De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

25-01-2007D. Demeyer1. 25-01-2007D. Demeyer2 Clostridium difficile Anaërobe bacterie In de grond en intestinale tractus Sporevormer Oorzaak van pseudomembraneuze.

Verwante presentaties


Presentatie over: "25-01-2007D. Demeyer1. 25-01-2007D. Demeyer2 Clostridium difficile Anaërobe bacterie In de grond en intestinale tractus Sporevormer Oorzaak van pseudomembraneuze."— Transcript van de presentatie:

1 D. Demeyer1

2 D. Demeyer2 Clostridium difficile Anaërobe bacterie In de grond en intestinale tractus Sporevormer Oorzaak van pseudomembraneuze colitis en CDAD Antibioticagebruik (1 dag tot 8 weken) Ziektebeeld gemedieerd door toxines maar geen correlatie tussen toxines en ernst van diarree

3 D. Demeyer3 Clostridium difficile Epidemiologie –3 % bij de gezonde bevolking –98 % neonati en < 2 jaar –25-30 % bij ouderen en immuungedrepimeerden –C difficile blijft in 40 % van de CDAD patiënten aanwezig in de stoelgang (onafhankelijk van het gebruikte AB)

4 D. Demeyer4 Clostridium difficile Kliniek –CDAD Abdominale krampen Profuse waterige diarree Lage koorts Leucocytose Rechtszijdige colitis vaak geen symptomen –Differentiatie met AAD (= osmotische diarree door verminderde afbraak van suikers door bacteriën)

5 D. Demeyer5 Clostridium difficile Pseudomembraneuze colitis

6 D. Demeyer6 Clostridium difficile Fulminante colitis –Hoge temperatuur –Toxisch megacolon –Perforatie –Ileus Vaak heelkunde.

7 D. Demeyer7 Copyright ©2004 CMA Media Inc. or its licensors Poutanen, S. M. et al. CMAJ 2004;171:51-58 Fig. 1: Pathogenesis of Clostridium difficile-associated diarrhea in adults

8 D. Demeyer8 Clostridium difficile Pathogenese –Twee toxines : toxine A en B –Toxine B 1000 x krachtiger dan A –Toxine A (TcdA) 308 kDa –Toxine B (TcdB) 270 kDa –Toxine B afhankelijk van toxine A (?) –Binair toxine Rol niet helemaal duidelijk (meer pathogeen ?)

9 D. Demeyer9

10 D. Demeyer10 Clostridium difficile Diagnostiek –Aantonen toxine Cytotoxiciteit (weefselcultuur) – % sensitiviteit –99 % specificiteit –Tijdrovend ELISA testen –70-90 % sensitiviteit –> 90 % specifiek

11 D. Demeyer11 Clostridium difficile Diagnostiek –Cultuur Belangrijk om toxineproductie te bevestigen Positieve cultuur zelfs met positieve toxines zonder diarree is geen indicatie voor behandeling. –Endoscopie Bij twijfel Bij rechtszijdige letsels

12 D. Demeyer12 Clostridium difficile Risicofactoren –Toenemende leeftijd –Onderliggend lijden –Niet heelkundige GI procedures –Nasogastrische sonde –Anti-ulcus medicatie –Verblijf op intensieve zorg –Langdurig ziekenhuisverblijf –Langdurige antibiotica –Veel verschillende antibiotica

13 D. Demeyer13 C. difficile en antibiotica Frequent geassocieerd Soms geassocieerd Zelden of nooit geassocieerd AmpicillinePenicilline (nt ampicilline) Parenterale aminoglycoside AmoxicillineSulfonamidenTetracycline CefalosporinesErythromycineChloramphenic ol ClindamycinTrimethoprimMetronidazole QuinolonesVancomycin

14 D. Demeyer14 Clostridium difficile Dragerschap is gebonden aan een hoger gehalte IgG tegen toxine A Herd immunity –Afdeling met weinig AB gebruik en veel pten die geen AB krijgen beschermen tegen ontwikkelen van CDAD –Afdeling met veel AB gebruik : veel CDAD

15 D. Demeyer15 Clostridium difficile Impact op de gezondheid –UK 2003 : 2 x meer doden te wijten aan C. difficile dan aan MRSA. –Toename van mortaliteit geassocieerd aan CDAD –Vooral ouderen en immuungedeprimeerden zijn kwetsbaar –Metronidazole en vancomycineresistentie

16 D. Demeyer16 Clostridium difficile Behandeling –STOP ANTIBIOTICA INDIEN MOGELIJK –Supportieve maatregelen Aanvullen vochtverlies Vermijd anti-diarreica –Antibiotica Indicaties –Aanwijzingen voor colitis –Persisterende diarree ondanks stoppen van AB –Wanneer AB niet kan gestopt worden

