De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Myofasciaal Pijn Syndroom een analyse voor (para)medici \ © Frank Timmermans, fysiotherapeut en manueel therapeut © Frank Timmermans, fysiotherapeut en.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Myofasciaal Pijn Syndroom een analyse voor (para)medici \ © Frank Timmermans, fysiotherapeut en manueel therapeut © Frank Timmermans, fysiotherapeut en."— Transcript van de presentatie:

1 Myofasciaal Pijn Syndroom een analyse voor (para)medici \ © Frank Timmermans, fysiotherapeut en manueel therapeut © Frank Timmermans, fysiotherapeut en manueel therapeut Uplands Physiotherapy Clinic, Penticton, B.C. Canada Uplands Physiotherapy Clinic, Penticton, B.C. Canada

2 Inhoud presentatie Inhoud presentatie 1. Myofasciaal Pijn Syndroom (MPS) 2. Pathofysiologie - hypothesen 3. Onderzoek bij MPS 4. Behandeling van MPS 5. Samenvatting

3 1. MPS definitie  Term MPS sinds 1950 bekend  Het kenmerk van MPS is de aanwezigheid van triggerpoints  Actieve triggerpoints  Latente triggerpoints  MPS wezenlijk anders dan Fibromyalgie (FMS) Fibromyalgie (FMS)

4 MPS en fibromyalgie MPS en fibromyalgie Klinische verschillen MPS en FMS KenmerkenMPS / TriggerpointsFibromyalgie syndroom Vrouw/man ratio1:14,9 : 1 PijnLokaal of regionaalVerspreid en algemeen GevoeligheidLokaalVerspreid SpierVoelt gespannen (strakke band)Voelt zacht / deegachtig BewegingBeperkt in bewegingsuitslagHypermobiliteit OnderzoekNaar triggerpointsNaar tenderpoints

5 Prevalentie van MPS Prevalentie van MPS  MPS geeft 12 % v.d. klachten in bewegingsapparaat  Meest voorkomende oorzaak van chronische pijn in het bewegingsapparaat in het bewegingsapparaat  Komt op alle leeftijden voor  Evenredig verdeling man/vrouw  Iedereen heeft latente triggerpoints, belangrijk deze te relateren aan de hulpvraag belangrijk deze te relateren aan de hulpvraag

6 Prevalentie van MPS Prevalentie van MPS  Algemeen meer klachten bij zittend werk  Meer klachten bij RSI / CANS  Minder klachten bij zwaarder lichamelijk werk  MPS in nek- en schouderregio is de grootste oorzaak van spanningshoofdpijn oorzaak van spanningshoofdpijn  Eén op de 3 consulten bij de huisarts voor pijn in het bewegingsapparaat het bewegingsapparaat

7 Oorzaken van MPS Oorzaken van MPS  Acuut trauma, bijv. ‘vertillen’  Langdurige herhaalde ‘irritatie’, RSI / CANS  Laesie van meer structuren tegelijk  Psychologische factoren, stress  Biomechanische factoren bijv. voetproblemen, instabiliteit, voetproblemen, instabiliteit, beenlengteverschil e.d. beenlengteverschil e.d.

8 Kenmerken van triggerpoints Kenmerken van triggerpoints  Overgevoelige plek in strakke spierband  Consistente en karakteristieke ‘referred pain’  Verminderde mobiliteit bij rek  Verminderde kracht zonder atrofie

9 Kenmerken van triggerpoints Kenmerken van triggerpoints  Local Twitch Respons bij specifieke stimulatie  Autonome – en/of vegetatieve reacties  Huidgebied rond triggerpoint(s) relatief ‘koud/stijf’  Verspreiding van pijn bij chroniciteit door opening van synapsen in het ruggemerg – referred pain van synapsen in het ruggemerg – referred pain

10  Redenerend meer vanuit de spier, ‘energiecrisis’ - of spierspoelhypothese of spierspoelhypothese  Redenerend meer vanuit het zenuwstelsel, een ‘neuropathie’-hypothese ‘neuropathie’-hypothese  ‘Waarheid’ ligt vermoedelijk in een combinatie van beide hypothesen beide hypothesen 2. Pathofysiologie - hypothesen 2. Pathofysiologie - hypothesen

11 3. Onderzoek van MPS 3. Onderzoek van MPS ‘Spierpijn’ is vaak het gevolg van MPS

12 Anamnese Anamnese  Regionale verspreiding van pijn  Diep, dof en/of zeurende pijn  Pijn niet goed te lokaliseren

13 Inspectie Inspectie Met name aandacht voor onderhoudende factoren:  Houdingsafwijkingen  Spierverkortingen  Beenlengteverschil  Voetafwijkingen

14 Spiertesten Spiertesten  Testen op kracht in de spier(en)  Actieve en passieve rek van spier(en)  Verminderde coördinatie  Verminderde conditie van de aangedane spier

15 Palpatie Palpatie Vlakke palpatie ‘Pincet’greep

16 Palpatie Palpatie  Palpatie dwars op spiervezelverloop  De juiste hoeveelheid druk  Meer betrouwbaar door adequate training  Zowel actieve als latente triggerpoints belangrijk  Terugkoppelen naar anamnese en hulpvraag

17 4. Behandeling van MPS De behandeling van een oorspronkelijk myofasciaal triggerpoint kan de invloed van andere triggerpoints onderdrukken.

18 Therapeutische mogelijkheden  Manuele technieken  Ultrageluid  Lasertherapie  Elektrotherapie  NeedlingTherapieën  Triggerpointinjecties i.s.m. arts  Dry needling

19 Dry Needling Dry Needling  Is effectieve methode ter spierontspanning  Klinisch verbetering van:  Spierspanning  Mobiliteit  Kracht en coördinatie  Verschilt essentieel van acupunctuur  Valt in het Beroepsprofiel van de Fysiotherapeut bij het KNGF Fysiotherapeut bij het KNGF

20 5. Samenvattend  MPS komt relatief vaak voor  MPS wordt (te) weinig gediagnosticeerd  Hands-on onderzoek en behandeling noodzakelijk  Mede behandeling van onderhoudende factoren  Klinisch gezien blijkt Dry Needling meest effectief

21 Doelstelling Doelstelling

22 Vragen ? Vragen ? Cursusinformatie op © Frank Timmermans Fysio- en Manueel Therapeut Uplands Physiotherapy Clinic Penticton, BC Canada


Download ppt "Myofasciaal Pijn Syndroom een analyse voor (para)medici \ © Frank Timmermans, fysiotherapeut en manueel therapeut © Frank Timmermans, fysiotherapeut en."

Verwante presentaties


Ads door Google