De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De hervorming van de Civiele Veiligheid – de toekomstige hulpverleningszones.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De hervorming van de Civiele Veiligheid – de toekomstige hulpverleningszones."— Transcript van de presentatie:

1 De hervorming van de Civiele Veiligheid – de toekomstige hulpverleningszones.

2 Plan I. Algemene inleiding II. Huidige reglementering en organisatie III. Chronologie van de werkzaamheden IV. De werkzaamheden van de hervorming V. In aanmerking genomen opties VI. De verwezenlijking van de hervorming

3 I. Algemene inleiding  Veroudering van de reglementering  Lokaal niveau overschreden  Noodzaak om opnieuw te investeren  Gellingen

4 II. Huidige reglementering en organisatie Wet van betreffende de Civiele Bescherming. « De civiele bescherming omvat alle civiele maatregelen en middelen die moeten dienen om de bescherming en het voortbestaan van de bevolking te verzekeren …., ….. Bij rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen en schadegevallen, te allen tijde personen bij te staan en goederen te beschermen » Voor de uitvoering van haar operationele opdrachten bestaan er twee componenten. CIVIELE VEILIGHEID Permanente Eenheden van de Civiele Bescherming Federaal niveau Brandweer Gemeentelijk niveau

5 Permanente Eenheden: maximum één per provincie (6) De brandweerdiensten: geklasseerd per categorie (wet van 63 en KB 67) « X »: Uitsluitend beroepspersoneelsleden; « Y »: Ofwel « beroeps », ofwel « gemengd » (beroeps en vrijwillig); « Z »: Vrijwilligers met ten minste één beroepspersoneelslid; « C »: Autonome korpsen.  Niet realistisch om een brandweerdienst te hebben in elke gemeente.  Regionale groepen - groepscentrum. II. Huidige reglementering en organisatie

6 Gewestelijke groepen: Hergroepering van de gemeenten. Groepscentrum: gemeente die een brandweerdienst MOET hebben, die de andere gemeenten van de regionale groep beschermt. Autonoom korps: gemeente van een regionale groep die beslist om haar eigen brandweerdienst te creëren. Belangrijk: De brandweer komt alleen tussen in de gemeenten van haar regionale groep.   Beperking van de wettelijke actie door de geografische grens van het grondgebied van de regionale groep (conventie) Gevolg: Het is niet noodzakelijk de dienst die het snelst ter plaatse is die tussenkomt II. Huidige reglementering en organisatie

7 Financiering: A) De gemeente-groepscentrum voorziet in de nodige budgetten voor de goede werking van de brandweerdienst van het groepscentrum. B) De beschermde gemeenten dragen bij, principe van de onderlinge verdeling van de hulpverlening, door middel van de betaling van een bijdrage. Berekening van de bijdrage: 2 parameters bevolking; kadastraal inkomen. II. Huidige reglementering en organisatie

8 Financiering – Federale participatie. Momenteel is er geen federale dotatie. De staat draagt bij, in verhouding +/- 10%, door het toekennen van subsidies: - SEVESO-fonds; - NUCLEAIR fonds; - Geglobaliseerde fondsen; - Opleidingssubsidies aan de scholen. II. Huidige reglementering en organisatie

9 III. Chronologie van de werkzaamheden III. Chronologie van de werkzaamheden : Ingeschreven in het Regeerakkoord; - juli 2004: Gellingen (24 overledenen) - september 2004: Oprichting van een Commissie voor de Hervorming van de Civiele Veiligheid  Commissie-Paulus. - januari 2006: Einde van de commissie-Paulus en overhandiging van het eindrapport aan de Minister - maart 2006: Oprichting van de stuurgroep - december 2006: goedkeuring door de Ministerraad in eerste lezing en versturen van de tekst naar de Raad van State voor advies - februari 2006: goedkeuring van de tekst in tweede lezing en indiening van de tekst in het Parlement

10 IV. De werkzaamheden van de hervorming IV. De werkzaamheden van de hervorming. Uitgangspunten geformuleerd door de Minister I) Behoud van beroeps en vrijwilligers; II) Behoud van de Civiele Bescherming III) Oprichting van een commissie die belast is met het uittekenen van de basisprincipes van de toekomstige hervorming;

