De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Tekst: Juf Sabrina Illustraties: Kleuters van de 3 de kleuterklas B, Gemeenteschool De Vlieger.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Tekst: Juf Sabrina Illustraties: Kleuters van de 3 de kleuterklas B, Gemeenteschool De Vlieger."— Transcript van de presentatie:

1 Tekst: Juf Sabrina Illustraties: Kleuters van de 3 de kleuterklas B, Gemeenteschool De Vlieger

2 Mira, de elfenkoningin, vliegt over elfenland om te kijken of alle taken uitgevoerd worden. De elfenkoningin geeft namelijk altijd de opdracht om alles in gereedheid te brengen zodat mensen kunnen genieten van een mooie lente! “Hé, zeg, wat is er aan de hand!” “Waarom werken jullie niet en waarom kijken jullie zo sip?” ‘Vooruit, er moet gewerkt worden, het is tijd om de lente in mensenland te brengen!” zegt Mira, de elfenkoningin. “Maar Mira, er is een heel groot probleem!, zegt Regenboogelfje. Mira is niet tevreden en roept: “Wat kan er nu een probleem zijn ? Jullie weten toch wat te doen, je doet het ieder jaar opnieuw!” De elfenkoningin vliegt boos terug naar haar elfenpaleis. In een land, heel ver hier vandaan, woonden enkele schattige elfjes. Alle elfjes zijn druk in de weer met de voorbereidingen voor de lente. Straks moeten alle bloemen kunnen bloeien, het gras mooi groen zijn, de lucht elfenblauw worden en moeten er koekjes gebakken worden voor het lentefeest!

3 Regenboogelfje vliegt naar de andere elfjes die samen in het gras zitten. “ Wat moeten we doen ? De koningin wil ons niet geloven!” Plots steekt ‘WeetVanNiksElfje’ zijn vinger in de lucht en vraagt aan de andere elfjes. Euhm, wat is het probleem???? (bloost) Ik weet van niks! Maar WeetVanNiksElfje toch! Ben je nu weer verstrooid ? We zitten hier al de hele tijd te zeggen dat het elfenstof verdwenen is en nu pas kom jij vragen wat er scheelt!! Oooh!!! Is het elfenstof verdwenen??? Oh neen, oh neen, wat moeten we nu doen, roept WeetVanNiksElfje. Hij is helemaal in paniek. De andere elfjes proberen hem te kalmeren.

4 “Rustig maar, rustig maar! We vinden wel een oplossing!”, zegt Florian de OplossingsElf! “Komaan! We zoeken allemaal samen!”, roept de OplossingsElf! De elfen zoeken in hoeken en kanten, in het water, onder stenen en achter rotsen. Sommigen zoeken in hun elfjesbloem of tussen de lange grassprieten. Na uren zoeken komen ze terug samen op het grasveldje. Ze hebben nog steeds niets gevonden. OplossingsElf besluit om het allemaal aan de koningin te vertellen. Waterelfje en Bloemenelf gaan samen op hun kousenvoeten naar Mira, de elfenkoningin. “Zijn jullie nu nog niet bezig met de voorbereidingen?”, vraagt Mira. “Maar euhm, euhm, euhm”, stottert Bloemenelfje. “Zeg nou toch gewoon wat er is”, zegt Waterelfje. “Het elfenstof is weg!!”, roepen de twee samen uit.

5 De elfenkoningin trekt grote ogen en haar mond valt open. Wat moet er nu gebeuren??? Zal er ooit nog lente zijn?? Die gedachte brengt de koningin aan het huilen. Dit kan toch helemaal niet waar zijn!?

