsmatige relaties n +1 de patiënt vertoont in lichte mate overgevoelsmatige relaties n 0 de patiënt vertoont aangepaste gevoelsmatige relaties n -1 de patiënt vertoont in lichte mate ondergevoelsmatige relaties n -2 de patiënt vertoont ondergevoelsmatige relaties n -3 de patiënt vertoont in sterke mate ondergevoelsmatige relaties

380 lovipt A ondergevoelsmatige relaties (-2) komen tot uiting in een kontaktname die: n geremd n afstandelijk n te formeel n apathisch of n ontoegankelijk is

381 lovipt S ondergevoelsmatige relaties (-2) n patiënt reageert niet en vertoont geen belangstelling voor kontakt als hij door anderen benaderd wordt n patiënt neemt geen kontakt met medepatiënten of met observator, of slechts op gebrekkige wijze n hij plaatst zich afzonderlijk

382 lovipt A overgevoelsmatige relaties (+2) komen tot uiting in een kontaktname die n kunstmatig n vleierig n te familiair n opdringerig n aanklampend of n kleverig is

383 lovipt S overgevoelsmatige relaties (-2) n hij is op een overdreven wijze bekommerd om de andere patiënten n hij bemoeit zich met alles en iedereen n hij kleeft als het ware aan de anderen of de observator

384 2. de zelfzekerheid n definitie: de mate waarin de patiënt, zonder zich te onderschatten en op een niet angstige wijze, onafhankelijk van de anderen beweegt

385 schaal voor zelfzekerheid n +3 de patiënt overschat zich in sterke mate n +2 de patiënt overschat zich n +1 de patiënt overschat zich in lichte mate n 0 de patiënt is zelfverzekerd n -1 de patiënt is in lichte mate niet zelfverzekerd n -2 de patiënt is niet zelfverzekerd n -1 de patiënt is in sterke mate niet zelfverzekerd

386 lovipt A een tekort aan zelfzekerheid (-2) een tekort aan zelfzekerheid kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n weinig ondernemend n niet zelfstandig n aarzelend n twijfelend n te bescheiden n weinig assertief of n steunzoekend is

387 lovipt S tekort aan zelfzekerheid (-2) n patiënt neemt nooit initiatieven en volgt slaafs de anderen na n hij vraagt steeds om goedkeuring n hij ontwijkt ieder duel

388 lovipt S zich overschatten (+2) n patiënt denkt alles aan te kunnen maar mislukt vaak n patiënt dringt zich op als de centrale figuur zonder dat aan te kunnen n hij spreekt onterecht minachtend over de prestaties van anderen

389 3. het actief zijn n definitie: de mate waarin de patiënt met inzet aan de bewegingssituaties participeert

390 schaal het actief zijn n +3 de patiënt is in sterke mate hyperactief n +2 de patiënt is hyperactief n +1 de patiënt is in lichte mate actief n 0 de patiënt is actief n -1 de patiênt is in lichte mate passief n -2 de patiënt is passief n -3 de patiënt is in sterke mate passief

391 lovipt A het passief zijn (-2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat : n ongeïnteresseerd n weinig dynamisch n lui n vertraagd of n futloos is

392 lovipt S het passief zijn (-2) n patiënt neemt slechts sporadisch aan de activiteiten deel n patiënt verplaatst zich weinig tijdens de bewegingssituaties n hij heeft steeds aanmoediging nodig

393 lovipt A het hyperactief zijn (+2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n overdreven intens is

394 lovipt S het hyperactief zijn (+2) n de bewegingsintensiteit is te hoog in functie van de situatie n patiënt is al bezig vooraleer de bewegingssituatie uitgelegd is n hij kan moeilijk stilzitten bij de nabespreking

395 4. het ontspannen zijn n definitie: de mate waarin de patiënt zonder overdreven spierspanningen en op een niet zenuwachtige wijze de situatie uitvoert en /of bekijkt

396 schaal van het ontspannen zijn n +3 de patiënt is in sterke mate gespannen n +2 de patiënt is gespannen n +1 de patiënt is in lichte mate gespannen n 0 de patiënt is ontspannen n -1 de patiënt is in lichte mate overdreven ontspannen n -2 de patiënt is overdreven ontspannen n -3 de patiënt is in sterke mate overdreven ontspannen

397 lovipt A het gespannen zijn (+2) het overdreven gespannen zijn kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n houterig n niet soepel n nerveus of n verkrampt is

398 lovipt S het gespannen zijn (+2) kan tot uiting komen in de volgende gedragsomschrijvingen: n de lichaamshouding is krampachtig n hij beweegt niet vloeiend, eerder hoekig n de bewegingen verlopen met een klein amplitudo

399 lovipt A het overdreven ontspannen zijn(-2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n atonisch n slap is

400 lovipt S het overdreven ontspannen zijn(-2) kan in de volgende gedragsomschrijvingen tot uiting komen: n patiënt vertoont verminderde spierspanning: de schouders hangen naar beneden, het hoofd naar voor, de rug is gebogen en ook de benen zijn lichtjes gebogen n de armen zwaaien ver mee n patiënt schuift eerder met de voeten dan te stappen

