De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Prof. Dr. Hans Hoeken Afdeling Communicatie- & Informatiewetenschappen Centre for Language Studies Hoe verhalen onze opinies en attitudes.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Prof. Dr. Hans Hoeken Afdeling Communicatie- & Informatiewetenschappen Centre for Language Studies Hoe verhalen onze opinies en attitudes."— Transcript van de presentatie:

1 Prof. Dr. Hans Hoeken Afdeling Communicatie- & Informatiewetenschappen Centre for Language Studies Hoe verhalen onze opinies en attitudes beïnvloeden

2 Invloed verhalen: Anekdotisch “Don’t think you’ve got nothing to with this, because you did.”

3 Programma Evolutionaire verklaringen voor drang om verhalen te vertellen Overtuigende verhalen: Hoe zou dat kunnen werken? Empirisch onderzoek naar narratieve overtuiging: Sneak preview!

4 Taal en evolutie Taal instrument voor 3 doelen: 1.Verzoeken 2.Informeren 3.Verhalen vertellen Complexe(re) grammatica gevolg van complexere doelen

5 Verhalen als adaptatie? Verhalen universele eigenschap: alle culturen, alle eeuwen Verhalen verzinnen / Luisteren naar verhalen: Tijdverspilling?

6 Definitie van verhalen “a perceived sequence of non-randomly connected events, typically involving, as the experiencing agonist, humans or quasi-humans, or other sentient beings, from whose experience we humans can ‘learn’”. (Toolan, 2002, p. 8)

7 Wat moeten we leren? Minds exist to predict what will happen next (Dennett, 1996) Minds exist to predict who will do what next

8 Welke rol spelen verhalen? Verhalen als spelmateriaal

9 Les 1: Doelen, gedragingen, gevolgen Steven Pinker, 1997: How the mind works “Once the fictitious world is set up, the protagonist is given a goal and we watch as he pursues it in the face of obstacles. (…) We watch what happens to them and mentally take notes on the outcomes of the strategies and tactics they use in pursuing their goals.”

10 Les 2: What was (s)he thinking?

11 Sociale intelligentie Het vermogen om andermans gedrag te –begrijpen –voorspellen –Beïnvloeden Machiavelliaanse intelligentie

12 Deel 2: Mechanismen van narratieve overtuiging Experimenteel onderzoek naar effecten verhalen: –Overtuigingen: Green & Brock (2000); Strange & Leung (1999) –Attitudes: Moyer-Gusé & Nabi (2010), De Graaf, Hoeken, Sanders & Beentjes (2009) –Intenties: Diekman et al., 2000; Moyer-Gusé et al. (2011) –Sociale intelligentie : Mar et al. (2006)

13 Narratief effect: wanneer & hoe? Modellen voor narratieve overtuiging: –Extended Elaboration Likelihood Model (Slater & Rouner, 2002) –Transportation Imagery Model (Green & Brock, 2002) –Entertainment Overcoming Resistance Model (Moyer- Gusé, 2008) Nodig als gevolg van: –“the failure of mainstream attitude-change theories to offer mechanisms for explaining narrative-based persuasion” (Green & Brock, 2000, p. 717)

14 Wat is het probleem? Dual-process overtuigingsproces modellen: –Hoge betrokkenheid (en capaciteit) leidt tot issue- relevante reacties die uitkomst overtuigingsproces bepalen (Chaiken, 1987; Petty & Cacioppo, 1986). Onderzoek naar narratieve overtuiging: –Hoge betrokkenheid leidt tot alles behalve issue- relevante reacties; reacties “tended to be global reactions or emotions” and were “impossible to code” as relevant to the persuasive issue (Green & Brock, 2000, p. 707; Slater & Rouner, 2003; Slater et al., 2006)

15 Narratieve overtuigings- mechanismen Transportatie / Narratieve betrokkenheid / Absorptie / Presence –Aandacht: “Ik vergat waar ik was” –Imagery/Witnessing: “Ik voelde me aanwezig bij de beschreven gebeurtenissen” –Empathie/Identificatie/Emoties: “I had met het personage te doen / Ik werd geraakt door het verhaal”

16 Hoe zou dat dan werken? Verhalen roepen sterke beelden op – voer voor availability vuistregel Verhalen roepen geen / minder weerstand op Identificatie met personage

17 Deel 3: Nijmeegs onderzoek naar narratieve overtuiging De Graaf, Hoeken, Sanders & Beentjes (2009, 2012)

18 Manipulatie transportatie Verhaal over ervaringen asielzoekster (4 pagina’s) Manipulatie: –Gewoon lezen –Elke pagina bevat 10 spelfouten –“Welke zin kan weg?”

19 Invloed op transportatie?

20 Invloed op attitude

21 Conclusies Transportatie heeft verschillende dimensies Effect op aandacht / aanwezig voelen geen effect op attitude Voor emoties geen effect, wel sterkst gecorreleerd aan attitude

22 De Graaf et al. (2012) Identificatie als overtuigingsmechanisme Green en Donohue (2009, p. 247) stellen dat als gevolg van identificatie met een personage “statements made by the character or implications of events experienced by that character may carry special weight” in shifting a reader’s attitude.