11 IV. De werkzaamheden van de hervorming IV. De werkzaamheden van de hervorming. Conclusies van het verslag van de Commissie-Paulus. I) Inleiding; II) 3 principes die uitgewerkt moeten worden; I) De snelste adequate hulp; II) Eenzelfde basisbescherming tegen een gelijke bijdrageplicht; III) Schaalvergroting. III) Structuur van de brandweerdiensten; I) Federaal = Reglementering; II) Hulpverleningszone = Organisatie; III) Hulpverleningsposten = Uitvoering. IV) Het personeel; I) Juridische positie / Behoud van de vrijwilligers. V) Risicoanalyse; VI) Financiering; I) Globaal mag de last van de gemeenten niet verhogen; II) Federaal niveau neemt de meerkost van de hervorming op zich; III) Een herstel van het evenwicht federaal niveau / gemeente is op termijn gewenst. VII) Dringende Medische Hulp; VIII) 12 Aanbevelingen.

12 IV. De werkzaamheden van de hervorming IV. De werkzaamheden van de hervorming.

13

14

15 Verslag van de Commissie-Paulus - Principes Eerste principe: De burger heeft recht op de snelst mogelijke adequate hulp.  Begrip snelheid;  Begrip adequate hulp.

16 1) Begrip snelheid. Het is diegene die het eerst ter plaatse kan zijn, met de aangepaste middelen, die gestuurd moet worden. De gemeentelijke en provinciale territoriale grenzen verdwijnen. Verslag van de Commissie-Paulus - Principes

17 2) Begrip adequate hulp. Er moeten federale, minimale en coherente normen gedefinieerd worden voor het sturen van de hulpdiensten. - Voor elke opdracht moeten de nodige middelen bepaald zijn. Het zijn minimale normen onder welke men niet kan gaan. - Risicoanalyse  definitie van de middelen. Verslag van de Commissie-Paulus - Principes

18 P1 P5 P6 P10 P15 P4 P2 P3 P9 P8 P7 P12 P13 P11 P14 x min C.T.A. Specifieke versterking De hulpverleningszone en haar hulpverleningsposten x min Beheer van het sturen van de hulpdiensten en van het principe van de snelste adequate hulp.

19 Tweede principe: De burger heeft recht op een gelijke bescherming voor een gelijke bijdrage.  De huidige verdeling van de kosten moet herzien worden (quotum en bijdrage). Verslag van de Commissie-Paulus - Principes

20 Derde principe: Om de organisatie van de hulpverlening aan te passen aan de behoeften en risico’s van de maatschappij, is er een schaalvergroting nodig.  Dit is het begrip hulpverleningszone Verslag van de Commissie-Paulus - Principes

21 De financiering: De hervorming mag geen meerkost opleveren voor de gemeenten. De gemeenten zijn bereid om, globaal, het deel te betalen dat momenteel ten laste is van hen. De federale overheid moet herfinancieren om te komen tot een verdeling 50/50. Deze herfinanciering moet verspreid worden over de tijd. Verslag van de Commissie-Paulus - Principes

22 De voorgestelde structuur: De commissie stelt een structuur met drie niveaus voor: Het netwerk van brandweerposten om de basisbrandweerzorg te verzekeren; Het zonaal niveau dat de hulpverlening organiseert voor alle gemeenten die ertoe behoren; Het federaal niveau dat de normen en de reglementering opstelt. Verslag van de Commissie-Paulus - Principes

23 Redactionele fase Het Beheerscomité De Stuurgroep De permanente Ondersteuningsgroep

24 Resultaat van een compromis. Het in aanmerking nemen van de basisprincipes van de Commissie-Paulus Behoud van de fundamentele principes van de wet van 31 december 1963 Redactionele fase

25 De civiele veiligheid: Behoud van de grote principes. Opdrachten. Nieuwe definities: adequate middelen, adequate hulp, risicoanalyse. V. De in aanmerking genomen opties

26 De hulpverleningszone: Rechtspersoonlijkheid  beheer- en beslissingsautonomie in termen van organisatie, financiën en personeel. Schaalvoordeel. Omvang van de zones. V. De in aanmerking genomen opties