6 Enkele moerassen verder van elfenland leven de Kualamonsters. Kualamonsters zijn echte dieven!! Vorig jaar hebben ze het slaapstof van Klaas Vaak gestolen en het jaar daarvoor hebben ze al het goud van koning Goudgeel weggenomen. Dit jaar hebben ze een nieuwe opdracht gekregen. Het oppermonster Robini vindt de lente helemaal niet meer leuk en wil dat dit seizoen nooit, nooit, nooit meer terug komt! Hij wil veel liever winter met koude donkere dagen, want daar zijn monsters dol op! De hulpjes moesten vannacht in elfenland het elfenstof gaan stelen. Dit was geen gemakkelijke klus! Eerst moesten ze over de rivier, dan door het moeras, natuurlijk ook nog over de gevaarlijke hoofdweg met grote pompoenfietsen en dan moesten ze het donkere bos met reuzenvogels ook nog door. Als je denkt dat het gevaar toen al voorbij was, nee hoor! Als ze dit allemaal hadden volbracht, moesten ze nog ongezien het elfenstof kunnen stelen.

7 De monsters waren veilig teruggekeerd naar monsterland. Geen enkele elf had hen het elfenstof zien stelen! Het elfenstof werd verstopt in het hol van het slaapmonster. Het slaapmonster waakt nu over het elfenstof. Als hij voelt dat er iets uit zijn hol wordt weggenomen, schiet hij wakker en gaat hij als een wild beest tekeer. Hij stampt en brult en probeert je te pakken met zijn slijmerige handen!

8 “Ziezo, niemand kan nu nog aan het elfenstof“, zegt Bobo. Als ze het elfenstof willen te pakken krijgen moeten ze eerst door het donkere bos met de grote vogels, daarna moeten ze over de grote hoofdweg waar er grote pompoenfietsen zijn, door het moeras en als ze dit hebben volbracht, moeten ze nog over de rivier geraken. Als iemand dit alles heeft gedaan en heeft kunnen overleven, dan kunnen ze heel misschien het elfenstof pakken. Want ze moeten nog voorbij het slaapmonster! De monsters zijn er dus zeker van dat er niemand het elfenstof kan terug vinden. En als ieder monster zijn mond houdt en aan niemand zegt waar het elfenstof is, dan zal niemand het ooit te weten komen. In monsterland zit Watewy aan de rand van de rivier. Als Indra het koekjesmonster voorbij komt vraagt ze: “Wel Watewy, waarom zit jij hier zo alleen, ben je verdrietig”? “Ik? Verdrietig? Ik ben een monster en monsters zijn niet verdrietig, wat denk jij wel?!” roept Watewy. “ Oei, zo snel op je tenen getrapt,” zegt Indra,” Ik ga al weer, blijf jij hier dan maar zitten!” Watewy

9 Als Indra een eindje verderop is dan kijkt Watewy over het water. Hij denkt aan de elfjes. Hoe zouden ze zich nu voelen? Misschien zitten ze allemaal te huilen omdat er geen lente meer kan komen. Misschien zijn ze wel nog steeds hopeloos op zoek naar het elfenstof. “Hé Watewy, ga je mee naar het moeras? We gaan een partijtje moddervoetballen.” roept Gokula. “Euhm, nee nee, ik ben met iets bezig.” zegt Watewy aarzelend. “Druk bezig? Je zit daar maar te zitten, kom dan mee. Of ben je misschien bang dat je zal verliezen? Bangerik, bangerik, bangerik, …” zegt Gokula. “Neen! Ik ben bezig,” roept Watewy, “Laat me met rust!” Watewy loopt boos weg. “Laat het kindje dan maar hier, het zijn alleen echte monsters die aan moddervoetbal doen.”zegt Gokula.

10 “Hmm, misschien moet ik de elfen wel op de hoogte brengen en hen vertellen dat het elfenstof bij het Slaapmonster ligt.” denkt Watewy. Nee, nee, nee, dat kan ik toch niet doen, dan verraad ik mijn vrienden en zullen ze nooit meer mijn vrienden willen zijn. Dan heb ik misschien helemaal GEEN vrienden meer. Als hij gaat, verraadt hij zijn vrienden. Als hij niet gaat, komt er geen lente in het land. En Watewy houdt zo van de lente! Dan groeien er bloemen aan de bomen, beginnen de vogels ’s morgens vroeg te fluiten, … Watewy denkt goed na over wat voor hem belangrijker is, zijn monstervrienden of de lente, de vrolijke dingen. Hij besluit om dan toch naar elfenland te gaan. Hij zorgt ervoor dat niemand hem kan zien en sluipt weg uit monsterland. Op weg naar elfenland. “Waarom laten ze mij gewoon niet met rust!” zegt Watewy. “Ze zouden beter ook even denken hoe erg het wel is voor de elfen om iets kwijt te zijn. Wij monsters zouden het ook niet fijn vinden als iemand onze moerassen of andere dingen zouden wegtoveren.” Maar monsters, nee die denken daar helemaal niet aan.