23 Hoe zou dat werken? Experiment 1: Gehandicapt sollicitant vs Manager bijna failliete onderneming Manipulatie: verhaal verteld vanuit perspectief sollicitant of vanuit manager.

24 Resultaten

25 Experiment 2 Verhaal over moeder in onomkeerbare coma. Twee dochters moeten beslissen wat te doen: één wil euthanasie overwegen, de ander is daar mordicus tegen Manipulatie: Is de perspectiverende dochter vóór overwegen euthanasie of tégen?

26

27 Results

28 Conclusie Identificatie met personage kan als mechanisme fungeren bij narratieve overtuiging Wat zijn mogelijk andere mechanismen?

29 Hoeken & Sinkeldam (in druk) “statements made by the character or implications of events experienced by that character may carry special weight” (Green & Donohue, 2009, p. 247)

30 Identificatie en emoties Identificatie Emotie Gehandicapte vrouw krijgt PGB wat haar in staat stelt om zelfstandig te wonen. Nieuw beleid zou haar dwingen om in verzorgings- huis te wonen. Manipulatie: Vrouw gaat vriendelijk om met hulp en geeft teveel geld terug vs. Vrouw snauwt hulp af en houdt teveel geld zelf. Attitude

31 Resultaten Sympathiek personage Onsympathiek personage Aardig? 4.47 (0.85)3.13 (1.05)p <.001, η 2 =.34 Identificatie 4.11 (1.01)3.51 (0.89)p <.001, η 2 =.09 Negatieve Emoties 3.80 (1.30)3.17 (1.31)p <.01, η 2 =.06 Attitude 6.17 (0.95)5.87 (1.03)p <.05, η 2 =.02

32 Hoe werden emoties opgeroepen? Confounding twee variabelen: –Vriendelijk behandelen hulp (of niet) beïnvloedt sympathie –Zelf geld houden (of niet) beïnvloedt justice perception Het type and de intensiteit van door verhalen opgeroepen emoties hangen ook af van de mate waarin de afloop afwijkt van een rechtvaardige wereld (Raney, 2004)

33

34 Worden emoties opgeroepen door Identificatie of Just world perceptie? Manipulatie sympathie Manipulatie schuld Identificatie Just world Emoties

35 Study 2 De invloed van schuld? Context: Blog van een man die (tevergeefs) wacht op donorhart Not ResponsibleResponsible Until last year, I lived the good life. (…) I was a member of a tennis club and loved to be on the court three or four times a week. It happened almost every week that I rolled into bed dead beat after midnight. (…) Eventually, it became clear that I suffered from dilated cardiomyopathy, in my case as a result of hereditary factors. (…) As a result of my genetic problem, the muscles of my heart detoriate faster than usual. 860 words / 22 words different Until last year, I lived the good life. (…) I was a member of a tennis club and loved to it at the bar three or four times a week. It happened almost every week that I rolled into bed drunk after midnight. (…) Eventually, it became clear that I suffered from dilated cardiomyopathy, in my case as a result of alcohol abuse. (…) As a result of my alcohol abuse, the muscles of my heart detoriate faster than usual. 862 words / 22 words different

36 Resultaten Onschuldig personage Schuldig personage Sympathie 4.57 (0.94)3.75 (1.22)p <.001, η 2 =.12 Schuldig 1.74 (0.98)4.98 (1.42)p <.001, η 2 =.64 Identificatie 4.32 (1.05)3.81 (1.21)p =.02, η 2 =.05 Rechtvaardige afloop 2.20 (1.00)2.90 (0.92)p <.001, η 2 =.13 Negatieve Emoties 3.68 (1.19)3.12 (1.03)p <.01, η 2 =.06 Emotionele intensiteit 5.68 (1.01)5.19 (1.20)p =.02, η 2 =.05

37 Rol Identificatie / Just world bij oproepen emoties Manipulatie schuld Identificatie Just world Emoties Emotionele intensiteit

38 Hoeken & Fikkers (in press) Narratieve overtuiging als gevolg van blokkeren kritische vermogens Is kritisch denken incompatibel met verhaalverwerking? Als wel compatibel, beïnvloeden gedachten dan de attitude?

39 Waarom geen kritisch denken? Niet gemotiveerd –We verwerken verhalen voor de log: kritsch denken bederft het plezier dat we eraan beleven Niet in staat: –Verhalen “resist logical procedures for what they mean” (Bruner, 1990, p. 60) –Wat is de claim die het verhaal wil maken? –Wat zijn de ondersteunende argumenten?