27 251 BW (339 hulpverleningsposten)

28 Huidige voorstellen. 24 hulpverleningszones 251 BW

29 De hulpverleningszone Meerjarenbeleidsplan. Organen : Gedeeltelijk overgenomen van het gemeentelijk model; Betrokkenheid van de lokale overheden; Raad; College; Zonecommandant; Secretaris (in principe naar het voorbeeld van de secretaris van de politiezone); Bijzonder rekenplichtige; Technische commissie. V. De in aanmerking genomen opties

30 De hulpverleningszone Raad : algemene vergadering Burgemeesters van de gemeenten van de zone (of plaatsvervanger). Mogelijkheid om een mandaat als zoneraadslid toe te kennen aan een provincieraadslid in geval van deelname van de provincie in de financiering. Bezit en oefent de belangrijkste bevoegdheden van de zone uit. V. De in aanmerking genomen opties

31 De hulpverleningszone College: uitvoerend orgaan Leden verkozen door de Raad onder zijn leden op evenredige basis, m.a.w. door rekening te houden met zowel de verhouding van de politieke macht binnen de zone als met het relatieve belang van elke gemeente. Voorzitter. Opdrachten toevertrouwd door de Raad + beheer van de inkomsten, de uitgaven van de zone, toezicht boekhouding, toezicht personeel van de zone. V. De in aanmerking genomen opties

32 De hulpverleningszone Technische commissie: Ondersteuningsbevoegdheid bij het opstellen van het beleidsplan. Adviesbevoegdheid inzake operationele organisatie van de zone. V. De in aanmerking genomen opties

33 De hulpverleningszone Financiering: Gemeentelijke dotaties. Eventuele provinciale dotaties. Federale dotaties. Vergoedingen van de opdrachten. Diverse bronnen. V. De in aanmerking genomen opties

34 De hulpverleningszone Vaststelling van de gemeentelijke en federale dotaties: formules vastgelegd door de Koning, rekening houdend met de volgende criteria: Bevolking; Oppervlakte; Kadastraal inkomen; Belastbaar inkomen; Risico’s. V. De in aanmerking genomen opties

35 De hulpverleningszone Budgettair, financieel en boekhoudkundig beheer: Bijzondere rekenplichtige naar het voorbeeld van de gemeentelijke ontvanger. Regels van budgettair en rekenkundig beheer naar het voorbeeld van de gemeentelijke boekhouding. V. De in aanmerking genomen opties

36 De hulpverleningszone Personeel De zone is de werkgever van het personeel. Erkenning van het belang van de vrijwilligers. Administratief en operationeel kader (beroepsleden en vrijwilligers). Administratief en geldelijk statuut van het personeel bepaald door de Koning: het statuut harmoniseren. V. De in aanmerking genomen opties

37 De hulpverleningszone Gezag en leiding:  Algemene bevoegdheid van de burgemeesters en de gouverneurs.  Zonecommandant: dagelijks beheer, operationeel beheer, verslag aan het College Uitrusting en materieel V. De in aanmerking genomen opties

38 De hulpverleningszone Toezicht op de hulpverleningszones  Principes:  Art 162, al 3 G.W.: « «{…} Ter uitvoering van een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, kan de organisatie en de uitoefening van het administratief toezicht geregeld worden door de Gemeenschaps- of Gewestparlementen.{…}.»  Art 7, §1, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980[1]: « {…} lzijn de gewesten bevoegd voor de organisatie en de uitoefening van het administratief toezicht op de provincies, de agglomeraties en de federaties van gemeenten, de gemeenten en de binnengemeentelijke territoriale organen, bedoeld in artikel 41 van de Grondwet. Het eerste lid doet echter geen afbreuk aan de bevoegdheid van de federale overheid en van de gemeenschappen om, met betrekking tot aangelegenheden die tot hun bevoegdheid behoren, zelf een specifiek administratief toezicht te organiseren en uit te oefenen. {…} »[1] [1] Bijz. wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 zoals gewijzigd door de bijzondere wet van 13 juli 2001, B.S V. De in aanmerking genomen opties