401 5. het beheerst bewegen n definitie: de mate waarin de patiënt controle heeft over zijn lichaam, rustig beweegt en de inspanningen kan doseren

402 schaal het beheerst bewegen n +3 de patiënt beweegt in sterke mate overbeheerst n +2 de patiënt beweegt overbeheerst n +1 de patiënt beweegt in lichte mate overbeheerst n 0 de patiënt beweegt beheerst n -1 de patiënt beweegt in lichte mate onbeheerst n -2 de patiënt beweegt onbeheerst n -3 de patiënt beweegt in sterke mate onbeheerst

403 lovipt A het onbeheerst bewegen (- 2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n ontremd n roekeloos n ondoordacht n onrustig is

404 lovipt S het onbeheerst bewegen (-2) de patiënt n beweegt te geweldig waardoor hij tegen alles en iedereen aanloopt n beweegt nu eens erg veel, dan weer is hij buiten adem en blijft een tijd staan n de opgelegde bewegingen worden op een slordige en niet afgewerkte wijze uitgevoerd

405 lovipt A het overbeheerst bewegen (+2) n kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat te bedachtzaam is

406 lovipt S overbeheerst bewegen (+2) n de patiënt beweegt te afgemeten, maakt geen enkele bweging te veel n hij beweegt op een overgecontroleerde wijze waardoor de bewegingen op een overdreven punctuele wijze afgewerkt worden n patiënt beweegt dwangmatig beheerst waardoor hij te veel tijd nodig heeft om een activiteit te starten

407 6. het gericht zijn op de situatie n definitie: de mate waarin de patiënt zich rekenschap geeft van de situatie, er op ingesteld is en dit volhoudt

408 schaal het gericht zijn op de situatie n +3 de patiënt is in sterke mate gericht op de situatie n +2 de patiënt is overgericht op de situatie n +1 de patiënt is in lichte mate overgericht op de situatie n 0 de patiënt is aangepast gericht op de situatie n -1 de patiënt is in lichte mate niet gericht op de situatie n -2 de patiënt is niet gericht op de situatie n -3 de patiënte is in sterke mate niet gericht op de situatie

409 lovipt A niet gericht zijn op de situatie (-2) dit kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n ongeconcentreerd n onoplettend n ongeïnteresseerd n niet gemotiveerd n en niet volhardend is

410 lovipt S het niet gericht zijn op de situatie (-2) kan tot uiting komen in de volgende gedragsomschrijvingen: n de patiënt volgt de bewegingssituatie niet, hij lijkt voortdurend in gedachten verzonken n hij kan de bewegingsactiviteit niet tot het einde volhouden n patiënt is vlug afgeleid door zaken die niets met de bewegingssituatie te maken hebben, en of praat met de medepatiënten tijdens de bewegingssituatie of tijdens de uitleg ervan

411 lovipt A het overgericht zijn op de situatie (+2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n te geconcentreerd n te betrokken op de situatie is

412 lovipt S het overgericht zijn op de situatie (+2) n de patiënt gaat op een overdreven wijze in de situatie op zodat hij al de rest vergeet n hij voert de bewegingsactiviteit overdreven ernstig uit alsof zijn leven ervan afhangt n hij wil op een overdreven geperfectioneerde wijze de situatie uitvoeren

413 7. de expressiviteit in het bewegen n definitie: de mate waarin de patiënt in zijn bewegen, houding en mimiek al of niet iets uitdrukt

414 schaal van de expressiviteit in het bewegen n +3 de patiënt is in sterke mate overexpressief n +2 de patiënt is overexpressief n +1 de patiënt is in lichte mate overexpressief n 0 de patiënt is expressief n -1 de patiënt is in lichte mate onderexpressief n -2 de patiënt is onderexpressief n -3 de patiënt is in sterke mate onderexpressief

415 lovipt A het onderexpressief zijn (-2) kan tot uiting komen in een vlakke mimiek

416 lovipt S het onderexpressief zijn (-2) n de patiënt heeft een vlakke gelaatsuitdrukking n de patiënt heeft een lichaamshouding die zo weinig verandert dat we de indruk van een standbeeld krijgen

417 lovipt A het overexpressief zijn(+2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n theatraal n onecht n gemaakt n of euforisch is

418 lovipt S het overexpressief zijn (+2) n de patiënt heeft een gelaatsuitdrukking die extreem overkomt n hij weent of lacht te pas en te onpas n hij maakt opeen overdreven wijze gebruik van bewegingen om iets uit te drukken n hij overdrijft in zijn bewegingsuitdrukking

419 8. de verbale communicatie n definitie: de mate waarin de patiënt op een zinvolle manier tot verbale contacten kan komen met anderen n het zinvolle omvat namelijk :het voldoende luid spreken en het oogcontact hebben

420 schaal verbale communicatie n +3 is in sterke mate overcommunicatief n +2 is verbaal overcommunicatief n +1 is in lichte mate overcommunicatief n 0 communiceert verbaal aangepast n -1 is in lichte mate verbaal subcommunicatief n -2 is verbaal subcommunicatief n -3 is in sterke mate subcommunicatief