11 De hele tijd probeert hij een plan te bedenken. Want zoals hij er nu uit ziet, zal hij nooit binnen raken in elfenland! Elfen en monsters zijn namelijk geen dikke vrienden. Hij zal heel voorzichtig moeten zijn als hij aan Mira, de elfenkoningin, wil vertellen dat zijn vrienden het stof hebben gestolen. Plots heeft hij een idee. “Ik verkleed me als elfenmeisje”denkt Watewy. Ik zorg voor vleugels en doe elfenmeisjeskledij aan. En dan vertel ik hen wel dat ik een ongelukje heb gehad tijdens het toveren. Hij denkt ook na over hoe hij het aan de elfen moet vertellen. Misschien laten ze hem niet eens binnen in elfenland of misschien willen de elfenwachters hem doden.

12 “En waarom zie jij zo groen en ben je zo raar?” vragen de wachters. “Ik was iets aan het testen en toen ontplofte alles en toen was ik helemaal groen, rond en had ik ook elfenmeisjeskledij aan!”zegt Watewy heel snel. “Ahzo”, zegt de wachter. “Ga maar door, maar let op in het vervolg!” “Oke!” zegt Watewy en vlug loopt hij door in het Land van de elfen. De wachters blijven Watewy nog een hele tijd aankijken. Wat een rare snuiter was dat? zegt de ene wachter tegen de andere. Als Watewy aankomt bij elfenland is hij heel zenuwachtig. De elfenwachters aan de poort kijken Watewy heel raar aan. “Waar kom jij vandaan? En welk elfje ben jij?” Euhm, ik, euhm, ik ik ik ben Klungelelf.

13 Watewy stapt dapper naar binnen en ziet koningin Mira op haar elfentroon zitten. Mira kijkt verbaasd omhoog en zegt: “Wie durft mij te storen in mijn elfenverdriet! Ik had gevraagd om mij niet te storen!” “Eum, eum, …” aarzelt Watewy. “Ik, ik, ik heb nieuws van het elfenstof”, zegt hij stil. “Wat zeg je daar, ik begrijp je niet goed, je staat veel te ver en praat veel te stil.” “Wel, eum, ik heb nieuws van het elfenstof”, zegt Watewy iets luider, net luid genoeg zodat de koningin hem kon verstaan. “Heb je nieuws over het elfenstof! Waarom heb je dat niet eerder gezegd! Vlug kom dichter en vertel me wat je weet!” zegt Mira opgewonden. Terwijl Watewy door elfenland loopt, kijkt hij heel verwonderd. “Oooh, wat is het hier mooi!”, zegt Watewy verbaasd. Maar waar zijn al de elfjes? Horen er geen elfjes te vliegen in elfenland? Ik zie ze nergens. Misschien zitten ze allemaal te treuren in hun elfenbloem. Watewy volgt de pijltjes naar het paleis. Hij is heel zenuwachtig. Als hij voor het paleis staat, kijkt hij even om zich heen. Er is geen weg meer terug, hij moet naar binnen en alles vertellen!