39 De hulpverleningszone  Organieke splitsing van het toezicht dat ontstaan is uit de opeenvolgende institutionele hervormingen: alleen een wijziging van de bijzondere wet kon er een einde aan maken.  De organisatie van een specifiek toezicht door de Staat en de gemeenschappen beperkt de gewestelijke bevoegdheid zonder deze volledig uit te sluiten.  Het normale toezicht blijft de principecontrole, maar moet een aanvullende rol spelen. Ze krijgt opnieuw haar nut voor de controle van de handelingen die voortvloeien uit het kader van het specifieke toezicht of wanneer het specifieke toezicht niet uitgeoefend kan worden[2], omdat haar voorwaarden niet vervuld zijn of omdat ze niet georganiseerd wordt. [2][2] Y. LEJEUNE, La gestion des intérêts généraux par les communes, A.P.T. 1986, p. 130 en 148. V. De in aanmerking genomen opties

40 De hulpverleningszone  Voorgesteld systeem voor specifiek toezicht:  Het algemeen specifiek toezicht.  Het bijzonder specifiek toezicht.  Het personeel van de zone.  De begroting en de begrotingswijzigingen.  De rekeningen.  Het toezicht inzake boekhouding en kas.  De schuldherschikking.  Specifiek dwangtoezicht. V. De in aanmerking genomen opties

41 De Civiele Bescherming  Herbevestiging van de federale verankering van de operationele eenheden van de Civiele Bescherming.  Bekrachtiging van de coëxistentie van beroepsleden en vrijwilligers.  Administratief en geldelijk statuut bepaald door de Koning. V. De in aanmerking genomen opties

42 De coördinatie  Herinnering aan de algemene opdracht van de gouverneur V. De in aanmerking genomen opties

43 De algemene inspectie:  Onafhankelijkheid.  Drukmiddelen.  Verband met het toezicht. V. De in aanmerking genomen opties

44 Federaal kenniscentrum  Bestaansreden: Beantwoordt een uitdrukkelijk verzoek van de operationele wereld. Doel: beschikken over een expertisecentrum inzake civiele veiligheid dat gericht is op het operationele werk. Middelen oprichting: een nieuwe dienst creëren met KB binnen de FOD Binnenlandse Zaken en deze dienst het statuut toekennen van Staatsdienst met afzonderlijk beheer teneinde de onafhankelijkheid ervan te verzekeren.

45 Federaal kenniscentrum  Centrale doelstelling van het kenniscentrum: « het verzamelen en verwerken van allerhande informatie betreffende de civiele veiligheid, met als doel een betere uniforme dienstverlening van de diensten van de civiele veiligheid te realiseren. »

46 Federaal kenniscentrum  Opdrachten: Opstelling van technische richtlijnen en operationele procedures voor de hulpverleningszones; Opleiding van het personeel van de operationele diensten van de civiele veiligheid; Verzameling en analyse van statistische gegevens van de hulpverleningszones; Evaluatie van incidenten (nazorg) Documentatiecentrum Ontwikkeling van expertise en knowhow binnen de verschillende operationele diensten van de civiele veiligheid; Studies en medewerking aan studies; Verspreiding van kennis en terbeschikkingstelling van informatie; Netwerk van deskundigen; Medewerking aan onderzoek en studies inzake civiele veiligheid, uitgevoerd door andere openbare instellingen; In geval van een noodtoestand, ondersteuning door het ter beschikking stellen van gespecialiseerde informatie en kennis;

47 Federaal kenniscentrum  Organen: Beheerscomité; Directeur-generaal; Administratief secretariaat; Bijzondere rekenplichtige; Technische en wetenschappelijke groep.

48 Federaal kenniscentrum  Beheerscomité: Samenstelling: 1° de voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken; 2° de directeur-generaal van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid of zijn vertegenwoordiger; 3° de directeur-generaal van de Algemene Directie Crisiscentrum of zijn vertegenwoordiger ; 4° de voorzitter van de Brandweervereniging Vlaanderen of zijn vertegenwoordiger; 5° de voorzitter van de « Fédération royale des Corps de Sapeurs- pompiers de Belgique, aile francophone et germanophone » of zijn vertegenwoordiger; 6° de directeur-generaal van het kenniscentrum voor de civiele veiligheid; 7° een wetenschappelijke expert aangesteld door de minister van Binnenlandse Zaken.