421 lovipt A verbaal subcommunicatief (-2) kan tot uiting komen in n zwijgzaamheid n moeizaam spreken n onhoorbaar spreken n mutisme

422 lovipt S verbaal subcommunicatief (-2) n komt er niet toe zich verbaal uit te drukken n antwoordt bij aanspreking enkel op zeer bondige wijze n praat erg stil, nauwelijks hoorbaar

423 lovipt A verbaal overcommunicatief (+2) kan tot uiting komen in : n een overdreven spraakzaamheid n woordenvloed n versneld spreken n breedsprakerigheid

424 lovipt S verbaal overcommunicatief (+2) n de patiënt praat voortdurend n kan niet zwijgen, onderbreekt de anderen en antwoordt steeds in plaats van de anderen n praat overdreven snel en luid

425 9. het regulatievermogen n definitie: de mate waarin de patiënt er al dan niet op ingesteld is zich aan bepaalde afspraken, gedragsregels en spelregels te houden

426 schaal :het regulatievermogen n +3 heeft een sterk dwangmatig regulatievermogen n +2 heeft een dwangmatig regulatievermogen n +1 heeft een licht dwangmatig regulatievermogen n 0 heeft een aangepast regulatievermogen n -1 heeft een licht gebrek aan regulatievermogen n -2 heeft een gebrek aan regulatievermogen n -3 heeft een sterk gebrek aan regulatievermogen

427 lovipt S gebrek aan regulatievermogen (-2) n hij overtreedt de regels van de beleefdheid; hij vloekt, slaat, trekt, schopt of duwt de anderen n hij heeft een grof taalgebruik n hij houdt zich niet aan afspraken, komt te laat, gaat te vroeg weg, houdt zich niet aan de spelregels n hij vecht alle beslissingen van de observator aan

428 lovipt S dwangmatig regulatievermogen (+2) n hij kijkt nauwgezet toe of anderen de afspraken respecteren n hij maakt bij de minste fout de anderen attent op overtredingen n hij verontschuldigt zich te pas en te onpas bij de geringste tekortkoming

429 algemene grondslagen van psychomotorische therapie bij mentaal gehandicapten algemene grondslagen van psychomotorische therapie bij mentaal gehandicapten n therapie of aangepaste bewegingsactiviteiten?

430 therapie n In de ruime betekenis van het woord is PMT : op systematische wijze gunstige bewegingssituaties creëren voor de mentaal gehandicapte persoon betreffende: n zijn fysieke fitness en vaardigheden n zijn storende gedragingen n zijn “quality of life” (bewegingssituaties die hij graag doet)

431 aangrijpingsdomeinen n fysieke fitheid verbeteren: veel mentaalgehandicapten hebben een “sedentaire” levensstijl en zijn obees n bewegingsvaardigheden aanleren en verbeteren die hen in staat stellen beter te functioneren (marcheren, lopen, springen, zwemmen, enz.)

432 psychosociale voordelen n via sport en bewegingssituaties de LOVIPT scores pogen te “normaliseren” n sport als vrije tijd (topsport “Special Olympics”)

433 onderzoeksgegevens n licht mentaal gehandicapte personen: hebben een motorische achterstand van 2 à 4 jaar n maar zijn in staat door middel van aangepaste instructie nieuwe vaardigheden aan te leren n sommigen kunnen zelfs op een uitstekend motorisch niveau gebracht worden

434 hierbij is een systematische aanpak wenselijk n wat kan een mentaal gehandicpate persoon op motorisch vlak al dan niet (check list) n waarvoor is hij al dan niet gemotiveerd n in welke mate is zijn cognitief en sociaal vermogen al of niet favoriserend daarvoor

435 de methodologische stappen n moeten rekening houden met dit motorisch-psycho-socio- cognitief aanvangsniveau dat “geoptimaliseerd” dient te worden n moeten succeservaring geven n mogen niet te snel gezet worden

436 systematiek=doelstellingen formuleren en pogen te realiseren n ook bij mentaal gehandicapte personen dienen dus motorische- en psycho-sociaal-cognitieve doelstellingen geformuleerd te worden op korte en lange termijn n de vreugdebeleving (quality of life) is echter primordiaal

437 matig mentaal gehandicapte personen (IQ: 30-50) n komen in aanmerking voor zeer eenvoudige bewegingssituaties waarbij ze een glimp van de beweging kunnen uitvoeren ( “a slice of the action”) n de motorisch- psych-socio- cognitieve doelstellingen zullen hierbij uiteraard beperkter zijn n ook hier dient het vreugdeelement te overheersen

438 filmische illustratie n “A real slice of the action” waarbij alle mogelijkheden van bewegingsactiviteiten bij mentaal gehandicapte personen worden getoond


Download ppt "Algemene Grondslagen van Psychomotorische Therapie Prof. H. Van Coppenolle."

Verwante presentaties


Ads door Google