14 Maar toen gebeurde het … Watewy wil vlug naar de koningin lopen en dan, dan … Hij trapt op de onderkant van zijn kleed, het scheurt, gggggkkkkk… Hij valt en rolt helemaal ondersteboven. Als hij recht staat, ziet hij er helemaal niet meer uit als een elfje. Watewy kijkt naar beneden en ziet een vleugel en ook zijn rok op de grond liggen. Als dit nu maar goed komt! “MONSTER!!!!! “, roept de elfenkoningin.“Dat is geen elfje van bij ons! Elfenwachters, kom vlug! Grijp hem!”roept de Elfenkoningin. “Neeeeeeen, wacht, ik kom jullie geen kwaad doen, ik wil iets vertellen…”

15 De elfenwachters zijn veel te vlug en nemen hem vast bij de armen. Terwijl de wachters hem naar buiten vliegen, roept Watewy nog vlug: “De andere monsters hebben jullie elfenstof gestolen. En ik wil jullie helpen om het terug te krijgen. Maar daarvoor zijn alle elfen nodig!” De elfenkoningin kijkt verbaasd. Ze twijfelt, zou het wel waar zijn wat dat kleine mormel vertelt? “Wacht! Ik wil wel eens horen wat het monster te vertellen heeft.” “Wel, mijn monstervrienden, als je ze al vrienden kan noemen, hebben jullie elfenstof gestolen. Ze hebben het verstopt bij het slaapmonster. Als iemand in het hol van het slaapmonster komt dan heb je kans dat je er niet levend uit komt! Maar ik kan jullie helpen, want ik weet hoe je het slaapmonster kunt ontwijken. Als jullie het elfenstof terug willen, dan moet je mij de dapperste elfen, van heel elfenland meegeven. Om terug in monsterland te raken, moeten we een hele gevaarlijke tocht afleggen! Eerst moet je door het donkere bos met de grote vogels, daarna moeten we over de grote hoofdweg waar er grote pompoenfietsen heel vlug heen en weer rijden, dan is er nog een moeras en als jullie dit hebben volbracht, moet je over de rivier vol slijm met enge grote vissen met vreselijke tanden. Maar ik wil jullie helpen! Echt waar, je moet me geloven!

16 De elfenkoningin fronst even haar wenkbrauwen. “Ik denk wel dat ik je kan geloven. Vooruit, we gaan de anderen verwittigen. Er is geen tijd te verliezen!” “Vooruit, we gaan de anderen verwittigen. Er is geen tijd te verliezen!” De elfenkoningin geeft opdracht aan de fluitelfen om alle elfen bijeen te fluiten. Iedereen komt samen op het plein. De elfenkoningin vertelt alles en alle elfen willen er tegen aan gaan. Ze smeden een plan om door het donkere bos te geraken. Hoe zullen ze dat doen? Misschien kan lichtelf daar vooraan vliegen en zo de weg wijzen door het donkere bos. Om ons te beschermen voor de grote vogels moeten we een heel groot doek meenemen. Zo kunnen ze ons niet zien en kunnen ze geen kakjes op ons hoofd laten. rivier moeras

17 Maar dan moeten we nog over de grote hoofdweg met de pompoenfietsen. Hoe gaan we dat aanpakken? “Ik weet het”, zegt oplossingself. “Graafelf moet een tunnel graven onder de grote weg. Dan kunnen we allemaal onder de grote weg door lopen en hoeven we niet langs die enge pompoenfietsen.” Goed idee. Dat kunnen we doen.

18 Dan hebben we nog de grote rivier vol slijm en enge grote vissen met vreselijke tanden. “Misschien kan waterelf ons even omtoveren en krijgen we allemaal een zwemstaart. Daarmee kunnen we super snel zwemmen en kunnen de vissen ons nooit zien” stelt de oplossingself alweer voor. “Dat is een prachtig idee! Dat moet wel lukken”, juichen ze allemaal. “Jullie zijn wel het moeras nog vergeten, maar daar heb ik een idee voor”, zegt Watewy. “Vliegen kan je zeker en vast niet doen, het moeras is veel te lang en er is geen plaats om even te rusten. Als wij, monstertjes, even geen zin hebben om door het moeras te lopen, want anders doen monstertjes dat eigenlijk wel heel erg graag, dan nemen we een super lange tak en springen we er gewoon over”, zegt Watewy. “Oké, dat doen we! 1 voor 1 springen we over het moeras. Om er zeker van te zijn dat we er niet in vallen, dan moeten we een spreuk zeggen.” zegt toverelf. “En welke spreuk is dat dan?” vraagt VraagElfje. De spreuk is: “ Rief Roef pardas, ik spring moeiteloos over het moeras! Simsalabimroefraf!”