49 Federaal kenniscentrum  Beheerscomité: Rol:  Beheer in ruime zin van het centrum - monitoring en evaluatie;  Goedkeuring van de actieplannen;  Activiteitenrapport;  Advies over de werking;  Enz.

50 Federaal kenniscentrum  Administratieve basisstructuren: modaliteiten voor de aanwerving, de benoeming en de evaluatie, bepaald door de Koning (Ministerraad) Directeur-generaal Administratief secretariaat of strategische cel Bijzondere rekenplichtige  Administratieve structuren die verband houden met de opdrachten: personeelsdienst, juridische dienst, enz.  Technische en wetenschappelijke groep: samengesteld uit deskundigen die aangesteld zijn op basis van hun competenties inzake civiele veiligheid – gedetacheerde operationele personeelsleden.

51 Kaderwet Inwerkingtreding per fase Uitvoeringsbesluiten:  48 bepalingen die de tussenkomst van de Koning vereisen;  19 uitvoerings-KB’s waarvan er 5 de inwerkingtreding van de zones regelen; VI. Verwezenlijking van de hervorming

52 Regels inzake de effectieve invoering van de zones:  Voor de implementering van de zones:  De wet van 1963 blijft bestaan.  Alleen de artikelen van de nieuwe wet die noodzakelijk zijn voor de invoering van de zones zijn van toepassing.  De brandweerdiensten blijven georganiseerd binnen de bestaande gewestelijke groepen en de bestaande hulpverleningszones.  5 voorafgaande voorwaarden aan de invoering van de zones:  De grenzen van de zones moeten bepaald worden bij KB – hiervoor moeten de provinciale en nationale raadgevende comités opgericht zijn en hun adviserende opdracht hebben vervuld (KB afbakening zones + KB werking en samenstelling van deze comités) ;  De federale dotatie moet bepaald worden per zone (KB) ;  De gemeenten moeten hun gemeentelijke dotatie ingeschreven hebben als uitgave in de begroting (overleg of KB) ;  Het minimaal personeelskader moet bepaald worden per zone (KB) ;  Het minimum aan materieel en uitrusting moet bepaald worden per interventie (KB).  Eens de voorwaarden vervuld zijn:  de Koning stelt het vast bij gewoon KB en de gemeentelijke brandweerdiensten gaan over naar de hulpverleningszones.  Zodra de zones ingevoerd zijn, wordt de wet van 31 december 1963 opgeheven en alle bepalingen van de hervormingswet treden in werking. VI. Verwezenlijking van de hervorming

53 NOODZAKELIJKE KB’S OM DE NIEUWE ORGANISATIESTRUCTUUR IN TE STELLEN: DE HULPVERLENINGSZONES  KB betreffende de werking en de samenstelling van de raadgevende comités;  KB houdende afbakening van de zones*;  KB houdende vaststelling van de federale dotatie per zone* ;  KB houdende bepaling van de modaliteiten voor de berekening van de gemeentelijke dotatie* ;  KB houdende minimale personeelskader per zone* ;  KB houdende het minimum aan materieel en uitrusting per interventie*;  KB tot vaststelling van alle voorwaarden voor de inwerkingtreding van de hulpverleningszones. * Op Ministerraad overlegd KB VI. Verwezenlijking van de hervorming

54 PRIORITAIRE KB’S NA INWERKINGTREDING VAN DE ZONES:  KB riscoanalyse ;  KB Civiele Bescherming (taken en taakverdeling tussen de brandweer en de Civiele Bescherming) ;  KB minimale normen (adequate middelen en minimale administratieve en operationele structuren) ;  KB bestuur van de zone ;  KB financiering van de zone ;  KB rekenplichtige ;  KB zonecommandant ;  KB statuut personeel van de zone ;  KB provinciaal coördinatiebureau ;  KB Kenniscentrum ;  KB algemene inspectie ;  KB organisatie brandpreventie ;  KB statuut aangestelden 100 ;  KB regels inzake inventaris en schatting. VI. Verwezenlijking van de hervorming