17 D. Demeyer17 Clostridium difficile Antibiotische behandeling –Flagyl 3 x 500 mg/d –Vancocin 4 x 125 mg/d Geen bijkomend effect van combinatie Duur : 10 – 14 dagen

18 D. Demeyer18 Clostridium difficile Andere behandelingen –Metronidazole, bacitracin, fusidinezuur, teicoplanine (Targocid ®) –Nitazoxanide (antiparasitair) –Tolevamer : hoog moleculair gewicht niet antibiotisch polymeer dat toxines bindt. Niet inferieur aan vancomycin –Probiotica –N.B. Bij zwangeren voorkeur voor vanco

19 D. Demeyer19 Clostridium difficile Behandeling bij ernstige infectie –Supportief –Flagyl IV –Vancomycine lavementen –In uiterste nood : subtotale colectomie. –Vaccinatie ??

20 D. Demeyer20 Recurrente C. difficile Meestal herinfectie met dezelfde of een andere stam (geen correlatie met de behandeling) Sporen die niet gevoelig zijn voor antibiotica en veelal in divertikels aanwezig zijn Risicofactoren –Gebrek aan een degelijke immuunrespons (lagere IgG titers tegen toxine A)

21 D. Demeyer21 Recurrente C.difficile Behandeling –1 e relaps : cfr eerste infectie –Meerdere relapsen Check een tweede keer voor toxine (juiste diagnose) Pulsed therapy (over 6 weken) Anion binding resins (cholestyramine –Questran®) Behandeling met micro-organismen –Lavementen met micro-organismen –Fecestransplantatie (vooral bacteroides) –Saccharomyces boulardii (effect eerder op AAC) Immuunglobuline therapie (IV immunoglobulines) Vaccinatie (effect ?)

22 D. Demeyer22 Clostridium difficile

23 D. Demeyer23 Copyright ©2004 CMA Media Inc. or its licensors Pepin, J. et al. CMAJ 2004;171: Fig. 1: Annual incidence (per population) of Clostridium difficile-associated diarrhea (CDAD) in Sherbrooke, Que.,

24 D. Demeyer24 C. difficile Ribotype 027 toxinotype III –Resistent aan quinolones –Geïnduceerd door toenemend gebruik van quinolones (cipro) –Hogere virulentie –Produceert meer toxine A en B –Binary toxin aanwezig in 84 % van de stammen

25 D. Demeyer25 Copyright ©2004 CMA Media Inc. or its licensors Pepin, J. et al. CMAJ 2004;171: Fig. 2: Proportions of patients with CDAD by class of antibiotic received in the 2 months preceding the diagnosis of CDAD,

26 D. Demeyer26 Copyright ©2004 CMA Media Inc. or its licensors Pepin, J. et al. CMAJ 2004;171: Table 2.

27 D. Demeyer27 Clostridium difficile Ribotype 027 toxinotype III –Eerst in Canada (Montreal, Quebec) –Verenigde Staten (verschillende ziekenhuizen) –UK –Nederland (Harderwijk) –België (Ieper…) –Heel Europa

28 D. Demeyer28 Clostridium difficile Ribotype 027 toxinotype III –Resistentie aan quinolones (levo,moxi) –Behandeling : Vancocin –Stop antibiotica –Supportieve maatregelen.

29 D. Demeyer29 Clostridium difficile Aanpak –Snelle diagnostiek –Opsporen toxine (duurt ¾ uur) –STOP ALLE ANTIBIOTICA BIJ PATIENT –Behandel alleen bij diarree met toxines, anders endoscopisch nazicht (niet toxineproducerende C.difficile) –Verminder het AB gebruik in de instelling

30 D. Demeyer30 Clostridium difficile Aanpak –Verscherp isolatiemaatregelen –Isolatie of cohortering –Beschermende kledij : schort,handschoenen –Handwassen met water en zeep voor en na contact –Klein medisch materiaal (stetoscoop, bloeddrukmeter, termometer ) op de kamer

31 D. Demeyer31 Clostridium difficile Aanpak –Ontsmetten van gladde oppervlakten (hypochloriet of aldehyde) –Ontsmetten van kamer na vertrek van patiënt (3 beurten) –Agressieve surveillantie.

32 D. Demeyer32 DANK U VOOR UW AANDACHT


Download ppt "25-01-2007D. Demeyer1. 25-01-2007D. Demeyer2 Clostridium difficile Anaërobe bacterie In de grond en intestinale tractus Sporevormer Oorzaak van pseudomembraneuze."

Verwante presentaties


Ads door Google