19 Hun plan is bedacht! De elfen kunnen hun elfenstof terug halen. Samen met Watewy gaan ze op pad. Ze raken zonder moeite over het moeras door de spreuk en hun springstok. Het plan in het donkere bos was geen probleem en door de rivier zwemmen was veel te gemakkelijk! Met hun snelle zwemstaart hadden de vissen geen schijn van kans. Eindelijk zijn ze aangekomen bij het land van alle monsters. Iedereen is veilig aangekomen aan de rand van monsterland. Maar hoe kunnen ze nu zonder dat de andere monsters hen zien, naar het hol van het slapende monster? Alle elfen konkelfoezen onder elkaar. Watewy gaat voor de groep staan. Hé, even rustig allemaal. Ik zei toch dat ik jullie zou helpen. “Ik weet hoe we voorbij de andere monsters en het slaapmonster moeten raken”, zegt Watewy met volle moed.

20 Ik moet jullie wel iets vertellen. Je kan hier niet vliegen, want monsters horen dat heel vlug als er elfjes voorbij vliegen. Het is beter om gewoon op de tippen van je tenen te stappen. Als je een monster ziet, probeer je je snel te verstoppen of maak je heel erg klein, zo klein als je kan. Als jullie voorbij de andere monsters zijn, dan moeten jullie een klein smal pad volgen. Als je dat blijft volgen zal je een grot vinden, diep, heel diep in de grot is het slaapmonster aan het slapen. ”We weten nu wel waar het slaapmonster is, maar hoe raken we voorbij de andere monsters? En als we dan bij het slaapmonster zijn, hoe zullen we het elfenstof te pakken krijgen?” vraagt DapperElf. “Wel, ik zal vragen aan de monsters om een partijtje moddervoetbal te spelen. Monsters doen niets liever dan moddervoetballen! Zo kunnen jullie ongezien voorbij glippen. En het slaapmonster kan helemaal niet tegen veel lawaai. Als hij veel lawaai hoort dan gaat hij in een hoekje kruipen en duwt zijn oren dicht. Het slaapmonster is eigenlijk niet zo gevaarlijk als alle andere wezens denken, alleen wij monsters weten dat. Hij kan ook bang zijn. Hij is bang van geroep. Als jullie het elfenstof hebben, kom je zo snel mogelijk terug, ik zal met de monsters blijven moddervoetballen tot jullie terug komen. We verzamelen weer allemaal hier waar we nu staan“, zegt Watewy.

21 De elfen kunnen het bijna niet geloven, het slaapmonster bang van lawaai? Als Watewy het zegt, dan zal het wel waar zijn. Want hij heeft al voldoende bewezen dat hij hen echt wil helpen. Hij heeft hen al zo ver, tot aan de rand van monsterland gebracht. “En wat moeten we dan doen, zullen we zomaar het elfenstof kunnen wegnemen? En wat als hij ons ziet!?” roept Nieuwsgierigelfje. “Wel, één elfje moet het elfenstof nemen, terwijl de anderen heel veel lawaai maken. Roepen en tieren, het mag allemaal. Er zal natuurlijk wel iemand op de uitkijk moeten staan. Wie wil het elfenstof nemen terwijl de anderen roepen?” vraagt Watewy. Dapperelfje steekt zijn vinger in de lucht. “Ik wil het wel proberen”, zegt hij. Watewy en de elfen gaan monsterland binnen, zoals afgesproken gaat Watewy voorop. Plots doet hij teken, alle elfjes verstoppen zich vlug. Watewy gaat naar de monsters toe en vraagt of ze zin hebben in een partijtje moddervoetbal. En natuurlijk hebben ze daar zin in! De elfjes glippen zo gemakkelijk voorbij de andere monsters. Ze stappen samen langs het smalle pad naar het hol van het slaapmonster. Voor elfjes is het een zeer lang pad, want als ze stappen, gaat dit heel erg traag. Als ze aangekomen zijn, zijn ze allemaal heel zenuwachtig. Dapperelf gaat, zoals afgesproken, als eerste naar binnen. De andere elfen beginnen op het teken van Dapperelf heel luid te roepen. Het gebeurde precies zoals Watewy had gezegd : het slaapmonster kruipt heel diep in een hoek. En begint zelfs te huilen. Stop met dat lawaai, auw mijn oren!!! Dapperelfje zoekt het elfenstof. Als hij het gevonden heeft, doet hij teken naar de andere elfen. Ze blijven lawaai maken tot ze uit de grot zijn. Dan gaan ze zo snel als ze kunnen het smalle pad weer af.