55 NIET-DRINGENDE KB’S VOOR DE VERDERE UITVOERING VAN DE HERVORMING:  Bepaalde uitvoeringsbesluiten zijn minder dringend. Zolang deze uitvoeringsbesluiten niet aangenomen zijn, blijft het mogelijk om de bestaande KB’s toe te passen voor zover deze niet expliciet of impliciet opgeheven zijn.  Het gaat om de volgende uitvoeringsbesluiten: KB Civiele Bescherming (coördinatie, lokatie en materieel) ; KB Statuut personeel Civiele Bescherming ; KB Oorlogstijd. VI. Verwezenlijking van de hervorming

56 VI. Verwezenlijking van de hervorming: lijst met de noodzakelijke KB’s.  KB Risicoanalyse (art. 5)  KB Nood- en interventieplannen (art. 8 en 9)  KB Civiele Bescherming Taken en taakverdeling (art. 11) Coördinatie van de interventies (art. 12) Lokatie van de eenheden (art. 150 / art. 154) Materieel van de eenheden (art. 151 / art. 155)  KB Raadgevende comités voor de verdeling van de zones (art. 14)  KB Afbakening van de zones (art. 13)  KB Minimale normen Minimale en adequate middelen per zone (art. 6) Minimale administratieve en operationele structuren (art. 19) Minimale personeelskader (art. 94 / art. 98) Minimale normen voor het materieel en de uitrusting (art. 111 / art. 115)  KB bestuur van de zone Inhoud en structuur van het meerjarenbeleidsplan (art. 21) Hulp aan de zoneraadsleden met een handicap (art. 30) Grenzen presentiegeld (art. 31) Verdeelsleutel voor de stemmen (art. 49 / art. 50)

57  KB Financiën van de zone Bepaling van de verhouding tussen de federale en de gemeentelijke dotatie (art. 63 / art. 65) Gemeentelijke dotatie (art. 64 / art. 66) Federale dotatie (art. 65 / art. 67) Specifieke dotatie (art. 66 / art. 68) Minimale normen voor het budget van de zone (art. 80 / art. 82) Voorwaarden en grenzen van het krediet (art. 84 / art. 88) Verhaalbare kosten van de opdrachten (art. 169 / art. 173) Controle op de boekhouding (art. 126 / art 130) Toezicht inzake de vaststelling van de rekeningen (art. 136 / art. 140) Kosten ten gevolge van de opvordering en de evacuatie (art. 170/ art. 174)  KB Rekenplichtige Voorwaarden tot aanstelling (art. 68 / art. 70) Uitoefening van de functie (art. 69 / art. 71) Grenzen van de waarborg (art. 71 / art. 73) Grenzen van de vergoeding (art. 73 / art. 75)  KB Zonecommandant Functieprofiel van de zonecommandant (art. 105 / art. 109) Evaluatiecommissie zonecommandant (art. 108 /art. 112) VI. Verwezenlijking van de hervorming: lijst met de noodzakelijke KB’s.

58  KB Statuut personeel van de zone Statuut adminstratief en operationeel personeel (art. 98 / art. 102) Overeenkomst met de werkgever van het vrijwillig lid (art. 96 / art. 100)  KB Statuut personeel Civiele Bescherming (art. 149 / art. 153)  KB Provinciaal coördinatiebureau opdrachten, minimale samenstelling en financiering (art. 157 / art. 161) opdrachten, profiel en aanwervingsmodaliteiten ambtenaar-coördinator (art. 158 / art. 162)  KB Algemene inspectie (art. 165 / art. 169)  KB Kenniscentrum.  KB organisatie brandpreventie (art. 168 / art 172)  KB Statuut aangestelden 100 (art. 195 / art 199)  KB Oorlogstijd Inrichting speciale plaatsen (art. 173 / art. 177) Inlijving personeel in de diensten van de civiele veiligheid (art. 174 / art. 178)  KB inventaris- en schattingsregels Roerende goederen (art. 201 / art. 205) Onroerende goederen (art. 205 / art. 209) VI. Verwezenlijking van de hervorming: lijst met de noodzakelijke KB’s.


Download ppt "De hervorming van de Civiele Veiligheid – de toekomstige hulpverleningszones."

Verwante presentaties


Ads door Google