40 Integratie argumentatieve inhoud Fisch (2000): integratie educatieve inhoud in verhalen Educatieve inhoud wordt beter geleerd als –Het is sterk verweven is met het verhaal –Het expliciet wordt gemaakt

41 Discussies in verhalen? ‘Look Daisy, if it was down to me, those troops wouldn’t be at the Iraq border. This is hardly the best time for the West to be going to war with an Arab nation. And no plan in sight for the Palestinians. But the war’s going to happen with or without the UN, whatever any government says or any mass demonstrations. The hidden weapons, whether they exist or not, they’re irrelevant. The invasion’s going to happen, and militarily it’s bound to succeed. It’ll be the end of Saddam and one of the most odious regimes ever known, and I’ll be glad.’ ‘So ordinary Iraqis get it from Saddam, and now they have to take it from American missiles, but it’s all fine because you’ll be glad.’He doesn’t recognize the rhetorical sourness, the harshness in her throat.’ (McEwan, 2005, p. 189)

42 Onderzoeksvraag 1 Optimale omstandigheden voor kritisch denken: –Argumentatieve inhoud expliciet én geïntegreerd –Thema is persoonlijk relevant –Thought-listing gebruikt in plaats van self-report maten In welke mate roepen expliciete argumenten in een verhaal thema-relevante gedachten op?

43 Materiaal “But if students have to work more to pay for their tuition, they will have less time for studying. That will come at the expense of their study results. The quality of a university education will not be improved in that way”, I say to Willem. He shakes his head. “I think it’s the other way round”, he starts, “Students must be challenged to work harder. That is the only way to compete with universities abroad.” “But if students have to work more to pay for their tuition, they will have less time for studying. That will come at the expense of their study results. The quality of a university education will not be improved in that way”, Willem says. I shake my head. “I think it’s the other way round”, I start, “Students must be challenged to work harder. That is the only way to compete with universities abroad.”

44 Onderzoeksvragen In welke mate wordt de attitude beïnvloed door identificatie en/of thema-relevante gedachten? In welke mate wordt identificatie bepaald doordat het personage de protagonist is of doordat het personage dezelfde attitude heeft?

45 Methode 138 Participants (50% female), studenten Controle groep om attitude t.o.v. collegegeld verhoging te meten Afhankelijke variabelen –Attitude (α =.85) –Attention (α =.74) / Being present (α =.87) –Identification protagonist (α =.89) / antagonist (α =.88) –Thought listing (not self-report counterarguing!)

46 Resultaten – RQ1 In welke mate roepen expliciete argumenten in een verhaal thema-relevante gedachten op? Hoeveel proefpersonen hadden thema- relevante gedachten? 56.70% Percentage gedachten over thema: 31.39% Relatie met transportatie? Nee!

47 Resultaten – RQ2 In welke mate wordt de attitude beïnvloed door identificatie en/of thema-relevante gedachten? Protagonist in favor Protagonist against Attitudep =.01, η 2 = (1.06)2.67 (0.93) Identification supporterp <.001, η 2 = (1.09)2.54 (1.19) Positive thoughts as covariate p =.04, η 2 =.05Effect on attitude remains significant Identification supporter as covariate p =.003, η 2 =.11Effect on attitude becomes not significant

48 Resultaten – RQ3 In welke mate wordt identificatie bepaald doordat het personage de protagonist is of doordat het personage dezelfde attitude heeft?

49 Conclusies Verhalen kunnen zelfs zeer negatieve attitudes beïnvloeden Onder optimale condities, kunnen thema- relevante gedachten optreden en de attitude (deels) bepalen Identificatie met personage heeft grotere invloed op attitude (replicatie De Graaf et al. (2012)

50 Part 3 How do narrative perspective and character similarity influence identification and persuasion?

51 Story about a court case Murder case in court Told from perspective of the defendant’s lawyer or of the victim’s widow Attitude towards Requesting lower sentence for defendant who confessed

52 60 Faculty of Arts students Main effect perspective: participants identify with perspectivizing character Main effect on attitude (p <.001, η 2 =.29) Identification_widow co- variate (p =.02, η 2 =.10), attitude (p =.02, η 2 =.10) 60 Law school students Interaction: Law students identify with lawyer regardless of perspective but with widow depending on perspective Main effect on attitude (p <.05, η 2 =.06) Identification_widow co- variate (p =.03, η 2 =.08), attitude (p =.46)

53 Conclusions Study with Faculty of Arts students replicate previous findings: identification leads to adoption of character’s opinion Study with Law school students shows that extended similarity can overrule perspective Even then, extent of identification with (dissimilar) character influences attitude

54 Overtuigende verhalen: Samenvatting Verhalen kunnen invloed hebben op de opinies, attitudes en gedrag van mensen Identificatie met een personage kan daarbij een belangrijke rol spelen Feit, fictie, droom – maakt niet uit: Plausibiliteit wel!

55 Dank u!


Download ppt "Prof. Dr. Hans Hoeken Afdeling Communicatie- & Informatiewetenschappen Centre for Language Studies Hoe verhalen onze opinies en attitudes."

Verwante presentaties


Ads door Google