22 Watewy is nog steeds aan het moddervoetballen wanneer hij de elfjes ziet. Dapperelf toont hem het elfenstof, zo weet Watewy dat het plan gelukt is. Watewy verzint een smoesje en gaat zo snel hij kan naar de afgesproken plaats. Als iedereen weer samen is, keren alle elfen en Watewy naar elfenland terug. Over de moerassen, door de rivier, onder de grote hoofdweg en door het donkere bos. Ze zijn allemaal heel erg opgelucht als ze veilig in elfenland terug zijn. Iedereen zakt door zijn knieën op de grond en slaakt een diepe zucht. Ze verzamelen allemaal op het elfenplein. Watewy gaat vooraan staan. Heel even is het stil en iedereen kijkt vol spanning naar Watewy. Plots, steekt Watewy zijn hand heel hoog in de lucht en in zijn hand houdt hij het elfenstof! Een kleine poos is het muisstil op het elfenplein en dan beginnen alle elfen te juichen en roepen ze luid: “WATEWY! WATEWY! WATEWY!” “Lieve vrienden, zegt Watewy. Ik hoop dat jullie blij zijn dat je het elfenstof terug hebt. Ik ben blij dat ik jullie kon helpen, maar ik moet nu weer gaan. De andere monsters zullen zich afvragen waar ik ben. Ik vertel hen niks. Dit is ons geheim.” Watewy loopt verdrietig weg. Hij houdt zijn hoofd naar beneden, hij wil hen niet laten zien dat hij aan het huilen is. Want eigenlijk wil hij helemaal niet naar huis! Maar hier kan hij toch ook niet blijven, na alles wat de monsters de elfjes hebben aangedaan.

23 “Wacht!!” roept Mira de elfenkoningin. “We willen niet dat je weggaat, we zouden heel graag hebben dat je bij ons blijft. Je bent een echte vriend geworden. Dankzij jou zal er weer lente zijn”, zegt ze. “Daarom wil ik dat ToverElf je omtovert tot een echte elf. Want ik denk dat je hart bij de elfen ligt.” Watewy kijkt met grote ogen naar Mira. “Echt?” vraagt hij. Mira knikt. “Echt waar?”, vraagt Watewy nog eens. Hij kan het niet geloven dat hij een echte elf zal worden! “Toverelf!”, roept Mira. Toverelf gaat voor Watewy staan. Hij zwaait met zijn staf en zegt een rare spreuk. Watewy wordt omringd door heel veel sterren en plots is Watewy geen monster meer, maar een ELF! Mira zegt: “Watewy, nu kroon ik jou tot MonsterElfje!” Alle elfen juichen en dansen. Ze zijn heel erg blij met hun nieuwe vriend het monsterelfje. Ze vieren feest, met taart, drank en zeer veel muziek! Ze zingen en dansen tot in de vroeg uurtjes. Maar daarna is het tijd om de lente in het land te brengen. En ze zeggen allemaal in koor: ‘Pingelpingelpof, ik strooi wat elfenstof, wij houden van de lente, want dat is heel erg tof! En nu…FEEST!!!


Download ppt "Tekst: Juf Sabrina Illustraties: Kleuters van de 3 de kleuterklas B, Gemeenteschool De Vlieger."

Verwante presentaties


Ads door Google